1847

 

Blz. 1

Het oude is wederom afgewisseld met een nieuw jaar! o! hoe kort! is het geleden dat wij in den aanvang van het vorige jaar, onze aanteekeningen en gedurende den loop van hetzelve in welvaren en gezondheid mogten voortzetten! God geve! dat mij in den loop van dit jaar de noodige krachten verleend mogen worden, om dit werk, hoe meer of min beduidend ten einde mag brengen: dat ik en de mijnen zegen en gezondheid wedervaren en God! den gever van al het goede dankbaar te mogen leven!

Dat het den Koning en alle Hooge machten gegeven worde, om zoodanige verordingen aan te voeren en te beramen als tot meeste nutte van de kerk en het vaderland moge verstrekken, en de ingezetenen een stil en gerust leven onder dat beheer mogen leiden!!

Blz. 2

Den 1 Januarij. Ik woonde heden de godsdienstoefening bij, na alvorens bij het komen in het gebuurte van eene menigte kinderen opgewacht te zijn, en met de gewoone groete, geluk en zegen! in het nieuwe jaar! begroet en verwelkomt te worden.

De diakonijrekening, welke volgens gebruik des nademiddags in de herberg op gemeentekosten, door den afgaanden diaken Jochum Andringa thans gedaan werd, woonde ik ook bij, er bestond een tekort van ruim 200 Gulden, welke volgens besluit, aan de huizen van de leden der gemeente bij extra collecte zal ingezameld worden. – Waarna ik volgens afspraak des nachts bij mijne kinderen bij Wijgers n.l. verbleef; de jongelingen en jonge dogters mijner kinderen uit de buren, waren gedurende op de plaats alhier. Het speet mij, dat ik gezelschap mijner kleinkinderen, thans niet konde bijwoonen aan mijn huis, vooral met betrekking van het gezang, waarin zij allen ervaren en groote liefhebbers zijn, in de 4 stemmen.

Blz. 3

Den 2 Jan. Mijne kinderen verzogten mij om gedurende dezen dag bij hun te blijven hetwelk door den Heer Witteveen ondersteund werd, om des nademiddags met mijn zoon bij hem door te brengen? maar omdat mijn zoon veel drukte aan het Kantoor van ‘s Rijks belastingen hadde, verkoos ik liever naar huis te gaan, en bedankte hun voor deze uitnoodiging.

Mijn zwager Hiemstra, was zeer onpasselijk en moeste het bed houden. Ik nam dus van allen afscheid en kwam tijdig te huis. Eigenlijk ben ik nergens liever dan thuis. In vroegeren tijd, mogt ik gaarn eens uitgaan, vooral om mijne familie te bezoeken, maar deze lust van tijd tot tijd meer gewijzigd, mogelijk, dat mijne jaren, daarvan wel de bron zijn.

Den 3 Jan. heden Zondag, hoewel goed weder verkoos ik liever te huis te blijven, en verzuimde daardoor de openbare godsdienst dewijl dit sedert altoos eene behoefte voor mij is, zijn mij deze zondagen te huis te zijn, niet zeer aangenaam, hoewel ik met gezin dezen dag met het lezen, van de H. Schrift of boeken daartoe betrekkelijk doorbrenge.

Blz. 4

Den 6 Jan. Sedert de vorige afwisselende vorst, dog zeer zacht en goed stil weder. De middagsdooi, heeft de sneeuw nog niet doen verdwijnen; het ijs vooral op de vaarten door het aanleggen en vegen van baanen, waartoe zich de arbeiders laten vinden, kan met schaatsen worden gebruikt, welke nu en dan aan de baanvegers centen uitreiken die hierdoor een weinig verdienen.

Lijkle, Klaas en Bokke zijn heden op schaatsen vroegtijdig naar Tjalhuizen gereden om onze kinderen aldaar te bezoeken, wij verwachten hen te avond tijdig te huis, IJtje en Bokke kwamen hier hedenmorgen vroeg op schaatsen langs het Ouddiep, hetwelk goed te rijden is, en dus van het hemeltje tothiertoe, in een oogenblik kan gepasseerd worden. IJtje is hier gedurende den dag, tot de wederkomst van Bokke, om alsdan tezamen naar huis te keeren.

Sijtze is om een boodschap in de Stad te doen, van hier langs het Ouddiep, naar de Wirdumervaart op schaatsen in de Stad te komen en van daar langs het Galgediep en de Sneekervaart naar huis te keeren, behouden te huis gekomen. Ik laat hier volgen: kopij van een brief aan Dos. Harders.

 

 

 

 

Blz. 5

Kopij


Wirdum den 12 Januarij 1847

Eerw. Heer!

Waarom tog zal het zacht en kalm kategetisch Onderwijs, waarvan alle mijne kinderen met groote opofferingen van ligchaamszwakheden en menigvuldige werkzaamheden gebruik maken, wederom door het gebruik der Gezangen, geschokt worden?

Ik geloof: dat het gebruik daarvan bij den openbaren godsdienst, en godsdienstig onderwijs zeer ongepast en in de oogen des Heeren niet welgevallig is, evenals de zoonen Aärons vreemd vuur, op den Altaar bragten, en daarom gedood werden; God wil door zijn eigen woord geëerd en gediend worden, en niet door uitvinding en leeringen, die geboden van menschen zijn.

Is de rust dezer gemeente sedert UEerws. dienst totnutoe, door het gebruik dezer liederen, niet gestoord geworden? Heeft de Eere Gods of die der menschen in dezen op den voorgrond gestaan?

Den persoonlijken omgang met een der opstellers en anderen van dezelve uit hunne schriften bekend, heeft mij wel overtuigd dat het zeer geleerde en naar den smaak der letteren min en meer geëerde mannen geweest zijn; maar geenzins die door den H. Geest onfeilbaar geleid deze liederen schreven? echter zoo smaakvol: dat zij verre de voorkeur verdienden, boven de oude versletene begrippen der joodsche dichters hoorde ik wel eens van de smaders en verachters van de H. Schrift en de zoo zeer God verheerlijkende Pzalmen, spreken.

Ik laat daarom de waarde en onwaarde der gezangen

Blz. 6

in het partikulier gebruik of onbruik vrij naar ieders meening, ik wil daarover geen regter zijn. Maar God geve! dat ik en de mijnen, bij het gebruik in den openbaren godsdienst en godsdienstig onderwijs een Gode betamenden weerzin, steeds tegen hetzelve gevoelen; en zal daarom tot een duurzaam aandenken kopij dezes in mijne aanteekeningen nalaten.

UEerw. zal zich dan willen onthouden en wel de moeite sparen, om mij van het tegendeel te overtuigen, het zoude mijne vooringenomenheid eerder toe, dan afnemen; het zijn mijne onveranderende gevoelens.

Wijders zijn niet de H. Schriften, opvolgende in een tijdvak van ongeveer 1400 jaren, door H. mannen van den H. Geest onfeilbaar geleid in volmaakte overeenstemming van Moses tot de openbaring van Johanes zonder de minste afwijking, geschreven, door listige vijanden en zoogenaamde geleerden in den ouden tijd en nieuwen dag totnutoe, door on- en bijgeloof geleid, opvolgende bestreden, door smaakvolle bijvoegselen, valsche verklaringen en uitleggingen terzijden gedrongen en somtijds bijna ten onbruike gebragt? en daardoor in alle tijdvakken zedeloosheid en verachting van God en zijn dienst aanbragten.

Voorts. Door het invoeren der gezangen, afwijkingen en ontbinden der voornaamste waarheden, in onze Ned. kerk heeft men veel onrust en bittere onaangenaamheden verwekt, waarvan de gevolgen, steeds toenemende godsdienstige onverschilligheid, verachting van de dienaren des Woords spotzucht, zedeloosheid en afscheiding geweest zijn.

Door alle deze verschijnselen is in de grootste meerderheid der belijders in de hervormde kerk eene verregaande onverschilligheid in godsdienstige begrippen ontstaan, zoodat men thans bijna even goed sociniaan, remonstrant, mennist als hervormd kan zijn.

Blz. 7

Eindelijk. De zondaar siddert op het aandenken van alle de deugden en eigenschappen Gods en leeft daarom in groote vijandschap met God, maar vleit zich met de liefde Gods, dat het zoo naauw met hem niet zal genomen worden? Deze gedagte verstokt zijn hart. en doet hem gerust zijnen weg behouden.

Geen wonder dat de wereld, wereldgezinde predikanten, en sommige brave leeraars en christenen, door den schijn medegesleept, zooveel behagen in deze liederen vonden, waarin Gods zondaarsliefde als den zakelijken inhoud zoo smaakvol met mindere inachtneming van alle de deugden, volmaaktheden Gods, tentoongesteld word, aldus uit den poel der jammeren en ellenden gerukt, konde men onbevreesd zijnen weg bewandelen om op zijn tijd in den hemel aan te landen.

Maar de naauwgezette en vroome Christen, door de beminnaars van de gereformeerde godsdienst nagevolgd, konde zich uit innerlijk gevoel des harten met deze liederen niet vereenigen; alle de deugden en volmaaktheden Gods, ook zijne rechtvaardigheid en heiligheid, het aannemen en verlaten der zondaren naar zijne vrije en eeuwige verkiezing waren hem even dierbaar, en beschouwde daarom het gebruik daarvan bij den openbaren godsdienst en het godsdienstig onderwijs, als God ontëerend en ontrok zich in de deelneming van den openbaren godsdienst.

Hij werd daarom als een eenvoudige en domme stijfkop uitgejouwd, en der gemeente ten toon gesteld; door smaad en schimp verguisd. Getrouwe

Blz. 8

en vroome leeraren werden van den dienst afgezet, en meenig vroom en innig Christen, door het bijwoonen van afzonderlijke godsdienstige bijeenkomsten boven een zeker getal, door zware geldboeten gestraft en bij wanbetaling hunne goederen en noodige huisraden openbaar verkogt, of in gevangenissen geworpen. Waarom bij duizenden zich van het hervormd kerkgenootschap onttrokken en een gehele afscheiding, gevolgd werd.

Het eenvoudig onderhoud van mijne dogter met UEerw. over de gezangen heeft mij tot het schrijven van dezen brief geleid.

Ik ben overigens sedert altoos een beminnaar van den bloei en welvaart dezer gemeente en een voorstander van de gereformeerde godsdienst, zooals die door de Synode van 1618 en 1619 is vastgesteld.

Gave God! dat gedurenden UEerws. dienst alhier voortaan het rijk der duisternis meer en meer verstoord, en dat van Koning Jezus, onder ons moge uitgebreid worden!

En hier mede ben ik

UEerws. DW. dienaar en vriend

D.W. Hellema

Blz. 9

Den 13 Jan. Sedert de vorige aanhoudene vorst, sedert dagen, stil en helder weder.

Wij hebben gister ons weidbeestje, welke ik in den nazomer voor 55 Gulden kogt, geslacht, en werd thans afgehouwen en woog tezamen met het smeer 528 oude lb. Het vleesch is zeer vet, en jong, zoodat wij goedkoop vleesch in de kuip hebben, dewijl het slachtvee en vette waar, thans nog even duur is, en worden het rund vee n.l. levendig voor 4 St. gerekend gekogt; de uitvoer van hier naar Engeland, gaat nog geregeld per stoomboot van Harlingen, zijnen gang. Verleden maandag is een boot van daar nog uitgevaren, maar het staat te vrezen, dat met den meerderen vorst en het stelle weder, de zee met ijs zal bezet en daardoor de vaart belemmerd worden.

Het ijs wordt op schaatsen thans veel gebruikt dewijl overal goede baanen, daargesteld worden.

Zoo kwam hier heden mijn broeder van Birdaard en zijne dogter op schaatsen. Mijn kleinste zoon Sijtze is met P. Hiemstra zijne vrouw en jongetje op schaatsen naar Oudkerk om familie aldaar te bezoeken. Mijne andere zoons Lijkle en Klaas maken ook veel gebruik van het ijs, en zijn voornemens bij welzijn morgen naar Dokkum, dewijl aldaar een aanzienlijke prijs, aan de snelste hardrijder uitgelooft wordt, om deze wedstrijd te aanschouwen.

Blz. 10

Den 16 Januarij, sedert de vorige harde dog stille vorst, heden veranderlijk betrokken lucht, schoon de koude en vorst continueert, mogelijk sneeuw.

Onze kinderen woonden het hardrijden van 109 perzonen te Dokkum bij, de jongste van allen dezen 18 à 19 jaren oud en te Oudkerk woonachtig, behaalde den prijs van 130 Gulden. De aldervoornaamste hardrijders, welke voor twee jaren de aanzienlijke prijzen te Leeuwarden en Dokkum gewonnen hadden, moesten voor dezen onderdoen. Een jongeling echter van Roordahuizum was de snelste van alle dezen (zegt men) maar kon de baan niet volhouden.

Aanstaande maandag, wordt onder anderen een zeer aanzienlijke prijs te Leeuwarden uitgeloofd.

Domini van Achlum en zijne vrouw, kwamen hier op schaatsen gedurende den dag den 14 en reden des avonds naar het gebuurte om des nachts bij de wijdere familie te verblijven.

Onze zwager Hotze kwam hier gisteren den 15 en reed des nademiddags weder naar huis.

De prijs der boter was gisteren marktdag zeer gezakt tot 34 Gulden. Wij hebben de onze te huis gehouden; trouwens de boterkoopers maken al aanstonds gebruik van speculatie. Zij kan om het ijs in zee niet uitgevoerd worden, en wordt dus voor een verminderde prijs in hunne pakhuizen opgenomen, en bij de eerst gelegenheid verzonden.

Blz. 11

Den 19 Jan. …[onleesbaar] vorige aanhoudende vorst zonder afwisseling behalven dat het zoo koud en de vorst zoo fel niet is, steeds zacht en stil altoos betrokken lucht.

