1848

 

Blz. 1

Den 5 Januarij, sedert de vorige hetzelfde gunstige weder, met zachte vorst vergezeld.

Wij hebben niet op de gewoone wijze in den aanvang des jaars onze aanteekeningen mogen aanvangen, wijl wij voortdurende gaande en staande, met een woord steeds onpasselijk zijn, en de lust tot schrijven ons ontbrak.

Wij maken thans weder een aanvang schoon wij niet veel lust hebben, maar er moet tog wat geschreven worden.

De Diakonierekening bevatte bij de jongste rekening een schadelijk slot van 320 Gulden, welke door een commissie uit de kerkeraad gister aan de huizen ook hier, een vrijwillige bijdrage verzogte om in dit tekort te mogen voorzien.

Op den 1sten ontvingen wij een brief van onzen kleinzoon Doeke een aangename gelukwensching over de intrede van dit nieuwe jaar.

Blz. 2

14 Januarij. Sedert de vorige vorst, dog gisteren dooi, waardoor de oppervlakte van het land van sneeuw ontbloot is, heden weder vorst.

Ik heb wegens mijne onpasselijkheid geen lust gehad, dezer dagen aanteekening te houden, in de voornaamste steden, zijn zware prijzen en premien op schaatsen verreden, waaraan de snelste schaatsrijders opvolgende deelnamen; als eene bijzonderheid moet men aanmerken, dat door diegene, welke in het voorgaande jaar, of jaren, de snelste rijders waren thans door anderen overtroffen worden, onder anderen is opvolgende een boereknegt te Warga, de snelstehard rijder welke dus de aanzienlijkste prijzen behaald heeft.

Niet tegenstaande dat het in harde winters wel kouder en sterker gevroren heeft, is het nogtans een bange winter, voor diegene welke aan verkoudenheid of zoogenaamde grijp laboreren, er sterven dientengevolge vele menschen.

Ik kan niet herinneren: dat de koude mij ooit zoo hinderlijk geweest is, als in dezen Winter waarschijnlijk door mijne ongesteldheid veroorzaakt.

Heden marktdag, de Sneekervaart wordt sterk bereden, met schaatsen.

Blz. 3

Den 18 Jan. Aanhoudene vorst. Het ijs wordt dus ook met paard en sleed gebruikt.

De premie van 50 Gulden is op donderdag den 13 door mans en vrouwen te Harlingen verreden, wederom behaald geworden door Theunis Eekma, boerenknegt te Warga, te zamen met Grietje v.d. Wal, dogter van Hendrik v.d. Wal te Wirdum. Door genoemde perzonen is gisteren de aanzienlijke prijs van 150 Gulden te Leeuwarden verreden, behaald geworden. Deze aanzienlijke hardrijderij was zeer luisterrijk onder afwisselend musijk, paard en voetvolk en duizenden van aanschouwers, hadden 21 paren de snelste schaatsrijders op uitnoodiging deelgenomen aan deze hardrijderij, welke des morgens 10 uur op de Stadsgragt nevens de Princentuin aanving, en niet dan om 4 uren des nademiddags na vele kampstrijden eindigde.

Deze Theunis Eekma heeft in alle steden Dokkum, Sneek, Harlingen 2 maal en Leeuwarden, t’elkens of de prijs of de premie behaald en daardoor veel geld verdiend. Men zegt dat het een beste boereknegt is, en jaarlijks p.m. 130 verdient.

Blz. 4

Den 25 Jan. sedert de vorige zonder eenige afwisseling vorst, steeds betrokken lucht O.N.O. wind.

Dagelijks wordt er harddraafd met paard en sleed, hardreden op schaatzen, door mens en ook vrouwen tezamen. Gisteren werd er weder om te Leeuwarden, met alle luister de aanzienlijke prijs van 150 Gulden verreden, waaraan 32 van de hardste rijders op uitnoodiging deelnamen en werd behaald door eenen de Vos van Oudkerk, welke nog geen prijs of premie in dezen winter hadde behaald.

Den 31 Jan. Gisteren is de dooi zeer zacht ingevallen en continueerd heden zoodat het ijs niet om het vele water daarop van de sneeuw gedooid, niet kan gebruikt worden.

Gedurende de voormalige scherpe koude en vorst, heeft men opvolgende het Noorderlicht in alle kleuren vooral bloedrood gebonden en wederom vlammende over de gehele lucht verspreid waargenomen.

Gedurende de felle koude zijn vele menschen gestorven vooral aan de bouwkant.

 

Blz. 5

Ik heb niet vele aanteekeningen gedurende deze maand wegens mijne opvolgende ongesteldheid van verkoudenheid, waaraan een vele menschen laboreren.

Bokke onze zwager is mede ongesteld zoodat hij sedert eenigen tijd zijne boerderij met kan waarnemen, waarom een mijner zoons zich steeds daartoe verledigd.

Wegens de vreeslijke koude, heeft Akke met de kleine jonge niet konnen vervoerd worden. Onze zwager Hotze kwam hier opvolgende, om met elkanderen het beste plan daarover te beramen, totdat men eindelijk tot het besluit kwam, om met een digte sleed haar af te halen en wel bepaald op heden en ziet, door de invallende dooi is dit mislukt. Hoe en wanneer zij vertrekken zal naar Tjalhuizen, konnen wij niet bepalen!

Den 1 Febr. hedennacht, eenig vorst. Heden kwam onze zwager en zijn arbeider van Tjalhuizen, met de sleed, om Akke en hun zoontje af te halen, en na behoorlijk ingepakt te zijn, vertrokken ongeveer 2 uur ‘s nademiddags. De Sneeker vaart was goed te rijden, en voor de wind, goed weder, maar de N. wind wat koud.

Blz. 6

Den 5 Febr. heden onstuimig de dooi continueerd.

Gisteren kwam onze zwager van Tjalhuizen op schaatzen, de Sneekervaart was goed te rijden, ons berigt brengen, dat zij op den 1sten een voorspoedige reis gehad hadden, dat zij zonder eenige stoornis, behalven op de Flaren, waar zij het ijs onder de brug niet betrouwden, Akke met de kleine daarover gegaan waren, en toen weder ingezeten tot aan Tjalhuizen, ten naasten bij in anderhalf uur volbragt hadden, het was een wonder hoe spoedig zij de Sneekervaart gereden hadden, maar van Sneek tot Tjalhuizen was de wind hun tegen, en konden toen met de sleed zooveel spoed niet maken.

Zij waren van de reis wel ontkomen en Akke verblijdde zich na eene afwezigheid dan 5 weeken weder te huis te zijn; zijn de met den aanvang der vorst hier gekomen en met den invallenden dooi, weder te huis.

Gisteren passeerde men paard en vragtsleeden, nog de Dokkumer Ee, het ijs was verbazende dik en sterk.


Blz. 6

Den 10 Febr. zonder eenige afwisseling dooiweder vergezeld met afwisselende harden wind en regen.

De Winter hoe fel ook schijnt ons zoo ineens te verlaten.

De zee was geheel met ijs en sterk, men sprak om een baan van Staveren naar Enkhuizen te maken, onbeschroomd liep of reed men van Friessche kust naar het Ameland, voor Harlingen zaten bergen met ijs, zoodat de correspondentie met Engeland gesloten was. Overal binnen in het land werden groote prijzen en premies aan de hardsrijders uitgereikt, alsmede aan de harddravenste paarden; overal werden steden en dorpen in onze gewest op schaatzen bezogt, mijne zoons bezogten Harlingen Dokkum enz. mijn kleinste zoon en eenige jongens uit het gebuurte bezogten op eenen dag de Lemmer de heen en de terugreis over verschillende plaatsen nemende om des te meer onderscheidene plaatsen te zien. Deze wijs was de maand Januarij de order van den dag. Ook werd Groningen niet vergeten, welke stad ook steeds werd bezogt. En bij onderscheiden hardrijden in dat gewest altoos aan Friezen prijzen en premies werden uitgereikt.

Blz. 8

Wijders word in de Courant gemeld dat 2 gebroeders Atze en Eelke Jans Jager te Oldeboorn op eenen dag alle de steden in ons gewest hadden bezogt; op den 30 Jan. reden zij op schaatzen ‘s morgens 8½ uur uit en kwamen 11 uur ‘s avonds weder te huis, na deze reis in 14½ uur volbragt te hebben.

Zij waren voornemens geweest om Enkhuizen tevens te bezoeken, en hadden dit in denzelven tijd konnen gedaan hebben, indien het weer en den wind hun gunstig geweest waren, want het weder neigde tot verandering, de wind was Zuid, en het ijs sneed wat in, wijders was hun voornemen geweest om zeer vroeg van huis te trekken; maar de twijfel over het ongunstig weder hadde hen met dralen tot 8½ uur opgehouden, zij zeggen dat zij anders deze reis gemakkelijk in 12 uur hadden konnen gedaan hebben. Volgens gehouden lijst waren zij 10½ uur te Dokkum, 12 uur te Leeuwarden, 1½ uur te Franeker, 2 uur te Harlingen, te Bolsward 3½ uur, te Workum ten 4½ uur, te Hindeloopen ten 5½ uur te Staveren ten 6 uur, te  Sloten ten 8 uur, te IJlst ten 9 uur en te Sneek 9½ uur en ‘s avonds 11 uur te huis.

Ook zoude iemand van Baard deze reis ook gedaan hebben.

Blz. 9

Den 19 Febr. Vorst en sneeuw, zuidenwind, koud, het aardrijk is met sneeuw overdekt. Sedert gistermorgen is de vorst ingevallen. De winter was geheel verdweenen, men zag er bijkans weinig spooren van, alle schepen voeren, de trekschepen langs de Sneekervaart heeft men verleden Dingsdag voor het eerst waargenomen.

Gisteren marktdag, er heerschtte een groote levendigheid omdat alle schepen tegenwoordig waren.

Er waren een aantal vette koeijen aan de markt. Een Londensche commissie zeide men hadden er 19 opgekogt voor 175 Guld. het stuk.

Overigens spreekt men van een daling in den prijs der vette waar.

Ik heb wegens mijne ongesteldheid gene aanteekeningen gehouden, de lust daartoe ontbrak mij en nog heden; want mijne ongesteldheid in het hoesten continueert, ik heb weinig verruiming, alleen schijnen de slijmen zich meer en meer ontwikkelen en los te worden.

Kersmorgen was ik in de kerk, en sedert ben ik niet buiten geweest, al hoe mooi het weder was, alleen dat ik even naar de bijen zal.

Blz. 10

Den 28 Febr. sedert eenige dagen zeer harden wind afwisselende veel regen.

De granen zakken zeer in prijs, waaronder de helft minder dan op het hoogst, vooral de rogge, stond op het hoogst over de 500 Guld. het last, en verleden marktdag 150 Gld. zoodat de levensmiddelen in een zeer matigen prijs zijn.

De boeren welke schaars van hooi voorzien zijn voederen allerlei bijvoeder als koek, brood, boonen, haver enz.

Wij voederen daags 8 koeken 5 broden en 3 stallen met haver, behalven dat zij t’elkens des morgens en des avonds 2 giften hooi en een schoof haver ieder stal toe gediendt worden. Dezer wijs hoopen wij, met ons hooi tot mei zullen geraken.

Verleden marktdag, waren de vette koeijen veel slapper, zeide men, hoewel de uitvoer naar Engeland weder levendig is.

Elders in Groningerland en in ons gewest is de longziekte uitgebroken op plaatsen welke van de vorige geheel verwijderd zijn.

Niettegenstaande worden de losse landen en plaatsen buitengewoon hoog in prijs verhuurd, onder anderen zegt men is Oenema voor 25 Gulden verhuurd. Eenige losse landen nabij het gebuurte, werden verleden Zaturdag mede voor 25 Guld. verhuurd, bevorens 17 Gulden enz.

Blz. 11

Den 7 Maart heden nachtvorst droog O. wind; waardoor het water dat zeer hoog was wel door de goede gelegenheid om te stroomen, aanmerkelijk zal verminderen.

Men verneemt geen veldmuis meer het schijnt dat dit ongedierte geheel opgehouden heeft alhier te leven en te bestaan. De spooren welke zij hebben nagelaten geven een duister aanzien voor de greidlanden. Om daarin te voorzien laten de boeren overal uitgreppelen en de landen beaardrijden.

Mijne onpasselijkheid is nog niet geheel hersteld, hoewel de hoest opgehouden heeft. Morgen is de kerkerekening, welke steeds om mijne ongesteldheid is uitgesteld geworden. Ik ben nog niet van het hiem geweest, sedert Kerstijd verleden.

