1829

 

Blz. 1

Het is bij den aanvang van dit jaar, dat wij weder een begin maken, met onze aanteekeningen. Omtrent minder of meerdere belangrijke zaken welke in den loop van dit jaar zullen voorvallen, zullen wij kronijks gewijze, indien God ons het leven spaart, Wirdum betreffende, vervolgen zoo als wij bevoorens gewoon zijn te doen.

Den 3 Januarij N. wind met nachtvorst, sedert de voorige onstuimig, doch heden goed weder; men heeft sedert een paar dagen op den avond ook weerlicht waargenomen.

Op den 1sten is volgens jaarlijks gebruik de Diakonie rekening opgenomen en gesloten, de afgaande M. de Vries voor zijne goede Administratie bedankt, en in deszelfs plaats mijn zoon W. Hellema tot zijn opvolger aangesteld, en in plaats van den afgaanden ouderling, B. Vogel aangesteld Anne v.d. Zee. Ook is op dringend verzoek van het Grietenij Bestuur mijn zwager P. Hiemstra als Armvoogd gecontinueerd.

Ook is op den avond van den 1sten volgens bestaand gebruik, door de Brandmeesters R. Rinsma en W. Hellema des Brandspuits aangelegenheid geregeld, en de diensten van de thans invallende afdeeling der Wirdumer ingezetenen

 

Blz. 2

bepaald, om direct uitgereikt te worden.

Het nog verschuldigde op ’s Rijks belastingen over den jare 1828 is op het laatst der voorgaande maand door den schrijver ontvangen, en op eenige weinige posten na, behalven het oninbare geheel aangezuiverd. Voor het invoeren der personele belastingen, was de schrijver in staat aloos op het uitgaan van het jaar te sluiten en ’s Rijks belastingen zuiver zonder een penning schuldig te zijn en zonder een eenig oninbare post, als dan over het afgeloopen jaar te verantwoorden, zie onze voorige aanteekening.

Op den 2den hebben wij verantwoord, als mede de beschrijvings Billetten van het personeel aangevangen rond te doen brengen; het een en ander heeft verbazend veel drukte gegeven. – Gedurende deze werkzaamheden is mijn zoon steeds werkzaam tot de repartitie der deelnemers onzer Brandsocieteit wegens de Brandschade over 1828 geleden, zie onze voorige aanteekening daar van.

De prijs der boter was dezen dag als vooren n.l. de hoogste ruim 30 Guld.

De Kerkvoogden hebben eene aanschrijving van het Grietenie Bestuur: dat voortaan voorgenomen is het tractament van den onderwijzer wegens school en Kerkedienst ter som van 225-00 altoos door de Kerkvoogdij alhier betaald, voortaan, dat is van den 1 Jan. laatstleden, ten laste der Grietenij te nemen en uit derzelver kas kwartaals gewijze zal voldaan worden, nadien alle gezindten een gelijk belang bij den onderwijzer

 

Blz. 3

hebben, behalven wegens den dienst als Koster, Organist enz. mede onder gemelde tractament begrepen, daar voor tot een tegenlast onder de Kerkvoogdij zal verblijven, het gewoon onderhoud van de school en schoolhuizinge benevens de schoolmeubelen; een gelijk deel hebben alle ingezetenen zonder onderscheid van Godsdienst aan de tooren wegens het gebruik der klokken en het uurwerk, welke mede tot onderhoud der Kerkvoogdij verstrekken, en daar om deze ontheffing allezins billijk mag geoordeeld worden. – Ten gevolge dezer aanschrijving heeft de schrijver thans administrerende kerkvoogd, den onderwijzer E. de Haan, het verschuldigde tot den 1 Jan. 1829 rede voldaan en betaald.

Den 5 Jan. N.O. wind met vorst, verzeld van een weinig sneeuw, heden bezogten onze kinderen uit de buren ons, en na een kopke thee en anderen verkwikkingen genooten te hebben, vertrokken in schemeravond weder naar huis. De beschrijvings Billetten van het personeel zijn aan de huizen der Ingezetenen rond gebragt.

Den 10 Jan. Sedert de voorige met een weinig vorst en sneeuw zeer zacht, de landschepen vermisten evenwel gister marktdag, doch de trekschepen waren er uit alle steden, hoewel gister een weinig dooi, blijft de oppervlakte van den grond met sneeuw bedekt.

Heden morgen ziet het er meer vorstig uit, het vriest meer, en de winter neemt een meer ernstiger gedaante.

 

Blz. 4

De beschrijvings Billetten zijn binnen, het voorlopig Kohier opgemaakt en bij de Administratie ingezonden om executoir verklaart te worden, overigens worden de schatters van het personeel verwacht, om de schatting te doen.

Den 20 Januarij sedert onze vorige aanhoudene vorst, zoo dat het ijs overal sterk genoeg is, om met paard en sleed gebruikt te worden, doch veel meer met schaatzen, schoon het afwisselende een weinig sneeuwt, en daar door de oppervlakte van het aardrijk met sneeuw bedekt blijft, wordt er steeds gezorgd, dat er behoorlijk baan geveegd wordt, door gemene lieden, welke vrijwillig zich daartoe laten vinden, en waaraan de schaatsrijders eene kleinigheid afstaan, waardoor deze lieden die anders om de vorst niet werken konnen en vaak ook niet werken willen een daghuur verdienen. Tot hier toe is de winter zeer draaglijk, hoewel afwisselende sterke vorst en hevige koude, onder anderen op vrijdag den 18 dezer.

Den voorleden week, hebben de schatters van het personeel in deze gemeente hunne werkzaamheden geeindigd, de schatting aan den schrijver ter handen gesteld, en waar van het Kohier eerlang staat opgemaakt te zijn, om aan de adminstratie ter executoir verklaring ingezonden te worden.

Mede zijn de Kohieren van de grondlasten over 1829 executoir verklaard, en aan de schrijver geworden

 

Blz. 5

waar van de kennisgevingen aan de belasting schuldigen in de loop van deze maand staan uitgegeven te worden om het 1/12 voor het einde daarvan, nog te ontvangen.

De Gecommitteerden van de brand Assurantie Societeit vergaderden volgens jaarlijks gebruik den 17 l.l. in ’s Lands Welvaren te Leeuwarden; staande die vergadering, heeft mijn zoon als Boekhouder rekening en verantwoording gedurende zijne administratie over 1828 gedaan bij welke bevonden wierd dat er salvo calculo vijf en twintig honderd gulden in kassa ware, niet tegenstaande de deelnemers van vee hooi en granen van de jaarlijksche contributie waren vrijgesteld en aanzienlijke uitgaven van zegels en Assurantieboeken hadden plaats gehad; zoo dat de rekening met genoegen opgenomen en na volkomen welbevinding gesloten is – mede is ter dezer vergadering het Kohier van den omslag over de deelhebbers ten gevolge van de jongstgeledene brand, gearresteerd, waar van de belasting door den bode der societeit volgens de reeds vervaardigde kennisgevingen van stonden aan zullen worden ingevorderd. – het een en ander heeft aan mijn zoon verbazend veel drukte veroorzaakt. – vervolgens is besloten J. Tjaarda voormalige tauxateur dezer societeit (zie onze vorige aanteekeningen) door den Boekhouder kennis te geven, dat hij als tauxateur ontslagen is en de toenmalige provisioneel aangestelde tauxateur

 

Blz. 6

in plaats van provisioneel vast te continueren. – Aanstaande vrijdag mede volgens jaarlijks gebruik, zijn de deelnemers opgeroepen ingevolge advertentie in de Courant tot dat einde geplaatst, om in plaats van twee gecommitteerden Dirk van der Woude wegens Rauwerderhem en Willem Pieters Brouwer wegens Leeuwarderadeel als afgaande, twee nieuwe te stemmen of te doen continueren.

Gedurende deze vorst is de Straatweg voordat men het ijs konde gebruiken, veel met paard en sleed bereden.

Andrie Dooitzes Smeding waar van wij bevorens melden, heeft thans zijn verschuldigde op de Floreenen betaald, zoo dat de gehele omslag der hervormde floreenpligtigen ter somma van dertien honderd vier en vijftig Gulden geheel is aangezuiverd, waar mede de schrijver over den jare 1828 veertienhonderd gulden schuld, het resterende uit de kas genomen, ten laste der Kerk heeft afgelost.

Den 22 Jan. Sedert de vorige sterke vorst en hevige koude welke door alle spleten in de huizen doordringt zoo dat de vorst zich tot aan de haard aan allerlei vogtige voorwerpen min en meer naar de gesteldheid der wooningen hegt. Eetwaren vatbaar voor vorst en welke niet goed verzekerd zijn, zullen veel schade lijden en wel inzonderheid voor de behoeftige lieden daar door tot grooter armoede gedrukt worden. Deze vorst

 

Blz. 7

langzaam ontstaan, is altijd vermeerderende en dagelijks heviger.- De liefhebbers van schaatsrijden worden daar door van het aangename dezer liefhebberij beroofd; inzonderheid de zoodanigen welke gaarne bij zoodanige gelegenheid hunne vrienden en goede bekenden bezoeken; zoo wierden wij onder anderen met onzen zoon de Domeni van Achlum gister nacht met een bezoek verblijd, welke gister weder met de jongste zoon van de wed. Beekhuis zijn zwager tijdig vertrok inzonderheid, zal het wel zeer kleumeren zijn, de hardrijderij welke thans overal plaats heeft en volgens aankondiging in de Courant gister te Sneek zoude plaats hebben, bij te woonen.

Den 24 Januarij, sedert de vorige tot heden nog heviger vorst verzeld van harden oosten wind, en daar door nijpende koude; des niet tegenstaande zijn behalven Sneek, nog de volgende hardrijderij gister in de Courant aangekondigd als: heden te Leeuwarden waar van de prijs een gouden zakhorologie de premie een zilveren tabaksdoos: te Ylst prijs een gouden zakhorologie premie een zilveren dito op maandag den 26 dezer, Franeker mede op den 26 dezer, prijs zeven gouden Willems, premie drie gouden ditoHarlingen den 28 dito, door mannen en vrouwen prijs vijftien gouden Willems, premie vijf dito gouden tien gulden stukken. Met paard en sleed te Kollum den 26 prijs fraai Belletuig, dito hoofdstel en leidsel, te Dronrijp prijs een extra fraai bewerkte, zilveren tabaksdoos.

 

Blz. 8

Gedurende dezen winter zijn al weder verscheidene menschen verdronken. Zoo wierd onder anderen uit Wolvega berigt: dat 3 menschen in een wak reden waar van door de naastbijzijnde boer en zijn knegt twee gered zijn en de derde benevens de knegt van de boer welke deze mede tragte te redden en zich daardoor te veel aan het gevaar bloot stelde, beide verdronken.

Wegens de nijpende koude was er gister marktdag te Leeuwarden weinig te doen, en zal ook heden velen te rug houden om de hardrijderij bij te woonen.

De vergadering van gecommitteerden en deelhebbers der Brand Societeit, heeft gister in ’s Lands Welvaren plaats gehad, er waren maar vier gecommitteerden als den Hr. Beijma den Hr. Wageningen, den schrijver W.P. Brouwer benevens den Boekhouder en maar eenige deelnemers tegenwoordig, doch door welke ook de werkzaamheden tot dat einde bepaald, als het stemmen der afgaande gecommitteerden bevoorens gemeld, waarbij dezelve gecontinueerd en verdere aangelegenheden verrigt werden.

Ten gevolge der hevige vorst, klaagden gister sommige menschen, dat de een dit deel en een ander weer een ander deel op de reis naar de stad vervroren waren, ook de schrijver, neemt eenige dikte in het aangezigt waar, ten gevolge zeker van de snijdende koude.

 

Blz. 9

Den 27 Januarij, heden dooi weer Z.O. wind mist. Wij hoopen dat wij de winter agter den rug hebben, althans de nijpende koude, hoe bang zal misschien de behoeftige klasse deze gevallen zijn; hoewel hier te Wirdum, de gemene lieden van onderstand wel zouden verzorgd geworden zijn indien men bangen nood hier of daar, in het een of ander huisgezin hadde ontdekt, schoon de behoefte dikwijls bij het verlaten van de winter eerst gevoeld wordt, dit zal daar in wel in het bijzonder aan de aardappelen het gewone onderhoud, vooral der schamele gemeente het eerst bevonde worden, vele zijn gevroren, en daar door oneetbaar en alzoo voor onderhoud verloren; doch alzoo deze zoo noodzakelijke levensmiddelen in den verleden herfst duur waren, is er geen groote voorraad bij de zoodanige voorhanden, dit is nog al iets van belang, omdat dezulke bijeen tegen overgesteld geval zich van een meerder voorraad zouden voorzien hebben. – Veel voorraad van aardappels zijn aan de bouwkant voorhanden, wij hoopen dat dezelve zoo verzorgd waren, dat dit aangenaam voedsel weinig of niets door de vorst geleden heeft, dan zal er genoeg voor geld te verkrijgen zijn, en de meer gegoedigde ingezetenen in de gelegenheid zijn, om de behoeftige te onder-steunen.

Den 28 Jan. een zachte en aanhoudene dooi, het aardrijk is reeds van sneeuw ontbloot, dit geeft ruimte voor het gevogelte, ook de eenden verstrooijen zich en fladderen overal daar de grond bloot is, tusschen de 70 en 80 eenden heeft se Schrijver dagelijks gevoederd, welke in dezen korten tijd ruim twee loopen boonen genoten hebben.

 

Blz. 10

Het water is gedurende de winter zeer gezakt althans de sloten en vaarten zijn met het ijs ingezakt, waar door de midden met water staat; niet tegenstaande wordt de Sneeker vaart op schaatsen en met paard en sleed gebruikt, heden had men de hardrijderij te Harlingen op de zuider haven bepaald, en als eene bijzonderheid bijgevoegd, dat dit nimmer misschien daar ter plaatse weder stond te gebeuren vermits de sluis vernieuwd en daar door gestopt en hier door stilstaand water in gemelde haven is; doch door de invallende dooi deze bijzonderheid thans ook geen voortgang zal nemen, en dus waarschijnlijk nimmer zoo iets daar ter plaatze zal gebeuren.

In de Courant van gisteren wordt uit Sneek berigt, dat de prijs van een gouden zakhorologie wegens het hardstrijden van 82 personen op den 22sten behaald is door eenen Halbe Huitema wonende te Hommerts; en volgens een berigt uit Leeuwarden dat dezelve Halbe Huitema op den 24sten insgelijks de prijs van een gouden zakhorologie aldaar van 24 der snelste rijders heeft behaald.

Vervolgens wordt behalven de voorensgemelde in dezelve Courant bekend gemaakt: dat er te Grouw een hardrijden op den 29ste zal plaats hebben, prijs een zilveren tabaksdoos; in de Lemmer den 30sten prijs een fraai gouden zakhorologie; op de Joure den 31ste prijs: vijf gouden Willems; te Hindelopen mede op den 31ste prijs: een zilveren tabaksdoos de premies allen na rato. Met paard en sleed op de Dille den 29ste prijs een extra mooi Belgereid.

Het staat er dus toe dat van dat alles niets zal gebeuren, zoo is de magteloze sterveling volstrekt niet in staat, over het geringste in het werk der schepping als men het zoo mag noemen, veel min over weer en wind, regen

 

Blz.11

en droogte, vorst en dooi, te beschikken, hij moet zich alles laten welgevallen het zij lief of hem leed!

Gedurende dezen vorst is er geen markt van boter geweest nog te Leeuwarden, nog te Sneek.

Den 31 Jan. Het schijnt dat de winter zich herhaalt althans is het vorstig N.O. wind en heldere lucht; het ijs is door de weinige dooi bijkans bedorven voor de schaatsrijders vooral daar het ijs meestal tezamengesteld of ten minsten met sneeuw in het begin van den winter gevallen gemengd en alzoo bij de minste ontlating week wordt, even als in den winter 1826. Het is thans door het menigvuldig gebruik overal ingesneden en bekrast.

Wij hebben ons gedurende deze laatste dagen dezer maand bezig gehouden met het ontvangen der verponding, doch wegens den korten tijd sedert het ombrengen van een gedeelte der Billetten ook het grootste gedeelte der 1/12 maar ontvangen is.

De Billetten waren reeds door ons op den 23sten aan den deurwaarder M. Jelgersma ter handen gesteld, maar deze een oud man zijnde heeft in het ombrengen van het voor hem gevoegste weder alleen maar gebruik gemaakt, anders zoude bij een vaardige ombrenging, waarschijnlijk het gehele montant ontvangen zijn. In het ontvangen hadden wij aangenaam weder; indien het zoo koud geweest ware, als voor eenige dagen, dan hadden deze werkzaamheden zeer moeijelijk geweest, vooral bij het schrijven, overboeken en opmaken der staten.

 

Blz. 12

Den 2 Febr. vorst, zeer schoon weder de wind west, het weerglas hoog: het ijs wordt met schaatsen, paard en sleed overal gebruikt, doch voor de schaatsrijders met meer moeite.

Heden verantwoorden wij de ontvangene Rijks belastingen; de Kohieren wierden voormaals na verloop van drie a vier maanden eerst executoir verklaard, waar door de belasting schuldigen ook de belastingen met meerder moeite wegens de grooter sommen bij een bragten, en betaalden, maar het tegenwoordig Gouvernement heeft er anders in voorzien, ten einde zoo veel mogelijk zonder tusschen tijd het 1/12 telkens kan betaald worden, van den aanvang van het jaar af; jammer is het maar dat men niet naauwgezet de Kohieren opzichtens de namen der belastingschuldigen inricht; het is telkens zeer moeijelijk vele namen die verkeerd gesteld zijn uit te vinden; alle jaren worden de staten van veranderingen tevens met alle verkeerde namen opgemaakt en ingezonden; maar het schijnt dat er geen gebruik van wordt gemaakt.