Mijn zoon Klaas en kleinzoon Eelze reden den 17 ‘s morgens half 7 van hier op schaatsen naar Groningen, alwaar zij voor den middag aankwamen, eenige ververschingen aldaar genooten en uitgerust zijnde, bezagen de stad alwaar zij nimmer geweest waren, waarmede zij tot ‘s avonds doorbragten. Zij waren voornemens de Akademie en vooral het Museum zoo rijk van alles der natuurlijke voortbrengselen voorzien, te bezoeken; maar omdat het Zondag ware was er nergens toegang, behalven in de kerken, welke zij alle bezogten. Aldus de bloote stad alleen opgenomen te hebben, keerden naar hun logement de Slingerij te rug, alwaar zij des nachts verbleven, hun ontbijt genomen, vertrokken des morgens 9 uur van daar naar de Leek, en kwamen des nademiddags tijdig te Leeuwarden en des avonds gezond en welvarende te huis.

Het hardrijden heeft gisteren te Leeuwarden voortgang gehad; er waren groot 70 die naar den prijs dongen, een jongeling van Warga behaalde den prijs.

Blz. 12

Deze hardrijdere, met de gewoone plechtigheid musiek als anderzins, onder het aanschouwen van een tallooze menigte tot aller genoegen afgeloopen zijnde, keerden alle mijne kinderen ook de Groninger bezoekers, welke aldaar tegenwoordig geweest waren, tijdig naar huis. De prijs was 100 Gulden.

Hedenmorgen zijn Lijkle, Klaas, Sijtze en Hanna benevens Bokke, ons aangehuwde zoon tezamen met onze kleinkinderen uit de buren: Doeke, Hendrik, Aaldert en Lijsbeth kinderen van mijn zoon Wijger benevens Lijsbeth, een dogter van mijne dogter Dieuwke en P. Hiemstra 10 in getal, hedenmorgen tijdig op schaatsen, naar Achlum gereden om onzen zoon en gezin aldaar te bezoeken. Domini had dit onlangs alhier afgesproken, en verzogt hun met een goed aantal te bezoeken, aan welk verzoek thans bij welzijn wordt voldaan.

Volgens openbare aankondiging met de bekken, zoude er heden maskerade te Leeuwarden gereden worden. Ons uitvanhuizer een meisje van Hallum heb ik toegestaan met onze meid en arbeider deze rarigheden bij te woonen, en zijn dus voornemens na den eeten derwaarts op schaatsen langs de Sneekervaart, te reizen. Mijne vrouw en ik blijven dan alleen te huis.

Blz. 13

Den 21 Januarij, sedert de vorige afwisselende sneeuw ook hedennacht, thans opgeklaard; waardoor vele de reis naar Harlingen hoewel laat, ook eenige van mijne kleinkinderen uit de buren ook mijn zoon Lijkle wijl aldaar een prijs van 150 Gulden zal verhardreden worden, dog heeft geen voortgang gehad.

Gisteren voor de middag sneeuw en onstuimig, dewijl ik vele bezigheden in de stad hadde te verrigten, besloot ik evenwel bij dit ongunstige weder derwaarts te gaan. Gedurende den gehelen voordenmiddag was ik aldaar werkzaam. Na de volbragte werkzaamheden, keerde te rug en kwam om 1 uur te huis; dit was juist mijne berekening, dat men tot dien tijd met eeten zoude wachten; hoewel afgemat at ik met de mijnen, met graagte en lust het middagmaal en was dus zeer tevreden mijne bezigheden in de stad verrigt, te hebben.

Het weder klaarde met den middag, waardoor het hardrijden te Sneek om een prijs van 120 Gulden voortgang zal genomen hebben, van den afloop heb ik niet gehoord.

Mijne kinderen en kleinkinderen hadden bevorens een goede reis naar Achlum en kwamen tijdig te huis. In het begin dezer week waren 2 stoombooten door het ijs te Harlingen aangekomen.

Blz. 14

Den 22 Januarij. Sterke vorst, heldere lucht O. Wind, heden marktdag.

Het hardrijden te Harlingen heeft gisteren geen voortgang genomen, waarom? weet ik niet; mogelijk, om de hardrijders tijd te verleenen, om de noodige krachten te herwinnen, welk zij misschien in de kort zoo opvolgende hardrijden te Dokkum, Leeuwarden en Sneek, verlooren hadden? Het is tot maandag den 25 uitgesteld, en de prijs tot 150 Guld. uitgeloofd. Zonder twijffel, zullen alle de voornaamste hardrijders daarnaar dingen, met inspanning van hunne uiterste krachten.

Te Sneek werd de prijs van 120 Gld. behaald door Melle Kastelein getrouwd aan eene dogter van Anne Hiemstra, landbouwer op Unia State onder Wirdum, woonachtig onder Tiekerk. In het voorvoorgaande jaar behaalde hij den prijs te Leeuwarden en zijn broeder te Dokkum; hij is zeker een der uitnemenste hard rijders in Friesland, schoon er thans verscheiden zijn, die het harst elkanderen betwisten, en om den prijs te rijden, bang maken.

Het was mij te koud, om heden naar de stad, ons Klaas is met de boter op de sleed naar de markt, en om de noodige bootschappen te doen.

Blz. 15

Als eene bijzonderheid werd in de jongste Courant geadverteert: dat men bij de uitschoot van een molen te Hommerts een otter hadde gevangen.

Deze otter hoewel dood, werd heden te Leeuwarden openbaar op de straat in een kistje voor een paar centen om te zien, aangeboden. Een van de grootste zoort en bruin van kleur, had met de staart een groote lengte en woog ongeveer 18 lb. Mijn kleinste zoon Sijtze had hem gezien.

Deze dieren worden selden gezien en veel minder gevangen, alleen bij sterke vorst des winters, wordenze in poelen en wateren waargenomen door het houden van luchtgaten in het ijs om daardoor adem te scheppen.

Omdat deze dieren zoo selden zijn zoude men vermoeden datze haast moeten uitsterven; maar het schijnt datze teelen, en jongen voorbrengen, en weeten door een natuurlijke ingeving hoewel verwijderd elkanders bijzijn te naderen tot het voortbrengen van hun geslacht.

Elk was nieuwsgierig dit dier te zien, zoodat dit over ijs, op plaatzen waar veel volk verzamelt, voor den eigenaar een goede winterteering zal opleveren, vooral als het een visscher of gemeen arbeidsman is, hetwelk ik niet weet.

Blz. 16

Den 25 Jan. Sedert gisteren sterke dooi, zoodat het land van sneeuw is ontbloot, hetwelk een aangenaam gezicht aanbied, daar sedert zoo lang het aardrijk met sneeuw bedekt was en ruimte aanbied voor het dieren en gevogeltegeslacht.

Voorgisteren waren P. Hiemstra onze zwager en zijne vrouw onze dogter Dieuwke met hun zoontje Doeke naar Tjalhuizen op schaatzen, dog bevonden het aldaar met onze Akke niet gunstig. In een gezegenden staat, hadde zij des daags tevoren eenige aanvallen van zenuwstuipen gehad, waarvan zij toen nog eenigzins ongesteld ware.

Ik ontving daar gisteren in de buren van onze kinderen berigt, ik zond Klaas naar de voormiddagsgodsdienst naar huis, om aldaar tezamen te overleggen, waartoe ook besloten werd dat Klaas en Sijtze derwaarts zouden reizen om na hare toestand te vernemen; zij gingen dan 1 uur op schaatzen na de Sneekervaart op reis dog er stond zooveel water op het ijs, door het dooijen der sneeuw en ook tegen den wind: dat het, het hun om te schaatsrijden, wel zeer moeijelijk zal geweest zijn.

Wij verlangen zeer naar hunne tehuiskomst. Het is thans middag, en wordt zeer onstuimig met harden wind en regen.

Blz. 17

Een weinig hierna, kwamen onze zoons Klaas en Sijtze te rug van Tjalhuizen; het was met onze Akke beter als Zaturdag; zij hadden gisteren een zeer moeijelijke reis gehad, tegen een sterken wind en door het water waren zij op schaatzen tot aan Scharnegoutum genaderd; vanwaar zij te voet regt toe regt aan, te IJsbregtum en half 5 te Tjalhuizen aankwamen; heden hadden zij een zeer voorspoedige reis naar Sneek gewandeld, hadden zij zich aldaar op schaatzen gebonden en de Sneekervaart meteen voor den wind zonder eenige verhindering tothiertoe gereden, het ijs was opgedreven.

Den 29 Januarij. De dooi continueert zonder afwisseling; men hoopt dat de schepen spoedig zullen doorbreken, schoon het ijs dik en sterk was en met paard en sleden veel gebruikt werd, kan het bij een aanhoudene dooi, en gepaard met het stroomen, door de zeesluizen spoedig deszelfs kragt verliezen; trouwens het vervoer der goederen, kan thans per as door de bestaande straat en puinwegen gemakkelijk overal geschieden; maar evenwel beter en minder kostbaar door de scheepvaart, het is daarom niet zonder reden, dat men naar open water verlangt.

Men meld uit Harlingen van den 29 dezer de beide stoomscheppen op de terugreis naar Harlin-

Blz. 18

gen, waarvan de een een rader en de andere een schroefboot, de eerste door het dikke zeeijs met glans in de haven was gekomen, maar de andere in het ijs was blijven zitten zonder echter van vermoedelijk gevaar. De zee zal thans zonder twijfel open zijn, en de vaart op Londen onbelemmerd zijn.

Heden marktdag, maar ik verkoos liever te huis te zijn, Lijkle is zooals gewoon met de boter naar de markt, en om de bootschappen te doen.

Alle graansoorten stijgen opvolgende in prijs vooral de rogge, daardoor, dat bijkans alle mogenheden, de in en uitvoer meer en min geheel vrijstellen. De tarwe is thans 12-00 per mudde en de rogge 318-50 per last.

Er is veel klagte onder de gemeene en burgerklassen over de reeds stijgende duurte van het brood; schoon overvloed van granen heerst in sommige landen, als Ierland, Schotland een drukkende armoede en hongersnood, zoo zelf dat er veel menschen aldaar van honger sterven! Er wordt in de behoeften regeringswegen wel voorzien, zooals ook bij ons in de steden en Leeuwarden vooral, het brood voor den gemeenen man, voor 8 St. wordt verkrijgbaar gesteld, maar zulke voorzorgen, zijn ontoereikende, om in aller behoefte te voorzien.

Blz. 19

Den 1 Februarij, sedert de vorige zacht weder, vergezeld met een paar nachten eenig vorst.

Men hoort thans veel spreken: dat er overal ook in Friesland, een voornemen van zeer vele menschen vooral onder de afgescheidene met hunne leraars bestaat, om naar Noord-Amerika te verhuizen, welk hunne roerende en onroerende goederen, veilen, te verkoopen of rede verkogt hebben, om met de gemaakte gelden in de behoeften van de reis, en hunne komst en verblijf aldaar te voorzien.

Van Regeringswege wordt deze verhuizing niet aangemoedigd, maar er bestaan hier en daar in ons Rijk commissien, welke zich  met deze zaak belasten, en elk aanmoedigen om met onderlinge schikkingen de toe en uitrusting tot de reis te bevorderen.

Domini Scholte afgescheiden leeraar te Utrecht, een zeer wijs en verstandig man, heeft de zorg op zich genomen, om voor de verhuizers naar Amerika in perzoon, een goed verblijf er bestaan te vestigen, en met de Regering of het Bestuur noodige overeenkomsten te sluiten. Als hij derwaarts rede vertrokken is, of nog vertrekken zal, weet ik niet, maar wel, dat men onder toeverzicht van zulk een man, veiliger zich kan verlaten.

Blz. 20

Den 3 Febr. sedert gisternacht en morgen is het aardrijk weder met sneeuw bedekt, thans vergezeld van eenig vorst, zoodat de hoop tot open water verdwijnt.

Een bejaard boerenknegt Jelle Boomsma thans is Hijdaard, zijnde Wirdumer van geboorte en wiens ouders hier gealimenteerd zijn, voornemens zijnde zich met een bejaarde meid, aldaar woonachtig, in het huwelijk te begeven, was voor maandag 8 dagen eenig huisraad met een sleed langs de Sneekervaart gereden, tot aan Zandlaenster Zijl hoewel dooiweder, maar sterk ijs echter onder deze gem. zijl met zijn huisraad doorgezakt en aldaar verdronken.

Schoon dit ongeluk, wel niet een buitengewoon geval is, melden wij dit, om eene bijzonderheid, waarvan selden voorbeelden zijn, namentlijk dat de meid waarmede hij voornemens was te trouwen, thans voor de derde maal daarin teleur is gesteld, de eerste waarmede zij zoude huwen verhing zich, de tweedeverdronk en de derde waar van wij zooeven melden verdronk ook.

Deze wijs, is ons aangaande die meid berigt en als dit waarheid is, dan dunkt ons meldenswaardig te zijn, om in onze aanteekeningen opgenomen te worden, betrekkelijk den verdronken perzoon te Wirdumer behoor.

Lijkle is hedenmorgen te voet naar Tjalhuizen gegaan, om te vernemen hoe onze kinderen aldaar varen. De Sneekervaart werd gister nog op schaatzen bereden, maar zeker met gevaar.

Blz. 21

Den 4 Febr. Het ziet er nog even winterig uit, zachte vorst betrokken lucht; het aardrijk is nog wit van sneeuw.

In het laatst der voorgaande maand is de longziekte te Nieuwland ontstaan, volgens de Courant waren er drie ziek en waarvan een geslacht was, op hoog gezach alle de overige afgemaakt, alle tezamen 30 stuks, den 28 Jan. in een gat gestopt, wijders de stallen gereinigd en alle voorzorgen genomen om de verspreiding dezen ziekte voor te komen.

De boer wilde van de ontstane ziekte geen gerucht maken; maar zijne paarden tevens ongesteld zijnde, deedde een veearts komen deze, zonder zich met de paarden te bemoeijen ontdekte weldra de ongesteldheid van het rundvee, en na gedane onderzoekingen, maakte dadelijk rapport aan het Bestuur, hetwelk onmiddelijk order stelde, na voorgaande kennisgeving aan den Gouverneur dezer provincie tot de gehele afmaking.