Er is een vreeslijk oproer te Parijs uitgebarsten, dientengevolge heeft Lodewijk Philip afstand van de regering gedaan en het rijk verlaten, hetwelk zich tot een Fransch republiek heeft verklaard.

Deze opstand nam den 24 Febr. aanvang en eindige den 26 daaraan volgende, onder veel bloedstorting, brand en geweld.

Heden kregen wij 4 eendeneijers.

Blz. 12

Den 9 Maart, regenachtig, men verlangde naar droogte.

Hedenmorgen is Roel Klazes Nicolai in den ouderdom van 70 jaren overleden, broeder van mijne vrouw, hij laat eenen weduwe en twee gehuwde dogters na, woonachtig onder Goutum aan de Straatweg.

Gisteren wel toegedekt in eenen digten wagen, bragt mijn zoon mij naar het gebuurte, en woonde de kerkerekening bij welke wegens mijne ongesteldheid van week tot week uitgesteld bleef, er bestond een batig saldo van 504 Gulden.

Dit was de eerste maal sedert den 25 December l.l. dat ik eenigzins buiten deur, veel min elders geweest ben; ik kan nog niet merken dat deze reis mij eenig letsel heeft aangebragt; want ik werd na den afloop der rekening op de dezelfde wijs door mijn zoon des avonds weder thuis gehaald.

Den 16 Maart droog, goed weder, maar sedert de vorige afwisselende regen, zoodat het aardrijk van water overvloed.

Het lijk van mijn vrouws broeder is den 14 l.l. laatsleden te Goutum ter aarden besteld. Mijne kinderen waren mede onder diegene welke het lijk de laatste eer bewezen, mijne vrouw en ik waren afwezig.

 

Blz. 13

De verlofgangers van 4 en 45 zijn opgeroepen; dientengevolge zijn er van allerlei wapen, heden vertrokken naar het leger.

Schoon vrede, weet men echter niet wat gevolgen die verbazende omwenteling in Frankrijk zal veroorzaken, alle mogeneden van Europa stellen zich intusschen in staat des noods van tegenweer, zoo ook de Nederlandsche Regering waarvan de militie van allerlei wapens thans mobiel verklaard is n.l. der zulken van die der groote verlofgangers. Onder dezen zijn er ongeveer 9 a 10 heden uitgetrokken van Wirdum.

Den 20 Maart, goed weder, dog de vorige voornacht regen.

Gisteren was ik te voet voor de eerste keer naar Wirdum, om de godsdienst bij te woonen en reisde te voet heen en te rug.

Ook voor de eerste maal bezogte ik voorgisteren mijne dogter en zwager op het hemeltje, schoon de vorige kragten nog niet bekomen hebbende, hebben deze reizen mij geen letsel aangebragt.

Onze zeug, heeft 9 biggen, wij hebben 14 a 15 melkekoeijen en moeten zooveel ook nog kalven.

Blz. 14

Den 21 Maart onstuimig, althoos sedert den aanvang dezer maand, en wel sedert den vorst harden wind en regen, zoodat wij van den aanvang der dooi, nog geen duurzaam aangenaam weder gehad hebben.

Gisternacht was Trijntje Overdijk wed. van Jan Hogeveen van Rinsmageest, welke met Sijds Planting thans hertrouwd is, hier met haar man; haar vorige man had haar een halve plaats cum annexis bij erf nagelaten.

De haver welke wij in den verleden herfst 2 a 23 wagenvollen tezamen met de kosten voor 533 Gulden insloegen is heden vervoerd, behalven eenige losse zakken haver. Te rekenen met de voedering thans van koeken en brood en het overgebleven hooi des voor vorigen jaars, is ons gemaak van Mei 1847 tot nu toe ongeveer 2000 Gulden minder dan van Mei 1846 tot Mei 1847. Niettegenstaande de duurte van boter en kaas.

Welke gevolgen de omwenteling in Frankrijk zal hebben moet de tijd leeren; geheel Europa is min of meer in onrust, men spreekt en roept overal van Hervorming in het Bestuur en der Regering, de mogenheden stellen zich zooveel mogelijk tot tegenweer.

Men zegt dat onze Koning in den verleden week incognito te Leeuwarden geweest is.

Blz. 15

Den 31 Maart, sedert een paar dagen zomerweer.

Gisteren den 30 Maart des middags half 12 is onze dogter IJtje bevallen van een jonge dogter, kraamvrouw en kind bevinden zich heden naar tijdsomstandigheden zeer wel, het kind is na haar mans moeder Maatje genaamd.

Gisteren hadden wij vergadering van ons Friesch genootschap bij v.d. Wielen in de Sacramentstraat. Er waren een aantal leden, de secretaris las het verslag van de winteravondvergadering, van een aantal ingekomene brieven en van boeken ten geschenke gedaan, waaronder zeer seldzame handschriften, waarna de Hr.. Hettema een uitgebreide rede voorlas over den Opstalsboom en hiermede werd de vergadering gescheiden; ik was half 4 weder te huis na om 10 uur derwaarts gereden te zijn.

Wij krijgen daags groot 20 eendeneijers en gelden het snees 50 Cents.

Ik was heden te voet naar de Stad om mijne bezigheden waar te nemen, de nieuwsgierigheid dreef mij aan, om de nieuwe paardestal te zien op den Aanzentuin, hetwelk bevorens een ledige ruimte was, alwaar men opvolgende boelgoed hield van houtwaren, aldaar steeds uit de Wouden aangevoerd; maar deze nieuwe stalling vervuld bijkans de gehele ruim van deze plek gronds; het is een verbazend groot werk. De buiten en binnenmuren waren thans bijkans tot derzelver hoogte opgetrokken.

Blz. 16

Den 6 April, sedert de vorige zomerweder dog heden veranderlijk en stofregen N.W.. Domeni van Achlum met zijn zoontje Wijger zijn hier den 4 en 5 een paar nachten geweest; zij kwamen ‘s avonds den 3, om op den dag van mijn 82ste verjaring hier te zijn om mij met mijne tegenwoordige verjaring geluk en heil toe te wenschen.

Zoo kwam tot dat einde onzen onderwijzer ook hier en sprak in tegenwoordigheid van een gezelschap welke hier waren te theedrinken de nevensgaande versen uit, en had de goedheid, mij in geschrift toe te voegen en alzoo hiernevens waardig te zijn in mijne aanteekeningen opgenomen te worden.

Geheel Europa is in onrust, welke gevolgen dit hebben zal moet de tijd leeren. Ieder staat ieder mogenheid wapenen zich op een geduchte wijs, en staat te vrezen dat de oorlog eerlang op een vreeslijke wijze zal uitbarsten.

Ons boerderij gaat uitmuntend, wij melken thans 10 emmers de boter de boter was verleden marktdag 40½ Gld.

Oon mijn grêate Stalcke
D.W.Hellema,
Op sijn 82ste forjierdei
De 3de fin Lintemoanne 1848

 

De Heere, grêate Stalcke! die Y sa lang hat sparre,
Oon’e heitehân hat laat, sa ginstig hat bewarre,
Ta steun fin eigen hoes, ta sein fin ore liouwe,
Mei op de oâde dei nog hoasck-mijld bij Y bliouwe.

De jieren Y tamette drouwe as in Strêam der hinne,
Die lâns in effen groen as bôatlend oon komt rinnen,
En nêane tsjinstuit fijnt op ’t paed nei groenlêas kol(ken)
Sa’n rêstig libben nog, weenskje ik Y ta, mijn stalcke.

Is ’t libbens oerwirk ôaf, in al jon wirk forriochte;
De rekkening foldien, in alles goed besliochte.
Sluut rêstig dan it êag, Gods soon sil Y beweitsje.
En, ta in einlêas lock, Y iens wer wekker meitsje.

 

[Bovenstaand gedicht, in een ander handschrift dan dat van D.W. Hellema, is ingevoegd op een  ongenummerde pagina.]

Blz. 17

Den 10 April, koud en regenachtig waardoor de groei, welke onlangs bij het schoone, weder, van het plantenrijk zoo zeer in het oog viel, heeft met het invallen van het gure weder een tragen aanwas.

De landen zijn groen, en zijn van zooveel gras voorzien, dat er hier en elders jong en melkvee in het land loopt, vooral wegens schaarsheid van hooi; het laat zich aanzien, dat wij genoeg hebben, niettegenstaande wij het vee tot volkomen verzading met uit muntend hooi voederen, daarenboven hebben wij in 6 weeken behalven de lijnkoeken bij de 80 Guld. aan brood besteed tot meerdere onderstand.

De vette koeijen zijn nog zeer duur, die beste tot 2 a 300 Guld. Zoo hadde mijn neef Draaisma te Achlum 8 verkogt voor 224 Gld. het stuk en Dr. Noordenbos onder Hallum 4 voor 300 Gld. het stuk, tot een voorbeeld hebben wij dezen vermeld.

De tuinvruchten zijn onlangs bovengekomen, ik kan mij niet herinneren dat bij voorb. de orten binnen de 14 dagen op den kouden grond, zoo vroeg in het voorjaar boven den grond kwamen.

Blz. 18

De kievietseijeren worden niet overvloedig gevonden, de prijs was verleden Vrijdag 5 Centen min der meer. De schaarsheid van dit gevogelte alhier, konnen wij niet aan de wilstersvangers, welke verleden herfst bij honderden gevangen hebben, toeschrijven? want zij waren alhier bij duizenden, en zijn thans overal verspreid; ook worden de kievieten hier en daar dood en verslonden gevonden. Er bestaan thans veel weeslingen, een boos en schadelijk ongedierte welke bevorens op de muizen aasden, maar omdat deze verdweenen zijn, op vogels enz. aazen. Schoon klein, weten zij zich van eenden zelf meester te maken, zoo zat er onlangs een in een eendenkorf, welke de eend, aldaar om eijers te leggen, aangevallen en gedood hadde. Ik heb opgemerkt dat zij de vogels, welke zij betrappen en verrassen den hals af bijten en alzoo in een oogenblik dooden.

Wij krijgen dagelijks bij de 20 eendeneijers, de prijs is 50 Cents het snees. De eenden zijn ook schaars; omdat er in den verleden winter, wegens de duurte van het voeder veel gestorven zijn, maar de onzen hadden overvloed.

Blz. 19

Den 12 April, koud en regenachtig. Het landwerk neemt daarom een tragen voortgang, vooral het rollen.

Wij waren gister ter begravenis verzogt bij Doekle Andringa en vrouw, welke hun eenigst zoontje 8 jaren oud verloren hebben door ziekte en koorts tot zeer groote droefheid der ouders, hunne drie meisjes zijn aan de zoogenaamde moesels, welke hier algemeen onder de kinderen streng heerschende is; de jongste kinderen van onze kinderen in de buren laboreren ook aan deze ziekte; hoewel zoo erg, sterven tothiertoe zeer weinige.

Omdat het zoo koud was, ben ik schoon in familiebetrekking niet op de begravenis geweest.

Ook heeft de Heer Witteveen zijn eenigst zoontje 2 a 3 jaren oud door een slepende ziekte verloren, tot groote bitterheid der ouders; hunne dogtertjes zijn nog gezond, waarvoor de Hr. Witteveen wegens de moesels zoo vreesachtig is dat hij zich van alle menschen onttrekt welke in betrekking tot deze ziekte staan. Hij heeft gedurende dezen tijd zich volstrekt met het Kantoor niet bemoeid, en laat de administratie daarvan in alles aan mijn zoon over. Men kan dezer wijs wel al te bezorgd zijn, om evenwel ongeroepen zich in gevaar te begeven, is God! te verzoeken.

Blz. 20

Den 16 April. Koud maar droog, evenwel schijnt de grond vruchtbaar: want de orten b.v. beginnen in de regel te staan.

Gisteren marktdag. Niettegenstaande de koude ging ik derwaarts. De nieuwsgierigheid dreef mij naar het Aanzentuin, en zag de vordering welke men aan het bouwen der nieuwe stalling gemaakt hadde, een gedeelte was onder dak, het word een verbazend gebouw, en moet zooals men zegt Mei klaar zijn, om 236 paarden te stallen.

Het is van belang de aanvoer van zeevisch, schelvisch, cabbeljou, schol en soms haringen heden was er een verbazend hoeveelheid schelvisch, de prijs weet ik niet, maar doorgaans 9 a 10 Stuivers meer of minder, al na de hoeveelheid van aanvoer. Ook is er doorgaans een goede voorraad van allerlei meervisch.