Wij hebben verzuimd te melden, dat de beide studenten v.d. Zwaag, in den aanvang van Januarij en juist tijdig voor het digt water met de trekschuit naar Groningen zijn vertrokken; juist tijdig zeggen wij, omdat die jonge Heeren geen schaatsrijden geleerd hebben, vermits hun vader de overledene Dos v.d. Zwaag zeer tegen het schaatsrijden ware, vooral daarom wijl het leven er vaak

 

Blz. 13

mede gemoeid, of de grootste ongelukken door het somtijds gevaarlijk gebruik er mede verzeld ware, althans kwam hij telkens daar op neer, wanneer wij te zamen breedvoerig over dit anders zoo geliefkoosd gebruik spraken; alle tegenwerpingen, dat men anderzins voor allerlei ongemakken zonder het schaatsrijden ook blood stond nog het voordeel en genoegen om spoedig te reizen, niets kon tegen de gemaakte bedenkingen opwegen, en daarom zouden zijne zoons met zijne toestemming nimmer het schaatsrijden leeren, hoewel zij tot hunne jaren gekomen zijnde zich daartoe geneigd vindende, dit zelf zouden moeten weten maar niet als zij van de welmenende raad huns vaders gebruik wilden maken – doch dit weet men, wanneer iemand tot zijne manlijke jaren gekomen is, nimmer het schaatsrijden kan leeren, althans niet als zeer gebrekkig; de aller eerste jeugd en vervolgens de jeugdige jaren, worden daartoe vereischt om goede schaatsrijders te zijn. Hun vader kon zeer wel met de schaatsen te regte komen, en maakte in de eerste jaren toen hij hier predikant geworden was, er ook wel gebruik van.

Den 4 Febr. vorst zuiden wind, waterkoud. Er wordt zeer veel gebruik van het ijs gemaakt; de liefhebbers van schaatsrijden worden aanhoudend tot hardrijderij uitgenodigd, onder anderen de Harlingers welker voormalige aankondiging wegens de dooi, geen

 

Blz. 14

voortgang, op heden plaats zal hebben, het weder en ijs begunstigd thans deze hardrijderij met mannen en vrouwen. Ook volgens aankondiging in de Courant van gister heden te Grouw en morgen in de Lemmer en op nieuw den 6 te Koudum. Wijders zal er een Harddraverij morgen op de Stads Gracht met paard en sleed te Leeuwarden plaats hebben, prijs: zilveren tabakstafel tabaksdoos en dito comfoor, premie een zilveren tabaksdoos.

Onze dochter uit de buren is met hare beide kinderen; terwijl haar man P. Hiemstra als schatter van het Personeel, de schatting in de gemeente van Stiens reeds geeindigd heeft, maar thans nog bezig is in de gemeente van Jelsum.

Aangenaam wierden wij gister verrast met de komst van onze dochter en zwager te Deerzum en tevens met onze zwager van Hallumer mieden en twee zijner behuwd kinderen; zeer vergenoegd bragten wij den dag met elkanderen door, en op den avond reden mijne dochter en zwager mede naar Hallumer mieden, om de plaats welke zij aldaar gehuurd hebben, en mijne dochter onbekend ware, eens te zien.

De schrijver kan zich niet herinneren, dat er bij zijne jeugdige en wijdere manlijke jaren, zoo veel gebruik gemaakt wierd als sedert een twintig jaren van zoo vele wedstrijden op schaatsen althans dat er zulke aanzienlijke prijzen uit-

 

Blz. 15

geloofd wierden als thans; voormaals was het doorgaans een zilveren hegt of zoo iets, en die zoodanig eenen prijs behaalde, wierd bij de Vriezen zeer hoog geroemd. – De reden hier van mag daar wel in gelegen zijn: dat de Kasteleins toenmaals om een goeden winter aan verteeringen te maken, althans om hun voordeel daar bij te behalen zoodanig iets uitloofden; doch sedert het vereenigen door zoo vele onderscheidenen gezelschappen, tot onderscheidene einden te zamen gesteld, veelal vermaak tot doel strekkende; heeft men zich al langzamerhand vereenigd uit navolging om dit Friesch vermaak door het uitloven van aanzienlijker prijzen aan te moedigen; waar door niet zoo zeer een of ander wel gelegen Kastelein wel eens een prijsje uitloofd, het welk naauwelijks eenigen naam heeft en daar door vervalt; maar door de bijdragen van de leden van aanzienlijke gezelschappen; welke veelal in de steden gevonden worden, worden de prijzen thans veel aanzienlijker, en meestal van stads wegen althans met voorkennis der regeering uitgeloofd, en hoe aanzienlijker de steden zijn alwaar de prijs uitgeloofd wordt, des te meer roem wordt er in gesteld van de winner van zoodanig eenen prijs. – Dit vorensgemelde zal dan de reden zijn, dat er zulke aanzienlijke prijzen uitgeloofd worden, want een gezelschap van aanzienlijke lieden kan meer geven, dan een arm kastelein.

 

Blz. 16

Den 5 Febr. dikke mist, doch tegen den middag reeds dooi weder. Gister na den middag dooi tegen den avond stofregen en vervolgens regen verzeld van vorst, zoo dat de oppervlakte van het aartrijk heden morgen met ijs bekorst, ware de straten en wegen voor de voetgangers naauwelijks gebruikt konnen worden; het geboomte en wijdere plantsoen glinsteren van ijs. Ten gevolge hier van is onze zwager P. Hiemstra, welke hedennacht hier geweest is, in den morgen op schaatsen den straatweg gereden naar Leeuwarden, om tezamen met den mede schatter Hania woonende in de schrans heden het werk der schatting in de gemeente van Jelsum te eindigen, waardoor zij deze werkzaamheden over 1829 in de bevoorens gemelde gemeenten hebben verricht.

Op den middag dooi weder, het ijs ontlaat zich van de boomen, en geeft een zonderling gedruisch bij het nedervallen, overal om huis en her benevens het ijs vertoont zich water wegens de regen, het ijs zal tegenwoordig met schaatsen om het insnijden niet wel te gebruiken zijn. – Het harddraven op de stadsgracht te Leeuwarden, zal heden wel voortgang nemen, het weder is zacht, en het gedruisch te Leeuwarden zeer hoorbaar.

Den 3 l.l. is zeer haastig overleden Hendrik Bonsma een eigenerfde boer en bejaard man op de Weiwiske (zie onze tegenwoordige staat) hij bezogte zijn familie te Bozum op schaatsen, hij bevond zich aldaar niet wel, een knecht reed met hem naar huis, doch zeeg agter dien neer en was levenloos, op een schuifslede bragt men hem dood te huis.

 

Blz. 17.

De 7 Febr. heden nacht veel sneeuw, thans Z. wind mist en zacht weder, wijders dooi en gedurende den dag een stillen regen, en dikke dampkring.

De overledene H. Bonsma wierd op een schuifslede alhier gevoerd, onder het gelui der klokken om het kerkhof gedragen, en daarna weder te rug op de slede gezet om te Hempens begraven te worden. Alleen de naast bestaanden, welke weinig in getal waren volgden het lijk. Hij laat eene weduwe zonder kinderen na, en heeft haar volgens testamentaire dispositie, in het vruchtgebruik zijner goederen gelaten.

Om den gestadigen regen liet ik mijne vrouw weten dat ik ’s nachts te Wirdum bij mijne kinderen bleef omdat het morgen zondag ware, zij zond mij eenige klederen. Door den regen stond het ijs overal met water en de sneeuw was weg.

Den 8 Febr. Schoon weder, een heldere lucht met vorst, van buiten kwam men met schaatzen om den Godsdienst alhier bij te woonen, het ijs was niet alleen hard genoeg met schaatzen te gebruiken, maar het had zoo veel gevroren, dat het nieuwe ijs, het gebruik met schaatzen lijden konde, waar door het uitmuntend te rijden was. – Na het eindigen van den Godsdienst waren eenigen uit de Gemeente geneigd om Dos van Berkum te Garijp ’s nademiddags te hooren, waar toe mijne kinderen in de buren de onderwijzer en eindelijk de Schrijver ook besloten. Zes met twee

 

 

Blz. 18

paarden met sleden en de overige op schaatzen te zamen veertien persoonen kwamen te Garijp, alle deze persoonen woonden aldaar den Godsdienst bij, na het eindigen dronken mijne kinderen en ik een kopje thee bij den Domeni, als oude kennissen uit hoofde zijner voorige standplaats te Wanswerd, de overigen elders, trokken daar na te zamen weder op reis; bij het schoone ijs en aangenaam weder, kwamen wij spoedig te huis.

De Kerk was aldaar even vol gepropt met hoorders als wel eer ook te Wanswerd, dewijl het algemeen gaarn Domeni van Berkum prediken hoort; hij is zeer ernstig en populair, en daar bij eenvoudig dat de onkundigste hem kan begrijpen.

Den 9 Febr. schoon weder met dooi, bij het dag worden, stond het ijs overal met veel water, waar door het blijkt, dat de dooi, reeds in den nacht of in den vroegsten morgen moet begonnen zijn het was anders niet mogelijk dat er zoo veel water op het ijs konde komen. Noorden wind, gedurende den dag bij aanhoudenheid vermeerderende dooi.

Zoo zonderling veranderlijk met het weder, zijn maar zelden voorbeelden, althans niet in dezen trap, eergister was het sneeuw regen en sterke dooi, gister het allerschoonste winterweder met vorst, tot laat in den avond reed men met zooveel genoegen op schaatzen, dat er gedurende den winter geen schooner dag en beter ijs geweest is, en heden weder alles water.

 

Blz. 19

Den 10 Febr. zeer schoon weder met vorst, het ijs zal weder goed gebruikt konnen worden, het heeft zoo veel den verleden nacht gevroren, dat het nieuwe ijs voor zoo ver het water er niet onder weg gezogen is ook gebruikt kan worden, de lucht staat droog en regt winterig, het weerglas is buitengewoon hoog geklommen.

Voor dertien Gulden boonen, heb ik rede aan de eenden gevoederd; de knechten zullen strak meer halen uit de stad, de prijs was verleden Zaturdag vijf Gld dertig Cts. de boter 37 a 38 Gulden.

Den 11 Febr. vorst, betrokken lucht, zuiden wind, koud, gister bij het mooije weder, reed ik voor de eerstemaal ’s nademiddags naar Deerzum; de Sneeker vaart was uitmuntend te schaatsrijden, een kopje thee aldaar gedronken te hebben, reed mijn dochter onder geleide van haar man tot aan het Weidumer houd mede te rug, mijn zwager verliet ons aldaar, en mijne dochter met mij, om hier een nacht uit van huis te blijven; heden morgen is zij naar het gebuurte gekeerd, om aldaar dezen dag de familie te bezoeken, alwaar haar man nadenmiddag gewacht wordt om haar weder te huis te halen.

Mijne beide knechten, zijn heden morgen om plaizier met mijne voorkennis naar Harlingen gereden, nadat zij alvoorens een Arbeider Evert Kleiterp gedurende den dag in hunnen plaats gesteld hebben om de bezigheden in de boerderij waar te nemen; zij waren ongemeen vergenoegd, dat ik dus over hen beschikte, en op mijn voorstel, hen deze uitspanning toe voegde.

 

Blz. 20

Uit Harlingen wierd gister in de dingsdaagsche Courant gemeld de dato den 4 Febr.

“Dit gewest, hoe zeer zich ook ten allen tijde in de kunst van schaatsrijden, boven andere onderscheidende, leverde dezer stede een schouwspel op als welligt elders de bewondering van eenige duizenden aanschouwers immer verworven heeft.

Vermits nu dit tooneel in deze Stad nimmer haars gelijken heeft gehad, en voortaan niet kan of zal hebben.

Door de thans bestaande afdamming der Zuider of Binnenhaven van die der Buitenhaven was dezelve in het afgeloopen najaar zoo, van de winterlage der alhier gewoonlijk binnenkomende zeeschepen, als voor den geweldigen stroomgang en uitwatering naar zee, ten eenemaal bevrijd gebleven.”

Hoofdzakelijk komt dit berigt wijders hier op uit: Dat deze Binnen of zuider haven eene breedte van 235 en eene lengte van 1035 voeten beslaat en dus bij het gladde ijs eer geschikt tot deze wedstrijd met mans en vrouwen welke heden plaats heeft gehad (4 Febr. n.l.)

Dat men erkentelijk ware voor de goede directie om dit feest alle luister en goede order bij te zetten, zoo aan de kant der politie als stedelijke schutterij; dien ten gevolge zag men zoo wel van de schepen als elders drie of vierhonderd zoo vlaggen of wimpels waaijen.

De renbaan voor het hardrijden bestemd had eene lengte van 611 en een wijdte van ruim 62 Friesche voeten.

Eene tent voor ververschingen van allerlei soorten, hadde men gezorgd.

Eene waarschijnlijke berekening van twintig duizend aanschouwers waren tegenwoordig, 4 veldstukjes en eene ouverture van blaas instrumenten kondigden het oogenblik der wedloop. Dat de prijs werk behaald van 15 gouden Willems door Halbe Hommerts Huitema van de Hommerts en deszelfs mededingster Tjaltje I. de Jong van IJlst, de premie

 

 

Blz. 21

van vijf gouden Willems, werd behaald door den bekenden hardrijdenden 43 jarigen Atze Geerts Atsema van Terzool en deszelfs mede dingster Riemkje P. Febbesma van Warga.

Dat de snelle voortgang dezer overwinnaars ongelooflijk was, volgens naauwkeurige waarneming de baan in elf seconden aflegden.

Deze snelle voortstuivende kracht wekte de verbazing van alle aanschouwers, terwijl dit volksfeest met een vrienden maaltijd, waar ook de overwinnaars met hun die het laatst hadden gewedijverd, mede aanzaten, werd besloten. – Zoo ver het hoofdzakelijk bericht, het slot voegen wij hier woordelijk bij.

“En hier mede zouden wij ons verslag van dit feest konnen eindigen, wanneer wij nog niet eene bedenking voor allen even belangrijk hadden in het midden te brengen, dat namentlijk, het welk hebbe plaats gehad op den zelfden 4 Febr. toen voor vier jaren onze stad bij de schriktooneelen van gierende en huilende stormen in dezen algemeenen worstelstrijd der elementen met eene geheele vernieling bedreigd werd en zonder welk noodlottige toeval dit ons tegenwoordig volksfeest nimmer ware tot stand gekomen, door dien er als dan de omschrevene afdamming niet zoude hebben plaats gehad.”

Uit de Lemmer wordt berigt de dato den 6 Febr. dat van de toen plaats gehad hebbende hardrijderij Tjeerd Faber Annema te Akkerwoude van de 64 rijders, den prijs van een gouden horologie of achttien gulden stukken behaalde, en Kornelis Sijbrens Kok van Delfstrahuizen de premie van eene zilveren tabaksdoos of drie tienguldenstukken, wijders nog tot aanmoediging van Jelmer Siezes en Jan Regnerusbeide van de Lemmer ieder een tienguldenstuk; langs de baan ter lengte van 165 ellen 7 palmen zijn de beide snelste reden in 15 en 14 seconden afgereden.

 

Blz. 22

Den 13 Febr. Dooi N.W.wind, marktdag te Leeuwarden zijnde, reed ik op schaatzen derwaards. Er begon al een weinig water op het ijs te staan, doch in de te rug reis, veel meer, zoo dat die gene welke zich niet hoede, tot aan de kniën nat wierd; het weder is fraai en zacht.

Ten gevolge van het schoone en gladde ijs, is mijn zoon den 10 naar Achlum gereden den 11 is mijn zwager en den 12 mijne dochter en onzen onderwijzer en zijn ’s avonds tezamen weder te rug gekomen; het weder neigde gister onder sneeuw tot verandering, het welk heden plaats heeft.

Den 14 Febr. Dooi, W. wind, zacht weder; voor het eerst in dit jaar hoorde ik heden morgen eene spreeuw of protter kweelen en zingen, zoodanig iets is geen teekenen van aanstaande vorst of koude.

Het hardrijden is thans over, ten minsten als het niet meer vriest. – Wij durven stellig schrijven, dat er nimmer een winter geweest is, dat er zoo vele hardrijden hebben plaats gehad, dat er zoo vele en zoo vele aanzienlijke prijzen en premien zijn uitgeloofd en gewonnen. – Het ijs heeft dus zeer veel vermaak en uitlokkens, verzeld van voordeelen voor de hardrijders, steden en plaatsen alwaar prijzen uitgeloofd worden, en daar door het te zamen lokken van eene menigte menschen, welke aan verteeringen bloot staan, althans die van verre komen – wijders kan spoedig reizen, om zijne zaken te doen, vrienden en familie te bezoeken. – Maar het ijs heeft ook zijn duistere zijde, vooral in het misbruik, dat daar mede verbonden is, levensgevaar, verminkte ledematen, afmattingen waar door het leven vaak er mede gemoeid is, althans ongesteldheden en zukkelen, en bederf van de gezondheid, losheid en ijdelheden, verkwistingen, verwarringen in het huishouden met een woord, over het geheel een ongeregelde maatschappij.

 

Blz. 23

Den 16 Febr. aanhoudende zachte dooi, wij melden bevoorens dat het ijs ook zijne duistere zijde hadde, vooral wanneer er misbruik van gemaakt wordt, zoo is onder anderen Kornelis R. Bootsma, een boere knecht alhier ten gevolge van het onstuimig gebruik van het schaatsrijden, zoowel bij den dag als bij den laten avond, en daar bij in het bezoeken van de herbergen voor geleden zweet, en bekleumingen ongesteld geworden, en na verloop van eene week gestorven. – Ook is zijn vader Romke K. Bootsma een bejaard man, aschman en tevens mede klokluider een weinig daar na, aan de gevolgen van eene hevige ziekte uit dit leven gerukt, hij laat eene weduwe en verscheidene kinderen na, welke door onvermogen aan de armvoogdije van Wirdum zullen geraken. – insgelijks is nog een boerenknecht aan de gevolgen van het misbruik van het schaatsrijden ongesteld, dienende bij Hyltje Greben op Barrahuister buren. Is dit hier zoo, hoe velen zullen er elders gevonden worden, die mede door het onmatig misbruik van het ijs, hunne gezondheid of bedorven hebben, zukkelen, of aan de gevolgen reeds overleden zijn.

Den 17 Febr. Het heeft den verleden nacht veel gesneeuwd, zoo dat de oppervlakte van het aartrijk dik met sneeuw bedekt is; de winter scheen ons bevoorens zoo zacht te verlaten, gister dacht ik (zijnde maandag), vrijdag varen de schepen; deze hoop is thans geheel verdwenen alles gelijkt barre winter. Zondag laatstleden heeft onze zeug tien biggen gekregen; in den aanvang daar van had hij reeds een blaar zoo groot als een dikke vuist,

 

Blz. 24

dit had een bekrompen aanzien, vooral na het bekomen van alle de biggen, dat de zeug sterk begon te bloeden, wij dachten dat de blaar gebroken was, maar dit schijnt zoo niet geweest te zijn; want tegenwoordig is alles in den besten welstand, en de blaar verdort langzamerhand.