De boeren zijn over het algemeen zeer tegen deze verschrikkelijke maatregelen van de Regering ingenomen, en willen liever zich aan het noodlot overgeven, dan dat hun vee gezonde en ongezonde zoo weggeruimd te zien, zonder eenige barmhartigheid, gedood en in den grond gestopt worde. Te meer wijl zij vaak twijfelen aan de noodige kennis der veeartsen.

Blz. 22

Den 6 Febr. Dooi sedert eergisteren, de sneeuw is verdweenen.

Lijkle heeft een goeden reis naar Tjalhuizen gehad, en alles aldaar welbevonden, behalven dat het klein Meisje nog aan de koorts laboreerde en eenig ongemak aan de tong leed.

Hij is voornemens heden uit van huis te gaan, naar Hallum, Stiens, Vrouwenparochje en Beetgum eigenlijk onder St. Anna behoor om de familie aldaar gedurende een week te bezoeken.

Het is nog geen open water, althans voeren de schepen niet; maar als de dooi duurzaam mag zijn, dan zullen de trekschepen spoedig doorbreken, althans Dokkum welke doorgaans de eerste is.

Volgens aankondigingen der besturen in onderscheidene grieteniën ook Leeuwarderadeel liggen de leggers der onderhoudpligtigen tot de Dokkumer Ee ter visie op de grietenijhuizen, welke volgens besluit der Staten van dit gewest in den loop van dit jaar zal geslat worden.
Ongeveer 70 jaar is het geleden dat dezelve is geslat; ik kan het mij nog levendig herinneren, dit werk was van een verbazenden omvang. Mijn vader leefde toen nog, en veroorzaakte hem veel bezigheden, als dorpregter te Wanswerd, vooral met de inkwartiering der soldaten, welker hoofdkwartier

Blz. 23

op de Streek onder Wanswerd ware. Er werd gedurende de slatting, militaire wacht bij de hoofddammen der onderscheidene vaarten geplaatst, teneinde het doorsteken voor te komen. Ik kan mij nog klaar herinneren, dat toen de Ee droog ware, dat men met planken te Birdaard, over de modder ging; want er bestond toen geen brug, zijnde voormaals een Wad, alwaar thans de brug is, welke door medewerking mijns vader en de belanghebbende van Wanswerd en Birdaard aldaar in plaats van het Wad is daargesteld. Welke brug toen door eenen Sijmen Bakker voor eigen rekening is aangenomen te bouwen en te onderhouden, op voorwaarde dat de bepaalde tollen te water en te lande, voor hem zouden zijn, en dat Wanswerd en Birdaard een vrije reed en gang daarover zouden genieten. Sedert heeft dit kontrakt tot heden nog stand gehouden, zonder dat er eenig inbreuk gedurende heeft plaats gehad, althans heb ik daarvan niet gehoord.

Voor de slatting, eer de brug bestond, hadden de bevrachte en zwaar geladene scheppen veel moeite om over het Wad te komen; ik heb wel gezien dat groote schepen met winden en uitbrengen van ankers of de touwen om zware boomen, welke aldaar stonden, te slaan, met inspanning van alle moeite en krachten, over deze en meer ondiepten geraakten, zoodat de scheepvaart toen langs de Ee vooral des zomers, moeijelijk was.

Blz. 24

Te Birdaard en elders werd veel zand uit den vasten boden bij de slatting, gegraven, de dijken ook achter de Streek, werden daarmede gehoogd.

Ik hoorde mijn vader en deskundigen toen veel spreken over de slechte uitvoerig dezer slatting. Zooveel kan ik mij daarvan herinneren, dat die perchelen of perken, welke geslat waren in de midden wel diepte hadden, maar van weerskanten breede glooiwallen hadden, en gehold was evenals een Aad.

De Sneeker en Harlinger vaarten, heb ik tijdens de slatting gezien, maar dit weet ik, schoon toen een jonge, dat de slatting der Ee op verre na de volkomenheid niet hadde, als die der opgemelde vaarten.

De aannemers, zetten toen zoo mogelijk hunne geslatte perchelen onder water, waardoor en ook door gemeen werk toen veel krakeel, twist en oneenigheden bestonden. Zoo veel kan ik mij over de slatting der Ee herinneren.

Ook werden er spotschriften en liederen over dat werk uitgegeven, waarvan in de Friessche taal in de gewone almanakken van dien tijd geplaatst, dog welke bij mij verloren zijn, maar mogelijk hier of daar aanwezig. De inhoud daarvan is mij vergeten; maar een van dezelve, staat mij verward voor: dat n.l. de kikvorschen, fladderden en wroetteden in drabbige modder en slijk, enz. De toepassing van dit liet in de Friessche taal was bijtende voor het beheel en de uitvoering der slatting.

Blz. 25

Den 9 Febr. Sedert de vorige is de vorst weder ingevallen, den 7 aangevangen met harden wind, vergezeld steeds van sneeuw, zoodat het aardrijk met sneeuw weder bedekt is.

Het ijs heeft wederom die sterkte, dat men hetzelve kan gebruiken: althans om er te passeren.

Het heeft gedurende den middag zooveel gesneeuwd als het gedurende den winter nog gedaan heeft.

Wij hebben de schapen wederom in de schuur moet nemen tot veiligheid. Zij zouden hebben konnen afdwalen of door het hier en daar zwakke ijs konnen verdrinken.

Voor 2 à 3 dagen is Dokkum doorgebroken, benevens Hallum, Harlingen is met de boterschepen tot aan Deinum gekomen; maar met de invallende vorst, heeft die vaart weder geheel opgehouden.

Het heeft zich bevestigd, hetgeen wij pag. 21 van die meid schreven, aangaande de 3 malen teleurstellingen van haar voorgenomen huwelijk, ook met de laatste, welke op den 3 dag voor de gemelde brug met zijn huisraad op de sleed welke hij te Leeuwarden hadde aangekogt, en ongeveer des avonds 7 verdronken is, opgevischt is geworden. Men heeft het lijk in de toren te Hijdaard, bekleed in de kiste gelegd en zoo zonder eenig geleide begraven; de nabestaanden vooral eenen Anne Boomsma en zijne vrouw dagen daarna, van het een ander kennisgenomen.

Blz. 26

Den 12 Februarij. Steeds opvolgende onstuimig met vorst en sneeuw vergezeld, vooral heden waar vanmen selden voorbeelden.

Onze dogter IJtje is sedert twee etmalen in barensnood, waarvan wij zoo op het oogenblik om 12 uur ‘s middags het treurig berigt ontvingen, niettegenstaande onze chirurgijn Beekhuis een zeer kundig vroedmeester is, heeft dezelve om Dokter Simons naar de stad om bijstand gezonden, de bode had niemand als Beekhuis zelf gesproken, hoe haar echtgenoot en onze dogter Dieuwke welke steeds daar tegenwoordig en wij zoo naastbestaanden te moede zijn is ligt te beseffen O! de Heere kan haar redden mogt Hij haar uithelpen in dezen bangen nood!!!.

Niet Simons, maar met behulp van eenen Dr. Metsch is zij na een vreeslijken strijd, eindelijk tusschen 12 en 1 uur, van een dood kind, zijnde een welgeschapen en schoon jongetje, verlost geworden, ongetwijfeld in de geboorte gestorven.

Op het bekomen berigt, begaf ik mij terstond derwaarts, en bevond haar boven alle verwachting zeer present, en gemoedigd. Zij sprak met mij over hare gelukkige uitredding, uit den vreeslijken angsten en smart, welke zij gedurende de harde behandeling van den vreemden dokter hadde moeten lijden, maar de Heere was steeds haar toevlugt, en Hij hadde haar geholpen!! Mijn gemoed was overstelpt en konde weinig spreken.

Blz. 27

Zij was zoo present, dat zij mij herinnerde omdat het avond begon te worden: dat het tijd voor mij was te vertrekken, zoo ging mijne veiligheid haar ter harte, kuste hare hand welke zij in mijne klemde en nam afscheid.  Op den laten avond bezogten Klaas en Hanna haar en bragten van hare goede gesteldheid een gunstig berigt.

Den 13 Febr. Sijtze was heel vroeg derwaarts gegaan om na de toestand van onze geliefde dogter te vernemen, en bragt ons het beste bescheid te rug.

Ik schreef intusschen verscheidene brieven aan de naaste bloedverwanten, welke rede verzonden zijn.

Het was een wonder dat zij geen woord van haar kind sprak, ik durfde, daarom die snaar ook niet roeren; maar haar man Bokke, konde zich niet wederhouden om blijken te geven van de diepe droefheid over het verlies van zijn kindje en sprak heden nog daarvan tegen Sijtze.

Mijne vrouw, schoon zij in jaren niet van huis geweest was, resolveerde echter haar heden met de …[toogof trog; niet goed leesbaar] te bezoeken. Klaas brengt haar derwaarts. Deze ontmoeting van de moeder en hare dogter zal wel zeer aandoenlijk zijn.

De winter continueert, door de vorst, dog geen sneeuw.

Blz. 28

Den 15 Februarij, dooi sedert gisteren hoewel nachtvorst, de sneeuw mindert langzaam.

Gisteren Zondag, harden wind, sneeuw; op den nademiddag regen. Ik was desniettegenstaande naar de kerk, en ging na de nademiddagsgodsdienst, mijn dogter en zwager alwaar mijne vrouw ook was, bezoeken, bevond haar na omstandigheden zeer wel; hun kindje zoude volgens de bepaling met den wijkmeester, hedenavond te Goutum begraven worden, na alvoorens daarvan aangave aan het Bestuur gedaan te hebben, door de naaste buren.

Doeke Hettema is hier gisteren uit van huis gekomen, en gaat morgen weder vertrekken.

De boter was verleden vrijdag 43 Guld. De vette koeijen zijn buitengewoon duur; ook de granen, de haver tot 6½ Gulden de mudde, en zoo alles na rato, het brood tot 14 Stuivers. Men hoopt dat de muizen welke zeer menigvuldig in de landen geweest zijn, thans zullen omkomen en sterven.

Heden na de middag tegen den avond 4 à 5 uur hebben de naaste buren Aize Renema en Klaas Watzes, vergezeld van mijn zwagers Bokke en Pieter Hiemstra het lijkje te Goutum ter aarden besteld, mijne dogter bevond zich steeds wel, onze Klaas voederde om dat Bokke als vader, het lijkje vergezelde.

Blz. 29

Den 18 Febr. de dooi continueert er is thans hoop tot open water.

Gisteren werd door Jakob Palsma thans administreerde kerkvoogd, rekening en verantwoording gedaan, voor de daartoe benoemde commissie zijnde Jan Valkema landbouwer in de Noodeind, Dooitze Eekma landbouwer op de plaats van het besprek en Rinze Rinsma mr. bakker te Wirdum, van zijne administratie van het afgeloopen jaar; de rekening werd goedgekeurd en gesloten er bestond een profijtelijk slot van 177 Gulden.

De kerkvoogden vergaderden 9 a 10 uur. Witteveen stond binnen, en trof een overeenkomst met de kerkvoogden, dat de muur n.l. agter zijn tuin aan de kleine buren, als een eigendom van de kerk, aan hem zoude overgaan om daardoor de kerk te ontheffen van het onderhoud waartoe zij verpligt was.- Wijders dat er een 6 a 7 voet hoog, schutting bij aanbesteding zoude gemaakt worden tot een scheiding van de schoole en des Hrn. Witteveens tuin.

Ik ging alvoorens gistermorgen mijne dogter op het hemeltje alwaar mijne vrouw ook nog is eer ik naar het gebuurte ging, eerst bezoeken en bevond haar beter dan eergisteren; des nademiddags, zoodra ik bij de rekening konde gemist worden, ging ik weder derwaards, en bevond haar niet minder, dan des morgens, heden hebben wij nog geen berigt.

Blz. 30

Den 19 Febr. Harden wind en onstuimig zoodat het gunstig weert, tot open water.

Wij hebben heden een gunstig berigt ontvangen over den toestand van onze dogter IJtje, Sijtze heeft er hedenmorgen geweest, en zeide ons dat Beekhuis haar in een veel beteren gesteldheid had bevonden, hetgeen voor haar man en ons geruststellender is.

Heden marktdag, gisteren zagen wij zeilschepen in de Harlingervaart, heden ook in de Sneekervaart, zoodat ongetwijfeld de trekschepen van de voornaamste steden, heden de vaart op Leeuwarden hebben konnen hervatten.

Den 22 Febr. heden gunstig weder, sedert de vorige afwisselendig regen.

Na kerktijd, bezogte ik gister nademiddag onze dogter IJtje, zij bevond zich tamelijk wel en zoude des avonds de tweede maal, sedert hare bevalling van het bed.

Hedenmorgen kregen wij berigt: dat zij koortzig was, en zoo goed niet gesteld als gisteren. Beekhuis bezoekt haar getrouw met deelneming en wend alle middelen aan tot herstelling, zelf, zelf met bloedzuigers, aderlaten en medicijnen.

Wij hebben verleden week berigt van Tjalhuizen gehad, het meisje hadde nog de koorts, maar was anders opgeruimd.

Mijn zwager Hiemstra, bezoekt heden mijne zuster Trijntje te Wanswerd, welke gevaarlijk is, zij is 6 a 77 jaren oud.

Blz. 31

Den 25 Febr. Sedert de vorige sterke nachtvorst, vooral hedennacht, vergezeld van eenige sneeuw, het ziet er volstrekt uit.

Mijn zoon Klaas is thans met den digten wagen uitgereden, om mijne vrouw, welke tothiertoe sedert den 13 op het Hemeltje bij onze dogter IJtje geweest is te huis te halen. Ik was er gister, mijn zwager verlangde haar langer te houden, maar wij verlangden ook haar te huis te hebben.

IJtje was koortsig, maar de dokter Beekhuis, n.l. zeide dat het goed met haar stond. Wij hoopen dat zij spoedig mag hersteld worden.

Den 27 Febr. vorst, het ijs is op onze gragten sterk genoeg om erover te gaan.

Gisteren was IJtje, zoo wel, als zij totnogtoe nog niet geweest was, en hoopen dat zij eerlang geheel zal hersteld worden.