Mijn eerste werk is doorgaans naar de vischmarkt te gaan, om de voorraad van visch aldaar te zien, en dan mijne affaires af te doen.

De drukte op een marktdag is ontzettend in allerlei vervoer van voorwerpen. De granen zijn slap, de boter 39 en de kaas 2 a 35 Gulden het schip lb. De koeijen waren nog duur in alle soorten, vette en best melkvee vooral.

Blz. 21

Den 25 April, sedert de vorige koud ten gevolge van het onweder op vrijdag laatsleden diep in het Zuiden doorgedreven.

Op den 18 waren Klaas en Bokke naar de pollen of het zoogenaamde Noorderleeg om scharren voor het jongvee te huren; maar het liep van 36 tot 45 Guld. en daarom durfden zij niet huren omdat het boven de gewoone loop ging, zij kwamen dus onverigter zaken weder te huis. Hotze beide jongbeesten waren hier intusschen gekomen het speet mij dan zeer dat men tegen alle prijzen niet gehuurd hadde, te meer omdat Hotze daarom zijne beesten gezonden hadde. Wij waren dan in de noodzakelijkheid om gebruik te maken van de Bildpollen, welke op den 22 zouden verhuurd worden. Klaas reed dan derwaarts en huurde aldaar twee scharren voor 42 Guld. ieder. Zoodat alle scharren van beide pollen buitengewoon duur zijn verhuurd. Op den 29 aanstaande zullenze beslagen worden.

Ik was op Paaschdag den 23 des voordemiddags en de kerk en des nademiddags bij de afgescheidene; maar des avonds toe ik te huis kwam, was ik zeer ongesteld, beefde een blad en ging te bed, sliep des nachts zeer goed, bevond mij des morgens veel beter tot nu toe.

Blz. 22

Den 4 Mei helder, en sterke nachtvorst sedert de vorige, heden zachter.

De jongbeesten zijn den 29 l.l. naar de Bildpollen gebragt.

De ongesteldheid heeft mij hevige koortsen veroorzaakt, dog door het toedienen van medicijnen ben ik spoedig hersteld, dog zeer verzwakt.

Klaas Sijtze Klaaske en Hanna, brengen heden kleine Dieuwke naar Tjalhuizen, zij is gelukkig van de moesel hersteld, en thans zeer gezond en vrolijk. Zij is hier een halfjaar geweest, hare tehuiskomst zal aan de ouders een zeer blijde aandoening veroorzaken.

Mijn zoon Lijkle staat thans onder huwelijksproclamatien met Ætske Dirks Dorhout, dogter van Dirk Sipkes Dorhout boer op Tjaard onder Wirdum. Het wilde om de dure huren der plaatsen dezen voorjaar niet gelukken om eene plaats te huren, waarom zij voornemens zijn aan de Zwichumer Dijk te woonen, met een grooten tuin voorzien, en tevens in ons bedrijf van boerderij de belangen daarvan mede te bevorderen.

Het veld is thans als het ware met paardebloem bezaaid, waardoor mijne zeven korven met bijen, overvloedig voedsel verzamelen een is overleden.

Blz. 23

Den 8 Mei, sedert de vorige zomerweder, het is daarom zeer groeizaam.

Ten gevolge van het schoone weder, hebben de meeste boeren het vee in het land.

Hedenmorgen hebben wij al ons vee ook uitgebragt, daar is overvloed van gras; wij hebben een aantal, die 33 weeken op stal gestaan hebben; het zag er verleden herfst akelijk uit; zoo zorgt de goede voorzienigheid, zorgt voor alles wat leven en adem heeft.

Niettegenstaande de langdurigheid op stal heeft een ieder, met bijvoeder zijn beslag of minder, door de Winter gebragt, wij het volle beslag in een goeden staat, andere minder meer. Over het geheel in eenen melkgevenden toestand.

Den 13 Mei, sedert de vorige nog altoos droog, heldere lucht en groeizaam, men verlangt zeer naar regen.

Bevorens donderdag den 10 dezer, is mijn zoon Lijkle door het Burgerlijk Bestuur in het huwelijk gevestigd, het was toen een bijzondere plechtigheid, er trouwden 16 paren. Bij onze tehuiskomst, waren alle onze kinderen ook van Tjalhuizen, behalven Domeni van Achlum en IJtje en Bokke ook de bruidsouders, en bleven hier tot den avond in gulle gesprekken. Morgen Zondag zullenze bij welzijn kerkelijk ingezegend worden.

Blz. 24

Den 15 Mei, nog even droog als sedert de vorige.

Gisteren zijn onze kinderen kerkelijk in het huwelijk ingezegend geworden, benevens nog drie paar, waaronder ander eenen Sijtze Andries Andringa, zoon van een voordogter van mijne eerste vrouw.

Als eene bijeenkomst mag men aanmerken dat deze mijn zoon Lijkle en Sijtze bovengemeld 4 dagen in ouderdom verschillen zijnde thans in hun 26ste jaar, zijn beiden gelijkelijk gedoopt, beide gelijk getrouwd en in het burgerlijk register ingeschreven, en beide op een stond kerkelijk ingezegend; dat zij daar te boven ook op eene buurt hunne woonplaats hebben, benevens ook mijne getrouwde dogter IJtje, zijn e deze buurt, Jousmaburen genaamd aan de Swichumer Dijk.

Den 17. Gisteren en heden gedurende den dag buitengewoon warm, dog tegen den avond hevige donder met regen vergezeld: hetwelk het aardrijk zeer zal verkwikken, vooral als het meer regende, en groeizaam weder op volgde.

Er zijn verleden jaar vele Friezen naar Amerika verhuisd; hetwelk van tijd tot tijd dog in minder getale steeds continueert. De gerugten van daar door brieven als anderszins luiden steeds gunstig, en dit lokt naarstbestaanden, vrienden en bekenden uit, om hunne vrienden derwaarts te volgen.

Blz. 25

Den 20 Mei, schoon groeizaam weder.

Gisteren hadden de gecommitteerden van den Brandsocieteit vergadering in ‘s Lands Welvaren te Leeuwarden, teneinde de rekening over het dienstjaar 1847 door den boekhouder aangeboden, is na onderzoek wel bevonden, goedgekeurd en geteekend. Er is in de societeit over de zeven millioenen ingeschreven en bestond een profijtelijk slot, van ruim 1700 Gulden.

Door de sterke nachtvorst jongstleden hebben de vruchtboomen ongemeen geleden, daarteboven zijn de appelboomen met de ringrups buitengewoon voorzien, welke ik gedurig van dit besmettelijk gedierte laat zuiveren.

Den 24 Mei, sedert de vorige koud N. wind ten gevolge van Zware onweders, welke den 20 des nademiddags en 21 hier en elders bij afwisseling van sterke regen en zware hagel gevolgd ontstonden; wij hebben weinig regen veel min hagel gehad, maar elders onder Wirdum, vooral op Tjaard viel de regen 1½ uur zeer sterk, zoodat daar bijkans alles nat en modderig ware. Het onweder was hoog in de lucht; maar de bliksem zeer hevig en sterk, van hier in die staande luchten bij zonneschijn zeer klaar te zien.

Blz. 26

Den 3 Junij, sedert eergisteren is het weder veranderd, met afwisselende regen dog niet sterk.

Gisteren den 2 Junij, zijn wij begonnen te maaijen, elders en in dezen omtrek heeft het maaijen een aanvang genomen.

Niettegenstaande Pruissen in oorlog met Denemarken is, en de jonge lieden onder die …[onleesbaar] opgeroepen en in dienst zijn, zijn evenwel de maaijers, met overeenkomst der beide regeeringen van meer gevorderden jaren talrijk opgekomen. Ook de onze; welke zeiden dat er van hunne jonge lieden wel 400 zouden gesneuveld zijn, zoodat Pruissen met de Deenen thans vrij wat te doen heeft, niettegenstaande de overmagt te lande, overtreft Denemarken, maar ter zee, zeer de minderheid.

Den 7 Junij, sedert de vorige altoos goed weder.

Eergisteren den 5 dezer, heb ik de eerste zwerm bijen gekregen en opgevangen er zijn nog 6 korven die zwermen moeten, welke ik van dag tot dag wachte.

Mijn zwager Bokke heeft een partij hooi van zijn zwager onder Dronrijp, waarvan zij het laatst heden halen, alles met hooiwagens waartoe onze wagens en paarden ook gebruikt worden, onder mede geleide van mijn zoon Lijkle en arbeider.

 

Blz. 27

Den 14 Junij, sedert de vorige goed weder afwisselende regen en wind, nu en dan donder.

Op Zaturdag den 10 l.l. ging ik in het 10 uur schip naar Sneek en kwam om 2 uur te Tjalhuizen bij mijne kinderen te voet van Sneek. Zij waren over mijne komst zeer verheugd en verblijd. Pinkster den 11 reden mijn zwager en ik naar Oosthem om mijne oude vriend Dos. van Berkum te hooren prediken, dronk na het eindigen van den godsdienst koffie bij hun, nam afscheid en het middagmaal ten huize mijner kinderen genooten te hebben gingen mijn schoonzoon en ik naar IJsbrechtum en hoorden Dos. Waalkens 2dePinksterdag woonden de godsdienst bij te Folsgare, alwaar nogmaals afscheid nam van mijn vriend Domeni van Berkum. Dingsdag gisteren den 13 nam ik afscheid van mijne dogter, en reden naar Sneek, na aldaar de markt van boter en kaas, tot mijne verbazing over de groote kwantiteit aanschouwd te hebben ging in het 12 uur schip van Sneek en kwam behouden en wel om 3 uur te huis.

Ik verheug mij, mijne kinderen te Tjalhuizen bezogt te hebben, wij waren zeer gul bij elkanderen, hunne kindertjes en huislijke omstandigheid waren wel, ook de boerderij in een goeden stand, met de langdurige droogte stond de hooiwinning zooals overal ongunstig, de weide van het melkvee schraal.

Blz. 28

Den 20 Junij. Afwisselende buitengewoon warm, gisteravond koelder, ook heden N.W. hedenmorgen betrokken lucht, den 17 bevorens in het Oosten zwaar weder.

Gisteren zweelden wij de 10, maar bekwamen 12 weiden, dog uitmuntend hooi.

Ik werd voor een paar dagen, door een brief vriendelijk uitgenoodigd, van het Bestuur van het Selscip ter beoefening van de frijsce tael en scriftenkennisse om deel aan dat Selscip te nemen, zooals meermalen van den Heer T. Dijkstra, voorzitter van dat Selscip verzogt ben; maar wegens mijne hooge jaren, heb ik schriftelijk doorvoor bedankt, niettegenstaande de pogingen van dat Selscip om de frysce tael en scriftenkennisse bij mij hooge waarde staan, te doen herleven.

Het doel van dit Selscip is, om de frysce tael en scriftenkennisse, te doen herleven, alles word daar in de Friessche taal behandeld, redevoeringen, gesprekken, in onderscheiding van ons Friesch Genootschap ter Beoefening van de Friessche Oudheid en Taalkennisse. Het doel is wel hetzelfde, maar alles word hier in het Nederduitsch behandeld, wijl vele leden van ons genootschap, de Friessche taal niet spreken, maar anders geleerden en letterkundigen van den eersten rang zijn, en het doel daarom

Blz. 29

door letterkundige bijdragen, zeer gewijzigd word. Niettegenstaande daarover wel eens herinneringen in het midden gebragt worden van de eerst oprigters van ons genootschap zijn ook verscheidene voorname voorstanders en dezer zaken volkomen machtig rede overleden.

Wij zijn voornemens de 5 alhier bij welzijn te zwelen, de zon begint door te breken.

Den 24 Junij, heden in den laten morgen regen. Wij hebben evenwel alvorens nog 8 weiden voor het morgenontbijt binnengehaald.

Gedurende de 5 dagen dezer week hebben wij ongeveer 25 pondem. gezweel als 10 daarin 12 weiden de 5 alhier 7, de 5 bij de Buren 13 tezamen 32 weiden, en gisteren bij uitmuntend droog en zonneschijnweder ongeveer 5 pondem. van 15 bij huis en daar van 20 weiden, waarvan thans 8 in huis, zoodat wij in 5 dagen tezamen 52 weiden zweelden, en op 12 na in huis bragten, heden zullen wij misschien niets meer in het hooi konnen doen.