Den 18 Febr. vorst, het heeft evenwel zoo sterk niet gevroren, dat het nieuwe ijs sterk genoeg is om te gebruiken; het weder is helder en schoon, maar den lucht niet scherp; de oppervlakte van het aartrijk is nog met een dikke sneeuw bedekt.

Het gevogelte begon met de aangename dooi zoo veel ruimte te krijgen dat het zich van genoegzaam voedsel konde voorzien, maar thans is dit magazijn van voorraad weder gesloten, ook voor de Eenden welke wij 72 in getal hebben, van voeder weder moeten voorzien.

Den 19 Febr. vorst, het ijs heeft weder de sterkte tot een matig gebruik, uitmuntend weder, O. wind.

De belasting van het Personeel over 1828 is ten aanzien van eenige der gemeene lieden nog niet binnen, wij hebben dwangbevelen uitgevaardigd voor zoo veel niet vatbaar op de staat der oninbare posten te konnen worden gebragt. De Deurwarder M.F. Jelgersma, heeftze reeds vervogd, tot aan arrest; het smart mij, even als de deurwarder welke een goed medelijdig man is, zoo te moeten handelen. Het is veel noodiger deze lieden te geven, vooral in dit saisoen, dan dat zij tot ’s Rijks Bel. betalen.

 

Blz. 25

Den 21 Febr. dooi weer, verzeld van mist en afwisselend zachte regen; gister marktdag te Leeuwarden, ik reed ’s morgens op schaatzen de Sneeker vaart derwaards maar het ijs was zwak, schoon een menigte menschen ook met sleden en anders langs dezelve reden, het Galgediep, tot aan het verlaat was sterker en goed te rijden; mijn zwager van Deerzum, was insgelijks de Sneeker vaart gereden, benevens een zusters zoon te zamen, mijne werkzaamheden te Leeuwarden verrigt hebbende, trokken toen te zamen tijdig naar huis en wijl de dooi rede inviel, durfden wij de Sneeker vaart niet gebruiken, maar reden op schaatzen, de binnensloten welke ook weinig deugden; na alvoorens het middagmaal hier genoten te hebben reed mijn zwager benevens mijn zuster zoon, om twee uur terug naar Deerzum, voornemens zijnde de sloten te houden, zonder zich op de vaart te begeven.

Er was dus bij dit misweer zeer weinig in de stad te doen. Zij loofden voor de boter 3 a 34 gulden, de wiet wordt zeer duur, de zak is tot negen gulden geklommen, vier Gulden betaalde ik voor dito zak tot beestevoeder voor de varkens.

Het aartrijk is rede van sneeuw geheel ontbloot. De Eenden flodderen op de landen en sloten. Voor 15 gld 75½ Cts voeder hebbenze rede genoten, en als het weer vriest moeten wij ons op nieuw voorzien.

 

Blz. 26

Den 22 Febr. zachte dooi, het is zoo aangenaam dat de winter ons verlaat; heden zondag morgen ging naar Wirdum om de Godsdienst bij te woonen; bij deze vacature hebben wij altoos maar een predikatie, volgens de thans bestaande wetten, konnen de predikanten met een predikatie in de vaceerende Gemeenten ’s zondags en andere feestdagen volstaan; zulks strekt niet alleen tot nadeel van de Diakonie Administratie, maar heeft ook een nadeeligen invloed op de zeden want niet in de gelegenheid zijnde, om den Godsdienst bij te woonen, zoekt men allerlei tijdverdrijf om den rustdag het zij in vermaak of ledigheid of in gezelschap door te brengen. – Welk eene verandering? tijdens het leven van onzen predikant was men in de gelegenheid ’s zomers twee en ‘s winters drie maal den zondag godsdienstig waar te nemen, en aldus stichtelijk te vieren – om elders te gaan heeft men des zomers wel, maar des winters weinig lust.

Bij mijne kinderen in de buren in gezelschap van de Weidumer nieuwe Domeni, welke heden morgen gepredikt en het avondmaal bediendt heeft den dag wijders door gebragt te hebben, ging bij den avond naar huis, het begon zeer modderig te worden, wijl de grond nog niet volkomen doorgedooid was, damp en zeer zacht weder, geen de minste togte, voelde ik, de eenden waren overal te velde, kwaakten en waren buitengewoon fleurig.

 

Blz. 27

Den 23 Febr. vorst N.O. wind, welk een verandering een ieder stelde zich voor, dat er spoedig ruimte in het wel haast open water zoude zijn vooral de gemeene man, welke de nood dringt om wat te verdienen; telkens, als de dooi, deze winter gedurende afwisselende, invalt is de hoop levendig dat men spoedig zal kunnen werken en een daghuur verdienen om het behoeftig en armoedig huisgezin te ondersteunen. Zoo ook gedurende de jongste aangename dooi, maar ook telkens verdwijnt deze hoop zoo als thans, het ziet er tegenwoordig naar weer en wind zeer winterig uit; het boere werk is bij open water thans zeer overvloedig, en door den langdurigen winter zal er veel ten agteren blijven. –

Dezen morgen heb ik de eenden weder gevoederd, de voorraad van boonen is verslonden en wij zullen ons op nieuw moeten voorzien; de eenden zitten thans weder met de koppen in de veeren, gisteren vlogen zij her en derwaards en vonden overvloedig voedsel; wij schreven voormaals, dat er zelden voorbeelden van zulke variérende winters geweest zijn en dachten toen niet, dat wij dit weder zouden moeten herhalen en telkens afwisselende van dooi en vorst zouden schrijven; uit het oosten wordt steeds in de Couranten vermeld, dat er maar zelden zulke strenge winters plaats hebben als thans.

 

Blz. 28

Den 24 Februarij, vorst O. wind, aangenaam winter weder. De oppervlakte van het aartrijk gelijkt bijeen schoonen winterschen dag, even als men het ijs overal met schaatsen gebruikt, trouwens het heeft zoo sterk niet gevroren dat het ijs overal gebruikt, evenwel zooveel dat het gebruikt kan worden; want een jonge uit het gebuurte is hier met een briefje op schaatzen, het welk inhield dat mijn zoon, behuwdzoon en onzen onderwijzer ’s nadenmiddag van heden, hier een kopje thee zouden drinken.

Wanneer het zoo aanhoud met vriezen dan rijd men morgen bij goed weder op schaatsen, waar men wezen wil.

Den 25 Febr. Vorst, N. wind, het ijs wordt heden morgen overal gebruik, ook de Sneeker vaart.

Volgens aanmelding bevoorens zijn de theedrinkers op tijd gekomen, en den avond, tevens pannekoeken en anders tot verkwikking en behoefte genietend, aangenaam met elkanderen doorgebragt te hebben, ’s nachts half 12 vertrokken.

Onze gesprekken bepaalden zich al veel over het bestuur der armen alhier, de behoeftige toestand der gealimenteerden, veelal door eigen schuld, dewijl niet spaarzaam en met overleg, de verleende onderstand gebruikten, welke de beste middelen zouden zijn, om deze lieden te onderhouden? vermits de ondervinding leerde dat de voorraad hen voor eenen geruimen tijd uitgedeeld nimmer toereikende ware zoo als onder anderen het

 

Blz. 29

geval met de turf ware, sommigen waar onder een weduwe met een kleine jonge, vooral deze laatste hadden de diakens ¾ schuite turf laten bezorgen, in het midden van November l.l. en thans was deze voorraad verteerd, zoo ook vele andere na rato, zoo wel die der Diakonie als armvoogdij; en welke de beste middelen zouden zijn, om hun ondergeschiktheid te leeren? dewijl deze klasse van menschen doorgaans, de beste niet te na gesproken, respect nog eerbied bewezen aan die gene, welke zij als hunne verzorgers als hunne vaders moesten achten en eeren!

Wijders liepen de gesprekken over die der arbeidzame klasse alhier, welke door de aanhoudene winter verhinderd wierden om iets te verdienen, waar onder met een groot huisgezin bezwaard, dat deze nog daar en boven genoodzaakt en gedwongen zouden moeten worden, om het nog verschuldigde van het personeel over 1828 te voldoen welk een hardheid, door noodzakelijkheid opgeleid.

Overigens sprak men over de behoefte der Gemeente van een vasten leeraar, en hoe noodzakelijk het zoude zijn, dat de leden der gemeente zich vereenigden tot het beroepen van een zoodanigen predikant, welke zijn hoofdwerk er van maakte om door leer en godvrucht niet alleen de Gemeente te stichten en zaligmakende kennis te bevorderen, maar ook tevens tot de eeuwigheid voor te bereiden.

Onze Gouverneur berigte gister in dingsdaagsche Courant, tot waarschuwinge, dat er thans door alle zeesluisen gestroomd wierd.

 

Blz. 30

Den 28 Febr. gedurende de voorige tot heden vorst O. wind, heldere lucht aller aangenaamst winter weder, het ijs is steeds ’s morgens uitnemend met schaatsen te gebruiken, doch; s nademiddags door de kracht der zon week en zwak, niet tegenstaande de aanhoudene vorst verzwakt het niet alleen daar door maar ook door de stroom; om onze werkzaamheden aan het Kantoor waar te nemen, rijdt ik telkens, op schaatsen derwaards en te rug.

Sedert de laatste dagen dezer maand, is het zeer druk aan het Kantoor, vooral heden voor de middag, dewijl de personele belasting tevens met de verponding moeste ontvangen worden. – Mijn zoon is thans bezig om de staten op te maken om maandag te verantwoorden, dewijl het morgen zondag de eerste is.

De loting tot de landmilitie, heeft voor Leeuwarderadeel gister plaats gehad, zes jongelingen van hier, moesten de loting ondergaan, waar van twee aangelot zijn.

Heden is begravenis geweest van eenen Klaas Haaijes vrouw, op de werp woonachtig, zij heeft lang gezukkeld en jaren lang een zuchtig en ongesteld been gehad, mijn vrouw en ik waren mede verzogt om het lijk de laatste eer aan te doen, maar wegens de drukte aan het Kantoor moest daar van afzien. Onze knechten evenwel, moesten Buurmans plichten doen, omdat de werp tezamen met Barrahuis een buren uitmaken voor de diensten wierd de buren aan het sterfhuis ook te eeten aangezegd: doorgaans zijn er twee mannen uit elk huis.

 

Blz. 31

Den 2 Maart vorst sterke O. wind; dewijl mijn zoon eenig ongemak aan de voet heeft, verantwoorde heden mijn zwager met mij de ontvangene belasting, wij reden op schaatsen derwaards, terwijl mijn knecht het geld tussen de 3 en 4000 Guld. op de aardkarre naar Leeuwarden reed.

Het stroomt zoo sterk, dat het ijs op de meeste vaarten vooral daar de stroom het meeste trekt al vriezende verdwijnt, stille waters en binnensloten is het ijs overal sterk genoeg om gebruikt te worden.

Heden nade middag dooi met een droge wind en lucht, het water begint op het ijs te staan misschien ook door het malen der polders.

Den 3 Maart. Vorst donkere lucht, zeer gematigd en stil; de dooi van gister is niet van aanbelang geweest, in plaats van de Sneeker vaart, worden de binnen sloten, met schaatsen en sleden gebruikt, zoo als heden morgen verscheidene daar van gebruik maakten.

De handopening tot het beroepen van een predikant is aan de Kerkeraad alhier geworden, zoo dat wij met de verkiezing konnen voortgaan.

De wed. v.d. Zwaag is sedert een geruimen tijd in een bedenkelijken toestand, zoo dat zij misschien niet lang meer leeft; ook is een der zoons te Groningen steeds niet wel, men vreest voor het verlies van zijne gezondheid.

 

Blz. 32

Den 4 Maart, dooi, N. wind, evenwel wordt het ijs nog gebruikt, althans een mijner knechten is met een brief langs de binnensloten op schaatsen naar de stad gereden.

Den 5 Maart. Vorst Z. wind verzeld van sneeuw, op schaatzen is een mijner knechten naar Wijtgaard gereden om de varkensnijder, welke een geboren vries en te Wijtgaard woonachtig, door zijnen vader boer aldaar geweest, tot dit bedrijf opgeleid, te verzoeken om onze biggen, welke sedert verl. zondag 14 dagen rede geboren waren en 10 in getal zijn, te snijden; sedert zijn in den omtrek van Wirdum goede toomen biggen gekomen, het is reeds vroeg in tijd, en als dit zoo voortgang neemt, dan zullen er een menigte biggen onder Wirdumer behoor komen.

De straatweg is voor de rijtuigen en voetgangers steeds uitmuntend te passeren. – Het heeft de gemakkelijkheid van de passagie, zeer bevorderd, dat men in den verleden herfst dezelve van de opgeworpen klei heeft ontdaan en gereinigd en toen met zand weder overstrooid, alles op hoog bevel en zulks met regt.

Het is daarom, dat er nimmer eenigen tijd voorbij gaat dat dezelve niet door een en ander meer en min, ook van rijtuigen zoo wel bij dag als avonds en ’s nachts bereisd en bereden wordt, vooral in dezen tijd der loting, om te remplaiceren of zich te Leeuwarden voor den raad der recrutering te stellen. Ook om particuliere bezigheden vooral op marktdagen in de stad waar te nemen.

 

Blz. 33

Den 7 Maart, sedert de voorige dooi, zeer zacht heden mist N.wind, de Eenden plunderen zeer, dit is door gaans een teeken van koude.

Gisteren marktdag te Leeuwarden, de prijs der boter houdt zich niet staande, zij is tot 30 Gulden gedaald, voor 3 weeken was de prijs 37 a 38 Gulden vele boeren hebben de boter, en wegens misweer, en omdat zij vermoedden, dat zij zeer duur zoude worden te rug gehouden.

De Engelschen zijn bij open zee dadelijk vertrokken met boter bevracht, thans zijn er al weder Engelschen te rug, om boter, te Harlingen binnen, Dokkum is den 5 l.l. doorgebroken; gisteren was Oosterwierum met 2 paarden de Sneeker vaart ook gepasseerd; Dronrijp voer ook, zoo dat het zich laat aanzien, dat de vaart spoedig open zal zijn waartoe het sterke stroomen, zeer bevordelijk zijn zal. Het was gister reeds veel levendiger te Leeuwarden dan bevoorens.

De Studenten v.d. Zwaag zijn gister morgen met de wagen op bekomen berigt, van de bedenkelijke toestand hunner moeder aangekomen, na dat zij de ‘s avonds te vooren van Groningen vertrokken waren, de jongste had in 6 weeken zijne kamer niet verlaten gehad, hij bevond zich evenwel beter dan men hadde verwacht, schoon deze nachtreis, voor een zwak jongeling geen gunstige onderneming ware, maar de toestand hunner moeder, drong tot deze overkomst.

 

Blz. 34

Den 5 l.l. is onze Ojevaar ook te rug, en heeft terstond zijn nest betrokken, zijnde ongeveer een half jaar afwezig geweest; wie zal ons zeggen, waar zij zich gedurende dien tijd hebben opgehouden? over wat landen en zeën, om der en herwaards, zijn gereisd; mogelijk dat zij zich nu en dan wel in de nabijheid van de Russische en Turksche legermagten bevonden, althans wel overgevlogen zijn? indien mogelijk zoude men wel gaarn hunnen weg weten en hen in het verblijf in vreemde landen bespieden.

Den 9 Maart, heden dooi, doch gister morgen was de grond bijkans hard gevroren, zoo dat mijne vrouw en ik met de wagen zeer bekwaam de Wirdumer dijk konden passeren, om de Godsdienst bij te woonen en daar na aldaar een nacht bij onze kinderen te verblijven; zoo als wij dan ook gedaan hebben, te meer wijl dezelven voorgenomen hadden ons bijeen nacht verblijf op olie […onleesbaar…] meer koeken te onthalen, ten dien einde woonden wij gister avond een aangenaam gezelschap van onze kinderen en wijdere familie, onder het genot van wel voorziene en gebakkene tevens zeer smakelijke oliekoeken, bij. Na aldus tot ongeveer 12 uur bij elkanderen geweest, verwijderd een ieder tot de zijne, en wij sliepen wijders tot het morgenlicht, ik verliet hen heden middag, terwijl mijne vrouw ’s nadenmiddags de kraamvisite op de werp bij haar broeders dochter de vrouw van Lammert Sikkema zoude bijwoonen; gisteravond laat vorst, doch thans dooi.

 

Blz. 35

Den 11 Maart nachtvorst, anders goed weer N. wind; den 9 l.l. ’s nadenmiddags is een droevig ongeluk te Wirdum gebeurt; een jonge vrouw, welke met overvallen bezogt ware, sedert een geruimen tijd, zoude eenig werk op het stal verrigten, althans heeft men haar na het gemis van een korten tijd, met het hoofd benedenwaards in het water gevonden, en na alle middelen beproefd te hebben levenloos bevonden te zijn, tot groote ontsteltenis van haar man ouders en zuster, zij laat drie kindertjes na, waar van de jongste pas een half jaar oud is. – Zij woonden allen te zamen en maakten een huisgezin, waar van de vader sedert lange jaren beroemd verwer en glazenmaker alhier, nemende haar man dit bedrijf ook kundig, sedert het introuwen een werkzaam deel in de menigvuldige bezigheden.

Den 10 l.l. is het wijfje Ojevaar ook weder te rug en paarden dadelijk, het scheen dat het mantje haar reeds verwachte, althans meenden wij, zoo als in voorige jaren ook gebeurde, zoodanige teekenen te bespeuren, dat thans ook de terug komst verwacht wierd.

Den 12 Maart nacht vorst, heden wierdt de vrouw bevoorens gemeld ’s voordemiddags 11 uur volgens gebruik ter aarden besteld, 21 mans en 19 vrouwen volgden het lijk; het is doch bedroevend, dat men van het gewoon kostbaar en ondoelmatig gebruik, om lijken ter aarde te bestellen niet kan of durft afgaan. Ons onderwijzer had de voorgang.

 

Blz. 36

Den 16 Maart, sedert de vorige, sterke nachtvorst heldere lucht Oosten wind. Indien men niet zoo ver in het voorjaar gevorderd ware, zoude deze vorst misschien met een nijpende koude verzeld gaan. In de binnensloten en gragten aan het noorden gelegen is nog dik ijs, gister morgen was op zulk een sloot van mijn naaste buurman met schaatzen gereden. – Des niet tegenstaande waren de landschepen van elders verleden vrijdag ter markt; de Bakker aan de noordkant van de kleine buren, was met verbazende moeite de haven ook uitgebroken, het ijs was aldaar op het dikste nog wel een steentje dik.