De boter was gister 44½ Guld. de voorvorige marktdag 46 Guld. Het vee is zeer duur, de granen houden prijs. Ik betaalde aan Bosgra van Bergum, voor een zak bruine boontjes 75 kop, 10½ Gulden; het zijn ook beste.

Blz. 32

Mijn kleinste zoon Sijtze ving met een net hetwelk hij zelf gemaakt heeft eergisteren 14 leeuwerikken. Deze vogeltjes zijn thans met de vorst, in gehele hoopen om huis en heer, daar zij anders bij goed weder over het veld verstrooid zijn. Hij heeft gedurende den winter ook verscheidene vinken gevangen.

Den 2 Maart afwisselende nachtvorst, zoodanig echter dat het opvolgende open water wordt.

Onze kinderen zijn heden met den digten wagen naar Tjalhuizen om onze zwager en dogter Akke te bezoeken, welke gistermorgen om 6 uur den 1 Maart verlost is van een jonge zoon! Kraamvrouw en kind, bevonden zich naar omstandigheid zeer welvarende.

Binnen het uur, nadat haar de weën overvielen, was zij bevallen, buitengewoon voorspoedig; welk een onderscheid tusschen haar en hare zuster IJtje welke in de uiterste smarte na 3 a 4 etmalen in barensnood, een dood zoontje ter wereld bragt. Welke na groote ontsteltenis bijna 14 dagen doorbragt, thans door de goedheid des Heeren haren welstand opvolgende wederkeert.

Blz. 33

Den 3 Maart, nachtvorst, onze kinderen hebben gister een goeden reis naar Tjalhuizen gehad, bevonden het aldaar in een gunstigen toestand, moeder en jonggeboren zoontje bevonden zich na omstandigheden zeer wel. Zij hebben haar dogtertje Dieuwke medegebragt om hier uit van huis te zijn.

Mijn kleinzoon Eelze Hiemstra, is thans den 1 maart l.l. tot de militie aangelot. De ouders en wij met hún, hadden gaarn gezien: dat hij vrijgeloot ware; maar het was zoo de wil des Heeren; het lot word in den schoot geworpen, maar het beleid daar van is van den Heere!

Hedennacht hebben wij 10 biggen bij onzen zeug gekregen, alles ging in dezen voorspoedig. Met het kalven van onze koeijen gaat het niet zoo gunstig, 10 hebben rede gekalfd, waarvan 3 op tijd kalfden en ook 3 koekalven bragten, de andere 7 kalfden ontijdig, of zeer zwaar, waarvan een rier in 14 dagen niet konde staan, maar thans weder opstaat. Van deze laatste 7 is geen een kalf levendig of ontijdig, of door het zwaar kalven dood op de wereld gekomen; ieder a 45 St. waarvoor ikze hadde verkogt, is mij hier door 15¾ Guld. schade aangekomen.

Blz. 34

Den 9 Maart. Onstuimig afwisselende sneeuwbuijen, sedert de vorige koud N. wind nachtvorst.

Men hoort gedurig van zelfmoorden, onlangs heeft de onderwijzer der jeugd te Peins zich verhangen in den verleden een ondermeester te Roordahuizum een zoon van den timmerman Bleeksma, zoo men zegt een jong losbal zich aan dit zelfde euvel schuldig gemaakt en gisteren heeft zich een boer op de Hem van middelbare jaren, waarvan men nimmer van een onzedelijk bestaan, gehuwd aan eene dogter van wijl. Andries Smeding, welgestelde lieden en godsdienstig tevens, zich door den strop het dierbaar leven benomen, nalatende een troostelooze wed. en jonge kinderen.

Bijzonderheden dezer onzinnigheden zijn ons nog niet berigt, mogelijk dat wij bij nader kennis van dezen laatsten Tjalke Gaastra genaamd wel eens te rug komen.

Uit het een en ander moet men opmaken dat onze Friessche Natie zich van tijd tot tijd van de voorvaderlijke zeden en deugdzaamheid verwijderd. Nimmer of zeer selden hoorde men in mijne jongere en meer gevorderde jaren van deze gruwelijke onzinnigheid. De zelfmoordenaar werd toen als een pest der menschheid beschouwd.

Blz. 35

Gedurende dezen dag vermeerderende onstuimigheid, bij de steeds aankomende hagel en sneeuwbuijen storm en koude.

Den 10 Maart, koude en vorst, het aardrijk is met sneeuw bedekt, buiten gewoon koud.

Mijne vrouw, Dieuwke en Jetske, zouden heden onze kinderen te Tjalhuizen bezoeken met onze wagen, maar om de scherpe koude is het tot morgen uitgesteld dog, van den invallenden Winter, zoude het wel dagen langer uitgesteld gebleven zijn, maar wij verlangen zeer hoe onze dogter Akke onlangs bevallen met hun klein zoontje varen, terwijl kleine Dieuwke hun dogtertje nog eenigen tijd hier uit van huis blijft.

Den 13 Maart vinnige vorst, dog overigens goed weder.

Bokke onze Zwager welke mede naar Tjalhuizen zoude kwam ons gisteravond afzeggen dat hij verhinderd was, omdat de zelfmoordenaar heden ter aarde zoude besteld worden, zijn pligt als op zijne buren, moeste waarnemen. Lijkle is in plaats om 8 uren ‘s morgens heden met mijne vrouw, dogter en behuwddogter afgereden naar Tjalhuizen.

Blz. 36

Den 13 Maart. Volstrekt Winter, gisternacht en gedurende den voormiddag was het noodweer, harden wind, sneeuwjagt en nijpende vorst, zonder wind, op den nadenmiddag dooi dog hedennacht vorst en scherpe koude N.W.

Vele landschepen misten gister op den marktdag, de boter houd prijs van 44-46½ Gld.

Mijne betrekkingen hebben een goeden reis naar Tjalhuizen gehad, en bevonden allen aldaar in den besten welstand, geheel het tegengestelde met onze dogter IJtje, welke door bijkomende ongesteldheden, gedurig het bed moet betrekken, zij is sedert hare bevalling den 12 Febr., wel nu en dan zoo meende alle ongemakken te boven gekomen te zijn maar t’elkens weder ongesteld geworden, zooals onlangs door een hevige onsteking in de zijde en door veel aderlaten verzwakt geworden; deze ontsteking hadde zich gisteravond weder geopenbaard, hoe het thans is weten wij niet.

Het lijk van Tjalke Gaastra is voorgisteren op de gewone wijze te Wirdum ter aarden besteld. Nimmer word van een gestorvene met zoovele deelneming gesproken als van deze. Hij hadde zich niet verhangen, maar gesmoord, hij lag op de kniën voorover de strop op de keel, maar niet toegetrokken, er was in de nek wel een handbreed ruimte van de strop.

Blz. 37

Den 15 Maart. Sedert de vorige nachtvorst heldere lucht, scherpe koude Zuiden W.

De muizen zijn zeer overvloedig, men meende dat zij gedurende den Winter zouden verdwijnen, maar zijn totnutoe even menigvuldig, en zoo men zegt, vermeerderende. Schoon wij in de huizen en schuren, zooals de bouwboeren, daarvan weinig last hebben, worden de greidlanden met de wroeting daarvan bedorven. Wat de gevolgen daar van zal zijn moet de tijd leeren; maar echter hoopt men bij eene gunstige wending van het weder, zij door het alsdan groeijende en welige gras, den dood zullen vinden, want men zegt, dat deze dieren daarvan gallig worden en sterven.

De kievieten beginnen over de wieken te draaijen, schoon het gelaat des aardrijks er verbleekt en winterig eruit ziet.

Men zegt dat de levensmiddelen door den sterken uitvoer en speculatie der kooplieden in duurte toenemen, bange vooruitzichten voor de toekomst.

Onze zwager van Tjalhuizen kwam hier voorgisteravond en is gisteravond weder vertrokken. Zij bevonden zich aldaar in den besten welstand.

Onze dogter IJtje bevond zich gisteren beter, ik bezogte haar na kerktijd, zooals ik sedert hare ongesteldheid gedaan hebbe, behalven binnen keeren bezoeken.

Blz. 38

Den 16 Maart, sterke nachtvorst heldere lucht Z. Wind.

De uitvoer naar Londen, vooral van vette, melke en kalvekoeijen, schapen en allerhande voorwerpen, is nog altoos vermeerderende door stoombooten van Harlingen.

Het was bevorens niet vreemd, dat gesch…te [slecht leesbaar] personen om vee te behandelen, zich bij de kooplieden lieten bevinden, om met schepen de uitvoer naar Holland bij te staan. Maar thans besteeden dezulken zich, om het vee in de stoombooten op te passen niet alleen, maar bij het aankomen te Londen, het overgevoerde vee, op de markt aldaar te leiden, en de handel met de Engelschen, te bevorderen, zich erop toeleggen om de Engelsche taal te verstaan en aldus de gemeenschap tusschen deze Natie en de Friezen te bevorderen.

Den 20 Maart, sedert de vorige uitmuntend schoon en droog weder heldere lucht, maar echter vergezeld gaande met nachtvorst.

Ten gevolge van dit uitmuntend weder, is mijn tuin voor een gedeelte bezaaid met orten zalaad, preien, radijs enz. dog het weder is thans veranderlijk; gisteravond scheen het Noorderlicht buitengewoon. Wij vrezen dat dit een voorteeken zal zijn van slecht weder.

Blz. 39

De boter is tot 39 Guld. gister gedaald, maar de levensmiddelen worden door den sterken uitvoer naar Engeland van tijd tot tijd duurder, bange vooruitzichten voor den gemeenen man.

Het gaat met onze dogter IJtje thans goed, dagelijks neemt zij toe in gezondheid en sterkte.

Onze boerderij gaat goed, wij hebben 10 biggen in de derde week oud, nimmer hebben wij zoo weinig toezicht in het werk gesteld, om op te passen, het gaat alles als het ware van het eerst begin af, vanzelf.

Den 24 Maart, hedenmorgen regen Z.W. waarschijnlijk klaart het weder. Gisteren gedurende den gehelen avond tot in den nacht ver in het Zuiden opvolgende donder en weerlicht.

Onze kinderen Klaas, Sijtze, Klaaske en Hanna zijn naar Tjalhuizen gereden, om onze kinderen aldaar te bezoeken, hoewel het weder niet gunstig is, heeft deze reis volgens bepaling niet willen uitstellen; trouwens wij verlangen ook, hoe zij met hunne kleine varen. De kleine Dieuwke is nog alhier, zij word opvolgende beter en is hier t’ uis en vrolijk bijkans 3 jaren oud, spreekt zij selden van vader en moeder.

Blz. 40

Het gezanggezelschap te Wirdum blijft nog in stand, wekelijks Dingsdagavond van 8 tot 10 uur, word de oefening in de zangkonst voortgezet. Het is in gebruik dat zoodanige gezelschappen te Weidum en Warga bestaande nu en dan met dat van Wirdum in gemeenschap elkanderen wederkeerig bezoeken. Zoo was dat gezelschap van Weidum, gisterenavond bij de oefening te Wirdum tegenwoordig, onlangs was Warga om deze oefening bij te woonen te Wirdum. Wederkerig bezoeken tot dat einde de Wirdumers Warga en Weidum.

Den 27 Maart, het weder blijft opvolgende droog O.Z.O. wind, evenwel zonder nachtvorst.

Onze kinderen hebben het te Tjalhuizen uitmuntend wel bevonden, hun kleine Willem was des zondags bevorens te IJsbrechtum, waaronder Tjalhuizen combineert van Dos. Waalkens gedoopt.

IJtje gaat het ook goed, zij was voorgisteren gedurende den dag bij hare schoonmoeder terwijl haar man, in gte. voor zijne moeder als hervormd floreenpligtige in de kerk te Goutum tot het stemmen van een predikant in de vacerende gemeente aldaar mede tegenwoordig was. Na de afloop dier stemming bleek het dat v.d. Zwaag thans predikant te Beetgum en zoon van wijl. W. v.d. Zwaag eertijds predikant te Wirdum, bij meerderheid van stemmen tot predikant beroepen was.

Blz. 41
De rogge stond op den 23 l.l. marktprijs geadverteert op 367 – 50 en de Tarwe op 15 – 41 het last.- Men zegt dat de rogge thans 40 Gld. afgeslagen is, en de overige granen gisteren ook slapper waren. Deskundigen willen dat de granen door den sterken aanvoer en uitvoer uit Rusland eerlang in een veel gematigder prijs zullen vallen.

Engeland heeft op voorstel van de Koninginne om de duurte der levensmiddelen een Biddaguitgeschreven, mogten alle staten vooral ons Nederland dat voorbeeld volgen!!

Den 2 April nachtvorst en koud sedert de vorige.

Gisteren vergadering van het Friesch Genootschap onder voor zitting van J. van Leeuwen. Vele bijzonderheden vielen niet voor, behalven het verslag van de vorige en die der winteravondvergaderingen. Prins doopsgezindte leeraar te Tjalbert, hield eene redevoering over de invoering van het Christendom in ons gewest, welke zeer de goedkeuring der vergadering wegdroeg. Daarna voerde den Heer D. Fokkema eenige aanmerkingen over de vervoeging der Friessche namen en bepaalde zich bijzonder tot die van Suffridus Petri, waarna de vergadering gescheiden is.

Blz. 42

Den 3 April, treurig en koud N.O. Wind misschien regen of sneeuw.

Heden ben ik 81 jaren oud, en bevind mij in een goeden en gezonden toestand. Daarentegen ontvangen wij hedenmiddag berigt van mijn broeder te Wanswerd, dat onze blinde zuster Trijntje na een langdurige zukkeling hedenmorgen half 8 zeer zacht is ontslapen.

Met gemeen overleg was hare huishouding in den verleden Herfst opgebroken, en hadde thans hare inwooning bij eene dogter en zwager van mijn broeder, Sijtze Kroodsma gemaand op Doniaterp onder Wanswerd. Zij is nimmer gehuwd geweest, en hadde thans den ouderdom van 77 jaren.

Den 9 April, sedert de vorige altoos koud, sterke regen gisteren, heden storm heldere lucht.