Gisteren hadden wij extra vergadering van ons Brandsocieteit te Leeuwarden, omdat er een burgerhuis aan de straatweg naar Stiens afgebrand was waarvan de brandschade 525 Guld. bedroeg, en een koe, heden 8 dagen geleden, onder Grouw, door het zware weder doodgeslagen is welkers schade volgens tarif 75 Guld. bedroeg, tezamen 600 Guld. schade.

Blz. 30

De gecommitteerden besloten om gemelde brandschade, niet bij omslag, maar uit de kas der Societeit welke thans ongeveer 1700 Gld. rendeerde te vergoeden, en de boekhouder gemagtigd om deze gelden aan de deelhebbers welke deze schade leden op tijd volgens het reglement uit te betalen waarna de vergadering gescheiden is.

Gedurende het mooije weder hebben mijne bijen opvolgende gezwermd, soms 2 a 3 tegelijk; het slimste was: dat de zwermen zich meest in de bovenste takken der hoogste boomen zetteden; maar een onzer maaijers konde zich buitengemeen daarmede redden klom met de korf in den boom, en kwam altoos met den zwerm in den korf, weder beneden; ik heb thans 7 korven met zwermen, en ben voornemens geen meer aan te zetten.

Den 26 Junij, sedert de vorige afwisselende regen N.W. wind koud.

Wij konnen dus niets aan het hooi doen, hoewel wij nog 12 rooken uit hebben; maar zijn door den regen niet fris, en moeten daarom droogte afwachten, ook durven wij niet keeren, het hooi op zwee, is doornat.

Blz. 31

Den 1 Julij, afwisselende regen, gisteravond een zware bliksem en donderslag.

Gedurende een volle week, van heden Zaturdag tot nu toe, dus Zaturdag tot Zaturdag heeft men om den gedurigen afwisselende regen weinig of niets in het hooi konnen doen. Men maakte nu dan met keeren, gereed werk om te zweelen; maar t’elkens weder door den invallenden regen verhinderd. Zoodat het hooi, toen het heden 8 dagen rede rijp thans zeer in kwaliteit verminderd is, waarvan […] van de 15 lb. bij huis. Desniettegenstaande hebben wij ongeveer 50 weiden allerbest hooi in de voorleden week, gewonnen en in huis gebragt; heden is al ons land gemaaid, 35 pondem. welke wij nog bewerken moeten.

Een vreeslijk oproer is in het laatst der maand te Parijs weder uitgebarsten, dog thans gedempd, de besturende parthij heeft de overhand behouden, men heeft gedurende 4 dagen in de straten gevogten met kanonnen en allerlei geweer en moordtuig vuurbrand enz. Zoodat Parijs een bloedbad en verwoesting geworden is, misschien zijn er aan de kant der opstandelingen en der Nationale Militie, welke men op 2 maal honderd duizenden, die gestreden hebben, gerekend worden en die der oproerigen ook zooveel, bij duizenden gesneuveld. In andere groote steden in Vrankrijk, waren er ook vegterijen.

Blz. 32

De aartsbisshop van Parijs, welke met voorkennis van het Bestuur en de chef van de krijgsmacht ondernam de opstandelingen te bevredigen, hebben zij met een hagelbui van kogels begroet, en zoo men schreef lag hij op het sterven. Men schrijft dat er 5 generaals gesneuveld zijn; de mindere hooge officieren en soldaten naar rato.

Den 6 Julij. Sedert de vorige allerschoonst weder heden tot op den avond buitengewoon warm.

Het hooiwerk neemt daarom een spoedigen voortgang, heden zweelden wij voor het vorige gedeelte van de 9 bij huis. Wij moeten nog 17 pondem. zweelen, behalven 31 rooken op de voors. 9 en 4- van den 15 pondematen te huis halen.

Volgens ouder gewoonte schreef ik in het half jaar S.C. 50 bladzijden en thans maar 32, wegens mijne afwisselende ongesteldheid.

Den 10 Julij, onstuimig afwisselde regen, sedert gistermorgen, den 8 kregen wij het zweelen gedaan bij zeer harden wind, ten gevolge van het onweder op den avond van den 7, dog waarvan in dezen omtrek en windstreek bevrijd. Wij haaijen thans wel; maar om den harden wind en afwisselende regen bezwaarlijk; de 53 rooken welke wij heden nog uit hadden zijn al wat nat.

Blz. 33

Den 13 Julij, sedert de vorige uitmuntend droog onleegtijdsweder!

Gisteren den 12 hebben wij de onleegtijd gedaan en van 61 pondem. 146 rooken gewonnen door elkanderen gerekend 140 weiden.

Boven verwachting komt er veel hooi; de landen waren ontzettend raauw, maar zijn over het algemeen wegens het vruchtbaar zaisoen begroeid.

Men bespeurd nog enkelde landmuizen, ons volk vonden nog onlangs een nest met 7 jongen; buitendien is het verwonderlijk, waar die ontzettende menigte muizen van verleden jaar gebleven zijn, nergens zijnze boven den grond gevonden, mogelijk wel in den grond gedood, door vorst en onweder, en zal na vermoeden vruchtbaarheid aangevoerd hebben, wegens de bemesting, van het doode aas.

Heden zijn wij met de ruigscherne begonnen uit te brengen.

De meeste boeren zijn nog druk in de hooijing bezig; deswegen omdatze later dan wij met maaijen begonnen zijn.

Het hooi wordt nogal duur verkogt meer en minder 50 Gulden het koeseeten. Mijn zoon Lijkle heeftheden morgen het voor die prijs gekogt.

Blz. 34

Den 15 Julij. Nog altoos hetzelfde weder. Gisteravond scheen het veranderlijk, men hoorde in de verte ook donder, maar is thans weder even droog en koud. Selden is het weder zoo onbestendig als thans, ten aanzien van koude en hitte en warmte.

Den 18 Julij. Sedert de vorige altoos hetzelfde weder, er valt soms wel eenig stofregen maar de lucht heldert dadelijk met afwisselende schrokke Noordewolken.

De ringrups heeft de gedaanteverandering in een flinder of zoogenaamde melkslabbe (zooals de boeren zeggen) rede ondergaan, en zich van de ringstof tot een volgend jaar rede ontlast; althans hebben wij dit aan een nieuw takje van een appelboom waargenomen, op het oogenblik zelf dat dit insekt bezig was zich daarvan te ontdoen.

Er is thans een merkwaardig olifant in de Leeuwarder Kermis te zien, de advertentie zegt: dat hij 72 jaren oud is en 8200 oude lb. weegt, mijn jongste zoon heeft hem gister gezien, en was waarlijk een monster, hij deedde vele konsten, zijn hoogte was 3 ellen.

Blz. 35

Men zegt dat onze Gouverneur Sijtzema voor-eergister overleden is. Wij zullen hier misschien bij nadere kennis op terugkomen.

Den 19 Julij, harden wind, veranderlijk, heden het begin der hondsdagen.

Hedenmorgen is het lijk van den Gouverneur hier voorbijgevoerd zonder  eenig staatsie om op zijn buiten te Friens bijgezet te worden. De advertentie van zijn overlijden in de Leeuwarder Courant luidt aldus:

“Den 15 Julij 1848 is te Leeuwarden overleden den HoogWelGeboren Heer Maurits Peco Diderik Baron van Sijtzama Kommandeur der Orde van den Nederlandschen Leeuw, Staatsraad Gouverneur en President van de Ridderschap van de Provincie Friesland, in den ouderdom van 50 jaren.”

Er wordt in een ander advertentie bijgevoegd:

“Sedert ongeveer twee jaren, liet zijne gezondheidstoestand veel te wenschen over, welke ongesteldheid in de laatste dagen, zulk een ernstige wending heeft genomen dat Z.H.W.G. dien nademiddag onverwacht is bezweken.

Gedurende de acht jaren tijds, dat de overledene aan het hoofd van dit Gewest geplaats, zijn er belangrijke verbeteringen in Frieslands aangelegenheden tot stand gekomen welke in vereeniging van die, welke nog voorbereid zijn duurzaam veel niet tot deszelfs bestendige welvaart hebben.

Hij was een ijvrig voorstander der provinciale belangen, onvermoeid werkzaam in zijnen uitgebreiden in veel omvattenden werkkring, waarvan de laatste levensdagen, bij steeds toenemende zwakheid zoovele bewijzen hebben opgeleverd. Aan een helderen blik paarde hij een krachtvolle wil en volhardenden ijver; deszelfs gemis, verwekt algemeene deelneming.”

Jammer! dat deze beroemde staatsman, een kwaden naam ten aanzien van deszelfs zedelijken toestand heeft nagelaten.

Blz. 36

Den 24 Julij, sedert de vorige afwisselende regen vooral den 22 des morgens, maar voornamentlijk hedennacht en in den morgen is zooveel regen gevallen, dat men zulks duidelijk in gragten en slooten kan merken, van donder en weerlicht vergezeld.

Ik zag op den 21 marktdag ook den olifant maar viel in mijne verwachting af; ik zoude zeer aan deszelfs hoogte en zwaarte twijfelen, het was wel een zeer vet en plomp dier zijnde een wijfje; of deze dieren ook in dezen staat van gevangenschap geschikt zijn tot de voortteeling? zoo ja! zoude zulks wel een groote aanwinst voor de houders zijn.

De kosten van onderhoud zijn wel aanzienlijk maar verdienen ook veel geld, althans toen ik in de tente was, waren er misschien voor dat oogenblik wel 100 aanschouwers; ieder perzoon moest 3,5 en meer Stuivers, na de plaats dien zij verkozen, betalen; dit duurde pas een kwartier, en maakten bij het verlaten weder ruimte, voor anderen.

Behalven andere wetenswaardige vertooningen was er ook een zoogenaamde reus te zien, nog maar pas 18 jaren oud, de zwaarte evenredig een schoon man, men zeide een Italianer van afkomst.

Morgen hebben wij vergadering van gecommitteerden in de Klanderij te Leeuwarden om het tarif van vee, hooi en granen op te maken.

Donderdag vergadering van ons Friesch Genootschap, of ik die bijwoonen zal weet ik nog niet.

Blz. 37

Om een denkbeeld te maken, van het aantal menschen, die met rijtuigen, welke de marktdagen te Leeuwarden bezoeken en vooral op kermis, als het dan goed weder is, zooals onder anderen vrijdag den 21 l.l. hadden mijne kinderen de aardigheid omze te tellen, welke hier, (ons huis is een stuk land van de straatweg) voorbijreden, en telden buiten die van vroegen en laten van half 10 tot half 12 uren, over de 200 in alle soorten, deze kwamen allen uit het Zuiden, behalven die de Boxumer Dijk passeeren, en van elders langs de Marsumer, Stienser en de straatweg van de Wouden aankomen; daarenboven, de menigte schepen welke uit alle oorden van ons gewest, de marktdagen aandoen, en bij buitengewoone gelegenheden kermis als anderzins, ook die te voet is het onmogelijk de menigte menschen welke Frieslands hoofdstad, als dan bevat, op te sommen; of te gissen; in de drukste en voornaamste straten, wordt men dan als het ware verdrongen, teruggehouden of ter zijden gestooten, vooral op het oogenblik van het passeren der goederen, welke in groote hoeveelheid op rijtuigen, karren en krooden langs de straten uit en in de schepen vervoerd worden. Daarom zoo spoedig mogelijk, als ik mijne affaires gedaan hebbe, spoed ik mij uit dat vreeslijk gewoel naar huis, en ben altoos om middag weder aan mijne wooning, bij de mijnen, eet en drink dan op mijn gemak in rust zoodat ik op het drukste en meeste gewoel in de Hoofdstad in mijn stil verblijf een aangename kalmte als dan geniet!

Blz. 38

Den 29 Julij. Gister en voor gister droog weer hedenmorgen regen.

Ik ben gisteren marktdag en ook donderdag niet naar de Stad geweest den diensvolgens de vergadering niet bijgewoond, van ons Friesch Genootschap, hetwelk ik anders niet gaarn verzuim; maar ik was beide die dagen niet zeer vlug.

Gisteren hebben wij ons twinterstier mager uit het land, op de markt verkogt voor 70 Gulden, hij was juist niet zeer mager maar een schoon dier roodbont hair, een ieder had er zin aan.

Voorgisteren na het eindigen van de markt, is de olifant hier voorbij te rug te voet gegaan men zeide naar Zwol, zij was alleen met een kleed overdekt, de tred was een paard gelijk in spoed n.l. het was waarlijk een gedrogt, het scheen van hier in hoogte een wagen met hooi gelijk.