De markt was zeer levendig, de boter zakt en de granen houden geen prijs. Een boter kooper gaf mij zijns bedunkens daar van deze reden; de Engelschen hadden 14 dagen te lang zich te Harlingen moeten ophouden, eer zij met de boter naar Londen konden vertrekken dewijl de zee niet open was, hier door was de boter opgestapeld, en ook de granen zakten, een natuurlijk gevolg dat de boter geen prijs konde houden.

Den 17 Maart sterke nachtvorst, heldere lucht O.wind; de grond is zoo hard telken morgen, dat hij niet te bewerken is, op den nadenmiddag door de warmte der zon, is hij wel eenigzins ontdooit

 

Blz. 37

en daar door zoo morsig en glad, dat het moeilijk te reizen is. Het water zakt intusschen en het staat er wel toe, door de droge maart, dat het water wel tijdig genoeg zal weg gevloeit zijn.

De Ojevaars schijnen al eijers te leggen, gister misschien het eerst, want zij bewaren zoo zorgvuldig het nest, dat de een den anderen telkens vervangd om uit te vliegen, zij zitten zonder tusschen pozing zoo plat op het nest even als of zij sedert een geruimen tijd gebroed hadden; een zonderling verschijnsel voorwaar! hoe zorgvuldig bewaren zij de eijers? zij schijnen een gevoel te hebben, dat bij het opstaan en verlaten van het nest, de vorst de eijers zouden bederven; zoo dra dezelve daar van aangedaan waren al was het ook maar voor een keer.

Den 24 Maart, sedert de vorige nachtvorst verzeld van droogte N.N.O. wind.

Ingevolge onderlinge overleg, zijn A. Palsma en ik den 18 l.l. naar Oosthem gereist, om DomWitteveen kennis te geven, dat de gemeente van Wirdum, hem gaarn tot haren predikant verlangde over alle de aangelegenheden wederzijdsch met elkanderen te spreken, den middag aldaar doorgebragt te hebben, zonder van wederzijden eenige beloften te doen, namen een hartelijk afscheid en kwamen ’s avonds met de schuit ongeveer 7 uren thuis.

 

Blz. 38

Den 21 ’s voordemiddags deedde de schrijver Rekening en verantwoording over zijne administratie der Kerkvoogdij over 1828, voor eene, tot dat einde, van de hervormde floreenpligtige, benoemde Commissie, en is na welbevinding dezelve gesloten tevens als administrateur over 1829 gecontinueerd.

’s Nademiddags hielden de hervormde floreenpligtige ingezetenen onderlinge bijeenkomst om met elkanderen tot het beroepen van Dos Witteveen te besluiten, en is na raadpleging algemeen daar toe besloten, tevens A. Palsma en de schrijver bij eenigheid van stemmen, belast met alle de werkzaamheden tot de beroeping tot dat einde na afloop daar van, op den zelfden avond in bijeenkomst met de Kerkeraad, is besloten op het spoedigste met de beroeping voortgang te maken, nemende Kerkeraad op zich om de Consulent welke hier ’s anderen daags moeste prediken van het een en ander kennis te geven, en dan bij advertentie aan de floreenpligtigen, kennis te geven, dat de stemming op den 14 April bepaald is.

Den 23. hebben op convocatie van het Bestuur van het Friesch genoodschap, de leden comparitie gehad in het Heeren Logement te Leeuwarden

 

Blz. 39

onder voorzitting van de Crane oud professor. In deze vergadering is onder anderen besloten tot het drukken van een eigenhandig handschrift van Janke [Jancko] Douma uit de 15de eeuw, in folio over de 500 pag. groot, wijders tot het bekomen van eenige handschriften betrekkelijk de Friesche taal en geschiedkunde te Oxford aan de bibliotheek aldaar voorhanden, en zulks op aanbieding van de Engelsche geleerde Bouringh, onlangs zich tot dat einde in Friesland zich opgehouden hebbend, alle de werkzaamheden afgelopen zijnde, heeft men eenige Heeren tot gewone en buitengewone leden aangenomen, als ook tot Honoraire leden, onder anderen de voors. Engelsche geleerde Bouringh, Valk, Ambassadeur te London, wijders een en ander Duitsche Professors, en tevens met een pragtige maaltijd besloten.

Den 1 April, heden hebben wij verantwoordinge van ’s Rijks Ontvangsten van den voorleden maand gedaan, na alvoorens in de laatste dagen dier maand ons onledig daar toe gehouden te hebben.

Tot den 29 l.l. sedert de voorige aanhoudene nachtvorst, evenwel is het weder wel eenigzins verandert, meer en min vogtig, doch koud, zooals heden N.W. wind.

De gemeente verklaard zich eenparig voor Witteveen een menigte stemceduls zijn rede geteekend, of staan

 

Blz. 40

aangeboden om geteekend te worden, ten einde op den 14 April eerstkomende ingevolge oproeping in de Leeuwarder Courant te dienen tot de beroeping van Dos Witteveen.

Den 8 April, groeizaam, sedert de voorige afwisselende regen, doorgaans verzeld van koud weder.

Den 4 bevoorens bezogte mijne kinderen te Achlum, hoorde mijn zoon den 5 tweemaal te Achlum prediken, den 6 was het voor hem een ledigen dag; gedurende dezen tijd bragten wij aangenaam met elkanderen door, zij waren zeer opgeruimd dat het ons nog gebeuren mogt zoo te zamen zijn, en verblijden zich zeer dat ik thans na een groot 30 weeken afzijn, hen hadde bezogt, schoon zij er zeer op stonden, om nog een nacht te verblijven, reisde ik evenwel den 7 te rug naar huis, en vond de mijnen bij mijne te huis komst zeer welvarende.

Volgens afspraak komen bij welzijn mijn zoon en Dochter benevens hun klein lief zoontje van Achlum na Paasch dat is den 21 April hier uit van huis, zij verlangen zeer naar de familie, en deze wederkeerig naar hun.

Honderd en tusschen de 20 en 30 Roomsch gezindten te Leeuwarden van allerleijen staat onderteekenaars van de bewuste petitie, maakt onder Inwoonders aldaar een onaangename indruk, en geeft aanleiding tot een groote verwijdering van die teekenaars – lijsten van alle die persoonen worden uitgegeven, een spotprent gaat daar mede verzeld, verbeeldende de 4 pastoren aldaar, in de gedaante van Apen.

 

Blz. 41

Den 15 April, sedert de voorige afwisselende regen waar door het water zeer hoog wordt, en indien het Gouvernement, niet gezorgd hadde, dat in den verleden winter sterk gestroomd ware, het water thans zeer de overhand zoude gehad hebben; de wind is steeds zuid en dus weinig gelegenheid om te stroomen.

Gister den 14 heeft men volgens oproeping der hervormde Floreenpligtigen Domeni C. Witteveen te Oosthem tot predikant met 630 stemmen in deze gemeente beroepen, geene stemmen waren tegen allen voor zoo veel de stemmen uitbragten voor. Dos Andræ van Warga en Dos Lemke van Roordahuizum waren consulenten. Het beroepingswerk onder gebed en dankzegging eerwaardig en tevens wettig verrigt zijnde, is de Kerkeraad met de Haan als Koster heden met de beroepbrief naar Oosthem vertrokken om de beroeping Dos Witteveen aan te bieden, de leden van de Kerkeraad daar mede belast zijn Klaas Haaijes Stellingwerf en Anne Johannes van der Zee Ouderlingen en Wijger Doekes Hellema Diaken, de mede diaken, Jakob Palsma, konde om noodzakelijke dingen deze reis niet mede doen. Het zuiver traktament is hier thans circa 1100 gld en dat van Oosthem 1400 gld, daar zijn drie dorpen gecombineerd en hier maar een tevens aanzienlijk; hoedanig een besluit Witteveen nemen zal, moet de tijd leeren. De Wirdumer gemeente staat tusschen hoop en vrees, of hij het aannemen of bedanken zal.

 

Blz. 42

Den 22 April, heden droog N.O. wind betrokken lucht, treurig, tot den 20 afwisselende regen, weinig jongvee ziet men nog in het land, die de hunne uitgebragt, hebbenze om het onstuimige weder terug op stal gezet, behalven mijn buurman A. Everda laatze gedurende het onstuimige weder loopen; het land is wegens den regen zeer onbevoegd om het vee uit te brengen.

Gister den 21 mooi weder, zijn mijne kinderen van Achlum hier gekomen, wij hebbenze met de wagen uit de stad gehaald, tevens kwam mijn zwager van Deerzum hier ook en is heden morgen om 3 uur vertrokken om in het 4 uur schip te gaan en wijders naar Hallum te reizen, om noodige orders omtrent noodige werkzaamheden op zijn gehuurde plaats te stellen.

Heden hebben wij mijne kinderen met de wagen naar het gebuurte gebragt, om aldaar de familie wederzijdsch te bezoeken en tot van huis te blijven.

Gister heeft men een slechte kerel sedert lang van dieverij verdacht en van elders thans met zijn vrouw hier woonachtig, wegens op nieuw gepleegde dieverij gevat en te Sneek opgebragt.

Den 25 April, afwisselende regen koud N.O. wind, gister weekmarkt de boter 30 gld eenden eijers 36 Cents, de boter houd prijs, als mede de granen, sampt vette en kalve koeijen.

 

Blz. 43

Ten gevolge van het aanbieden van den beroep brief, heeft Dos Witteveen 14 dagen beraad genomen, te rekenen van den 19 April tot den 3den Mei; den 23 dezer hebben Dos en Juffrouw met een digten wagen zich hier laten vinden om nadere kennis van der gemeente plaatzelijke omstandigheden te nemen, de Kerkeraad en Kerkvoogden, hebben hen overeenkomstig de betrekkingen behoorlijk ontvangen en gedurende den dag met behoorlijke ververschingen en levens noodwendigheden onthaald; in tusschen de Kerk, Pastorie, school enz. nader bezigtigd hebbende, heeft men den dag, overigens aangenaam in de herberg doorgebragt, zonder dat Witteveen zich over zijn te nemen besluit, heeft uitgelaten, houdende zich aan zijne te vooren genomene bepaling, ’s nademiddags om 4 uur, zijn zij weder vertrokken; men verlangt intusschen zeer na den uitslag dezer beroeping, en vooral dat hij het moge aannemen.

Een zonderling verschijnsel heeft zich op zondag l.l. namenlijk op paaschzondag te Leeuwarden vertoond, te weeten een Bruinvisch

 

Blz.44

vertoonde zich in de stads gragt, hij is de gehele gragt rond gezwommen en poogde zich door het verlaat te redden doch de buitendeuren gesloten hebbende trachte men ook de binnendeuren te sluiten om hem in de kolk te vangen, doch hij sloop alvoorens uit en redde zich weder in de gragt, eindelijk is hij door de Verwers Brug bij het Aanzentuin begeven in de Dokkumer Ee begeven, welke hij ’s anderen daags tot aan Birdaard opgezwommen ware, aldaar heeft men hem door het werpen met steenen en anderzins belet verder te zwemmen, hij begaf zich spoedig weder te rug, met schieten kon men hem niet magtig worden, nergens hield hij zich op, en zwom zoo snel als iemand behoorlijk loopen kon, van tijd tot tijd zich boven begevende om adem te haalen, eindelijk heeft men hem met de Seine gevangen, en direkt aan wal de hals afgestoken, waar door hij geweldig bloedde, en stierf even als een slagtbeest. Men heeft hem in de stad en elders laten bezien, om daar door zich wegens de moeite schadeloos te stellen, eene menigte nieuwsgierigen hebben daar van gebruik gemaakt, en dezelve gezien.

 

Blz. 45

Men heeft dit geval zoo belangrijk gevonden dat men daar van een advertentie in de Leeuwarder Courant heeft geplaatst, van den volgenden inhoud.

“Leeuwarden den 23 April.
Op gisteren is alhier aan het publiek ter bezigtiging aangeboden, een Bruinvisch lang een el vijf en een halve palm en wegende 40 N. ponden, dewelke in de Ee bij het naburig dorp Wijns op maandag l.l. levendig is gevangen; het is meer dan waarschijnlijk, dat deze visch door een der zee sluizen naar de binnenwateren van dit gewest is gedreven, als zijnde dezelve hier in de stads gracht en op andere plaatsen des daags tevoren gezien”

P.S. op Tergragt heeft men hem gevangen.

Gister is mijn zoon de Dos naar Beetsterzwaag vertrokken, om zijn grootvader Dos Clock rustende predikant aldaar en thans 91 jaren oud te bezoeken. Waarschijnlijk preekt hij morgen aldaar, althans was dit de begeerte van den ouden man, om mijn zoon nog eens te hooren, maandag komt hij hier weer te rug.

Den 2den Mei, sedert de voorige altoos onstuimig tot op heden Z.W. gedurende de laatste dagen der maand hebben wij de maandelijksche Rijksbelastingen ontvangen en

 

Blz. 46

den 1sten dezer verantwoord. Mijn zoon is den 27sten te rug van de Zwaag gekomen en den 29sten naar Achlum vertrokken, latende zijne vrouw en kleine hier tot de nieuwe week. Gister weekmarkt, de boter was slapper, de granen houden prijs, de aardappels worden duurder, en gelden thans bij de partij ruim 85 Cents, de eenden eijers 37½ Cents.

Het was gister met de jongelingen tot de Militie aangelot een drukke aangelegenheid, door dien dezelve uit geheel dit gewest, den militaire stand aangeboden en overgenomen werden, een groote menigte had zich in het Zaailand tot dat einde bij een gebragt, alwaar de dienst van elk derzelver bepaald, en uitgenomen wierden, waar van een gedeelte tot de Cavallerie en de overige tot de Infanterie geschikt zijn – ten gevolge daar van zijn er heden morgen een menigte misschien de cavalleristen hier voor bijgegaan, mogelijk naar buitenlandsche plaatzen bestemd, en de andere naar Groningen verreisd om aldaar in guarnisoen georganiseerd te worden. 15 zijn er uit Leeuwarderadeel ingelijfd.

Den 9 Mei, sedert de voorige afwisselende regen, groeizaam, omdat de landen zoo nat zijn, worden de beesten nog binnen gehouden, schoon het hooi over het algemeen zeer schaars is – met alle bezuiningen zullen vele boeren den 12 Mei of eenige dagen daar na met hunnen voorraad kunnen reiken, de zoodanige namenlijk welke gewoon zijn jaarlijks over te houden; zommige

 

Blz. 47

hebben al hooi gekogt het welk buitengewoon duur is, of anderen die dit niet konnen doen, de beesten in het land gelaten, de boter zakt de granen houden prijs, even zoo zijn de beesten in prijs gedaald, behalven koeijen met vleesch of die vet zijn, worden steeds getrokken en zijn duur.

Mijn broeder van Wanswerd benevens zijne vrouw en zoontje zijn hier den 2den uit van huis gekomen en den 4 vertrokken, latende zijne vrouw hier tot den 7 welke toen mede vertrok.

Mijn zoon van Achlum is den 5 hier weder gekomen om zijne vrouw weder te halen en zijn den 7den naar Leeuwarden vertrokken om de familie aldaar tot heden te bezoeken, en dan weder naar huis te trekken.

Den 5den heb ik mijne kinders te Deerzum bezogt, welke rede resolvatie maken om naar Hallum te verhuizen, gister hebben wij een schipper gehuurd voor 30 Gulden, om het vee over te voeren naar Tergragt.

Den 7den hebben wij Kerkvoogden ons onledig gehouden met het opmaken der omslag Billetten der hervormde floreenpligtigen, om op den 20 dezer de belasting daar op te ontvangen.

Dos Witteveen heeft op den bepaalden tijd, voor de beroeping van Wirdum tot der gemeente leedwezen bedankt. Wij zijn dan genoodzaakt om andermaal een keuze te doen.

Den 13 Mei. N. wind, verzeld van sterke droogte. Het water begint sterk te zakken, en de landen op te drogen dit

 

Blz. 48

is, voor tegenwoordig van het grootste belang, want er zullen maar weinige jaren geweest zijn, dat het hooi zoo algemeen verteerd is, de meeste boeren moeten uit volstrekte noodzakelijkheid het vee in het land brengen hoewel er genoegzaam voorraad van gras is, maar door de nattigheid niet geschikt om het vee te dragen, dus is de sterke droogte thans van het grootste nut, dewijl alle dagen en volgende van dag tot dag van de stallen in het land gebragt wordt en zal worden, trouwens de tijd is reeds daar en roept het vee in het land. – Ons hooi, daar wij sedert vele jaren overhielden, is ook op, heden hebben wij eenige uitgelaten en zullen morgen de rest uitbrengen.

Gister den 12 is mijn Zwager benevens zijn huisgezin van Deerzum, met zak en pak huisgeraden en inboel reeuw en beslag naar Hallum verhuisd, de goederen waren meest in schepen ingepakt, het vee zoo als wij voormaals melden, in een daar toe geschikt gehuurd schip overgebragt.

Het schoone en droge weder heeft ongemeen deze verhuizing begunstigd, zoo als het bij alle diergelijke gevallen voor de inwoonders van dit gewest welke verhuizen moesten dat altoos op den 12 Mei plaats heeft, van een onwaardeerbaar belang geschat moet worden.

Gister is hier Kerkvisitatie geweest, dat is, door een commissie van Predikanten, gelijk volgens jaarlijks gebruik in alle gemeenten plaats heeft, onderzoek naar de toestand der gemeente gedaan.

 

Blz. 49

Den 25 Mei heden sterke koude N. wind, sedert de voorige droogte, men verlangt naar regen, de lucht was gister broeijig waar door het scheen dat men ook regen had te verwachten, doch ten gevolge van de donderige lucht is het in een drooge koude Noordewind overgegaan.

De floreenpligtigen hebben goedgevonden, de verkiezing van een predikant aan de Kerkvoogden op te dragen, doch deze kunnen tot nog toe zich in de keus niet vereenigen.

Den 9 Junij noch als vooren sterke droogte N. wind schoon men niet zeggen kan dat het onvruchtbaar is, vorderen evenwel de mieden weinig wegens de groote droogte, en het lat zich aanzien, dat er geen genoeg hooi zal gewonnen worden. – Een ieder der boeren althans in dezen omtrek laat nog niet maaijen, in voorigen jaren was ik vroeg, thans heb ik met de maaijers bepaald om op den 15 eerstkomende een aanvang met maaijen te maken. – De beesten vooral het melkvee worden goedkoop; de boter rijst eenigzins zij is steeds een groot 20 Gulden de kaas 15 Gld, verleden marktdag waren de hoogste fandels 27 Gulden.