Gisteren is het lijk van mijne zuster Trijntje Wijgers Hellema te Warnswerd nevens de graven van mijn vader en moeder ter aarden besteld onder veel regen en wind, en veroorzaakte daardoor een moeijelijke opdragt voor de voetgangers vanaf de Doniaterp alwaar het sterfhuis is, langs een modderige dijk door den toen in-

Blz. 43

vallenden en steeds aanhoudenden regen tot op den avond.

Omdat het gistermorgen aangenaam weder was resolveerde ik om het lijk

de laatste … [hier is vermoedelijk eer weggevallen] mede aan te doen, mijne drie zoons Lijkle, Klaas en Sijtze benevens mijn behuwdzoon Bokke als ook mijne kinderen uit de buren Wijger en Jetske, Pieter en Dieuwke benevens Doekle Andringa, oomzegger, begaven ons volgens afspraak op bepaalden tijd op reis, gingen tezamen naar de stad, in het 9 uur schip, behalven Lijkle, Klaas, Bokke en Pieter welke liever verkozen te gaan, het begon te regenen toen wij te Birdaard kwamen, zonder eenige afwisseling tot op den avond. Men bood mij een plaats op den lijkwagen, maar ik verkoos liever niettegenstaande den regen en wind, met alle de vrienden zijnde nabestaande tusschen de 30 en 40 sterk het lijk te voet te volgen. Ook weder in het terugkeeren; men was bijkans doornat, dog ik had mijn winterklederen bij het van huis gaan aangetrokken en dit kwam mij thans bijzonder te stade. De predikant aldaar hadde met zijne vrouw de voorgang, en sprak over het lijk en naastbestaanden alvorens men het sterfhuis verliet een doelmatige reden, en daarna voor en na het eeten zeer gepaste gebeden.

Blz. 44

Men verzogte mij des nachts aldaar te blijven, bij mijn broeder, maar ik verkoos des avonds met mijne betrekkingen alhier te huis en te Wirdum woonende, alle tezamen mede in het half 6 uur schip te rug naar huis te reizen, waaronder Anne Albertsma en den zoon van mijn broeder den koopman Wijger Hellema, beide oomzeggers als ook Pier Lettinga van Stiens welke tot Bathlehiem medevoer, tezamen 12 perzoonen, maar het schip was buitendien met vele perzoonen, en pakgoederen, zoo opgepropt in de roef en het ruim, vol, dat er naauwelijks ruimte was, om zich te plaatsen maar men moest van de nood een deugd maken en zich getroosten hoe bekrompen ook mede te konnen varen; wij kwamen 8 uur in de stad en 9 uur te huis.

Totnogtoe kan ik niet merken dat de reis mij eenig nadeel heeft toegebragt.

Mijne dogter Dieuwke de vrouw van Pieter is op verzoek aldaar een nacht gebleven, om eenige schikking over het een en ander der nalatenschap vooral ten aanzien van de nagelaten lijfdragt met mijn broeder te maken.

Heden marktdag, maar om den harden wind had ik geen lust naar de stad te reizen, mijn zoon Lijkle brengt de boter derwaarts, en om de bootschappen waar te nemen.

Blz. 45
Den 14 April. Guur en koud N.W. dientengevolge is er weinig groei, in boomen en gewassen, mijn radijs, salaad en orten, schoon zichtbaar, neemt niet veel voortgang.

De storm van laatsleden vrijdag d. 9  dezes heeft veel schade toegebragt aan huizen en schuuren, er is bijkans geen dak, dat ongeschonden gebleven is de een min en de andere meer. Onze schuur zijn ongeveer 50 pannen afgevlogen. Een schip zoude voor Harlingen vergaan zijn; dog dit is een los gerugt. Wij verwagten de aangebragte schade van dezen harden wind; aan schepen en gebouwen in de couranten vermeld te vinden, welke wij nog niet gelezen hebben.

De vrouw van Pieter, Dieuwke is met een harer dogters Antje, eergisteren naar Achlum gereis, om haar broeder de Domini en zijn gezin te bezoeken; dog zij treft het weder niet gunstig. Zij zouden anders met mijn broeder over de nalatenschap van onze wijl. zuster beschikt hebben, maar blijft nu tot de volgende week uitgesteld.

Blz. 46

Den 17 April, sedert de vorige buitengewoon koud en guur, afwisselende sneeuwbuijen.

Gisteren marktdag, ik was ook naar de stad. Het vee aan de markt was even duur, zoo ook de granen en alle levensmiddelen; de boter iets gezakt tot 37 Guld. de nieuwe kaas te Sneek 24 Guld.

De natuur is nog steeds in een kwijnende toestand, de ontwikkeling van het plantenrijk, neemt eenen tragen voortgang, de warmte stof tot aanvoeding en opwekking der levenszappen ontbreken steeds, tot groei en bloei.

De muizen zijn nog zeer menigvuldig in de greid en bouwlanden, wat gevolgen dit aanbrengen zal, moet de tijd leeren.

De schade door den jongsten storm aan schepen en zeeweeringen aangebragt, schijnt niet aanmerkelijk geweest te zijn, een smak zoude bij Makkum vergaan zijn; dat voor Harlingen wordt niet bevestigd, althans wordt daarvan geen melding in de couranten gedaan. Mogelijk is dit wel, hetzelfde, dat door een abuis in de gerugten zooals het gemeenlijk gaat, voor Harlingen zoude gebleven zijn. Dog dit is zeker: als er iets in omloop is, dat er altoos het een of ander van waar moet zijn.

Blz. 47

Den 21 April, allerschoonst weder, gisteren is het ten goeden veranderd; tot daartoe is gedurende April bijkans geen aangename dag geweest; inzonderheid was het eergisteren Zondag, harden wind met veel natte sneeuw vergezeld, tegen den middag volstrekt onreisbaar, zoodat diegene welke des morgens naar huis reisden bijkans tot op het hemd doornat waren, zooals onze Klaas.

Gisteren was er  boelgoed ten huize van J. v.der Weide onlangs overleden aan de Swichumerdijk; het vee werd duur verkogt, de meeste koeijen boven de 100 Gulden het ander vee na rato. Ongeveer 20 koeseëten hooi werd voor 9 à 10 Gulden verkogt, schoon geen gading maakte, omdat wij wel van hooi voorzien zijn, verhoogde ik evenwel hetzelve dog werd door anderen weder verhoogd.

De pollen of het Noorderleeg is gisteren verhuurd; ik hadde tot 6 schar last gegeven maar of mijn zwager dezelve gehuurd heeft of niet, weet ik nog niet; want ik hoorde hedenmorgen, dat zij boven de 30 Gulden geklommen waren.

Blz. 48

Den 3 Mei, sedert de vorige is het weder gunstiger, dog de luchtgesteldheid koud, het plantsoen ontwikkeld zich daarom zeer langzaam.

Akke is hier den 1 dezer uit van huis gekomen met haar klein zoontje 9 weeken oud en zal heden met een digten wagen weder vertrekken, ook zal haar dogtertje welke sedert hier geweest is met haar huis reizen. Het is een zeer aangenaam en gezellig meisje thans bijkans 3 jaren oud.

Gister en eergister is veel beweging in de Militie welke van hier vertrekken [vertrekken of vertrokken?] en uit ander plaatsen hier te rug komen.

Gister was het Bededag volgens besluit van Z.M. den Koning, waaraan alle gezindheden van de onderscheidene godsdiensten in het Koningrijk der Nederlanden, moesten deelnemen ten einde den zegen des Heeren over den aanstaanden oogst af te bidden opdat de duurte der levensbehoeften mogte geleenigd worden en daardoor een gevreesde hongersnood, zooals in sommige rijken en staten thans plaats heeft mogte afgeweerd worden, en tevens den Heere te danken, dat Nederland boven andere gezegend is.

Blz. 49

Omdat ik zeer zwaar verkouden ben heb ik aan deze godsdienstoefeningen alhier geen deel konnen nemen.

IJtje en Bokke waren hier heden ook benevens mijn zoon Wijger, welke verantwoording gedaan hadde van de maandelijksch Rijksbelasting; Bokke en IJtje hebben een scheepje, waarmede zij het Ouddiep, dat langs hun hornleger zich in de Wirdumer vaart ontlast, bij een goeden wind met spoed tot aan de straatweg nevens ons op en afzeilen, zoodat zij hier gemakkelijk een bezoek konnen geven, hetwelk zij nu en dan dezer wijze doen.
Heden avond half 5 is onze Akke met haar lieve kindertjes op reis naar Tjalhuizen vertrokken, waarmede onze Hanna om Akke des noodig de behulpzame hand te bieden in de bijstand van hare kleintjes mede reisde, om overmorgen te rug te komen.

Den 4 Mei, het weder als voren, hedennacht stofregen.

Het vee is in soorten op de markten en de boelgoeden en uit de hand buiten gewoon duur, er zijn gisteren in een boelgoed te

Blz. 50

Mantgum, alwaar hoklingen voor 60 Gulden verkogt werden, vooral de vette waar is buitensporig duur; het is geen wonde4r dat een vette koe 200 Guld. en daarboven kost.

Heden is er boelgoed op de zoogenaamde wegsënd nevens Wijtgaard, ten huize van Tjipke alwaar de wed. van de onlangs verhangen Tjalke alsmede eigenaarsche, deze plaats zal bewoonen en gebruiken met den 12 Mei e.k.. Men zegt dat hier zeer schoon vee is en misschien duur zullen worden verkogt.

Den 10 Mei, sedert de vorige allerschoonst vruchtbaar weder.

Bevorens den 6 zijn onze jongbeesten naar de pollen gebragt, door onzen arbeider Sjoerd Dijkstra, aan wien ik dit henendrijven voor drie Stuivers het stuk besteedde; hij hadde 4 van ons 2 van Hotze, 2 van Bokke en van deszels moeder ook 4 dus tezamen 12, als hij ze naar de dobbe op de pollen bragt, dan zoude hij bovendien nog 4 stuivers genieten, zoodat hij dien dag 2 Gulden verdiende, des nachts 12 uur vertrok hij met het vee, en kwam des nademiddags 4 uur, na goed volbragt werk hier zeer vermoeid te rug. Jilles Postma te Wirdum hadde zich bij hem vervoegd met 12 beesten dus tezamen 24, waardoor hij

Blz. 51

bevrijd bleef om behulp bij zich te nemen zoodat zijn verdienst daardoor te beter was, want volgens akkoord moest hij in alles zichzelven redden.

5 vare koeijen om zelf te weiden hebben wij den 8sten in het land gebragt, een gedeelte van de kalvers en biggen zijn mede in het land en het is zoo buitengewoon vruchtbaar, dat ons melkvee aanstaande is om uitgebragt te worden.

Heden in den vroegen morgen, zijn hier een menigte soldaten voorbijgetrokken men zegt naar Zeeland, ook de lotingen van verleden jaar. Mijn kleinzoon Folkert secondant op de Fransche school te Joure, dewijl op het verzoek om te remplaceeren aan den Minister van Oorlog, nog geen berigt gevolgd is, moest heden ook vertrekken naar Groningen; maar zoodra een toestemmend antwoord van den Minister ontvangen is de remplacent voor 280 Gulden gekogt ook klaar, om te trekken.

Mijn 7 korven met bijen zijn goed door de Winter gekomen, de ligtste heb ik wat gevoederd; met het steeds vogtig weder en betrokken lucht, hoewel er wel voorraad van spijze, voor deze diertjes aanwezig is, vliegen zij maar weinig uit.

Blz. 52

Den 15 Mei, sedert de vorige allerschoonst groeizaamst weder; men kan zich niet herinneren immer zulke vruchtbare dagen gehad te hebben.

15 a 16 melkekoeijen hebben den 12 ‘s middags in het land gebragt en gister den 14 alle de vorige zoodat al ons vee in het land is, hedenmorgen zullen wij de eerste kaas maken.

Hemelvaartsdag den 13, hebben wij kerkvoogden na het eindigen van den godsdienst ons onledig gehouden, om de huren van de zitplaatsen in de kerk te ontvangen en overigens om de verschuldigde traktamenten te voldoen, benevens 100 Guld. tot het bouwen van een studeerkamerke aan Mr. hHuis, blijvende het kantoor van Witteveen daaraan annex bij het verlaten op tauxatie het eigendom van de kerk benevens om 51 Guld. tot de schudding nevens Witteveen en schoolhuis wijders alle de kosten van timmeratie enz.

De markt was gisteren vol vee in alle soorten, maar zeer duur, hoewel de vare wat slapper om de grote menigte welke ter markt gebragt zijn. De boter 36 Gulden en alle de levensmiddelen worden van tijd tot tijd duurder.

De rogge staat thans 7 Mei op ƒ 457-50 tarwe 18-00 Gld. En er word voorspeld indien men niet een overvloedigen oogst heeft, de vooruitzichten zeer duister zijn.

Blz. 53

Den 18 Mei, heden en sedert de vorige zeer groeizaam, behalven gister koud, ten gevolge waarschijnlijk van een donderachtige lucht want het was eergisteren zeer zoel, met vogtig weder vergezeld.

De tuinvruchten groeijen buitengewoon en de ooftboomen appels, peeren enz. beloven veel vrucht, hoewel nog niet in bloei.

Aanstaande Vrijdag zijn de deelnemers van onze brandsocieteit opgeroepen in ‘s Lands Welvaren te Leeuwarden, om het verslag der gecommitteerden te aanhooren van het vorig dienstjaar, twee gecommitteerden, welke uitvallen te herkiezen of anderen in plaats te stemmen en wijders zoodanige voorstellen te aanhooren als ter tafel zullen worden gebragt.

Den 25 Mei wind, ten gevolge van het zoele weder van gister en eergisteren en vorig, het is bijzonder groeizaam gras en granen alles heeft een voordeelig aanzien.

Heden ben ik van Tjalhuizen en wijders met het 12 uur schip van Sneek om 3 uur te huis gekomen; Zaturdag den 22 ben ik op gelijke wijs derwaarts gereisd, en bevond mijne kinderen en hunne kleinen uitmuntend wel, behalven hun zoontje van 11 weeken welke verkouden scheen te zijn, dog heden beter overigens ook hunne boerderij in eenen goeden stand.