Het was dus onmogelijk zulk een vervaarlijk dier met een wagen of te scheep te vervoeren, en daarom moest zij al de reizen te voet afleggen.

Den 31 Julij, gister droog, hedenmorgen regen.

Mijne vrouw, Sijtze, Lijkle en zijne vrouw zijn hedenmorgen naar Tjalhuizen gereden. Zij zullen wel nat geworden zijn, schoon met een digten wagen; maar in de bui, tegen den wind op.

Blz. 39

Den 1 Augustus heden afwisselende regen met onweder vergezeld, zoo gisteren nademiddag zware donder in het Oost en Zuidoost.

Mijne betrekkingen hadden gister een zeer goede reis naar Tjalhuizen en van daar te rug, en kwamen om half 10 te huis, droog en wel; want het hadde bij hun zooveel niet geregend als hier.

Zij hadden onze kinderen te Tjalhuizen ook wel bevonden en waren over hunne komst zeer verblijd, hun dogtertje Dieuwke was niet al te wel.

Verleden Zaturdag is een schuurtje te Roordahuizum afgebrand, misschien door eigen vuur, door de spoedige werking van den brandspuit aldaar is de huizinge behouden, van brandschade is nog gene begrooting, en of die uit de kas of bij omslag kan gevonden worden zal van het besluit der gecommitteerden afhangen.

Het regende op den avond afwisselende in buijen ontzettend; indien men goed weder mogte genieten, dan is er hoop dat er overvloedig gras voor de behoefde van het vee zal groeijen en dan veel hooi zal gewonnen worden, voor de bouw is ’t niet best.

Blz. 40

Den 4 Aug. hedennacht tot nademiddag zeer veel regen, het water staat in de greppels, dijken en wegen zijn zeer modderig het land trapt.

Ik ben heden niet tegenwoordig geweest in de vergadering der gecommitteerden van de Brandsocieteit te Leeuwarden om te beraadslaan over de vinding van de brandschade te Roordahuizum ontstaan; het was hedenmorgen zeer regenachtig daarom zorgde ik tegen de reis aan, te meer wijl ik mij overtuigd houde, van de deelneming van het bestuur in het belang en de vooruitgang der societeit en dus met een volkomen vertrouwen de beraadslagingen aan hetzelve konde toevertrouwen.

Te Stiens is gisternacht, door een onweder een koe doodgeslagen, en zal door de societeit mede vergoed moeten worden.

Ik heb kennis bekomen dat de brandschade bij omslag zal gevonden worden.

Mijn kleinste zoon Sijtze, kreeg in het begin dezer week de koorts, en was gister voor de 2de of 3de maal, zeer ernstig, dog konde heden van het bed zijn en had een lust om te eeten. Het schijnt dat deze koorts van een zinking aard is, waaraan alhier velen laboreren.

Blz. 41

Den 5 Aug. heden mooi zonneschijnweder, dog op den avond onweder regen en donder.

Den 7 Aug. Sedert des nachts zeer veel regen en in den morgen van gisteren hevige donder en bliksem, sedert tot heden zeer onstuimig.
Wij hadden eergisteren 8 korven met bijen, voor het onweder naar het gebuurte gebragt, om met Ynze Bakker 12 korven door de Wirdumer schippers ingescheept te worden en naar de wouden en vervolgens van Garijp naar Drente te vervoeren.

Het is gedurende de hondsdagen tothiertoe slecht gesteld; behalven den regen is het steeds harden wind, selden afwisselende.

Ik was gisteren om het slechte weder niet naar de kerk, ook mijne kinderen des morgens niet.

De koorts van mijn zoon Sijtze wordt ernstiger, de eene koorts klemt zich bij kans aan de volgende; Beekhuis heeft hem heden andere medicijnen laten bezorgen: wij houden zoo veel van hem, hij speelde na den afloop der werkzaamheden vooral des avonds veel op het orgel, dat hooren wij thans niet, aanstaande voorjaar valt hij in de loterij.

Blz. 42

Den 9 Aug. hedenmorgen en gedurende den verleden nacht zeer veel regen. Gisteren uitmuntend droog weder.

Gisteren Wirdumer kermis, volgens gewoonte en gebruik, was ik bij mijn zoon Wijger thans genoodigd, ik had niet veel lust daartoe, maar reed evenwel tijdig derwaarts, Sije van Wijngaarden en vrouw, benevens hunne dogter en zwager waren daar ook tegenwoordig.

Ik bleef bij hen tot na den middag, nam toen afscheid en ging naar huis, dit was mijn gewoonte niet, ik bleef anders gedurende den gehelen dag; maar verlangde den toestand van mijn zoontje te weten en bevond hem tamelijk in stilte, hij lag des morgens te slapen toen ik vertrok, trouwens het was ook zijn beste dag, en had de koorts van een etmaal duurens maar even overgebragt. Het duurde maar even toen ik te huis was of de tusschenkoorts ontstond alrede, en heeft tot heden aangehouden, wanneer eens opvolgende koorts, rede aanwezig schijnt.

Zo even werden wij met een bezoek van Doeke verrast, hij was Zaturdag van Utrecht bij zijne ouders te Achlum gekomen, en zoude de familie alhier bezoeken, hij heeft 14 dagen vacantie; hij is na een afgelegd examen tot student op de Akademie te Utrecht ook ingeschreven.

Blz. 43

Den 10 Aug. even onstuimig als voren met afwisselende donderbuijen.

Gisteren kregen wij een brief per extra te paard van Tjalhuizen, dat onze dogter Akke, benevens haar dogtertje onze kleine lieve Dieuwke, zeer onpasselijk aan de koorts waren, misschien een gelijke koorts waaraan mijn zoontje Sijtze en vele andere laboreren; zij verzogten bijstand, omdat de meid ook niet wel ware: geen wonder want hoewel zij wel een arbeidster hadden kwam dog de gehele boerderij en de principale huishouding benevens de bijstand aan de zieken alleen voor onzen zwager Hotze op.

Na veel overweging zal Hotzes zuster morgen derwaarts reizen, om hun bij te staan dewijl met onze eigene omstandigheden niemand van de onze konden missen.

Van het een en ander, heb ik in een brief vermeld en de brenger van bovenstaande brief mede teruggegeven.

Het plan was, dat zij ons zouden bezoeken volgens afspraak, en in plaats dat wij hen verwachteden, kregen wij de brief van hunne oppasselijkheid.-Wij leeren onze afhankelijkheid hieruit! Alles is onbestendig voor ons. De Heere regeert!!! Hij alleen naar een vast plan.

Blz. 44

Den 12 Aug. in den vroegen morgen en vervolgens zeer veel regen, gisteren droog en uitmuntend schoon zonneschijnweder, hoewel in den morgenstond, een donderbui naar het Zuidoosten dreef; zoo wisselt opvolgende den eenen dag den anderen in droog en nat weder elkanderen af; het begint dus met den oogst der granen bedenkelijk uit te zien.

De aardappels zijn over den gehelen bouw van dit artikel weder verlooren, voor eenige weeken, beloofde men zich een uitmuntend aardappeloogst. De korf daalde toen tot 12 Stuivers, maar thans zijn de in schijn gezonden tot 30 a 40 Stuivers gerezen ik zeg in schijn; want uit den grond openbaart zich na een of twee dagen de besmetting en worden eerlang tot het eeten geheel onbruikbaar. O! welk een teloorstelling; het een en ander heeft reeds invloed tot de rijzing der levensmiddelen.

Dewijl het onze Sijtze wat beter was, besloten wij dat Klaas en Klaaske onze kinderen te Tjalhuizen zouden bezoeken en reden op den 10 derwaarts en kwamen gisteravond weder te huis, met berigt: dat Akke en de kleine Dieuwke wat beter ware, en dus hunne tegenwoordigheid konde gemist worden, te meer wijl Hotzes zuster volgens afspraak gekomen ware om hun bijstand te doen.

 

Blz. 45
Gisteren kwam de orgelmaker Radersma hier om ons orgel te stemmen, maar omdat Sijtze in hetzelfde vertrek alwaar het orgel stond nog niet hersteld te bedde lag, en dus het stemmen niet konde lijden, werd daarvan tot nader gelegenheid afgezien; Radersma bleef hier echter eenigen tijd, en onder andere gesprekken, vertelde hij: dat voor eenig weeken, de jongens te Sneek met den angel vischtten en zoo het scheen een aal uithaalden, maar zullende opnemen merktten, dat het wel in lengte een aal geleek, dog in hoedanigheid en met afwisselende kleuren, geen aal was, zij pakten dezelve in een zakdoek, en gingen daarmede naar eenen deskundigen, naar den boekhandelaar Holtkamp, deze herkende dadelijk een slang te zijn, bevrijdeze in een groot glas met water water gevuld; na eenigen tijd behouden te hebben geraakte in het bezit van Domeni te Deerzum, alwaar Radersma des daags tevoren gezien hadde in een groot glas met water gevuld gekronkeld om een steeltje welke men daarin gedaan hadde; boven met blik gedekt met doorlatingen van lucht; zij was alzoo steeds onbeweeglijk in die toestand; maar als men tegen het glas tikte, en daarmede aanhield, stak zij den kop boven water, verdikte zich en stak eerlang een drievormige angel uit, zoo spits als een hair en daarmede eene trillende beweging makende trok zij dezelve weder binnen, zij voederden haar met kruimen van wittebrood in het water te werpen.

Blz. 46

Zij hadde de lengte ongeveer van een lange pijp, het dikste van den buik als het gewrigt van een vinger af duim en liep evenredig tot aan de kop spits ter dikte van een pijpensteel. De kop was plat en verbreedt tot een duim. Nimmer had hij mooijer kleuren, en afwisselend gekleurd schepsel gezien van voren tot agteren welke hij beschreef.

Het dogte mij deze bijzonderheid in mijne aanteekening op te nemen, met die aanmerking: dat men wel in het visschen vooral bij nacht, zooals ik menigmaal gedaan heb om aal te vangen op zijn hoede mag zijn, wat men vangt.

Den 15 Aug. voorgisteren op den middag sterke regen, gisteren allerschoonst droog zonneschijn, op den avond en hedenmorgen regen. Om 10 uur in den voormiddag word de lucht droog; misschien het overige van den dag zonneschijn.

Gisteren heeft den bouwman ongetwijfeld koolzaad gedorscht, en rijp graan geoogst. Want het droogde gedurende den dag zeer sterk. Selden heeft men zulk een onbestendig weder. De granen hebben zeker veel geleden, althans mijn zwager te Beetgum oogste onlangs orten waarvan de beste uitgepuild over het land lagen. De gewone lieden gaf hij vrijheid omze op te zamelen, hetwelk een groote kwantiteit, en na vermoeden de helft van de vrucht opleverde.

Blz. 47

Nimmer hebben misschien zooveel stekels over het algemeen de mied en greidlanden opgeleverd als in dezen zomer, de landen zijn daarmede zoo sterk en dik begroeit, dat men naauwelijks het gras onderscheiden kan, en thans voor de tweede of derdemaal gemaaid worden. De stekels zijn er altoos, maar nimmer zoo menigvuldig als thans zelfs in greidlanden waar ze tevoren niet aanwezig waren.

Het een en ander is een gevolg van de raauwe en ondermijnde grond, de graswortel is door de menigte muizen van voorleden jaar afgeknaagd of bedorven en in plaats van dezelve, groeit zoo menigvuldig de stekels waarvan de zaden zoo het schijnt altoos en overal aanwezig zijn.

Als de stekel jong gemaaid wordt, is het goed beestevoeder; door de zon eenigzins verslenst, eet het vee dezelve met graagte, zoodat de als ze niet te oud zijn, vaak allen genuttigd zijn.

Den 17 Aug, Gisteren en heden allerschoonst droog weder.

Gisteren was het jaarlijksche feest van hardzeilen te Sneek. Om dit feest meer luister bij te zetten: was er te weinig wind, de molens bewogen zich met volle zeilen maar langzaam.

Verbaasde veel rijtuigen zijn hier voorbijgereden om dit voorname feest van hardzeilen

Blz. 48

wel het luisterrijkste van allen die elders op geschikte plaatsen opvolgende gehouden worden in ons gewest, aldaar bij te woonen; maar de menigte schepen uit alle oorden zelf uit Holland, klein en groote waaronder zeer fraai getuigd met vlaggen en wimpels voorzien, zich ter dezer stede alsdan verzamelen, gaat dit feest alle verbeelding te boven. Het harddraven hierbij te vergelijken is in mijn oog maar kinderspel.