Tot lid van ’t Kies Kollegie benoemd zijnde, hebben de kiezers ten getale van 23 een was er absent, Kiesvergadering te Bergum op den 1 dezer gehad, en aldaar zes staatsleden benoemd, allen met eenparigheid van stemmen. Na den afloop heeft een der benoemde staatsleden J. Alberda secretaris van Ferwerderadeel, de kiezers op de Bergumerdam ter maaltijd laten komen, en wel onthaald zijnde vertrokken ’s nademiddags vijf uur, en kwam ’s avonds half 8 weder thuis. – Den 3 daar aan volgen-

 

Blz. 50

gende zijn mijne vrouw en ik, tevens met een onzer kinderen met de wagen naar Hallumer mieden gereisd om onze dochter en zwager onlangs van Deerzum gekomen, een nacht te bezoeken wij bevonden hen alle wel, de boerderij was goed aan den gang, zij molken 29 koeijen, ’s anderen daags kwamen wij weder in welstand te huis.

Den 15 Junij. Steeds sterke droogte, warm, wij zijn heden begonnen te maaijen, onze buren zijn reeds aan den gang. Den 10 bevoorens bezogten wij in familie mijne zuster en Zwager op Hallumer mieden; en zijn voornemens in familie mijn Broeder op de streek morgen te bezoeken.

Gister zijn Andle en ik naar Stiens geweest om Dos Esscher te hooren, doch hij nam als consulent de bevestiging waar van de naburige Dos te Finkum. – Steeds blijft de kans onzeker, welk predikant men hier zal stemmen.

Den 27 Junij groeizaam buijig, zoel. Den 16 bevoorens hebben wij in familie mijn Broeder bezogt en den 23 daar aan volgende onzen zwager te Goutum.

Den 22 had het Friesch genoodschap, hare tweeden loop van dit jaar, gewoone vergadering in het heeren Logement te Leeuwarden; men heeft in de onderscheidene afdeelingen verslag gedaan, van hunne werkzaamheden, de prof. de Crane, heeft eene doelmatige redevoering gedaan over A. Junius rakende deszelfs handel en wandel, gedurende zijn geheel leven tot aan deszelfs dood, waarna een kostbare maaltijd de vergadering gescheiden

 

Blz. 51

is en kwam ’s avonds 8 uur te huis.

Ten gevolge van het onweder in den nacht tussen den 25 en 26ste Junij is er een boere huizinge in het Oudkerkster Klooster (van ouds Bethlehem) verbrand, een weinig van het huisraad is gered, overigens alles verbrand. De man was weduwnaar met eenige kinderen in geringe omstandigheden. De plaats was zeer bouwvallig tevens verassurandeert en behoorde de Kerk van SNikolaasga; sedert is er sterke afwisselende regen gevallen, bevoorens tot aan dien tijd was het droog en zeer schoon weder, waar door de boeren in het hooijen sterk vorderden, maar thans niets verrigten konnen.

Den 9 Julij, sedert het bevoorens gemelde onweder is het afwisselende regen, waardoor de onleegtijd bezwaarlijk voorwaarts gaat; wij hebben nu ruim de helft gedaan.

Gister den 8 heeft men met eenparigheid van stemmen Dos Harders van Oostermeer enz. alhier tot predikant beroepen; of hij het aannemen zal of niet moet de tijd leeren.

Den 23 Julij, onbestendig sedert de vorige met afwisselende regen. De onleegtijd heeft een tragen voortgang gehad; den 16 bevorens hebben wij benevens onze naaste buren gedaan gekregen, overigens, zullen misschien in den loop van deze week de meeste gedaan krijgen. Er is nog al boven verwachting hooi gewonnen, door dien een ieder zoo lang met maaijen heeft gewacht als het mogelijk ware, en sedert de invallende regen niet onvruchtbaar geweest is; schoon groeizaam

 

Blz. 52

gaat het de boer echter niet voordelig, dewijl de boter zich steeds in eenen zeer lagen prijs houd. De markt is zeer zonderling de boterkoopers nemen de boter zonder prijs liefst van de boeren, maar enkele die een vasten prijs bedingen kunnen; de prijs wordt door een zoogenaamde schipper bepaald en daar mede is het afgedaan, alle de boter wordt daar na geregeld betaald.

Onze Ojevaars hebben vier jongen groot gemaakt, deze verlieten in het begin van Julij reeds het nest, en vliegen thans her en derwaarts maar houden zich in dezen omtrek op; in de andere maand nemen zij de groote reis naar een ander werelddeel aan. De trek daartoe hen ingeschapen is een zonderling verschijnsel der natuur.

Den 28 Julij, sedert de vorige afwisselende regen, den 25 ’s nademiddags hadden wij zwaar weer; in Baarderadeel zoude een beest doodgeslagen zijn, doch vordert nadere kennis. Den 23ste hadden de gecommitteerden Comparitie te Wirdum, in welke vergadering het nog resterend der brandschade den 14 Oct. 1828 te Grouw voorgevallen door den boekhouder uitbetaald wierd en hier mede die gehele schade ter somma van 3795 Guld. vergoed wierd. – Tevens wierd in deze vergadering het tarif van Vee hooi en granen voor een volgend dienstjaar vastgesteld; overigens is nog een provisioneele gecommitteerde te Jelzum, in plaats van Willem Pieters Brouwer van Stiens overleden, aangesteld.

De beroepene Domeni heeft bedankt, doch worden op nieuw pogingen aangewend om hem andermaal te beroepen, met verhooging van traktement.

 

Blz. 53

Onze Grietman Cammingha verlangt de brandspuit alhier aanwezig te zien werken, diensvolgens hebben Brandmeesters besloten, op morgen dezelve te laten spuiten, en de Grietman verzogt als dan tegenwoordig te zijn.

Den 4 Augustus, sterke wind, hedennacht heeft het buitengewoon geregend, het schijnt dat het gedonderd heeft even althans is het weder zoo.

Het onweder van den 25ste l.l. is zeer algemeen geweest en hier en daar buitengewoon hevig, te T’oppenhuizen of in dien omtrek is een boere huizinge en onder Oudkerk een rook hooi door het onderweder afgebrand.

De Brandspuit heeft de goedkeuring van het Grietenij Bestuur bij het probeeren onlangs volkomen weggedragen en dit zooveel te meer om dat de Brandspuit sedert 1803 reeds aanwezig en zoo wel onderhouden is.

Gister zijn in familie alhier tegenwoordig geweest namentlijk alle mijne 4 vookinderen met hunne mannen en vrouwen, zoo als Do van Achlum en zijne vrouw benevens de boer en vrouw van de Pastorieplaats aldaar, neef Draaisma en IJtje ook aldaar, Wijger en zijne vrouw, Dieuwke en haar man, kinderen uit de buren, benevens Kijke en haar man met hunne kindertjes van Hallumer mieden; den dag aangenaam met elkanderen doorgebragt te hebben vertrokken weder tijdig.

Den 1 Aug. l.l. zijn Andle en ik tezamen Kerkvoogden naar Dos Harders te Oostenmeer geweest, om het een en ander over de herhaalde beroeping op dezelve uit te brengen af te spreken en hem met de wijze van de verhooging des inkomens, ingevolge besluit van de voornaamste floreenpligtigen particulier hier over teza-

 

Blz. 54

men geweest, bekend te maken, schoon geen stellig antwoord bekwamen, heeftmen echter hoop, dat hij het beroep zal aannemen.

Niettegenstaande de vruchtboomen buitengewoon door de zoogenaamde wolf beschadigd zijn geweest, belooft men zich echter een beter appel dan verleden jaar, dewijl de boomen over het algemeen wel voorzien zijn, hoewel wij voor eigen behoefte genoeg hebben, zijn de boomen thans zoo vol niet als voorleden jaar.

Men ontdekt aan de bouwkant een schadelijke rups vooral aan de zomervruchten, onder anderen aan de boonen, vlas, aardappelen, enz., ook elders in de haver, waar door sommige landen geheel afgevreten zijn, en de boer genoodzaakt is genoemde landen weder te ploegen.

Gister is de zoogenaamde Konings zweep verreden, door het schoone weder passeerden derwaarts langs de straatweg een groote menigte rijtuigen, niet tegenstaande de zware tollen, wordt zulks met den tijd een gewoonte, hoewel voorzeker zooveel niet wordt gereden als wel voormaals, toont men zich door gaans daar mede: het is een heerlijke weg, dit lokt dan weder uit; de opbrengst der tollen over het geheel en vooral het naaste tolhuis aan de stad, alwaar alle zijdwegen tevens gesloten zijn, zal verbazend zijn; want van hier naar de stad en weder te rug bedraagd de tol voor een wagentje met een paard bespannen twintig Cents.

Heden in den nadenmiddag afwisselende sterke regen, geen dag gaat er doorgaans voorbij zonder dat het min of meer regent.

Den 10 Augustus, sedert de vorige droog weder met afwisselende zonneschijn, waar door het gras zeer overvloedig is, het staat er dus wel toe dat er nog veel nagras zal gemaaid worden, althans zijn wij voornemens nog veertien

 

Blz. 55

veertien pondemate te maaijen, over het geheel is te weinig hooi gewonnen, doch door het te namaaijen als het goed wordt geoogst, kan dit een aanmerkelijke hoeveelheid nog opleveren. In dezen omtrek is dus geheel geen of althans zeer weinig hooi verkogt, de prijs was elders zeer hoog, mijn Neef Draaisma te Achlum hadde 8 a 9 weiden voor zeventien Gulden het stuk afgeleverd: zoo duur heb ik uit andere oorden van ons gewest niet gehoord dat het verkogt is.

De markt was verleden vrijdag en zoo ook de vorige marktdagen te Leeuwarden vol vee, geschikt vee derde kalfs en vroeg melk, vindt nog al grage koopers om uit te voeren, waar van de middelprijs steeds op zeventig gulden mag geschat worden, de minderzoort naar kwaliteit; trouwens ons gewest is thans van overvloed van vee voorzien en indien er geen tijdige verzending plaats hadde, zoude de prijs in de herfst aanmerkelijk konnen gedaald zijn, een ieder moet verkoopen; indien wij om het hooi zoo als andere jaren de stallen vol zetten, dan moet ik bovendien nog zes verkoopen en zoo gaat het een ieder.

De boter kan bezwaarlijk prijs houden, 24½ gulden was de hoogste prijs van de beste verkogte boter.

Den 5 l.l. zijn onze nabestaanden Broeder en Zusters in familie hier te zamen geweest, na dat ’s voordemiddags elders veel geregend hadde, was het overige van den dag droog en schoon weder; den dag met elkanderen aangenaam doorgebragt te hebben, vertrokken ’s avonds tijdig; hoe dankbaar moest men dit erkennen, nog in de gelegenheid gesteld te worden, zoo aangenaam bij elkanderen te zijn.

 

Blz. 56

Den 8 l.l. heeft de controleur Bouricius ons Kantoor geviseerd, dit was reeds de derde maal in de loop van dit jaar, onlangs was de hoofd Inspecteur Veening hier tot het zelfde einde – T’elkens bevond men alle papieren en stukken tot het Kantoor der dir. Bel. en accijnsen betrekkelijk volkomen te sluiten. – Dit geeft altoos een aangename gewaarwording en te vredenheid in het gemoed; gerust kan men altoos hoe onverwacht ook zijne superieuren afwachten, deze juistheid in de Administratie heb ik grootendeels aan mijn zoon te danken, hoewel ik mij niet behoef te beklagen, dat ik voormaals toen alleen het Kantoor in de kragt van mijn leven, bestuurde, minder juist en actief ware als thans.

Den 15 Aug. alles zeer nat wegens de afwisselende sterke regen; sedert eenige dagen zoel met afwisselende onweder – de Wirdumer Kermis hebben wij bij onze kinderen in het gebuurte doorgebragt, ook waren tegenwoordig onze zoon den Dos van Achlum en zijne vrouw benevens neef Draaisma en zijne vrouw, te zamen met een digten wagen. Het was gedurende de Kermis dat voormaals met een dag en nacht plat afgedaan waren, doch thans twee a drie dagen duurt, even als in voorgaande jaren. – De buikspreker Lantinga waar van wij vier jaren verleden roerden heeft op den tweeden en derden avond, onder eene menigte toekijkers voor ieder 30 Cents, zijne gaven weder laten horen en zien.

Den 13 is Dos Harders voor de tweede maal gestemd en den 15 hebben de floreenpligtigen zijn inkomen met 50 gld verhoogd, met welke stukken de Kerkeraad heden naar Oostermeer vertrokken en hoopen het aannemen terug te ontvangen.

 

Blz. 57

Den 17 Aug. De regen valt bij afwisseling somwijlen zeer sterk zoo los neer, een ieder verlangt na droogte, sedert het laatst van Junij is het bij afwisseling altoos nat.

Dos Harders heeft het beroep aangenomen, waar van op den 16 de eerste afkondiging is geschied; op den 17 des voorgaanden en dus op den dag zijnde zondag des jaars 1828 overleed onze vorige Leeraar Dos W. v.d. Zwaag; hetwelk als eene bijzonderheid kan worden aangemerkt.

Op heden was Dos Harders met zijn vader voornemens geweest een reis naar Wirdum te doen volgens afspraak met de Kerkeraad, doch als het regende zoo als het heden afwisselende doet, zoude hij morgen komen.

Er is overvloed van gras, maar als het niet veranderd dan zullen de landen schielijk trappen; het maaijen van nagras is reeds aan den gang.

Den 22 Aug. thans aangenaam weder, doch sedert de vorige afwisselende regen verzeld van onweders vooral den 20 dezer. Den 19 is Dos Harders hier met zijn vader geweest. Mijn zoon uit het gebuurte naar Achlum een paar nachten, wij verwachten hem heden terug.

De Ojevaars zijn reeds merendeels verdweenen, enkelden houden zich hier nog op, vooral een welke ’s nachts doorgaans een der schoorsteenen tot zijn verblijf neemt, of dit een der ouden is, heb ik nog niet gemerkt.

 

Blz. 58

Den 24 Aug. Nog altoos afwisselende overvloedige regen en harde wind, heden storm wind.

Het hooi dat nog niet gezweeld is, ziet er niet gunstig uit het heeft een geelachtig aanzien. Met deze harde wind, zullen de granen op het veld, welke tegen het rijpen zijn, geweldig lijden – volgens advertentie in de Couranten, wordt het staande graan ook in andere landen van de rups aangetast. Deze rups is groen, een halve vinger nagenoeg lang met vier pooten voor en agter twee, voorzien, ik heb ze niet gezien, maar zoo zijnze mij beschreven, de voortgang hunner verwoesting is bijkans ongelooflijk; iemand vertelde mij dat een zeker boer ’s avonds dit ongedierte eerst in een stuk graan hadde bemerkt, doch dat dit zelfde stuk land ’s anderendaags reeds kaal gevreten was. Dit Insect heeft ook al zijne vijanden, n l. onder anderen de schierstinsen, zoo als ze in de land taal genoemd worden, waar deze zich ophouden, kan men zich verzekerd houden, dat die plaats door de rups aangetast is. – Het koolzaad wordt dagelijks bij droog weder gedorscht, dit werk wil ook niet voort, dewijl het maar enkele stonden treft dat het dorschbaar is; het zaad is duur en vooral het eerste dat wel gewonnen ware, tot 12 Gulden de mudde; wij hebben verleden zatur-

 

Blz. 59

dag een wagenvol koolzaadstroo gehaald van Stiens, ons volk reden met twee wagens uit; maar om de modderige wegen aldaar, heeft men maar een tevens konnen vervoeren en de andere lege wagen agtergelaten, om bij de eerste gelegenheid van daar te halen het welk heden zoude geschied zijn, maar om de zware regen hebben wij daar van tot nog toe afgezien.

De boter was verleden marktdag nog de vorige prijs zoo ook de kaas. De koemelkers boer heeft daar door een slecht uitzicht; om de boven matige huur te maken, de zulke nl. welke boven anderen de plaatzen duur in huur hebben.

Den 25 Aug. Zeer onstuimig verzeld van harden wind, en buitengewone regen; den verleden nacht afwisselende donder, zoo dat het tegenwoordig luchtgestel, niets anders als een vergevordert herfstweer teekent; het is overal zoo nat dat dijken en wegen bijkans onbruikbaar zijn; het doorgaande wederzijdsch onderhoud is telkens over het buitengewone weder, de menschen kijken over deze bedenkelijke toestand daar bij elkander bedroefd aan.

Mijn zoon, de onderwijzer en Chirurgijn uit de buren zijn deelgenoten van een wel verzekerd (zoo ik meen) te Amsterdam gevestigd weduwen en wezen fonds; maar waar van het berigt van ingekomen is, dat de directeur verdweenen ware, ten gevolge daarvan

 

Blz. 60

hebben genoemde personen aanschrijving bekomen van de correspondenten te Leeuwarden en elders woonachtig, om heden te Leeuwarden te compareren, ten einde met elkanderen over de belangen van dit fonds te raadplegen, zoo als zij dan ook derwaards gereisd zijn.

Mijn zoon berigte mij zoo even dat zij heden in hunne bijeenkomst eene Commissie van drie perzonen hadden benoemd (n.l. den Heer Alberda Notaris, Sinnema Correspondent en de griffier Gosliga) welke met de barge heden nacht naar Harlingen en morgen vroeg met de stoomboot van daar, naar Amsterdam zouden vertrekken ten einde onderzoek te doen na gemelde fonds en als dan te handelen, zoo als zij zouden verstaan te behoren.

Het mantje Ojevaar heb ik heden op de schoorsteen nog gezien, en klepperen gehoord, terwijl anderen hoog in de lucht met ronde kringen oostwaarts zweefden. Als deze naar de hun aantrekkende landen verhuisden kan ik niet met zekerheid zeggen, maar wel gissen.

Het weder is tegen den avond droger geworden, het weerglas is ook geklommen, doch de lucht is nog koppig.

Den 27 Aug. heden weder regenachtig, gister mooi weder met afwisselende zonneschijn; wij hebben toen een gedeelte van ons liggend hooi gezweeld, schoon het lang niet rijp en droog ware in oppers gezet, om naderhand te weeren; doch op den avond kwam er een bank in het zuiden tot het westen en de

 

Blz. 61

wind kromp tot het zuidoosten een voorteeken van onweder, zoo als het zich dan ook weder openbaart en dreigt, het schijnt dat het weer bijzonder nat is, dat het tot geen droogte kan komen.