Blz. 54

Zijne miedlanden stonden uitmuntend en kon wel beginnen te maaijen.

Pinxter den 23 reden mijn zwager en ik des middags naar Oosthem om Dos. van Berkum te hooren, en dronk na kerktijd thee bij zijne Eerw. Ook zijne huisvrouw, waren zeer verblijd mij in welstand aan deszelfs pastorie te ontmoeten; het was misschien meer dan 20 jaren geleden dat wij elkanderen niet gesproken hadden; toen zijn Eerw. te Wanswerd predikant ware, sprak ik hem dikwijls bij gelegenheid dat ik mijne familie aldaar bezogte, nam daarna afscheid, en hoorde hem des maandags gistermorgen weder te Folsgare zijnde zijne andere combinatie. Hij is een zeer vriendelijk ernstig en een goed predikant. De krken te Oosthem en Folsgare waren t’elkens zeer vol toehoorders.

Mijne kinderen waren zeer verheugd over mijn verblijf bij hun en zouden mij gaarn langer gehouden hebben, maar ik hadde bepaald heden te huis te komen.

In den omtrek van Tjalhuizen waren in vergelijking met Oosthem en elders, zeer weinige muizen. Zij zijn hier bij ons huis ook weinig maar in de agterste landen naar den trekweg zeer veel, dog niet zooals te Oosthem. Bij IJlst is de longziekte uitgebroken.

Blz 55

Den 29 Mei, gedurende de vorige buitengewoon warm, zoo zelf, dan men bij warme zomerdagen selden zulke elkander opvolgende warme dagen heeft.

Gisteren marktdag, vergadering van gecommitteerden in deelnemers; de vergadering jongstleden voor 8 dagen was alleen van de gecommitteerden, deze van beide. De voorzitter gaf verslag van den bloeijenden toestand der Societeit, dat dezelve thans tot de hoogte van bijna agt millioenen geklommen ware; de deelnemers waren over dezen stand en over het bestuur zeer tevreden. De beide uitvallende gecommitteerden Sierdsma wegens Baarderadeel en Rollema wegens Rauwerderhem werden met eenigheid van stemmen gecontinueerd.

Het vee was gisteren buitengewoon duur, de boter 33½ en de geele graauwe kaas 34½ Gulden, een verschijnsel dat bevorens misschien nimmer heeft plaats gehad dat de kaas duurder dan de boter is! Alleen de geele kaas wordt thans zoo gestrokken, de nagelkaas stond bevorens hooger dan de andere, maar staat nu ver beneden de geele kaas. Er waren bij IJlst aan de longziekte 3 gestorven, 6 ziek en een aan de beterhand. Zij worden thans zieken en gezonden als voren niet gedood.

Blz. 56

Den 2 Junij. Sedert het warme weder koud droog N. Wind.

Klaas, Sijtze, Klaaske en Hanna zijn hedenmorgen tijdig met den wagen naar Tjalhuizen vertrokken, om onze kinderen aldaar te bezoeken. Klaaske zal bij welzijn eenige dagen uit van huis blijven.

Wij zijn heden begonnen te maaijen en zal bij welzijn tot aan het einde voortgezet worden.

Bij het vorige warme weder heb ik ligter kleeding aangedaan, dog bij het invallen dezer koudere dagen, welke men niet vooruitzag, heb ik mij de gewoone verkoudenheid aangebragt.

De geele kaas werd gister te Sneek sterk als voren getrokken en klom tot 35½ Gulden in prijs, dog zakte bij afgaan der markt. Er was was een verbazende hoeveelheid, dewijl een ieder thans geele kaas maakt.

Den 7 Junij. Sedert de vorige nog altoos koud en guur weder, evenals in den herfst.

Een ieder maait reeds, er komt ook door de muizen, welke nog aanwezig zijn, niet veel hooi, hoewel door het onlangs warme weder de groei bevorderd is.

Blz. 57

Den 14 Junij heden schoon warm weder, dog harden zuidenwind, mogelijk regen; hoewel wij naar droogte verlangen, omdat wij bij goed weder, morgen konnen zweelen.

De muizen nemen dagelijks toe, velen zijn met 10 meer en minder bij het openen bevrucht; indien de voorzienigheid, het verderf van dit ongedierte niet daarstelt! dan zijn de vooruitzichten der landbouw zeer beneveld, vooral ten aanzien der greidlanden; de berigten der bouwvrucht! in alle soorten, van verre en van nabij, zijn zeer gunstig.

De Regering heeft eene wet de Staten Generaal aan geboden tot opheffing van den accijns op gemaal van de rogge, om bij de tegenwoordige duurte der levensbehoeften, de arbeidzame klasse te verligten.

De kaas zakt, de boter was verleden vrijdag 36½ Guld. dus 4 à Guld. als de vorige marktdag beter.

Den 17 Junij goed vruchtbaar weder, steeds afwisselende regen; gisteren hebben wij een weinig gezweeld; maar het is niet goed, het hooi rijpt niet schoon wij sedert 14 dagen al maaijen; wij hebben alle de onleegtijders ook nog niet, morgen komen de beide laatste vrijgezellen, waarvan een te Suameer en de andere te Drogeham behoort.

Blz. 58

De nieuwsgierigheid dreef mij verleden vrijdag om te zien, welke vordering men aan het bouwen van het Paleis van Justitie in het Zaailand gemaakt hadde, en zag dat de fundamenten, gebouwd op een zeer zwaar heiwerk tot boven de oppervlakte van den grond op gehaald waren; dit is zeker een werk van een verbazenden omvang, en zal tijd en moeite kosten, eer het voltrokken zal zijn.

Nimmer was er misschien geen tijd, dat men zooveel timmerde, bouwde, herbouwde en en verfraaide als thans, zoowel in de steden als op het land; overal ziet men oude huizen en schuren afbreken en nieuwe in plaats bouwen. Niettegenstaande de sterke aanvoer van hout uit Noorwegen en van elders, bestaat er een groote behoefte aan timmerhout. De houtkoopers, konnen er op tijd zooveel niet leveren als er gevraagd wordt. Niet alleen is er behoefte aan timmerlieden volgens de gedurige advertentien in de couranten, maar ook aan wagenmakers enz. Een bewijs van voorspoed in den gegoedden stand vooral ten aanzien van den landbouw, de landerijen worden zeer duur verkogt, zooals onlangs nog aan den Swichumerdijk waarvan de meeste perchelen, met de onkosten, tusschen de 5 a 600 Gld. per pondemate gekogt werden.

Daarentegen klaagt men zeer, wegens de duurte

Blz. 59

der levensmiddelen over de behoeften, van der arbeiders stand, overal wordt daarin zooveel mogelijk voorzien.

Elders klaagt men van een overbevolking. Eene klagte daarover thans aan de Staten Generaal gerigt, verlangt men maatregelen te beramen, om elders te bevolken.

De rogge stond in het begin dezer maand op 457-50, de tarwe op 18 Guld., thans de rogge 399 en de de tarwe op 17-33.

Ik heb thans 6 goede korven met bijen; maar totnogtoe heeft er nog gene gezwermd.

Eergisteren zijn Bokke en IJtje met de chais naar Achlum geweest, zij hebben een goeden reis gehad, waren zeer welkom, en hadden Domini en zijn gezin wel bevonden; zijn tuin en hof waren in een zeer belovenden toestand.

Een advertentie in de courant behelst: dat een arbeider van Nijega, bezig zijnde met maaijen te Grouw, misschien na het nemen van eenige rust, de seisse volgens gebruik der maaijers met het scherp overeinde staande, bij het hervatten zijner bezigheden, stroffelde, in dezelve stortte, tot aan de ruggegraad inviel, zoodat zijne ingewanden bijkans uitgestort werden. Hij leefde tot des anderen daags, O! wat zijn vaak ongeziene rampen, de oorzaken onze doods!!

Blz. 60

Den 19 Junij, regenachtig en buijig, gisternacht donder, gisteren ook, ik was juist te huis uit de stad, toen een zwaar onweer ontstond vergezeld van een sterken regen.

De prijzen der granen rezen gisteren tot een ontzettende hoogte, men zegt dat rogge bijkans 100 Guld. hooger geklommen is. De aardappelen zoowel nieuwe als oude, konden geen prijs tot 8 Guld. houden, maar de Engelschen, verhoogden dezelve tot 9 Guld. en zoo in een zet was er geen aardappel meer te bekomen. Onder het gemeen is er zeer veel gemor, over den sterken afzet van allerlei voorwerpen naar Engeland, door de vervoer der stoombooten van Harlingen.- Zoo hoorde ik gister nog van iemand wenschen dat die stoombooten in de lucht mogten vliegen!!

Onze onleegtijders zijn gisteren gekomen maar omdatze in het hooi niets konnen doen, zijnze met alle magt aan het Muize drinken zooals men zegt; dat is: men drijft de muizen met water uit hunne hoolen en gaten, en zoodra buiten komende wordenze gedood; velen zijn gedurende een geruimen tijd daarmede bezig geweest, en hebben daarbij baat gevonden, vooral als zij op dezelfde landen daarin continueerden, dog anderen tegen de moeite en kosten opziende, en ook omdat er geen verdelgen aan is,daarvoor minder hooi en gras bekomen.

Blz. 61

Ons volk ongeveer een schoft met muizen drinken bezig geweest zijnde in de 5 bij de buren hadden daarvan het voorste plek ongeveer het […] gedeelte van deze 5 pondemate afgedrenkt en dus tezamen 660 muizen gedood, als men nu rekent dat hun meer dan 100 ontsnapt zijn dan zouden de overige […] deelen daaronder begrepen, tusschen de 2 en 3000 muizen, dit land daar alleen bevat hebben.

Hieruit kan men afleiden, dat de muizen over het geheel, waarvan alle landen minder en meerder voorzien zijn, in een ontzettende menigte aanwezig zijn, en dagelijks  schrikbarend vermeerderen, zoodat de uitzichten in den volgenden loop van dit jaar zeer bedenkelijk zijn, voor het noodige voedsel van het vee.

Den 23 Junij. Sterke regen. Gisteren was het schoon weder, waardoor met keeren en anders, groote voorbereidingen gemaakt werden, bij ons en anderen, om heden te zweelen, en ziet! alle moeite tevergeefs, alles regent uit het N. oosten, door en door, waardoor het hooi, in waarde en deugd, zeer veel verminderd, en wie weet wanneer het beter zal worden?

Blz. 62

Gister hebben 2 korven bijen, gezwermd, schoon ik niet te huis was, hebben mijne zoons de beide zwermen opgevangen en in korven gedaan.

Gisteren reisde ik ‘s morgens te voet naar de stad en van daar met 9 uur schip naar Birdaard, om mijn broeder en zijn gezin te bezoeken, bevond hen allen wel, behalven hun zoon Sijbren, welke sedert jaren laboreerde aan de knie, maar thans zoo erg, dat men hem met veel moeite krukken en stoelen ‘s avonds naar zijne rustbank sloert en schuift en ‘s morgens weder uithaalt en op een leuningstoel aan den tafel, doet nederzakken, alwaar hij zittende en somtijds, overend met krukken en stoelen, de kamer rondschuift; hij is wel niet ziek, eet en drinkt, maar zoo zwak dat men fluisterende, door zijne stem naauwelijks verstaan kan. Mijn broeder en zijne dogter, de weduwe Biermans welke met twee kindertjes bij hen inwoond, behandelen hem zoo oplettend en zacht, dat de allergeringste beweging aan de knie daardoor voorgekomen wordt, om de verschrikkelijke pijne, welke alle ongeregeldheid hem veroorzaakt, in het voorjaar heeft hij een paar malen een bloedspuwing gehad. Hij was aggrieerde aan het kantoor der Bel. te Birdaard.

Blz. 63

Ik beschouwde hun met groote mededogenheid en deelneming, nam des avonds afscheid ging in het half 6 uur schip, en kwam om 9 uur weder te huis.

Den 24 Junij, hedenmorgen scheen het eerst goed weder te zullen worden, waardoor de boeren begonnen te keeren, en ons Klaas met kaas naar de Buren reed en aan mijn zoon of eigenlijk de kleinzoon, welke de koopman is, leverde voor 26 Gulden; maar om 9 uur kwam er een donderbui waaruit het ontzettende regende en sedert thans tegen de middag nog voortdurende regen.

Ons Lijkle is gisteren met het 2 uur schip naar Sneek en van daar naar Tjalhuizen gereisd om onze kinderen aldaar een nacht te bezoeken, wij verwachten hem heden te rug; als hij op de tehuisreis is, treft hij maar gemeen weder.

Ons eerst gemaaide hooi om huis ligt nog heden sedert 3 weeken, het eerst daaraanvolgende 9 weiden hebben wij in huis; voorgisteren toen ik naar Birdaard was, was het een zeer schoonen dag, maar ons volk meenden dat het den volgenden dag te moeten zweelen en ziet! welk een teleurstelling!!

Blz. 64

Den 26 Junij, hedennacht sterke regen opvolgende hebben wij dus afwisselende regen en zonneschijn; er kan niets in het hooi gedaan worden, hetwelk in deugdelijkheid zeer verliest.

Wij hebben meen ik in den loop onzer aanteekeningen gemeld: dat er opvolgende  in voorname steden in ons vaderland bedenkelijke oproerigheden over de duurte der levensmiddelen ontstonden. Dit gevreesde kwaad is ook in ons gewest doorgedrongen. Te Harlingen is voor 2 a 3 dagen, een vreeslijk oproer uitgebarsten, aangevangen door een honderdtal wijven, vooral tegen den burgermeester Rodenhuis, een zeer groot zeehandelaar, onder meer geweld heeft men deszelfs kantoor geplunderd en daaruit meer dan honderdduizend munt en bankbilletten vernield en verscheurd in de haven geworpen en andere voorwerpen, goud, zilver en juweelen geplunderd.