Den 22 Aug. Gisteren en heden zeer harden wind met afwisselende regen; de uitgang der hondsdagen is niet gunstig.

Gisteren vergadering van de gecommitteerden om de polissen met de inschrijvingen te verifiëren. Wageningen de voorzitter secr. van Baarderadeel benevens Sierdsma, thans grietman in loco aldaar, Jelles substituut Kantonregter in Rauwerderhem, ik oud ontvanger benevens mijn zoon plaatselijke en aggrideerde ontvanger, boekhouder waren tegenwoordig te Wirdum in de herberg, van ‘s morgens 9 uur tot des avond 6 uur; gedurende dien tijd drukke werkzaamheden.

Gisteren zijn wij weder begonnen te maaijen, ons plan is 19 pondemate.

Heden zijn onze kinderen naar Tjalhuizen. Onze kinderen zijn aldaar nog niet wel. Het is om den harden wind juist geen best weder om te reizen, vooral met een digten wagen tegen den wind; maar wij verlangen om hun toestand te weten.

Blz. 49

Den 23 Aug. Steeds buitengewoon onstuimig, vergezeld van afwisselende donderbuijen; zoo is gisteravond of in den voornacht van heden op het Vliet een houtmolen, cum annexis door de bliksem ingeslagen en verbrand; het was een verschrikkelijke brand, onze buurlieden hadden den brand gezien, en meenden dat het te Goutum ware zoo digt geleek het bij. Er was ook maar een slag. Mijne vrouw was nog op, maar ik en mijne huisgenooten waren rede te bed. Bij nadere kennis kom ik misschien hier op te rug.

Klaas en Hanna kwamen gisteravond tijdig van Tjalhuizen te huis, Klaaske was aldaar gebleven, om hun bijstand te doen. Akke bevond zich beter, maar het kleine meisje was nog niet best.

Den 25 Aug. heden allerschoonst droog weder. Gisteren den gehelen voormiddag hevige donder in het Zuid Oosten, de lucht was aldaar steeds gesloten, en stond ontzettend maar het was hier open lucht en zonneschijn, na de middag regende het een weinig, bij zonneschijn, toen de lucht in het N. Oosten en Oosten zwaar betrekken was; waaruit men vermoed: dat er van het N. Oosten, Oosten, Z. Oosten en Zuiden niet alleen zwaar weder, maar veel regen gevallen is.

Blz. 50

Den 30 Aug. Sedert de vorige buitengewoon zoel en warm. Hedennacht weerlicht en donder; heden droog en fris; het luchtgestel schijnt thans tot droogte te neigen.

Gedurende dezen tijd, leest men opvolgende van zwaar weder, het inslaan van den bliksem en vergaan van schepen.

Zonderling waren de binnenhuizen dampig, de binnenmuren en steenen vloeren gedurende eenige dagen met zweetend water overdekt, thans is alles opgedroogt en fris.

Op de Bildt is dezer dagen, door hooibroeijen een boeregelegenheid afgebrand, met 6 paarden 3 varkens, granen enz. een prooi der vlammen geworden.

De aardappeloogst is meest overal voor het grootste gedeelte bedorven, overigens is de graanoogst gezegend.

Ons volk hebben gisteren een weide koolzaadstroo van Stiens van de wed. Pier Lettinga mijn zusters dogter, gehaald.

De prijs der boter is steeds 36 Guld. min en meer, de kaas 20 Gld. min en meer; het melkvee buitengewoon duur, ook de varkens. Overigens zijn de levensmiddelen niet duur. De rogge staat thans op 171 Guld. het last.

Eenige voorname Heeren en Predikanten in ‘s Hage en Amsterdam, godvruchtige mannen, hebben onlangs een uitnoodiging laten uitgaan aan alle predikanten en leden der Hervormde Kerk

Blz. 51

om op den 18 l.l. te Amsterdam in eene aldaar te houdene vergadering, bij te woonen, teneinde met elkanderen te beraadslaan over den vorm en de leer der Hervormde Kerk.

Dientengevolge berigten de nieuwspapieren, dat deze vergadering zeer talrijk is geweest en met de grootste eenstemmigheid is geweest, van het resultaat dezer bijeenkomst is aan den Koning en de Synode kennisgegeven, zekerlijk met verzoek om in dezen tijd van godsdienstige onderhandelingen daaraan gehoor te verleenen!

Het oogmerk en doel dezer waardige mensen is om de kerk van meerderen afval te bevrijden niet alleen, maar ook de reeds bestaande vorm en leer, in een beteren naar Gods woord in te rigten.

Deze mannen bekend onder de naam van de Haagsche Heeren, hebben voor eenige jaren pogingen vruchteloos gedaan bij de Synode, om een beter vorm en leer daar te stellen; het blijkt dus, schoon Hogendorp overleden is, dat zij niet stilzitten, maar met hoogen ernst, het belang der kerk zoeken te bevorderen.

Er word in deze vruchtbaren tijd, zeer veel gemaaid, maar wegens het matte weder heeft men met de hooijing niet konnen vorderen.

Blz. 52

Den 2 September, heden droog meest betrokken lucht. Gisteren op den nadag afwisselende regen donder in het Zuid Oosten.

Onze kinderen van Tjalhuizen zijn hier eergisteren uit van huis gekomen, onze Klaaske mede te rug gebragt, de kleine Dieuwke is hier gebleven; nadat zij gisteren op den nademiddag weder vertrokken. Zij bevonden zich in een beteren welstand, ook de kleine Dieuwke is weder vrolijk en schijnt gezond.

Gisteren marktdag, maar omdat onze schoonzoon Hotze zijne landvrouw de fruële Rengers moeste spreken over de expiratie zijner huurjaren nam die de boodschappen welke te verrigten waren op zich, reed met de boter tijdig naar de Stad en kwam omtrent middag weder te rug.

Ons volk zweelden een gedeelte van de 10 lb. en heden krijgen wij het hooi uit de 9 binnen maar wij vrezen dat het sterk zal broeijen omdat het niet goed fris is.

De boter was gisteren 34½ Gld. en de kaas een slappe markt.

Den 4 Sept. schoon droog weder, heldere lucht, de wind Z. West.

Heden zweelden ons volk het overige gedeelte van de 10 pondem. Zeker voor het eerst in dezen tijd goed hooi.

Blz. 53

Den 8 Sept. heden schoon weder, altoos sedert de vorige, waardoor wij den 6 het hooi binnen kregen te zamen ongeveer 20 weiden nieuw gras.

Heden marktdag, de zoogenaamde Koningszweep werd verreden, er was buitengewoon veel volk in de Stad om deze plegtigheid bij te woonen.

Gisteren hadden Sierdsma, Jelles, ik en de boekhouder op uitnoodiging ten huize van van den Heer Wageningen op Mammastate te Jellum, vergadering om de overige polissen van vee, hooi en granen te verifiëren.

Ik was heden naar de Stad, en zag de Exerciciën van de dragonders in het Zaailand.

Onderscheidene werken in stukken uitgegeven onder anderen Molenaar practische bijbeloefeningen, Da Costa voorlezingen over het O. TestamentDe Vrije Fries, Eekhof verhaal van Leeuwarden enz. bragt die bij Eekhof om in te binden. Mijne wijdere bezigheden verrigt te hebben reed ik 12 uur weder naar huis, aan het harddraven had ik weinig plaizier, ook was het mij te vol menschen, ik mag in dat gewoel niet zijn. Ook reeden mijn kleinzoon Otte en de Haan een zoon onzen onderwijzer, welk wekelijks in de Stad, een les in het Engelsch nemen, met mij te rug.

Blz. 54

Den 13 Sept. Sedert de vorige tot den 10 goed, maar toen des nachts veel regen, en daarop gevolgd harden wind, koud en afwisselende regenbuijen.

Sedert de vorige wat onpasselijk; maar wordt van dag tot dag beter.

In dezen omtrek worden opvolgende weidschapen gedood en den buik opgesneden, waaruit het smeer gehaald is, overigen laten zij het schaap ongeslacht liggen, gevonden. De politie is nog niet op het spoor van de boosdoeners. Voormaals werden de schapen geslacht, en alleen de ingewanden nagelaten; maar thans heeft de boosheid een nieuwe dieverij uitgevonden, in vermoeden waarschijnlijk om zekerder hunne dieflust te plegen, daar opvolgende dieven schapensteelers ontdekt zijn, door het opvinden van schapenvleesch bij huiszoeking.

Den 21 Sept., sedert de vorige altoos droog en goed weder vooral gisteren zomerweer vergezeld heden en gisteren van nachtvorst.

Gisteren hadden Jelles en ik aan het huis van mijn zoon den boekhouder comparitie om de omslagbilletten van geleden brandschade naar het kohier daarvan opgemaakt te verifiëren. Deze omslag bepaalde zich over de 1500 deelnemers, waar van de ingeschrevene waarde hunner panden, de 1000 Guld. 25 Cents brandschade bedroeg, dus over het geheel 1900 Gld.

Blz. 55

De bode dezer societeit is rede belast om deze gelden, van de deelnemers ieder zijn verschuldigde op te halen. Gedurende verscheidene jaren, is er gaan brandschade in onze societeit geleden, zoodat wij boven andere brandsocieteiten in ons gewest bestaande zeer gelukkig zijn geweest, vooral boven die van Woudsend, welke voor die deelnemers zeer schadelijk is, en daardoor in die societeit zeer veel gemor en ontevredenheid is ontstaan.

In dezen tijd is zeer veel nahooi gewonnen en wordt nog dagelijks ingezameld. Het is een bijzonder vruchtbaar najaar; ook de bouwman is zeer tevreden, over den rijken oogst der granen, behalven die der aardappels waarvan de meesten aan het algemeen bederf lijdende, voor 2 a 3 Stuivers, en de beste welke gaaf zijn voor 1 tot 2½ gulden en meer en min verkogt worden, tot groote schade van de bouwers van dit product, wijl de beste in evenredigheid van de zieken maar een geringe kwantiteit uitmaken.

Wij treffen het thans met het schoone weder in het turven uitmuntend wijl die per as van de buren moet gehaald worden en de dijken rijdbaar en effen zijn. De prijs voor de onze is 14 Stuivers per ton, maar deze turf is ook van een beste kwaliteit, de mindere soort wordt ook voor een mindere prijs geleverd.

Blz. 56

Den 25 Sept. voorgisteravond weerlicht. ‘s Nachts regen afwisselende tot hedennacht en vroegen morgen thans droog en goed weer.

Voorgisteren haalden wij een weide wit stroo van Stiens van de zoogenaamde Zwaarder terp door mijne zusters dogter, wed. van Pier Lettinga bewoond en gebruikt; deze plaats groot 80 pondemate, is verkogt en merendeels in stukken gebleven, waarvan de pondemate ruim 400 Guld. bij openbare verkooping is aangekogt, dus heeft die plaats over het geheel voor den verkooper ruim 32000 aangebragt.

Niet alleen te Stiens, maar overal in ons gewest, worden de plaatsen en landen buitengewoon duur verkogt, waarvan de steeds klimmende huringen een gevolg zijn.

De rijke lieden besteden dus hunne gelden liever in de aankoop van landerijen dan in effecten, wijl de toestand van staten en koningrijken zeer wankel is; bovenal in dezen tijd daar de wereld vol onrust is. Oorlog en opstand, onder de ingezetenen in vele staten en rijken is meestal de inhoud der nieuwspapieren; nergens heerscht zooveel rust als in ons gezegend land; hoewel men zich thans bezighoud in een dubbelde kamer der Staten Generaal, tot herziening en wijziging van de Grondwet.

Blz. 57

Den 27 Sept. Zacht betrokken lucht.

Heden waren IJtje en Bokke hier bijgeval van leverantie van kaas, naar Wirdum waarbij IJtje met de kleine zonder belet van de wagen gelaten, terwijl Bokke naar de aflevering hier te rug kwam en om 4 uur weder naar huis reden.

Morgen vergadering van ons Friesch Genootschap, bij welzijn ben ik voornemens deze vergadering bij te woonen.

Gisteren verkogt ik een weidkoe voor de som van 148 Gulden. Het is een gewoone koe, echter aan de beste soort bijkomende waaruit blijkt dat de vette waar ongemene duur. Deze verkogte koe weegt ongeveer 7½ honderd lb.