Den 1 September, N.W. sedert een paar dagen droog, waar door er veel hooi binnen gebragt of gezweeld wordt; wij hebben 9 pondemate nieuw gras gezweeld en ook in huis, nadat het vooruitgezien ware, is het nog tamelijk wel binnengekomen en dus boven verwachting, heden zijn wij weder begonnen te maaijen in 5 pondemate bij de buren en hoopen dat het weder ons daar en anderen moge gunstig zijn, vooral wijl de Werpsterdijk thans om te hooijen onbruikbaar, en wijl wij dezelve passeeren, zijnde met zet en barten daar aan belend.

Heden is in den vroegen morgen het lijk van den Hoog Welgeboren Heer, jonkheer Schelto Hessel Roorda van Eijsinga Ridder van de Orde van den Nederlanschen Leeuw, Lid van de Ridderschap en van de Staten van Vriesland en Grietman van Doniawerstal den 27 Aug. l.l. te Langweer in den ouderdom van 49 jaren overleden, op de landhoeve van den Oud Gouverneur Jr. Abinga van Humalda op de daar toe vervaardigde grafstede, even als deszelfs vader in den verleden jare bijgezet; met dit onderscheid, dat toen als ook nu de lijkdragers alle Wirdumer ingezetenen, maar thans vreemde waren, met het veerschip van Langweer, toen een wonnevragt van Leeuwarden.

In de laatste dagen der voorgaande maand hebben wij ons onledig gehouden met het ontvangen van de verponding, vee fonds, patenten Rijdersgeld enz. en heden verantwoord.

 

Blz. 62

Den 5 Sept. mooi weder verzeld van droogte, den 3 l.l. hebben wij nog een wagenvol koolzaadstroo van Stiens gehaald, de dijken beginnen op te droogen, waardoor heden een menigte hooiwagens de straatweg hier voor bij passeeren en met koolzaadstroo te rug komen. – Met het mooije weder kan alles te regt komen, althans heeft de natuur een veel gunstiger aanzien. Er wordt dagelijks hooi gezweeld of te huis gebragt; hetgeen wij thans gewonnen hebben broeit zeer sterk, ten gevolge daarvan hebben wij er in gesplit.

Elders in de nabuurschap, schoon niet onder Wirdumer behoor, ten minsten zoo veel mij bekend is, heerscht de varkens ziekte, en er sterven veel.

De magere varkens uit het land worden duur verkogt, de algemeene zoort ruim 14 Gulden het stuk, er zijn alle weeken een groote menigte op de markt, koeijen en rundvee, zoo wel vette, als melke, en vroeg melke een groote menigte.

Daar het scheen dat de Ankers der Kerk zich niet in een goeden toestand bevonden, hebben wij die laten onderzoeken en daar het noodig ware nieuwe gehegt, de banken in de Kerk, welke reparatie onderworpen waren, hersteld. Ook zal het Hek aldaar vergroot en zoo noodig vernieuwd worden.

Den 12 Sept. Regen, gedurende voorleden week heeft men een goede droogte gehad, waardoor er veel hooi

 

Blz. 63

en granen ingezameld zijn, doch gister nademiddag en sedert tot dit oogenblik is alles weder nat en herfstachtig.

Den 10 en 11 heb ik mijne Dochter en Zwager een paar nachten op Hallumer mieden bezocht, welke zich wel bevonden, na den aldaar ook op de andere mieden woonende zuster en zwager wederkeerige bezoeken gegeven te hebben, gingen wij ’s vrijdagsmorgens in het Hallumer schip naar Leeuwarden en mijne bezigheden aldaar verrigt hebbende kwamen ’s middags in welstand bij de mijne.

De wind schiet terwijl thans schrijf met kracht en hevigheid naar het noorden verzeld van stortregen, morgen volle maan en verduistering. Dit verwekt al weder bekommering voor hoog water, en dit zoo veel te meer, wijl de pollen alwaar honderden van beesten weiden bij zoodanig weder bedreigd worden van de zee over te loopen, en als dan de weide bedorven en de beesten schade lijden.

Van wegen het Grietenij Bestuur worden de Kerkvoogden verzogt een staat op de geven van de Kerke inkomsten en uitgaven, ten gevolge van een Rekwest door de Kerkvoogden aan Z.M. den Koning gedaan, om het alterum tantum van 50 gulden tot verhooging van des Predikants traktement uit ’s Rijks kas te genieten; met welke werkzaamheden nademiddag met mijn medekerkvoogd A. Palsma zal belasten.

 

Blz. 64

Den 17 September, heden fraai weder met droogte, sedert de voorige aller onstuimigst, tusschen den 13 en 14 is er zooveel regen gevallen, dat het water overal ruim een half voet en elders veel meer gewassen is, de laagste landen staan overal onder, het hooi drijft in het water, en indien men geen betere herfst en vermindering van water verkrijgt, dan is het met de weide in de laagste landen gedaan.

Ten gevolge van de afwisselende onweders welke dit onstuimige weder verzelden is er tusschen den 12 en 13 een boere huizinge afgebrand, bij de nieuwe Zijlen agter Dokkum.

Door hooi broeijen is er een huizinge en schuur op de Joure en pas een week of veertien dagen geleden een te Dragten en een te Langweer afgebrand.

Het nagewonnen hooi te weeten, dat van voor verleden week is een schroomlijke broeijing onderworpen. Wij hebben verscheidene gaten in de kleine golle gesplit en gister avond in de lengte midden wel ruim een halve roede behalven de gaten gedold. Daar het hevigste broeit is het hooi zwart; Jan Dirks Valkema split en werkt er dagelijks in, insgelijks Pier Stornebrink heeft er den verleden zondag den gehelen dag in gesplit.

Den 14 ben ik weder op sterk en dringend verzoek naar mijne dochter en zwager op Hallumer mieden gereisd welkers outst zoontje gevaarlijk van een zinkking koorts aangevallen is, bij mijn vertrek van gister, scheen het wat ruimer; ook is mijne zuster aldaar onpasselijk.

 

Blz. 65

Den 19 Sept. steeds afwisselende regen; het water is zoo hoog in de sloten dat dezelve niet behekkeld konnen worden, voorts is er om de nattigheid op het land weinig te doen, waar door de arbeiders weinig verdienen, wij zijn nog bezig geweest om de ruigscherne over het land te brengen, maar om de regen moeten wij dit werk staken, er zit nog voor een dag werken.

De berigten van Hallumer mieden zoo wel ten opzigte van mijner kinderen zoontje, als ook van die mijner zuster, waren gister zijnde marktdag te Leeuwarden, niet ongunstig.

Op zulke dagen komen er uit alle oorden van ons gewest daar ter stede, om zijne bezigheden waar te nemen, en het mist zelden, dat bij zoodanige gelegentheden familie en vrienden elkander spreeken, vooral uit der boeren en kooplieden stand, waar door men dus alle weeken wederkeerig elkanders toestand verneemt. Voor de maatschappij is de marktdag aldaar aller belangrijkst, de toestand van ons bijkans geheel gewest en daar onder koophandel neering enz. wordt openbaar en bekend. De drukte het gewoel op de straten en marktpleinen is dezen dag verwonderlijk, ja bij kans ongelooflijk, wat er niet omgezet wordt.

De boter en kaas houden dezelve hoogte, schoon de kaas matig in prijs is, zal de boter der boerenstand ongemeen drukken, zij is sedert mei door elkander 5, 6 a 7 Gulden te goedkoop, men hoopt steeds na beterschap, maar deze negotie gaat gedurende haren eigen gang.

 

Blz. 66

Den 22 Sept. steeds afwisselende regen, zoel en damp weder; de wegen zijn bijkans onbruikbaar, evenwel zijn er gister Bergumer Kermis, nog al vele rijtuigen de straatweg gepasseerd, trouwens deze Kermis is ook nationaal een ieder die kan en maar eenigzins in de gelegenheid wil daar na toe, niet zoo zeer om zich op de Kermis te vermaken, maar om te rijden, en zoo de menigte van rijtuigen te zien niet alleen, maar ook de ongelegenheden bij te wonen, welke daar mede verzeld gaan; want de verscheidenheid van zoodanige gevallen zijn niet zelden of om te lagchen, of zich te verblijden, dat er geen armen en benen, wagens chaissen en allerlei slag van rijtuigen gebroken en doorgeboord, of de paarden op de loop en over de kop gejaagd worden, velen moeten zich verblijden daar zij met hun rijtuig zoodanig in de menigte der beklemde rijtuigen ingesloten zijn, dat zij soms maar eenige treden op en voorwaards geschoven konnen worden, en dierwijze vaak op een verdrietige, vervelende als het ware kruipende den weg passeren konnen. Het eindelijk besluit van dit feest is ’s nademiddags op den Aanzentuin de trein op de te rug komst door de reijen van een onzachlijke menigte nieuwsgierigen aldaar te zamen gevloeid, af te wachten en te zien door passeren; het gematigde weder heeft dit feest begunstigd.

Volgens aanschrijving moest de vergadering van het Friesch genoodschap in het Heeren Logement, gister te Leeuwarden bijwonen, maar om dat ik als mede directeur van de Brandsocieteit alhier, verzogt wierd door den Heer Beijma, thans lid der gedeputeerde staaten, en tevens

 

Blz. 67

voorzittend lid der gecommitteerden te zamen met P. Sierdsma, Assessor van Baarderadeel en tevens mede gecommitteerde, welk alhier in de herberg de Acten van inschrijving in gemelde societeit door mijn zoon in gereedheid gebragt met de inschrijvingen te verifieren en voornemens waren te teekenen, hen te adsisteren; zoo vorderde de belangstelling in de Brandsocieteit dat ik van deze vergadering tot mijn leedwezen moeste afzien, en zulks door een brief aan den Heer Amersfoordt Rector te Sneek en secretaris of penningmeester dezes genoodschaps af te schrijven.

De Heer Bijma en Sierdsma en tevens mijn zoon als Boekhouder, waren, door mijn geadsisteerd, met de voorzeide werkzaamheden van ’s morgens half 9 tot ’s avonds 6 uur bezig, zonder eenig tijdverzuim, dan alleen een burgermaal tusschen beiden tot behoefte te genieten.

120 acten van gebouwen watermolens magazijnen, winkels enz. daar onder begrepen en 471 Acten van vee, hooi en granen, werden post voor post volgens gebruik, geverifieerd en alzoo door genoemde Heeren geteekend, om na den afloop dezer maand, door den bode rondgebragt en aan de deelnemers uitgereikt te worden.

Jaarlijks wordt deze sociëteit uitgebreider en aanzienlijker, de inschrijvingen zijn in dit jaar met ruim driemaal honderd duizend gulden vermeerderd, en heeft thans eene hoogte van bijkans vier millioenen guldens bereikt.

Daar doorgaans zoodanige oprigtingen op den duur geen stand houden, is in tegendeel onze Brandsocieteit van zulk eenen aard, dat die van jaar tot jaar meer zekerheid en vastigheid bekomt, niet alleen wegens het bestuur, maar ook vooral wegens de inrigting; schoon wij sedert de oprigting tusschen de 20 en 30000 gld door den brand schade leden, en vergoeden

 

Blz. 68

bij omslag opvolgende altoos goedwillig gecontribueerd, belet zulks niet de deelneming af te schrikken, maar veel eer te gereder toe te treden, zoo dat verre weg de meesten in deze grietenijen Leeuwarderadeel, Ydaarderadeel, Rauwerderhem en Baarderadeel, den omvang dezer Societeit, reeds deel genomen hebben en opvolgende nog deel nemen, waar toe de kosten zeer gering zijn, doch evenwel toereikende om de Administratie gaande te houden niet alleen, maar bij het vermeerderen der kas, of bij gelegenheid van brandschade, of de contributie bij het inschrijven te verminderen, dezelve niet tot een aanzienlijk kapitaal te doen toenemen.

Gedurende dezen zomer dat is sedert den 25 Junij zijn er in ons gewest zes boere behuizingen afgebrand als te Oudkerk, Langweer, Nieuwe Zijlen door onweder, Joure Dragten door hooibroeijen en onlangs te Appelscha door onvermelde oorzaak.

Den 26 Sept. het schijnt dat het weer met de nachtevening een keer tot droogte neemt, althans is het heden zoo vris en droog, dat er geen beter weder, om te wenschen over blijft, schoon het gister marktdag te Leeuwarden met een zoele lucht ’s voordemiddags door een tezamentrekking boven en in den omtrek der stad, aldaar gedurende een of twee uren ongemeen regende, even wel schijnt dit niet algemeen geweest te zijn, althans hier heeft het weinig geregend, die bui scheen zich uit het noorden een bestaan gegeven te hebben.

Van volksziekten hoort men weinig, behalven van de mazelen welke gedurende de nazomer hier en

 

Blz. 69

daar sterk algemeen woedden, onder anderen te Stiens en meer andere plaatzen en steden; thans heeft deze ziekte zich te Wirdum geopenbaard welke opvolgende meer en meer de kinderen begint aan te tasten, op dit ogenblik zijn er twee mijner kinderen van aangedaan, de outste van mijne dochters kinderen in de buren is reeds daar van hersteld, de jongste heeft dezelve gelijktijdig met mijn dochtertje Klaaske, aldaar om de school in de kost gekregen.

Den 5 Oct. sterke regen en wind. De laatste dagen der verleden week schoon droog weder alles begon toen een ander en gunstiger aanzien te bekomen en men dachte toen dat om een schoone herfst, een ieder welke nagras uitstaan hadde, heeft hetzelve binnen gebragt, schoon er nog veel is, dat gezweeld moet worden, zoo heeft een boer van de Klamp nog 9 pondematen liggen en een menigte rooken op het land staan, welke hij verleden Zaturdag gezweeld heeft.

Verleden Zaturdag, waren mijne vrouw en ik ter begravenis verzogt om eenen Gerrijt Pieters Gosling boer op wel eer Jousma state, thans in eigendom bij den Heer Oud Gouverneur, en alwaar de Eijsingathans bij gezet zijn (zie onze vorige aanteekening) de laatste Eer mede aan te doen; ’s avonds op de thuis reis begon het te regenen, en sedert gem. 3 october heeft het afwisselende geregent, waar door het saizoen weder een droevig aanzien bekomen heeft.

 

Blz. 70

Den 9 Oct. heden marktdag te Leeuwarden, de boter en kaas houden dezelve hoogte. Sedert de voorige sterke afwisselende regen verzeld van donder en Blixem, zoo zijn onder anderen 6 koeijen van een en dezelve eigenaar te Terzool doodgeslagen; de man n.l. den 6 of 7 dezer ’s morgens zijne koeijen zullende melken vond er 3 dood daarna in een ander land daar naast ook zullende melken vond er insgelijks 3 dood; dit mag wel als eene bijzonderheid aangemerkt worden niet alleen, maar dat deze beesten in verschillende landen liepen. – Door de ontzettende regen vooral van gister avond, is het overal winterwater geworden, de sloten zijn hier tot boventoe vol, elders in lagere contreijen staat alles onder water waar door een menigte boeren in de grootste ongelegenheid zijn, de beesten moeten van dezulke op de stallen, en ook van het algemeen, indien er geen verandering en beterschap komt, want de voorraad van gras is spoedig vertrapt en vernietigd; de droevigste ongelukken zijn elders door het onstuimige weder verzeld van wervelwinden, stormen en waterhozen aan huizen, boomen en overstromingen, gebeurd. –

De aardappels rijzen dagelijks in prijs, en zijn thans tot 80 en 90 Cents geklommen een groote kwantiteit zit nog in de grond, en konnen niet gedold worden voor dat wij een drogen tijd krijgen; in Zeeland zijn een groote kwantiteit verdronken, het welk op de lage landen van ons gewest het geval ook is, om de schaarsheid van elders, wordt er veel uitgevoerd.

 

Blz. 71
Den 10 October, de natuur schijnt thans tot rust gekomen te zijn, althans is het heden allerschoonst weder, met een drooge wind; indien zulks opvolgende plaats mogte hebben, dan kan er veel te regte komen, hoewel het wintergraan niet gezaaid konde worden, zoo zoude zulks nog konnen geschieden, indien de landen leden om te ploegen en te bearbeiden. Velen hebben aan de bouwkant, waar onder mijn Zwager, de haver en garst nog niet binnen, dewijl hij mei l.l. op de plaats kwam en toen een langdurige droogte inviel het land bezwaarlijk konde bewerkt worden en nog minder het gezaaide aan het gewas konde komen, waar door zijn graan niet dan laat kan worden geoogst.

Wij melken van 30 koeijen thans ongeveer 8 emmers melk, ons buurman veel minder. Van de 10 biggen welke wij gewonnen en gevoed hebben, zijn er 7 verkogt waar van 3 onlangs voor 15 gld. ieder, en verleden nog 4 voor 18½ gld. het stuk, dus te zamen 119 gld. 2 mesten wij en de zeug loopt in het land, welke door mij geschat worden op ongeveer 60 gld. zoo dat 10 biggen zonder eenige kosten alleen zuip en wei tot voeding gediend hebben tot hier toe ongeveer 180 Gulden opbragten. – De kalvers integendeel hebben om te verkoopen een zeer geringe waarde, en konnen tot aan voeding in die betrekking weinig opleveren, de moeite en drank op verre na niet vergoeden.

 

Blz. 72

Den 14 October, sedert de vorige begon het langzaam op te droogen; maar heden in den vroegen morgen tot den middag, heeft het buitengewoon geregent, zoo dat alles thans weder water en modder is.

Het ziet er met den boerenstand bedenkelijk uit, een ieder der boeren heeft er meer beesten dan behoefte, en moet daar om veel verkoopen, dewijl het hooi schaars gewonnen is; en daarom geen genoegzame voorraad voorhanden en bij de meesten het gras reeds vertrapt en vertreden is. Ik heb 5 jarige zware vare koeijen ieder voor 28 gulden verkogt; en het staat zoo als het thans schijnt, dat zij nog veel goedkooper worden zullen; bij gewoone jaren stalt een ieder zoo veel hij genoegzaam kan, daarom koopt hij dan meermalen om op te zetten, en thans moet hij afbreken geschikt of ongeschikt om op te zetten vinden geen koopers; het is eigentlijk om te bedroeven, die beesten welke ik verkogte geven nog maals bijna 2 emmers melk, en het is niet om weder op te zetten, en een goed gemaak te winter daar van te genieten om aanstaande jaar te weiden; maar om te slachten en het vleesch uit te venten, een zoo zullen er bij honderden weg geruimd worden. Op het oogenblik zien ik die goede beesten nog weiden en zulk een kwantiteit van melk vergaderen, daar zij aanstaande week en opvolgende naar de slachtbank zullen gevoerd worden, het jammert mij maar wat zal ik zeggen!! de hand op de mond leggen en zwijgen!!