De Regering aan wier hoofd zich de Gouverneur bevond, gaf zich alle moeite om deze opstand te dempen, en ziet! Gisteren marktdag te Leeuwarden merktten oplettenden (ik was er om den regen niet) dat het aldaar niet was zooals het behoorde, op de koemarkt en elders, zoowel uit mompelen als tezamenschoolingen, vooral toen men drie

Blz. 65

voorname Engelschen, misschien kooplieden welke des daags tevoren door Wijbrandij een der voornaamste kooplieden te Leeuwarden uit den stoomboot van Harlingen afgehaald waren, om bij hem te logeren, en waarmede hoogstwaarschijnlijk in betrekking tot den grooten handel stond, opmerktte: dezewerden eindelijk met het werpen van raapschillen en andere vuiligheden van de markt naar het huis van den koopman Wijbrandij gedrongen, toen des nademiddags half 2 uur het oproer losbarstte, en gemeene volk op de Brol en voor het huis van Wijbrandij tezamenschool, men dreigde de Engelschen uit te halen en te vermoorden, de glazen werden weldra met steenen ingeworpen onder de ijslijkste vloeken. De Regering Burgermeester, een welgezien man, de Commissaris van Politie, (de Gouverneur was toen nog te Harlingen afwezig) en anderen begaven zich in het midden, om de menigte te bedaren, maar vruchteloos, ook spotte men men met de militaire magt, zooveel beschikbaar aanrukte. Zoo was de toestand toen ik berigt kreeg; men verkeerde dus in de grootste onzekerheid, een paar van ons volk begaven zich des avonds derwaarts

Blz. 66

en toen zij om 9 uur weder naar huis vertrokken, was de houding en toestand nog hetzelfde. Een ontzettende menigte, bevond zich nog op de Brol, alle straten en toegangen derwaarts waren opgepropt met menschen, er waren ook schoten gevallen toen men op de soldaten met steenen smeet, maar of er gekwets waren, wist men niet?

Toen het oproer uitbarstte, zag men een glans op veler aangezichten, niet alleen onder het gemeen, maar ook uit den burger en middenstand, en ons volk hoorde, de een de anderen fluisteren; zoo moet het eerst komen als het te regte komen zal.

Men gelooft: dat er velen, welke juist niet tot den gemeenen stand behooren eronder schuilen. Algemeen is de onrust over de duurte der levensmiddelen, waarvan de groote kooplieden onder anderen te Leeuwarden, de Heeren Wijbrandij, Smeding en van Lingen enz. ongehoorde winsten doen, het meest in het oog vallen, waar het meest op gemunt is.

Van ons volk zijn hedenmorgen naar de stad geweest, om 2 uur hedennacht was het oproer gestild, dog hedenmorgen 9 uur weder begonnen, maar toen zij des middags terugkeerden was alles weder stil; overal zag men spooren van het oproer, maar juist niet algemeen aan enkele huizen.

Blz. 67

In anderen plaatsen van ons gewest te Dokkum en ‘s Heerenveen ook te Groningen zoude er onrust zijn, maar dit vordert nader berigt.

De patroulles militairen en schutters, waren steeds op voorname plaatsen, markten en pleinen in de wapens.

Er was bij het oproer met scherp geschoten. De spooren der kogels zag men hier en door vensters en elders gedrongen.

Den 30 Junij. Voorgisteren was het een mooije dag, gisteren treurig en heden afwisselende zonneschijn N. Wind droog.

Wij hebben nog weinig aan het hooi gedaan, tusschen de 20 en 30 weiden in huis. Gisteren zweelden wij de 8 en daarin maar ruim 6 weiden, zoodanig zijn de trekwegslanden, door de muizen geteisterd, de beide 9 aldaar zijn niet beter, heden zweelen in de 15, maar die is goed van hooi voorzien.

Men heeft de rust sedert den oploop voors. in de stad bewaard; ten gevolge daarvan zijn er hedenmiddag 50 dragonders naar de stad, hiervoorbij gemarcheerd! dog alles is nu stil en bedaard. Men heeft verscheidene van die oproermakers gevat en gevangen genomen!

Blz. 68

Men heeft in dezen opstand, meest alle de bakkers, hun brood geroofd en gestolen, eigenlijk was het een roversbende, de wijven hadden de voornaamste rol gespeeld, door de mannen aangevuurd, een schipper van het Vliet zegt men schoon maar toekijker is aan de wonde, door de soldaten geschoten overleden!

In vele steden van ons gewest, ook in voorname dorpen zoude opstand geweest zijn, over het algemeen onder het gemeene volk zoowel in de steden als op het platteland werd deze oploop toegejuicht.

In Groningen zoude het vreeslijk erg zijn maar dit vordert nader informatie.

Het Bestuur te Leeuwarden heeft bij publicatie van den 28 Junij wegens de onlangs plaats gehad hebbende ongeregeldheden, de jaarlijksche kermis dit jaar afgesteld. Insgelijks ook Harlingen.

De prijs der rogge stond den 22 Junij op 502-50 het last en gisteren den 29 op 457-50, de tarwe de mudde op 17-83 de andere granen naar rato.

Over het algemeen staan de granen in alle soorten uitmuntend, en men bespeurd totnogtoe geen de minste bederf, ook in de aardappels niet, men beloofd zich dus een rijken oogst.

Blz. 69

Den 3 Julij, sedert de vorige donker afwisselende zonneschijn, droog N. wind.

De handel had gisteren marktdag de gewoonen loop, behalven de koornmarkt kwam mij veel lediger voor dan wel anders, maar de boter en kaas houden prijs, ook was er veel vee op de markt, dog men zeide dat de commissie naar Londen er niets aan deedde; maar de schaapmarkt was weinig aanvoer.

De rust bleef voortduren, alle winkels waren open evenals voren, men konde in dit opzicht niet merken: dat er zoovele ongeregeldheden hebben plaats gehad, dog alleen dat de patroulles zoowel paarde als voetvolk de stad steeds doorkruisten waardoor het graauw in toom gehouden werd; want de  aardappels golden in het eerst een rijksdaalder, daarna vierde half Gulden, door een koopman opgekogt om naar Groningen en de Lemmer, eigentlijk zooals men mompelde naar Engeland uit te voeren, op dezen handel heeft gemeen het meest gemunt en … niet zonder reden. Belkum had alleen 400 korven aangevoerd.

Schoon het hooi, deszelfs volkomen droogte niet bezit, hebben wij rede 38 pondemate gezweeld en bij na in huis, maar winnen veel te weinig hooi, indien wij geen ongeveer 50 weiden oud hadden, dan stond het niet best.

Blz. 70

Gisteren bij zonneschijn hebben wij weder 4 zwermen bijen ingezameld.

Voorgisteren zijn er wederom 50 dragonders hier voorbij naar de stad gemarcheerd, waarvan een gedeelte naar andere plaatsen zijn gezonden.

De 7 Julij mistig vogtig, gedurende de vorige hadden wij schoon weder en dientengevolge 56 pondematen, en daaruit gewonnen 87 weiden hooi, de 9 bij huis ligt nog.

Na het opklaren van de mist helder warm weder, wij zweelden dientengevolge nog 7 rooken in de 9, toen het begon te regenen, maar niet sterk en een weinig donder maar in de verte in het Z. zeer sterk.

De couranten vermelden uit Harlingen, Amsterdam en Rotterdam, de aankomst van vele schepen met rogge uit de Oostzee en zullen door een menigte gevolgd worden, waaruit men verzekerd dat er een grote daling in de rogge zal gevolgd en het brood goedkooper worden. De boter en kaas houden prijs, alle ongeregeldheden hebben opgehouden in ons gewest.

De brutaliteit van het gemeen en de daardoor gevolgde ongeregeldheden, hebben de Groningen erger geweest dan hier.

Mijn kleinzoon Folkert is met zijn broeder Doeke gisteren op reis gegaan naar Wijk bij Duurstede

Blz. 71

om als secondant aldaar op een Fransche School werkzaam te zijn. Hij was juist niet zeer gezond toen hij vertrok en dit geeft vrij wat bezorgheid.

Den 10 Julij heden schoon weder, wij hoopen daarom de 9 bij huis te zweelen. Sedert een paar gehele dagen zijn ons volk bezig te hooidollen, de middelste golle 64 weiden, is geheel omgezet, thans zijn zij om in de kleine golle een gat te splitten, het is ontzettend hoe het hooi niet alleen bij ons, maar overal broeit.

Gisteren marktdag, alles rustig, er was een sterke handel in vee, boter en kaas houden dezelfde hoogte, de aardappels van 2 tot 2½ Guld.

Den 13 Julij, allerschoonst weder. Wij hebben den 10 Zaturdag, de 9 niet gezweeld. Het werd den gehelen dag treurig, betrokken lucht met stofregen vergezeld.

Maar gisteren en voorgisteren waren het mooije dagen, wij hebben dan de 9 gezweeld, en hedenmorgen binnen gekregen, dus in alles 112 weiden hooi gewonnen, 97 minder dan verleden jaar behalven toen nog 24 nieuw gras bovendien, in alles 233. Wij hebben thans ongeveer met 50 weiden oud 162 weiden

Ons volk zijn thans al weder bezig met hooidollen.

Blz. 72

Den 19 Julij, sedert de vorige buitengewoon warm en helder, waardoor onze en de meeste onleegtijden gedaan zijn geworden dog bij aanhoudenheid broeit ons en bij de meeste boeren het hooi en dit geeft buitengewoone werkzaamheden. Heden betrokken lucht; verleden woensdag zijn wij met de scherne begonnen uit te brengen en indien wij geen verhindering krijgen, konnen wij het in 2 dagen doen, dus in alles 6 dagen.

Gisterennacht is het zwaar onweder elders geweest, het weerlicht was hier gedurende den nacht buitengewoon zonder regen, dog elders zeer veel.

Gisteren na kerktijd, waren ons Domini en onze zoon met hunne vrouwen te theedrinken en bleven hier tot des avonds 9 uur.

Deze onze zoon, wiens zoon Aaldert bezig was met een pistool in den tuin, om de vogels te verdrijven, ging de pistool onvoorzien af en verbrijzelde daardoor het 2de lid der voorste vinger, met overleg van onzen chirurgijn reden zij dadelijk naar de stad, om van Dam tot het afzetten van den gehelen voorsten vinger der rechterhand te gebruiken, het welk dadelijk onder veel pijne van den jongeling nog geen 18 jaren oud ten uitvoer gebragt werd. Ook ontving mijn zoon een brief van zijn zoon Folkert als secondant op de Fransche School te Wijk geplaatst, over de lijdende behandeling van zijn meester. Hij werd door een brief dadelijk te rug geroepen.

Blz. 73

Den 20 Julij, heden afwisselende zonneschijn, de lucht schijnt buijig althans met overdrijvende zware wolkens.

Ons Domeni vertelde mij, dat hij in den verleden week van Idaard komende, dat K. Pel een boer op Tjaard, een stuk land op zijne plaats aldaar onder water zettede, eene verzameling van ojevaars aldaar zich plaatste, welke van alle kanten kwamen aanvliegen om op de muizen, welke door het water uit hunne hoolen gedreven waren, te aazen, hij hadde meer dan 400 geteld, en dachte dat er in geheel Friesland zooveel ojevaars niet waren; het wonderlijkste daarin bestaande: hoe deze vogelen en anderen hetzij door teekenen of iets anders, elkanderen kenbaar maakten, dat juist daar ter plaatse zooveel aas voor hunne behoefte in overvloed aanwezig kwam?

Wij hebben hedenmorgen de ruigscherne uit gekregen, in alles daarover geen 6 maar 5 dagen gewerkt. Onze kinderen in de buren, Wijger en Pieter hebben wij een ieder een fikse wagenvol tot bemesting hunner tuinen bezorgd, met de aanhoudene droogte was dit thans zeer goed te doen.

Ons hooi broeit nogal, wat de gevolgen daarvan nog zullen zijn moet de tijd leeren, mogelijk moeten wij nog dollen.

Mijne vrouw is hedenmorgen met den wagen naar IJtje en Bokke gebragt, uit van huis.

Blz. 74

Den 21 Julij, hedennacht een sterke regenbui, overigens droog weer.

Gisteravond, kregen wij per post, een brief van Tjalhuizen, waarin onze dogter schreef dat haar man ziek ware, en gaarn wilde dat hare schoonmoeder en schoonbroeder kwamen om haar bijstand in hare omstandigheden te verlenen.

Met onderling overleg, ging mijn zoon Lijkle, hoewel bijkans 9 uur, naar Bokkes, om mijne vrouw hunne moeder welke daar uit van huis ware, over het een en ander daarover te verstaan, en aldaar tezamen besloten, om de schoonmoeder en broeder nog dien zelfden avond kennis te geven, en tevens om aan het verzoek van onze dogter te willen voldoen. Dientengevolge zijn zij hedenmiddag met onze Klaas en Klaaske naar Tjalhuizen gereden, om morgen met hunne kleine Dieuwke, om de huishouding aldaar te verligten te rug te komen O! dat God geven mogt, dat de ziekte van onzen schoonzoon, spoedig tot beterschap mogte keeren.

Ik was heden op de begravenis van Anne Albertsma in de buren, welke aan een zusters dogter van mij getrouwd was, een man van middelbare jaren, welke na een zware bloedspuwing en daarop gevolgde ongesteldheid, binnen de 14 dagen is overleden.

Mijn kleinzoon Folkert is dan op terugroepingsbrief van zijn vader van Wijk over Amsterdam na aldaar een nacht bij Domeni van Velzen gelogeert per stoomboot voorgisteren des avonds te rug gekomen tot blijdschap zijner ouders, het gaat met zijn broeder Aaldert, voor het afzetten van den vinger goed.

Blz. 75

Den 24 Julij. Sedert de vorige hetzelfde schoone weder nu en dan regen.

Klaas en Hanna en de kleine Dieuwke kwamen op bepaalden tijd van Tjalhuizen te rug. De ziekte van onzen schoonzoon, was nog niet op die hoogte: dat de dokter de rigting daarvan nog niet wiste te bepalen, hij was zeer verzwakt, en konde naauwelijks zoo lang van het bed, als het gemaakt werd. De afspraak is geen bescheid goed bescheid en sedert hebben wij geen berigt gehad.