Den 28 Sept. goed weder en droog. Ik woonde heden de vergadering van het Friesch Genootschap onder voorzitting van den Heer J. van Leeuwen. De vergadering was niet zeer talrijk. De secretaris las het verslag van de vorige vergadering, benevens de ingekomene boeken. De Heer Fokkema, hield eene voorlezing over de oudheid en bestaan der Friezen, tot de jaren 8 en 900, waarna de Heer Dirks zijne meening daarover nader ontwikkelde. Eindelijk hield de Heer Eekhof eene redevoering over het leven en karakter van Foeke Sjoerds, als schrijver van de Friessche en kerkelijke geschiedenissen. De waarde van dezen man werd door gemelden Heer, alle lof en hulde toegebragt.

Blz. 58

Den 2 October. Sedert de vorige aller schoonst zomerweder.

Heden hadden wij vergadering van floreenpligtigen, na gedane oproeping. Advertentie in de couranten, huiskondiging en klokklepping in de herberg te Wirdum der gewoone vergadering van kerkvoogden om de staat van begrooting door de kerkvoogden voorgedragen over 1849, vast te stellen en tevens eene commissie te benoemen, tot het opnamen der rekening over 1848. De begrooting werd zonder eenige verandering vastgesteld en de commissie tot het opnemen der rekening benoemd zijnde de Eerz. mannen J. Valkema, R. Rinsma en D. Eekma.

De Kerkeraad alhier stond binnen namens Dos. Harders met verzoek om een locaal tot het houden van categisatien en vergoeding van kosten tot het houden van kerkeraadsvergadering, op het eerste verklaarden de kerkvoogden niet gemagtigd te zijn van de floreenpligtigen, dat het geen punt van deliberatien konde uitmaken, omdat het niet in de advertentien van oproeping bepaald was, en daarom tot een volgend jaar werd uitgesteld. Het laatste werd tot het maximum ingewilligd, waarna de vergadering is geschieden, des nademiddags omtrent 3 uren.

Blz. 59

Zaturdag laatsleden den 30 September had ik het genoegen een bezoek van den Heer Eekhof te ontvangen. Ik maakte dien Heer bij eene wandeling opmerkzaam bij de aanwezige spooren van indijking bij opvolgende onheuglijke tijden der Middelzee, vanouds keeren genoemd langs de gehele oostkust der zee aan de dijk, thans de straatweg; maar vooral bij de nog zichtbare kapitale dijk om een aanzienlijke gedeelte lands over de gehele zee van hier tot aan de hooge dijk over de Zwette in te dijken, waarvan de opvolgende opslijking in kleine brokken bij de uitdieping en slatting der Sneekervaart ten noorden van dezen dam nog aanwezig zijn. Ik heb mijne meening over het een en ander vroeger aan het Genootschap medegedeeld. Na aangenaam bij elkanderen geweest en een kop thee gedronken te hebben vertrok zijn Ed. na een minzaam afscheid ‘s avonds ongeveer 6 uur weder naar de Stad.

Den 7 October, het is sedert de vorige volstrekt zomerweder, warm.

Ten gevolge van dit schoone weder is het zeer groeizaam; er is zooveel overvloed van gras, dat men nog een groote kwantiteit hooi zoude konnen winnen, indien het behoorlijk rijp zoude konnen worden; maar de kortheid der dagen laat dit niet meer toe.

Blz. 60

Ook de bouwman kan ploegen, eggen en zaaijen naar welgevallen; de graanoogst is uitmuntend maar de Aardappels verlooren, de woudaardappels zijn nog de beste, welke nog zooveel eetbaar getrokken worden, waarvan de korf min en meer een Gulden de prijs.

De boter houd prijs gisteren 37½ Gulden. De kaas zakt, er is geen aftrek de pakhuizen zijn vol, en veel gemaak, want de boeren melken schoon de prijs sedert dingsdag van 15 tot 17 a 18 Gulden.

Ik ben gedurende de geheele week, het is thans Zaturdag, geen vollen dag te huis geweest; want verleden maandag hadden wij oproeping van floreenpligtigen, dingsdag na de middag bezogte ik onze kinderen op het Hemeltje, woensdag de gehele dag een familiebijeenkomst, om te gasten, ten huizen en bij onzen oomzegger te Goutum, Hein Baukes, donderdag den gehelen dag te Hempens bij Douwe Pieters te gasten, met ons gewoon vriendengezelschap, gisteren vrijdag naar de Stad, heden blijf ik misschien den gehelen dag te huis, morgen weder naar de kerk, dog in allen gevalle ben ik liefst te huis.

Mijn zoon Sijtze en een kleine jonge een zusters dogters zoontje wed. P. Lettinga van Stiens, hier uit van huis zijnde, zijn hedenmorgen met het wilsternet uitgegaan.

Blz. 61

Den 11 Oct. Gisteren buitengewoon onstuimig, met veel regen vergezeld, heden beter schoon afwisselende regenbuijen.

Maandagavond, kwam mijn zoon en vrouw Dos. van Achlum hier, dingsdagmorgen reden wij naar het gebuurte, om gedurende den dag bij onze kinderen aldaar te zijn, aangenaam bij elkanderen ten huize van mijne dogter Dieuwke en haar man Hiemstra, alwaar Wijger en Jetske ook waren, geweest zijnde, haalde mijn kleinste zoon om den fellen regen, met het rijtuig weder te huis, Dos. en zijne vrouw, blijven aldaar bij de familie tot morgen.

Heden verwachten wij onze vriendengezelschap benevens onze kinderen uit de buren, hier.

Mijn zoon Sijtze is heden weder uitgegaan om te wilsteren, hij heeft hoop dat dit gevogelte, door het onweder gedreven in overvloediger getale alhier aanwezig zal zijn, tot een goeden vangst.

Den 13 Oct. sedert de vorige goed weder dog steeds nat afwisselende regen.

Ten gevolge van de uitnoodiging, zijn onze vrienden op tijd aanwezig geweest namelijk

Blz. 62

Sije van Wijngaarden en vrouw, Douwe Pieters en vrouw, Pieter Zandra en vrouw, mijn zoon Wijger en zijne vrouw, mijne dogter Dieuwke en haar man, na aangenaam gedurende dien dag bij elkanderen geweest te zijn, vertrokken des avonds 9 a 10 uur bij schoon weder.

De vangst der wilsters is niet groot dewijl deze vogels in gering aantal nog aanwezig zijn, echter is mijn zoon nog niet ledig te rug gekeerd.

Hedenmarktdag, maar omdat wij … [niet of met] de hooiwagen, om het transport der behoeften verkoos ik dus met den open wagen, niet te rijden, en bleef daarom te huis, mijn zoon Klaas is met de boodschappen belast.

De verbeteringen der Grondwet, door de Regering dezer dagen de Staten Generaal aangeboden, zijn thans door het tezamenstelling van een dubbelde kamer met eenige wijzingen, goedgekeurd, en de eerste kamer voorgedragen, om bekragtigd te worden, waaraan geen twijfel bestaat. Zoodat Nederland eene groote verandering in het Beheer van Kerk en Staat te wachten heeft.

Wij hoopen en wenschen: dat deze veranderingen veel heil! en zegen! voor het Vaderland mag medebrengen. Oude palen te verzetten, heeft veel zwarigheid in.

Blz. 63

Den 14 Oct. droog, N. Oost de wind, wij verlangen zeer naar droog weder, de landen zijn zeer nat en trappen, waardoor het overvloedig gras voor de weide, indien er geen bestendige droogte volgt, spoedig verslonden zal worden.

De wereld is nog vol onrust; men hoort dat er opvolgende vreeslijke onlusten in rijken en staten bestaan. Onlangs is er te Weenen een vreeslijk oproer uitgebarsten, waardoor de Keizer andermaal, van daar geweeken is.

De veranderde Grondwet door de dubbelde Kamer de Eerste Kamer aangeboden, is gaaf aangenomen.

Niettegenstaande in alle de Nederlandsche gewesten een uitwendige rust bestaat heerscht er dog een inwendige wrok, vooral in de midden en gemeenen stand; men hoort dit soms uit de vrije gesprekken, welke men zich veroorlooft over de drukkende belastingen, het beheer de toenemende verarming enz. Het een en ander in eenen goeden zin is vaak niet zonder reden, bijvoorbeeld; in het vorige jaar betaalde ik in de dorpsomslag […] meer dan in het voorvorige jaar, en in dit jaar meer dan het dubbelde als in het vorige jaar; maar de beste en goedgezinden voeren tegen de onrustigen aan: dat wij totnogtoe boven vele rijken en staten alle reden van dankzegging hebben, voor alle het goede, hetwelk wij tothiertoe genieten!!!

Van tijd tot tijd openbaart zich in alle oorden van ons gewest opvolgende de longziekte onder het rundvee. In de naburige rijken, behalven den opstand, de Colera vreeslijke oordeelen Gods!!!

Blz. 64

Den 16 October, droog N.O. wind. Gisternacht regen.

Gisteren Zondag, reden wij des morgen naar het gebuurte langs de puinweg wijl de Werpsterdijk zeer modderig is, en mogelijk in dezen herfst niet weder droog zal worden. Ik woonde gedurende den dag tweemaal de godsdienst bij, eerst bij de hervormden en des nademiddags bij de afgescheidene, reden daarna langs denzelfden weg weder naar huis. Mijn kleinzoon Folkert, secondant der Fransche School te Joure, een paar nachten uit van huis; een neef Bakker aldaar, was met hem, zij waren te voet gereisd en zouden heden weder te voet vertrekken. Zij treffen schoon weder, ook de Straatweg langs welke zij reizen moeten, is thans uitmuntend droog.

De appels zijn overal zeer schaars en bijzonder duur de beste tot 5 Gulden de korf. Mijn zoon de Dos. te Achlum, hadde verleden jaar 3 a 400 korven: thans in het geheel 3 a 4 korven. Men schrijft deze schaarsheid aan de felle vorst welke in bloeimaand een of 2 nachten inviel de appelvrucht over het algemeen bedorven hadde. Ook de ringrups was ook menigvuldig; en het is te vrezen dat in het aanstaande jaar, dezelve zich menigvuldig zal openbaren wijl in de maand Julij de nieuwe ringen zich alweder gezet hadden.

Blz. 65

Den 19 October, sedert de vorige droog dog hedenmorgen betrokken, met een weinig regen vergezeld.

Ik heb onze gehele plaats bij de 100 pondemate groot, voor derzelver aandeel besteed te hekkelen aan onzen arbeider Sjoerd op eigen kost, voor 12¾ Gulden, hij maakt goed werk, morgen kan hij gedaan, dus in ruim 16 dagen, op eigen kost 1515/16 St. verdiend. Deze man kan en wil werken, hij is nimmer zonder arbeid; als er bij ons geen behoefte van noodige landarbeid bestaat, dan werkt hij doorgaans bij onzen buurman Hendrik Valkema, welke hem als hij bij ons gedaan heeft dadelijk in het werk om te hekkelen heeft verzogt. Deze man heeft eene vrouw en een kind, welkers vrouw ook naarstig is.

Indien de arbeidende lieden over het geheel als deze lieden bestonden: dan zoude er zoovele armoede niet bestaan; want vele arbeiders zijn zonder werk, zij willen liever ledig gaan dan een weinig te verdienen, als zij merken dat zij met een geringer werken, geen groot dagloon verdienen konnen; en als men hen al werk besteed, dan maken zij het zoo slordig dat men het werk moet inhouden en aan naarstige arbeiders moet besteden. Daarbij komt dat knegts en meiden, moede om te dienen, trouwen, een huisgezin verwekken en niet zuinig zijnd, al spoedig tot armestaat vervallen; dezer wijs, wordt de onderstand van tijd tot tijd drukkender.

Blz. 66

Den 21 October, gisteren tot in den nacht afwisselende regen, heden mist O. wind, het begon op te droogen, zoodat wij en anderen konden aardrijden, maar de landen zijn thans weder zeer nat.

De dreigende houding van Nederland tegen Duitschland, door het oproepen der ligtingen van 45, 46 en 47 in het voorjaar boven de militairen in actieven dienst schijnt de vrees voor vijandlijkheden met dat Rijk, niet meer te bestaan althans verminderd te zijn, omdat de jongelingen dezer ligtingen opvolgende te huis komen met groot verlof.