Wij hebben de bulle reeds geslacht, welke bij alle boeren, zoo spoedig mogelijk van kant gemaakt of staan van kant gemaakt te worden.

 

Blz. 73

Den 15 Oct. heden harde N.W. wind in den voormiddag verzeld van buijen, thans droog, gister avond om 6 uur een oogenblik dood stil, schoot de wind van het Z.W. ten Westen naar het noorden altijd vermeerderende, zoo dat men om 8 uur en gedurende een gedeelte van den nacht een zware storm hadde, van ongelukken heb ik niet gehoord, het afvliegen van het bord en raamt op de schoorsteen, verzeld van het breken van eenige dakpannen is al het letsel dat wij daar door bekomen hebben.

Het is zeer te vrezen dat de pollen overgeloopen zijn! en is dit zoo dan moeten wij onze 6 jong beesten daar weidende thuis halen, waar door wij in nog bekrompener omstandigheden wegens het gras konnen geraken.

De mazelen zijn thans zoo algemeen dat er bijkans geen huis van bevrijd is, 5 van mijne kleine kinderen zijn er van aangetast, waar van twee volkomen hersteld zijn en twee aan de beter hand, de jongste loopt er met over de vloer, en op een na de jongste zijnde de zesde is nog volkomen gezond. Mijn zoon in de buren heeft ook 6 kinders waar van twee hersteld twee er aan laborerende, en de overige beide kleinste nog geheel vrij.

De timmerman B. Vogel heeft 5 kinders waar van de jongste een eenig dochtertje van 8 a 9 jaren is heden morgen aan de mazelen overleden, tot bittere droefheid der ouders, en van velen die deel in hun verlies nemen.

Wij zijn aan het turven, dat ook niet best te doen is, het vuur kost 26 gulden, twee vuren of 8 wagenvollen slaan wij op.

Twintig korven aardappelen, hebben wij in huis a vijfentachtig Cents, van scheep ons aangebragt.

 

Blz. 74

Den 19 October heden een schoon drogen dag, verzeld van zonnenschijn, en een frisschen zuiden wind.

De mazelen nemen steeds voortgang, vijf mijner kinderen nagenoeg hersteld, terwijl de laatste er rede van aangetast is, te Wirdum gaat het over het geheel gewenscht, een kind is er aangestorven zoo als wij gemeld hebben, velen zijn rede hersteld of staan hersteld te worden; dat deze ziekte hier zeer algemeen is, kan men daar uit afleiden; dat in dit regenachtig zaisoen doorgaans 60 a 70 kinders ter school gaan, den 17 l.l. maar 14 in het school waren, en wel dezulke die reeds gezond waren, waar onder ook een mijner dochtertjes Klaaske.

Den 16 l.l. is een boere spul met een kwantiteit vee, hooi en granen, zoo als men zegt te Giekerk afgebrand; de brand nam reeds ’s nademiddags aanvang, en heeft tot laat in den nacht geduurd, mogelijk bij echt berigt hier na meer van.

Den 21 October, tot nog droog en schoon weder. Gister is er boelgoed te Wirdum in de buren geweest, gehouden door den Notaris Alberda ten huize van wijlen Lysbeth Sjoerds Andringa, een oud Wirdumer familie, na dat een menigte huisgeraden mans en vrouws klederen goud en zilver verkogt waren, wierden de goederen van een der diakonie gealimenteerde verkogt; alvoorens lieten de Kerkvoogden estrikken uit de pastorie zaal en eenig oud hout van het hek uit de Kerk verkoopen, zoo dat dien dag van ’s morgens tot ’s avonds duister, besteed is om boelgoeden.

 

Blz. 75

Den 2 November, tot den 28 der vorige droog en sedert aller onstuimigst, afwisselende hagel en donderbuijen gedurende den verleden nacht menigvuldige regen en heden stil zacht weder.

Den 26 tot den 28 zijn mijne vrouw en ik met de trekschuit een nacht bij onze dochter en zwager op de Hallumer mieden en de volgende bij mijn Broeder op de Streek uit van huis geweest, mijne zuster en zwager op de andere mieden waren tevens bij ons op de mieden, de vrienden waren allen welvarende, en bevonden bij onze te huis komst alles ook wel.

Gedurende het laatst der maand hebben wij ons onledig gehouden met het ontvangen van ’s rijks belastingen en worden heden verantwoord; tevens heeft de controleur volgens een nieuw voorschrift opzettelijk de afschrijvingen der Billetten met die der registers vergeleken, en alles wel bevonden. Deze werkzaamheid vordert veel tijd, doch is een uitmuntent voorzorg der Administratie niet alleen om de fouten die bij ons hier en daar wel in de datums bestonden, maar ook om de fraudes te ontdekken, zoo als de ondervinding leert, dat er nu en dan bestaan en dezulken der ontvangers welke zich daaraan schuldig maakten, doorgegaan zijn. – De controleurs moeten dezer wijze alle de Kantooren hunner controles bezoeken, en zal veel werkzaamheid voor hun aanbrengen. Met alle deze voorzorgen is het mij altoos geruststellend dat men zeker wel fouten maar nimmer opzettelijke fraudes zal ontdekken.

 

Blz. 76

Den 12 Nov. het weder is sedert de voorige afwisselende droog, doch opvolgende worden de beesten gestald, den 9den hebben wij 10 stuks melke opgezet, de overige loopen nog, het is om dat men vreest dat er geen genoegzaam voorraad van hooi is, dat de beesten nog uitloopen, er moest thans geen beest in het land loopen zoo zijn de landen vertrapt en er loopen nog bij honderden.

Merkelijk is de prijs van het vee beter dan men verwachte en zoo als voor 3 a 4 weeken, toen was een ieder bevreest, dat men zijn vee voor eene kleinigheid zoude moeten missen, gelijk er toen ook eene menigte vooral oude jarige koeijen voor 14 tot de 20 gulden verkogt wierden allen om te slagten voor gemene lieden ander naar rato, doch thans is het beter, vooral de geschikte beesten om op te zetten.

De markten zoo te Sneek als Leeuwarden zijn opgepropt vol, doch worden door veele kooplieden gekogt om uit te voeren, waar onder Steenwijkers en van elders. – De prijs der boter is ruim 30 gulden, doch er wordt weinig gemaakt, in dezen tijd wierd er in andere jaren nog veel boter op de marktdagen om te verkoopen gevoerd, doch thans is het aldaar buitengewoon ledig, men ziet op zulke tijdig weinig drukte in de waag. Wij melken van 24 bijna 3 emmers in den verleden week heb ik nog een melkkoe verkogt voor 35 gulden, dezulke wierden in andere jaren voor 40 en 50 guld. verkogt, schoon de prijs thans zoo hoog niet is, wordenze doch voor een matige prijs verkogt.

 

Blz. 77

In het begin dezer maand zijn de pollen onder water geloopen, waar door mijn zwager onze beesten liet halen en in zijn land brengen en ’s anderen daags zijnde den 3 Nov. hebben mijne knegten ze van daar thuis gehaald langs de Dokkumer trekweg van Tergragt, dús langs een zeer geschikte weg, dewijl deze trekweg in dit loopende jaar bepuind en uitmuntend in het gebruik geworden is.

Den 9 Nov. ’s avonds om 8 uur is Domeni Harders met zijn huisgezin benevens eenig huisraad met het Garijpster veerschip door ons besteld van Oostermeer hier aan de Pastorij gekomen, nadat wij in de voorige week met een schuite, het grootste gedeelte der huisgeraden, boeken en anders van daar hebben laten halen.

Tot onze groote verwondering is de Approbatie nu kort geleden eerst aan Dos Harders te Oostermeer gekomen, en maakte dadelijk zijne gemeente bekend dat hij aanstaande zondag dat is den 8 Nov. zijn afscheid aldaar zoude prediken en den 15den zijne intrede te Wirdum zoude doen. Hij verwachte dat wij gelijktijdig ook de Approbbatie zouden ontvangen hebben, doch wij wisten van niets tot dat wij den 4 berigt van zijn Eerw. ontvingen, waar op mijn zoon en Anne van der Zee, leden van den Kerkeraad dadelijk naar Oostermeer trokken, en met zijne Eerw. zijne overkomst regelden zoo als wij bevoorens melden, het schuite schip door ons bedongen en op dit pas nog thuis zijnde, gelijktijdig afzonden om de huisraad te halen zoo als wij melden.

 

Blz. 78

Den 16 Nov. heden sneeuwvlagen en onstuimig, sedert de voorige afwisselende vorst. Den 12 hebben wij nog 8 stuks melke, den 14 de rieren en kalvers opgezet, de jong beesten of eerste kalfs rieren loopen nog uit.

Gister den 15 heeft Dos Harders zich aan deze gemeente verbonden met de woorden van de Zaligmaker Zalig is hij die aan mij niet zal geergerd worden. Niet tegenstaande het zeer onstuimig ware, was er eene talrijke menigte toehoorders; hij is bevistigd door Andræ als Consulent.

Den 14 bevoorens kwam mijn broeder en zijne vrouw van Birdaard of de Streek hier, voornemens om Dos Harders intrede te hooren; zoo als wij dan ’s zondags morgens met de hooiwagen met twee paarden bespannen ondernamen naar Wirdum te reizen, doch dewijl het zeer vorstige geweest ware, was dit zeer moeyelijk te doen, dierwijze dat mijne vrouw en mijns broeders vrouw op de Werpster Dijk half weg zich niet meer durfden wagen, uit vrees dat de paarden in het water zouden storten, afklommen met moeite de reis verder naar Wirdum te voet afleiden; regen en wind verminderden of verzwakten het ijs gedurende den dag, dat mijne vrouw zich met een scheepje dewijl zij zeer zwak op den gang is, tot aan de Werp liet brengen, en toen op de wagen welke na kwam, verder naar huis reisde, benevens twee mijner dochtertjes en mijns Broeders vrouw, mijn broeder en ik te voet, dus alle te zamen behouden aankwamen, schoon deze reis aller moeyelijkst geweest ware, verblijdden wij ons echter, dat wij allen met genoegen de Intrede van ons Domeni hadden gehoord. De beide studenten van der Zwaag waren op bekomen berigt van Groningen herwaards gekomen om deze intrede te hooren.

 

Blz. 79

Op den 11 bevoorens is een boere huizinge te Beers afgebrand door hooibroeijen, de voorhuizinge benevens het vee en vele boere gereedschappen zijn behouden gebleven; dus al weder een ramp voor onze brandsocieteit. – Als eene bijzonderheid mag men aanmerken dat gedurende de oprichting dezer Societeit de brandschaden in Baarderadeel meest plaats hebben, in Idaarderadeel zijn gedurende maar twee boere plaatzen afgebrand, eene kleinigheid van circa 400 gulden in Leeuwarderadeel en eenige vergoeding van geen 50 gulden, welke de Blixem aan afsplintering aan het materieel van een boere schuur in Rauwerderhem, heeft toegebragt zijn alle de duizenden van brandschaden wegens het afbranden van boere huizingen door hooibroeijen en den Blixem ontstaan in Baarderadeel vergoed gedaan – hoe groot deze brandschade van de jongst afgebrande schuur bedraagt is mij nog niet officieel bekend. – Onlangs zou er door den Blixem eene boere huizinge onder Kollum en de Stins te Bergum ingeslagen en verbrand zijn, doch waar van tot nog toe geen zeker berigt ontvangen hebbe – Maar dit is eene bijzonderheid dat gedurende het onstuimige weder afwisselende donder Blixem en weerlicht daar mede verzeld gegaan is, en wanneer de natuur tot kalmte zal komen, moet de tijd leeren?

Onlangs meenden wij, aangenaam en zacht weder te zullen hebben, maar wierd aldra weder door onstuimigheid vervangen.

 

Blz. 80

Den 18 Nov. zacht weer met eenig vorst; thans hebben wij de overige jongbeesten op stal gezet; gedurende het onstuimige weder, zijn de beesten welke uitliepen, waar onder onze twinterrieren zeer vermagerd – om dat wij de varkens nog mesten, konden de beesten niet gestald worden, ten gevolge daarvan, en omdat ik vrees de voorraad van hooi niet genoegzaam te zijn, heb ik heden twee twinterrieren en een kalf verkogt te zamen voor vier en dertig guld. een klein prijsje voorwaar, maar behalven de magerheid zijn deze beesten niet zonder gebreken; ik heb bovendien 2000 lijnkoeken gekogt voor 240 Gulden en hoope hier mede 28 koeijen die kalven moeten 6 kalvers 15 schapen en 2 paarden, tezamen met de voorraad van hooi, door den winter te krijgen.

Den 16 zijn mijn broeder en zijne vrouw weder vertrokken, en onverwacht is mijne dochter van Hallumer mieden bij ons uit van huis gekomen en heden vertrokken; aangenaam is het zoo wederkeerig elkanderen te ontmoeten, vrede en eensgezindheid binden behalven naaste bloedverwandschap de talrijke uitgebreidheid van kinders en familie tot een hart en zin, mogten wij daar maar regt dankbaar voor zijn, om den Heere te leven.

 

Blz. 81
Den 25 November, koud N.O. wind verzeld van sneeuw waar door het aardrijk met sneeuw bedekt is, de vorst is wel niet sterk, doch sedert de voorige tot den 20 goed weer, maar sedert vorstig afwisselende, thans ziet het er zeer winterig uit, wij hoopen echter niet dat de winter zal invallen, als dan zal de gemeene man veel te lijden hebben, wijl alle winter behoefte vooral de turf nog niet aangevoerd is meer de schuld van de wed. Boomsma, welke met het brengen van de arme turf is belast, dan de arme voogden, dan de Diakens, dan de bestuurders van het Besprek; want deze vrouw voorziet eerst de meer gegoedden, om derzelver leverantie niet te verliezen, de armen kan zij altijd krijgen? – Wij hoopen dat de voogden en bestuurders, zich op een volgenden tijd zich niet aan eene eenige vrouw, zonder huisgezin zullen binden, om van deze de arme menschen de turf te doen toevoeren, en deze behoeftige lieden daar door in de grootste ongelegenheden te laten komen, dewijl er meer ingezetenen schippers zijn, wier bedrijf en kostwinning het is altoos met turf te varen, dat is die turfschippers zijn.

In de nacht van den 18 tot den 19 is weder eene boere huizinge te Giekerk afgebrand, dit is de tweede sedert korten tijd aldaar, zie onze aanteekening pag. 74. Wij hebben van beide geen naauwkerurig berigt, voorloopig wordt er gezegd, dat alles verbrand is, hooi en granen benevens 13 stuks hoornvee 17 zouden gered zijn, doch wij hoopen bij goed bescheid het een en ander te melden.

 

Blz. 82

De gemeente van Wirdum verheugd zich rede in het bezit van haren Leeraar te zijn, er zijn alle reden om de voorzienigheid te danken, het dezer wijs bestuurd te hebben, dat de harten der floreenpligtigen tot eensgezindheid en spoed tot de beroeping en omstandigheden daar toe betrekkelijk, geneigd zijn, de Aprobatie bleef wel wat lang uit, doch kwam toch tijdig om in zulk een ongunstig saizoen, nog bij goed weder over te komen.

Den 1 December, koud O. wind verzeld van eenig vorst, zoo als het afwisselende gedurende onze vorige heeft plaats gehad; op den avond van den 25 en de daar aan volgende nacht, was er zeer harden wind uit het Oosten, waar door zeer veel schade en ongelegenheden bijgebragt is, in dezen omtrek werden vele huizen en schuren min en meer beschadigd, elders konden de veer en andere vragt schepen niet op de plaatzen der bestemmingen geraken, niet alleen wegens den storm, maar ook wegens den vorst en jagtsneeuw, het ijs klemde zich zoodanig aan de schepen, dat zij voor noch agterwaards konden geraken, maar vaak midden in de vaarwaters vast klemden; donder en Blixem hadden zich in dezen onstuimige nacht, onder het gieren van den wind gemengd, het water zette zich in dezen omtrek wel een voet hooger.

 

Blz. 83

Sedert is tot hier toe de scheepvaart belemmerd, de trek en andere schepen liggen, evenwel is Dokkum gister doorgebroken en heden zoude Harlingen varen.

Den 26sten ’s avonds is te Eestrum een herberg afgebrand, door wat oorzaak is onbekend aan ons.

Den 27sten hebben de Gecommitteerden van de Brand Societeit vergadering gehad in ’s Lands Welvaren te Leeuwarden, om te besluiten hoe veel de repartitie de deelnemers tot de brandschade onlangs te Beers hebbende plaats gehad ter somma van tusschen de vijftien en zestien honderd gulden de 1000 ingeschrevene waarde, zoude bedragen?

Een staatje door mijn zoon als boekhouder aangeboden, bleek dat veertig Cents tot dezen omslag toereikende zoude zijn, om gemelde som te vinden, en is ook daar toe besloten – verder is op grond van het Reglement besloten eene premie van 50 gld aan de Brandspuits Gasten te Weidum uittereiken, welke door hunnen vlijt, veel hadden bijgedragen, tot behoud van de vooreinde en een aanzienlijk partij hooi; bij deze gelegenheid wierd aan de brandspuits gasten van Wirdum toegekend eene premie van 25 Gld, wegens het gehele behoud van huis en schuur, in den jare

 

Blz. 84

1826 door het toebrengen van een allerspoedigste hulp om den brand door hooibroeijen ontstaan in een boere huizinge in de Noodeind № 7, te blusschen.

Ons Domeni, heeft heden en gister het eerst, onderwijs in de Godsdienst verleend aan de getrouwden en ongetrouwden, van deze laatsten het mannelijke en het vrouwelijke geslacht op onderscheidene uren, zoo als voormaals gebruiklijk, wij hoopen dat deze eerstelingen en voortaan van een uitgebreid nut voor de Gemeente mogen zijn, God gebiede daar over zijnen zegen!