De jongelingen alhier, tot der ambachten en boerendienst behoorende, zijn meest buiten dienst, wijl een ieder, waarbij zich deze jongelingen in dienst bevonden, van anderen zooveel mogelijk moesten voorzien en voorzien zijn, voor diegenen tegen den naderende winter een zorgelijk uitzien baart. Zij klagen zeer dat men hen in het beste van den tijd uit hunnen dienst om het Land te dienen, opriep en thans laat gaan om een goed heenkomen moet zoeken. Niet alleen hier, maar het bestaat overal zoo.

 

Blz. 67

De coléra bestaat te Groningen er zijn rede verscheidene menschen weggerukt, door deze zoo gevreesde ziekte echter onderscheiden van de Aziatische coléra.

Mijn zoon vertelde mij gisteren dat de Heer Wageningen hem gezegd hadde: dat zijn zwager La Failla beroemd Med. Doktor en Professor te Groningen hem gezegd hadde: dat zijn baardscheerder hem op zekeren morgen, als hij hem scheerde, gevraagd had: hoe het ging met de colérazieken? zoo redelijk geantwoord had. Maar des avonds een lijk voorbij ziende dragen, gevraagd had, wie dat was? Zijn baardscheerder, was het antwoord.- Als eene bijzonderheid hadde zijn zwager met zijn Ed. daarover gesproken. Zoo waarlijk was de gebeurtenis van dien man indrukwekkende, en mogt als eene bijzonderheid wel verteld worden.

Den 23 Oct. Nu en dan regen, ook in den vroegen morgen, maar thans droog; er bestaat wel tusschen den regen, zooveel droog weer bijzonder gisteren een zeer schoonen dag, dat het bij den zomertijd, de thans opvolgenden regen, niet schaden, maar wel spoedig zoude opdroogen; echter thans in den gevorderden den herfsttijd het geval niet is, het is nat en blijft nat. De boeren klagen zeer: dat het overvloedig gras vertrapt word.

Blz. 68

Den 28 Oct. Sedert de vorige goed zacht weer met afwisselende regen.

Gisteren marktdag, maar ik verkoos te huis te blijven, mijn zoon was met de bezigheden belast, onder anderen het verkoopen van een mager varken uit het land, de prijs was 24 Gulden; de boter 41 Gulden, het melkvee prijzig, de vette zoo duur niet. De boer op Jousma State aan de Swichumerdijk had aan kooplieden een vare koe verkogt voor 170 Guld. deze is gisteren op de markt met gewin verkogt, aan de Vissers te Heeg, welke altoos puikbeste willen hebben.

De orgelmaker is hier een nacht geweest en heeft ons orgeltje schoon gemaakt en gestemd.

In de loop van deze week is de ligting van 1847 met geweer en wapens met groot verlof naar de Stad voorbijgemarcheerd.

De remplaccenten welke met groot verlof onlangs opvolgende te huis kwamen, worden thans opgeroepen om in dienst te treden, men zegt ter aanvulling van de defecte corpsen waaruit een aanzienlijk aantal manschappen, welke op uitnoodiging dienst in de Oost genomen hadden, en rede ingescheept zijn om de corpsen aldaar aan te vullen, door het verlies van veel volk en een bloedige actie met de opstandelingen.

Blz. 69

Den 30 October damp en dof weder, gisteren de gehele dag nat; ik woonde gedurende den dag de godsdienst bij eerst in de Hervormde Kerk, des nademiddags bij de afgescheidene; mijn zoon Klaas haalde mij met den digten wagen weder te huis.

Men houd een wakend oog op de zoogenaamde nachtbidders, wier gewoonte het is ten platten lande, de boeren des nachts op te wekken, en om eene gifte te vragen, vaak op eene brutale wijze. Dit gebeurt niet vaak, maar gedurende dezen herfst nu en dan. In den verleden week zijn de executeur en twee veldwachters aan de straatweg geweest, maar hebben gedurende dien nacht geen dezer nachtloopers aangetroffen.

Het is een goede zaak: dat de politie een wakend oog op deze zoogenaamde polderjongens (zoo noemen zij zich doorgaans werkzoekende) neemt. Zij zijn vaak 3 a 4 min en meer sterk, de rust van het gehele gezin gestoort, zij kloppen onbeschaamd op deuren en vensters totdat men opstaat en hen eenig geld of ook daarboven nog spijze uitreikt, de vreesachtige huisgezinnen geven wat zij vragen, maar anderen, minder bevreest, houden hunne gaven in, en zonder iets te geven, raken zij vaak onder wederzijdsche bedreigingen van deze gasten ontslagen.

Blz. 70

Den 4 November, sedert de vorige altoos hetzelfde weder, maar gisteravond veranderd in een sterke aanhoudene regen, en hedenmorgen zeer onstuimig met afwisselende donderbuijen en sterke weerlicht.

In de loop van deze week is op eenen avond in het Oosten een sterke brand, wij zagen het des avonds om 8 uur bij het uitkomen van de deur, en gedurende tot in den nacht. De lucht was op dat oord evenals bij het opkomen van de maan verlicht en rood, wij konden toen niet gissen waar deze brand bestond maar wel dat het ver in de Wouden  moest zijn te Garijp of in dien omtrek, naderhand hoorden wij: dat het onder de Rottevalle was geweest, dog moet nader bevestigd worden, bij meerder kennis komen wij misschien hierop te rug.

Den 7 November, sedert de vorige nog altoos onstuimig, harden wind, hagel sneeuw en regenbuijen afwisselende vergezeld.

Ten gevolge van dit onstuimige weder hebben de beesten alle of gedeeltelijk op stal gezet. Wij hebben ook 9 melkekoeijen gestald gisteren.

Tegen alle verwachting word het vee zoo vroeg gestald; men meende voor eenige weeken: dat men lang na Allerheiligen zoude weiden; maar het overvloedige gras is meestendeels, door den veelvul-

Blz. 71

digen regen, het aardrijk geweekt vertrapt; dog de meeste boeren, zijn overvloedig van hooi voorzien, en willen daarom de beesten niet laten lijden; hetwelk met ons zoo zeer het geval niet is, als wij ons geheel beslag opzetten. Wij moeten nog 3 verkoopen verleden marktdag hebben wij twee melke verkogt voor 155 Gulden.

De schatter van het slachtvee had het gisteren zeer druk, hij komt weeks twee maal aan het kantoor alhier, er waren hem door mijn zoon 26 aangaven in deze gemeente gedaan, en voor zichzelven had hij ook waarhenen hij moeste gaan om te schatten. Hij kwam hier ‘s nachts half 12 uur, wij waren te bed en wekte ons, hij schatte ons oud varken, welken wij wilden slachten op 90 Gulden; toen hij hier gedaan en het schatbillet afgegeven hadde, moest hij in den nacht nog te Goutum en te Hempens schatten, en oordeelde voor 2 uur niet te zullen gedaan hebben. Heden moet hij in een ander gemeente van deze grietenij, schatten, zoodat hij gedurende dezen tijd niet veel rust heeft maar wegens de duurte van het slachtvee verdient hij thans ook veel geld, en bezorgt de schatkist aanzienlijke ontvangsten, waarvan hij percentsgewijze geloond word. De gevolgen daarvan zijn: dat hij doorgaans het slachtvee hoog schat. Er word algemeen over geklaagd.

Blz. 72

Den 13 Nov. Sedert de vorige schoon weder.

In den verleden week, hebben wij 14 koeijen op stal gezet, de rest loopt nog uit, maar moet ook op stal, het gras is verslonden en het land ingetrapt.

Mijn zoon de predikant van Achlum is hier een paar nachten geweest met Wijger zijn zoontje.

Als questor van de classis van Harlingen benevens alle de questors uit alle de classen van ons gewest, woonde den 11 l.l. de vergadering bij in de kosterij te Leeuwarden teneinde de wed.gelden ieder in zijn ressort van de algemeene questor Gunning predikant te Leeuwarden te ontvangen. Mijn zoon had ongeveer 1300 Gulden ontvangen maar had ook ten laste van de classis van Harlingen bij de 50 weduwen aan wie hij deze som moest uitkeeren.

Den 7 December, sedert de vorige althoos open weder zonder de minste vorst. Laborerende aan een buitengewoone hoest, heb ik sedert de vorige geen aanteekening gehouden.

In het politique bestaat thans veel drukte, ten gevolge van de verandering van de Grondwet. Dezer dagen wierd een lid tot de 2de en twee candidaten tot candidaten tot de 1ste Kamer verkozen. In het kiesdistrict van Leeuwarden en elders, Bienze Alberda Adv. te Leeuwarden met behulp van zijns gelijken zich tot lid van de 2de Kamer door lage kuiperijen verheven; tusschen Van Swinderen en Brouwer, candidaten tot de 1ste Kamer, heeft een nieuwe stemming plaats. Ik heb wegens mijne onpasselijkheid als kiezer, aan het stemmen geen deel konnen nemen.

Blz. 73

Den 13 December, sedert de vorige nog fraai weder, zonder de minste vorst.

Door mijne aanhoudene ongesteldheid, heb ik weinig lust tot aanteekeningen, het is juist niet minder, maar dog zoo niet als het behoord.

Sedert verscheidene weeken ben ik niet van het hornleger geweest.

Wijger en Pieter zijn gisteren naar Achlum uit van huis gegaan, zij treffen uitmuntend weder.

Den 22 December. Sedert voorgisternacht sterke vorst, zoodat gisteren volwassene persoonen het ijs overal met schaatsen gebruikten, heden marktdag, wordt de Sneekervaart sterk met schaatsen bereden.

Heden vergadering van gecommitteerden der Brandsocieteit, maar omdat het zoo koud is, blijf ik te huis: want de reis naar Leeuwarden om in het Lands Welvaren die vergadering bij te woonen is voor mij nogal van belang.- Ook heb ik voorgisteren, de kerkvoogdsvergadering in de herberg te Wirdum niet bijgewoond uit hoofde, dat ik mij nog niet volkomen hersteld gevoelde, maar betert van dag tot dag.

Blz. 74

Den 28 December, sedert gistermorgen is de dooi ingevallen; het ijs werd overal op schaatsen ook met paard en sleed hier en daar gebruikt, schoon door het sterk stroomen vele onsterke plaatsen bestonden.

Een jongeling van Wijtgaard welke bij eene meid even buiten de Joure woonde, deze had zijne moeder te Wijtgaard Zondag d. 24 bezogt des maandags morgens een neef van 15 jaren bij hem uit van huis zijnde, reden benevens de meid des morgens den 25 om 4 uur naar de Joure naar de kerk omdat zij Roomsch waren het was de eerste Kersdag, de meid herinnerder hun: dat zij op een onsterke plaats waren, maar de jongelingen zeiden dat zij ‘s daags tevoren daar over gereden waren. De meid scheide zich, en de jongelingen storteden in de diep, en omdat men bij duister zoo spoedig geen hulp konde aanbrengen, verdrinken, zij worden heden te Wirdum begraven. O! wat zijn de wegen des Heeren! Wonderlijk!, ook ten aanzien der lotgevallen van de menschs!! Ach! welk een treurigheid voor de moeder en de ouders van den neef! opgeruimd en vrolijk had het op de Joure zoowel naar zijn zin, en binnen 4 dagen ontvangt zij hem dood te huis. Wie kon toen denken dat hij met den 4den dag zoude begraven worden.

Wij hooren thans terwijl ik dit schrijf de klokken luiden van deze treurige begravenis!

Blz. 75

Sedert de vorige heb ik geen lust gehad mijne aanteekeningen voort te zetten. De vorst en koude tot den laatsten dag dezes jaars aanhoudende en mijne verzwakte lust om te schrijven, is de oorzaak dat ik volgens gewoonte de meer of mindere bijzonderheden tot den laatsten dag dezes jaars niet opgenomen heb. Gedurende deze beide laatste maanden sedert het midden van November en December ben ik niet van het hornleger geweest, en dientengevolge de godsdienstoefeningen te Wirdum niet bijgewoond gedurende dien tijd.

Ik zal dan dit afgeloopen jaar in welke zooveel gebeurd is, der aanteekeningen waardig, en bij de geschiedschrijving mogelijk opgenomen moeten sluiten, met vermelding alleen, dat wij in onze betrekkingen gedurende veel zegen hebben mogen genieten, behalven mijne ongesteldheden, afwisselende welvaart en gezondheid ons geleiden, en dus den Heere danken voor al het goede dat wij gedurende dit jaar hebben mogen genieten.

Den 31 December 1848
D.W. Hellema
Oud Ontvanger