Gedurende het laatst der voorgaande maand ontvingen wij de verponding, welke heden met de ontvangene accijnsen over deze maand zijn verantwoord. Bijzonder druk is het gedurende den slachttijd aan het Kantoor, het welk thans vroeger dan andere jaren is aangevangen, eerst wegens de slachtbeesten, om dat het te vroeg gestald moeste worden, en daar na de varkens, om dat het melkvee noodig de zuip heeft. – Wij mesten evenwel nog twee varkens, hoewel het vee noodig gesteund moet worden, wij melken groot 2 emmers, en de weinige karnemelk, daar van komende is niet toereikende om de mestvarkens en de zeug welke rede bij de beer geweest is, vol op te voeden.

 

Blz. 85

Den 2 December, gedurende den dag harden oosten wind, met vorst. Het ijs begint voor de liefhebbers van schaatsrijders bruikbaar te worden; het is er dus ver van daan, zoo als wij bevoorens melden, dat de schippers zouden beginnen te varen, dat Dokkum doorgebroken ware en Harlingen ook zoude varen. – In tegendeel laat het zich aanzien: dat op den vierden dezer, marktdag te Leeuwarden velen op schaatzen in plaats van op schepen derwaards zullen reizen. – Een ieder verlangt naar open water, en vooral de gemeene en andere lieden, welke nog niet van turf zijn voorzien, de voogden hebben eenigzins daar in voorzien, door het uitreiken aan de Gealimenteerden een kwantiteit takken. – De turf zegt men, welke nog in veenen voorhanden is, is zeer slecht, zoo dat het niet mogelijk zoude zijn, of schoon het open water ware, drooge aan te voeren, en goede bruikbare turf te leveren.

Tot nog toe heeft men den loop der natuur niet uitgevonden, om met zekerheid te bepalen, hoedanig weer en wind in de toekomst zullen zijn? Door weerkundige tafelen, welke met alle naauwkeurigheid gehouden worden, is de toekomst nog niet ontwikkeld; de dwaze sterveling, zoude bij zoodanige uitkomst in maatregelen treden, welke hem der toekomst zoude verzekeren, maar dit heeft de onafhanglijke schepper voor zich zelven behouden.

 

Blz. 86

Den 3 December; sterke oostenwind met vorst, ten gevolge van het vriezen, wordt de Sneeker vaart thans met schaatzen bereden. – De winter valt dus met kragt vroeg in, althans rekent men dit vroeg te zijn, dewijl er nog zoo vele onafgedane zaken zijn, waar op gerekend wierd, voor den winter in order gebragt te zullen zijn; hoe leert dit ook al den mensch zijne afhanglijkheid, wij herhalen ons bevorens gezegde: er hang een sluijer voor de toekomst welke het scherpste vernuft, door alle mogelijke berekeningen, waarnemingen en afmetingen niet zal oplichten om daar in te zien? men veroorlove ons deze aanmerkingen, schoon niet tot ons bestek dienende, het een en ander perst ons zoodanige bespiegelingen, om Gods wijs Bestuur ook in de wisselingen van weer en wind te aanbieden!

De vrouw van onzen Chirurgijn Vlaskamp was voor eenigen tijd uit van huis gereisd met haar jongste kind naar Achlum, zijnde eene zuster van mijn zoons de Domeni’s vrouw, met voornemen om aldaar eene week door te brengen, maar ziet het misweer valt in, de schepen liggen, en moet dus over den tijd blijven geheel anders dan zij zich had voorgesteld. – Het huisgezin vordert hare te huis komst, de man verlangt naar zijne vrouw, en de vrouw naar den man en hare kin-

 

Blz. 87

dertjes; eindelijk besluit Vlaskamp zijne vrouw met een digten wagen te laten halen, zoo als dan gister ook gebeurd is; deze reis met een klein kind, tegen een sterken kouden wind, was zeer gewaagd, doch als de noodzakelijkheid vordert, weet men niet wat kan?

Bij gebrek van bijzonderheden, zal men mij veroorloven dingen van weinig belang en familie aangelegenheden te schrijven, dienende alleen maar om de tegenwoordige gesteldheid des saizoens te melden.

Zommige paarden loopen hier en elders nog uit, als mede de schapen, welke bijeen kale vorst, wel land konnen houden; hoewel er weinig aanmoediging is om schapen te fokken, dewijl de prijs van weidschapen en de wol zeer laag is, zeggen de boeren in het algemeen dat de schapen te weiden, aan de boerderij behoord, schoon er weinig uitkomt; in den verleden jare hadden wij zes weidschapen en in het verloopen jaar gene, de tien lammeren toen aangefokt verkoopende en thans tien lammeren in het afgeloopen jaar gefokt zijn in dezen verloopen herfst onverkogt gebleven, zoo dat thans behalven vijf melke tien gelden tezamen vijftien over den winter denken te houden.

Den 4 December, heldere lucht Oosten wind met vorst; het ijs heeft genoegzame sterkte voor verscheidene agter elkander te schaatsrijden, zoo als de Sneeker vaart thans op dezen marktdag overvloedig gebruikt wordt. Dewijl mijne vrouw

 

Blz. 88

met twee kinderen naar Leeuwarden op de hooiwagen als het beste geschikte rijtuig, om tevens de boter aldaar heen en andere dingen als boonen voor de eenden enz. terug te voeren gereisd is, om eenige aardigheden voor de kleine kinderen tot SNikolaas geschenk, welke met een paar dagen invalt te verblijden.

Hoewel zoodanig eene reis geen meldens waardig is roeren wij dit alleen om de bijzonderheid van StNikolaas.

Tot nog toe heeft men ook onder de hervormden dezen dag uit de Roomsche Kerk herkomstig nog als een blijden dag voor de kinderen bewaard, en worden telken jare hernieuwd en alzoo levendig gehouden; het is waar de geschenken hebben wel eene andere wijziging als voormaals, althans voor een gedeelte; want behalven het zoogenaamde SNikolaas goed bestaande in gebakken zuiker en ander deeg, naar de vorm van onderscheidene afbeeldingen van menschen dieren visschen enz. is SNikolaas bedagt om ook overeenkomstig deze verlichte eeuw, allerlei aardige en somtijds niet min kostbare kinderboekjes de kinderen aan te bieden, waar door de heilige Sint onder alle standen aan het aankomende geslacht zijne hulde en waarde blijft behouden. – De mannen beschouwen dit wel als beuzelingen vaak, maar de tedere harten der moeders kunnen het onmooglijk van zich verkrijgen, om zoo hard te zijn, dat zij haar gelieft kroost, na alvoorens zich van een genoegzaam voorraad dezer toegedagte geschenkjes voorzien te hebben, en op SNikolaas avond, in hozen en schoenen, en in allerlei lijfdragt der kinderen te vondeling gelegd te hebben, bij het opstaan op dien heuglijken morgen, het innerlijke genoegen niet te hebben, hoe dezelve uit hoeken en hornen hunne weggestopte klederen tot opspringens toe te zien opschommelen. – Dit is dan ook de voorname reis van mijne vrouw

 

Blz. 89

koud en ongedaan kwamen zij goed en wel te huis en verblijdde mij, dat zij bij zich zelven voldaan was over het aanschaffen der noodwendigheden tot SNikolaas geschenkjes te zullen dienen.

Er wierd nog veel boter ter verkoop op de markt aangeboden, maarveel bleef onverkogt, om dat de prijs tot 26 gulden gelooft wierd en dus naar der boeren zin te weinig, zoo als mijn Zwager van Hallumer mieden, welke met het verkoopen van ons boter is belast, ook dagte, waarom onze boter de zijne en ook die van mijn zuster en zwager met de wagen weder te huis kwam.

Men zeide dat de stad vol volk ware, door de menigte om te schaatsrijden.

Den 5 December, heldere oosten wind, met vorst, aangenaam weder, het ijs is overal sterk om met schaatzen te gebruiken, zoo sterk dat paard en sleed van het eerste toe gevroren het zelve zouden konnen gebruiken, indien de harden wind en stroom niet een menigte kleine en groote wakken gewrogt hadden, welke thans opvolgende digt zijn.

Den 12 December, sedert de vorige aanhoudene vorst, doch stil aangenaam weder, heden Z. wind en koud. – Bij het schoone weder, wordt het ijs druk bereden, den 8 bezocht mijn zoon de Domeni van Achlum ons, de familie in de buren gezien te hebben, reeds nademiddags met Dos Dijkstra te zamen terug naar huis.

 

Blz. 90

Den 9 reed ik ’s morgens naar mijne dochter en Zwager, op Hallumer mieden, alwaar mijn kinders uit de buren te zamen met Domeni Harders ook kwamen, ‘s avonds reden wij in gezelschap te rug, na de dag aangenaam met elkanderen aldaar doorgebragt te hebben. Mijn broeder en zijne vrouw bevonden zich ook aldaar.

Den 10 kwamen mijne kinders uit de buren te zamen met ons domeni en zijne vrouw op schaatzen hier ’s nademiddags op een kopje thee en andere ververschingen, den avond tot 10 a 11 uur aangenaam met elkanderen doorgebragt te hebben vertrokken bij lichten maan op schaatzen van hier.

Den 14 December aangenaam helder met vorst; de winter is thans en gedurende zeer zacht; voorwaar een gunstige bestiering der voorzienigheid, niet alleen dat de koude zeer gematigd is, maar ook dat alle noodwendige behoeften over ijs met sleden konnen ver en aangevoerd worden, zoo worden onder anderen de turf met sleden aangevoerd, mijn zwager in kwaliteit als armvoogd heeft dezer wijs verscheidene honderden stuk a vijftig Cents de honderd aan de gealimenteerden laten uitdeelen, welke nog al tamelijk bruikbaar is.

Gister zijnde zondag heeft ons domeni den dienst te Ydaard ’s morgens moet waarnemen, een student of kandidaat preekte hier ’s nademiddags.

 

Blz. 91

Den 16 December, zeer zacht min en meer vorstig, sedert de voorige, buitengewoon aangenaam is het te schaatsrijden, men kan overal zonder schroom het ijs gebruiken en daar bij wordt men niet door sneeuw of iets anders belemmerd, hetgeen als eene byzonderheid wel mag aangemerkt worden, dewijl gedurende den zomer, den herfst tot op den invallende vorst afwisselende regen heeft plaats gehad en sedert opvolgende droogte. – Het tegengestelde had in America plaats volgens berigten mogten het de outste lieden aldaar niet geheugen, zulk een sterke en langdurige droogte beleeft te hebben, zoo als de outste lieden alhier niet mag gedenken zulk een sterke en langdurige afwisselende regen beleeft te hebben.

Schoon het ijs overal sterk is, zijn er desniettegenstaand drie menschen in de Bergumer meer verdronken, veroorzaakt door het overklimmen van een ijskist.

Wij hebben verzuimt te melden: eene plegtigheid, welke wij te Leeuwarden bijwoonden bij de wijing van de nieuwe kazerne aangevangen te bouwen 1827 en thans voltooid waar van een advertentie in de Courant van den volgenden inhoud:

“Leeuwarden den 7 December 1829

Heden werd de nieuw gebouwde kazerne binnen deze stad prijkende met den naam van Prins Frederik, ingerigt ter huisvesting van veertien honderd man, plegtig door de stadsregering aan het garnizoen ten gebruike afgestaan. Na dat om een uur over de stedelijke schutterij door den Heer Gouverneur van de provincie en de heeren Burgermeester en Wethouders eene wapenschouwing was gehouden, begaf zich de raad van de stad, aan welke de Heer Gouverneur van de provincie de eer aan deed, haar bij die gelegenheid te vergezellen, gevolgd door het Korps

 

Blz. 92

officieren van de Schutterij, ten twee uren van het Stadshuis naar de Kazerne, alwaar het garnizoen, bestaande uit het flankeurbataljon der 8ste afdeeling infanterie, geschaard stond en de trein onder het muzijk van het korps muzykanten, der genoemde afdeeling voor deze plegtigheid uit Groningen herwaars gekomen, door de militaire autoriteiten werd ontvangen. Nadat de trein zich in de Kazerne had begeven, rukte het garnizoen mede binnen, en daarop droeg de heer Burgemeester het gebouw aan den heer Plaatselijken Kommandant over, na afloop van welke plegtigheid waar bij zeer vele aanschouwers tegenwoordig waren en die door schoon weder begunstigd werd, de trein zich weder naar het stadshuis begaf, terwijl daarna door de stads regering aan de civile en militaire autoriteiten een pragtige maaltijd is gegeven, welke negentig personen met hunne tegenwoordigheid vereerden”.

Den 19 December sedert de voorige betrokken lucht en dreigt tot verandering of sneeuw, althans het weerglas begint van tijd tot tijd te zakken. Gister marktdag te Leeuwarden, de boter blijft genoegzaam op dezelfde hoogte van 26 gulden, er was zeer veel volk in de stad door het stille weder en weinig vorst, zeer gematigd, wordt een ieder tot schaats rijden uitgelokt. – Ook worden de liefhebbers van hardrijden opvolgende op verschillende plaatzen uitgenoodigd, om naar uitgeloofde prijzen en premiën te dingen; aanstaande maandag den 21 dezer, onder anderen biedt Franeker een prijs van 100 gld aan den winder en eene premie van 30 gld aan den naastvolgenden strijder.

Ik hoorde iemand deze aanmerking daar over maken: dat de Burgemeester aldaar, dit uitgeloofde geld, wel beter hadde konnen gedeponeerd hebben, om in den nood der armen, welke door den vroegen winter zeer zal toenemen, ook met deze uitgeloofde prijs en premie te voorzien! indien nl. de uitlovers dit

 

Blz. 93

geld tot des Burgemeesters dispositie hadden willen afstaan, mogelijk had dan wel dien Heer, daar van eene uitreiking aan den noodlijdenden gedaan; dit zou mijns oordeels juister gesproken zijn, schoon de regeering wel aldaar deszelfs consent aan deze wedstrijd verleende.

Den 27 December sneeuw, sedert de voorige felle vorst zoo dat de winter opvolgende zonder eenige afwisseling zich staand houd. Turf en hout voor zooveel de noodige behoeft betreft, is hier en elders, met sleden of andere toe vervaardige voertuigen, over ijs, uit de wouden aangevoerd; den 23ste inzonderheid was het nijpende koud, afwisselende evenwel tot hiertoe. – De winter is vroeg begonnen, waar door vele schepen bevragt met alle benoodigdheden, hier en daar inzonderheid met aardappelen bevroren liggen. Ook zegt men liggen er schepen buiten op de wadden bevroren, van waar men in den verleden week dagelijks noodseinen zag, zonder eenige mogelijkheid echter om er bij te komen, hoe het thans met de felle vorst daar mede gesteld is, weet ik niet.

Den 21ste zijn mijn zoon zijne vrouw, Vlaskamp en zijne vrouw benevens hunne moeder naar Achlum geweest, nadat mijn zoon de Domeni den 20ste na alvorens thuis gepredikt te hebben op schaatzen gekomen was, den nadenmiddag Godsdienst alhier bijwoonde, en hier een nacht vertoevende ’s anderen daags met genoemd gezelschap weder naar huis reisde.

Op den zelfden dag ben ik in gezelschap met mijne dochter en zwager op schaatzen naar Hallumer mieden gereden, mijne dochter en zwager aldaar gezien te hebben het overige van dien dag bij mijne zuster en zwager op de andere mieden doorbragt alwaar mijn broeder ook was, ’s avonds behouden en wel te huis tijdig weder te rug kwam; zoo dat men over het geheel elkanderen steeds wederzijdsche bezoeken geeft, ten welken einde wij dit roeren om een denkbeeld van de algemeene toestand te maken.

 

Blz. 94

De jonge Heeren v.d. Zwaag zijn bij gelegenheid van de Kers vakantie te huis waar van de outste die in den loop van dit jaar gekandideerd, den 18 December alhier gepredikt heeft; de moeder welke thans na het verlaten van de Pastorie sedert October in een particulier huis woonde, en sedert den dood van haar man Dos v.d. Zwaag zukkelachtig was, doch haar zoon prediken hoorde, maar sedert zoodanig te rug viel dat zij op den 24 ’s morgens overleed. Aldus zijn dezer jonge Heeren ouders elkanderen na verloop van ruim anderhalf jaar door den dood opgevolgd, en zijn daar door wezen geworden, op een tijd dat zij den bijstand hunner ouders met raad en daad in hunnen akademischen loopbaan zoo zeer behoefden, althans naar ons inzien.

Den 23 hielden de Kerkvoogden zich gedurende den dag onledig met het ontvangen der huur van de Kerkeplaats en het betalen der rekeningen van timmerlieden en overige diensten en kosten ten laste der Kerk. Waar bij voorgelezen is, een besluit van het Grietenie Bestuur inhoudende: dat de brandspuit alhier voorhanden, overgenomen werd ten algemeen gebruik voor de Grietenie, dat het onderhoud en de kosten daar van ook voor de Grietenij zoude verstrekken, dat de grietman opper Brandmeester en de tijdelijke Kerkvoogden tot Brandmeester en administrateurs der Brandspuit aangesteld werden, met verzoek om aan het Bestuur op te geven onder Brandmeesters en directeurs: aan wel verzoek dan ook is voldaan.

Op hoog bevel is dezer dagen een zeer naauwkeurige volkstelling geweest, waar bij bevonden is de bevolking van Wirdum te bestaan uit negen honderd negen en negentig zielen en waar van Gereformeerden,

Blz. 95

Roomschen en Mennonieten.

Wij zullen dezen jaargang sluiten met de opgave der belastingen over 1829 ontvangen.

 

  Directe Belastingen  
Grondbelasting   23757-45
Personeel   2212-14½
Patenten    311-15 
    26280-74½
  Accijnsen  
Gemaal zonder gemeente opcenten 649-71

 

 
Geslagt 1699-40  
Wijn 4-42½  
Binnenlands gedistilleerd 286-36  
Collectief zegel en quitantien 164-10½  
Consentgeld vervoeren gelei billetten 9-68½  
Gemeente opcenten, zonder aftrek van 3 prCt 1652-50  
3 pr. voor proceptie Kosten van de Gemeente opcenten 49-57½ 4515-77
Vee fonds   102-71½
     tezamen   30898-23

 

Blz. 96

Gedurende zijn aangegeven om geslagt te worden en waar van wij de belasting voors. ontvangen hebben, zoo wel tot der gemeente eigen Compsumtie als uitvoer naar de stad, namenlijk

Stieren     25
Ossen  3
Koeijen     66
Vaarsen   14
Pinken 16
Kalveren   52

nugteren kalvers:

Schapen    454
Lammeren    74
oude Varkens    80
spalling Varkens    239

 

Wirdum den 31 December 1829

D.W. Hellema
ontvanger van ’s Rijks Belastingen