De muizen nemen verbazend de overhand niettegenstaande bij duizenden dagelijks gevangen. Ook door de polder in lage landen onder water te zetten. Roorda een eigenerfde boer in de Noodend onder Wirdum zeide gisteren, dat hij de muizen voor den onleegtijd hadde gevangen uit zijne landen, en thans zoodanig de overhand kregen, dat hij geen kans zag om ze te verdelgen, en als deze vermeerdering zoo toenam, dat de weide binnen een maand geheel zoude bedorven zijn, waarvan de gevolgen zouden zijn om de beesten op stal te zetten!

Zoo is het overal, zoo niet hier en daar nog veel erger. De boeren beginnen rede hun vee, dat zij bij betere tijden tot hun beslag noodig te hebben, opvolgende te verkoopen. Ik heb om deze reden, ook 5 weiders verkogt voor 640 Gulden, en gisteravond afgeleverd. Indien de handel op Engeland, duurzaam blijft, dan is in het weidvee of vette beesten voor de boer het meeste voordeel, indien de weide door de muizen niet bedorven werd schoon de boter gister marktdag 38 en de kaas 26 tot 30 Gulden verkogt is; de aardappels 30 St. de rogge beneden 250 het last, alle granen staan uitmuntend.

Blz. 76

Den 29 Julij, sedert de vorige nog opvolgende droog N. Wind.

Gisteren was mijne vrouw, Lijkle en Sijtze naar Tjalhuizen, en bevonden onzen schoonzoon veel beter.

Gisteren vergadering der gecommitteerden van den Brandsocieteit in de herberg te Wirdum. Eerst werden de polissen, welker panden bevatte die geexpireerd, maar opnieuw ingeschreven waren geverifieerd. De vergadering ging daarna over tot het opmaken van het tarif van vee, hooi en granen, en scheide des avonds 6 uur, ik was gedurende den dag tegenwoordig.

Heden vergadering geweest van ons Friesch Genootschap ten huize van v.d. Wielen in de Sacramentstraat te Leeuwarden onder voorzitting van v. Leeuwen, griffier van het Hof, vele zaken werden ter tafel gebragt wegens ingekomene werken en brieven, de penningmeester verantwoordde en deedde rekenschap over het afgeloopen dienstjaar. De Heer J.H. Behrns hield een redevoering over de verwantschap der talen, vooral met betrekking tot de Nederduitsche en Friessche talen. Een aantal leden werden aangenomen waarna de vergadering scheide, ik kwam half 4 te huis.

Het weder is thans zeer schrok, en onvruchtbaar, de weide is schaars voor het vee.

Blz. 77

Den 3 Augustus, sedert de vorige buitengewoon warm, hedennacht donder met regen vergezeld, thans sterke N. wind, betrokken lucht met afwisselende zonneschijn.

Onze dogter en zwager (welke in zooverre weder hersteld is) van Tjalhuizen, zijn hier voorgisteren ‘s avonds uit van huis gekomen, en blijven tot morgen. IJtje was hier gisteren en volgens afspraak zijnze hedenmorgen derwaarts gereden om bij hen te koffijdrinken.

Het is met onze zwager in zooverre spoedig teregt gekomen, hij is noch niet tot zijne volkomene sterkte, maar dog gezond om hier uit van huis te zijn met zijn geheel huisgezin, zijn broeder neemt de boerderij in zijne afwezigheid en zijne moeder de huishouding, waar, zoodat zij thans gerust uit konnen zijn.

Dagelijks zijn wij bezig met muizen vangen waartoe zich ook steeds stadsjongens aanbieden, het is geen best werk, wegens het water aanbrengen.

De meeste boeren, de een meer en de andere minder zijn met muizen vangen bezig, maar zij hebben zoodanig de overhand, dat er geen verdelgen aan is, een der beste landen de 9 bij huis, heb ik geheel laten bedrinken, waarvan tusschen de 2 en 3000 muizen uitgekomen zijn, als men nu de minste landen daarnevens rekent, welk een onzettend menigte.

Blz. 78

Den 4 Aug. heden schoon weder dog droog.

Heden nademiddag half 4 zijn onze kinderen van Tjalhuizen welvarende weder naar huis vertrokken, hun klein dogtertje is hier nog uit van huis gebleven.

Nadat mijn kleinzoon Folkert, sedert zijne tehuiskomst van Wijk bij Duurstede bezig was zijn vader bij te staan, en zich zelven in de wetenschappen te oefenen, kreeg hij onverwacht op het laatst der vorige maand een brief van zijn vorigen meester op de Joure welke hem van stonden aan weder op zijn instituut verlangde als secondant.

Met gemeen overleg van zijne ouders en mij is hij op den 1 Aug. derwaarts vertrokken om aldaar in zijne vorige betrekking weder werkzaam te zijn.

Zijn jonger broeder welke de vinger door een pistool verbrijzeld en daarna afgezet is, gaat het voorspoedig de wonde der afzetting is bijkans genezen; zoodat hij spoedig zijn vader in het schrijven weder kan bijstaan hoewel het hem het eerst wel ongemakkelijk zal zijn de voorste vinger in het bestuur van den pen te missen.

De lucht heldert thans weder op, men vermoede op den avond donder.

Blz. 79

Den 7 Aug. heden schoon weder, gister nademiddag eenigzins regen, de lucht was afwisselende tot op den avond met zware wolkens bezet en hoozig, dreigde tot veel regen maar er kwam weinig van.

Er was gisteren een levendige handel in alle soorten van vee, behalven de varkens; door de sterke stoomvaart van Harlingen op Londen, blijft de handel in allerlei voorwerpen aanhouden; de graanhandel is ook levendig, schoon de rogge thans op 255 Guld. staat.

Nimmer kwamen er zooveel schepen opvolgende ter markt, sedert dezelve door Engeland zoo getrokken worden, allen Friesch ras, het is onbegrijpelijk, dat Friesland zooveel schapen bevat, in dezen omtrek ziet men maar weinig. Wij plegen in vroegere tijden, toen de wol min en meer de helft hooger in prijs was dan nu, doorgaans 14, 15 min en meer weidschapen en de lammen in evenredigheid te bezitten, daar wij thans jaarlijks 6 a 7 weiden; ik hebze rede verkogt voor 15 Gld. zoo is het met ons, en dezer wijs is het met alle boeren onder Wirdumer behoor en aangrenzende gesteld met de aanvoeding van schapen. Men legt zich thans meer toe op melken en weiden van rundvee, waarbij de aanvoeding niet veronachtzaam word.

De aardappels zijn thans van een veel beter kwaliteit men eet ze gaarn en met smaak.

Blz. 80

Den 9 Aug. heden harden wind vergezeld van donderbuijen, men verlangd naar regen; maar komt weinig.

Het muizen vangen is de order van den dag, schroeven waterslangen en molens zijn de werktuigen waarmede men zooveel mogelijk het water over de landen drijft, om de muizen uit hunne holen te dringen en dan te vangen, dit gaat spoediger dan met emmers te drinken; wij hebben dagelijks een man dezer wijs bezig, maar dit is zwaar en langzaam werk.

Ik heb 9 korven met bijen tezamen met Ynze Bakker welke 14 hadde dus 23 korven naar de wouden en heide gezonden. Zij zijn gisteravond of hedenmorgen op de plaats hunner bestemming gekomen. Indien zij daar de kost niet verzamelen, dan staat het slecht.

De Wirdumer kermis welke op morgen inviel, is door het Grietenijbestuur, dit jaar afgesteld.

Om de duurte der levensbehoeften, heeft dit besluit op aandrang van sommige ingezetenen plaats genomen, en wel te regte; want vele behoeftige en tot de arme classe behorende inwoonders, nemen doorgaans een rijkelijk deel aan zulke vermaken, terwijl hun zuur verdiend dagloon, tot behoefte zoo noodig, niet alleen daaraan geofferd, maar eenige dagen lediggang hun toestand des te ellendiger maken.

Blz. 81

Den 17 Aug. sedert de vorige buitengewoon droog en warm.

Gister hadden wij: Wageningen, Sierdsma, Jelles, ik en de boekhouder mijn zoon, vergadering in de Klanderij te Leeuwarden, van de polissen van vee, hooi en granen welke voor het loopende jaar thans weder ingeschreven waren 668 stuks, post voor post verifieeren [verifieeren of verificeren] van ‘s morgens 10 uur aangevangen en ‘s avonds 6 uur geeindigd, tusschen beiden eenige ververschingen genooten te hebben.

Heden hebben wij de wol te Wijtgaard geleverd na alvorens dezelve aan een commissionair van den koopman Feijts te Bolsward voor 1 Gld. per Ned. lb. te verkogt te hebben. Het gewigt van 12 fliesen bedroegen zevenenzestig Ned. ponden.

Heden zeer warm, in den nademiddag in het Z. Oosten, donder maar bereikte ons niet, de lucht ontbond zich en thans 5 uur klaart het weder geheel op.

Klaas brengt ons onleegspaard te rug maar Menaldum aan Lijkle mijn oomzegger. Wij hebben in het laatst van de vorige en begin dezer week rede 3 weiden wit en 2 weiden koolzaadstroo van Beetgum en Engelum gehaald.

Blz. 82

Den 28 Aug. Sedert de vorige nog altoos droog en schrok; heden zeer warm, nu en dan was er eens een bui, maar de wind liep dan terstond in het Noorden, zooals gedurende het zomersaizoen totnutoe plaats heeft dog heden meer zuidelijk.

De rogge staat thans ruim 200 Gulden, de overvloedige granen, worden uitmuntend geoogst; maar zooveel te minder is het met de greidlanden gesteld; de weidlanden zijn niet alleen door den veldmuis uitgehold en afgevreten; maar de tegenwoordige droogte, veroorzaakt zooveel schaarsheid in de weide, dat het melkvee van dag tot dag minder melk geeft, zoo zeer dat wij verleden herfst toen wij de beesten op stal zetten zooveel melk molkten als thans, elders tot aan Sneek is het nog veel erger, sommige boeren stallen de beesten. Indien het niet veranderd, dan zijn de vooruitzichten van den boerenstand zeer bedenklijk. De prijs der boter is 40 en de beste kaas tot 30 Gld.

Ons Klaas is gister naar Tjalhuizen gereisd en komt bij welzijn heden weder te huis. Wij verlangen zeer hunnen toestand aldaar te weten.

De aardappels zijn smakelijk de prijs een daalder min en meer.

Het beste vee is duur, de Engelschen trekken steeds een ontzettende menige schapen en vee, de markt was gisteren vol, vooral varkens, maar worden niet getrokken.

Blz. 83

Den 3 Sept., Sedert de vorige veel regen afgewisseld door harden wind nu en dan donder, heden onstuimig, N. wind.

Ten gevolge van den regen, worden de landen groender, en indien men zacht en groeizaam weder kreeg, dan is er hoop dat het gras wel groeijen zal; trouwens het ziet er bedenkelijk voor den greidboer uit; vele boeren in dezen omtrek voederen de beesten in het land en op stal.

Het gemaak dat gering is, is zeer duur, ook de granen, in alle zoorten, behalven de rogge in een matigen prijs, alles word naar Londen uitgevoerd niets uitgezonderd. Een zeker schrijver acht Friesland door de stoomvaart in gemeenschap verbonden met Engeland en als het ware de voorstad van Londen.

Heden marktdag, maar omdat het zoo onstuimig is, verkoos ik niet derwaarts te reizen. Mijn zoon Klaas is met de noodige boodschappen belast.

Wij zouden de jarsloot slatten, maar wegens de zwarigheid van dit werk, en bijkomende omstandigheden ontstond er verwijdering tusschen mij en mijn arbeider, en ten gevolge daarvan heb in hem zijn afscheid gegeven, schoon hij sedert vele jaren mijn arbeider was, hij was als het ware bij ons te huis, wij hielden veel van hem, hij woont in de buren, heeft een vrouw en een kind, hij is een halfbroeder van mijn zwager te Tjalhuizen, Sjoerd Ages Dijkstra genaamd.

De buien wisselen alkanderen steeds af, ook is het koud. September begint niet zeer aangenaam.

Blz. 84

Den 6 Sept. Sedert de vorige, buitengewoon onstuimig, volstrekt herfstweder, met veel regen en hagelbuijen vergezeld.

Ten gevolge van dit koude weder leggen de boeren de koeijen dekken op, andere zetten een gedeelte opvolgende op stal, andere wederom voederenze in het land, wegens schaarsheid in het land, grenzende aan hongersnood; echter zijn er gedeelten in ons gewest, vooral daar men zoo zeer geen overlast van den veldmuis heeft, die van een goede weide voorzien zijn, ja nog veel hooi winnen, hetwelk zelf van de Kuinre en omtrek door de boeren gekogt en alhier ingevoerd word.- Als eene bijzonderheid kan men nog aanmerken, dat het gehele nieuwland van hier tot boven Sneek en aangrenzende oudland van den muis geteisterd en zommige streeken bijkans verwoest zijn, integendeel plekken, omtrekken en boereplaatsen bestaan er op het oudland alwaar men geen overlast van den veldmuis heeft.

Nimmer is er misschien een jaargang geweest, in welke grooter schaarsheid op het nieuwland omtrent dezen tijd geweest is, dan nu.

God regeert! O! dat het Hem behagen mogte ons vruchtbaar weder te schenken, dan is er misschien nog hoop: dat het vee eenigen tijd kan weide bekomen.

Blz. 85

Den 8 Sept. Sedert de vorige allerschoonst weder.

Wij melken thans geen 5 emmers melk van 26, als een gevolg van de schaarsheid van de weide en onstuimigheid voor eenige dagen van het weder. Als eene bijzonderheid merken wij aan, dat wij jaarlijks doorgaans in October 8 a 9 emmers melken en met zooveel melk als thans, Allerheiligen of het midden daarvan de koeijen op stal zetten.

Gisteren was Hette van Beetgum onzen zwager met een kleindogter en onze kinderen uit de buren hier, eigentlijk behoort zijne plaats even agter Beetgum onder St. Anna. Hij hadde alle zijne granen behalven een weinig haver, binnen en uitmuntend geoogst. De overvloed en schoonheid en kwaliteit van het graan dat hij gewonnen hadde liet niets te wenschen over; daarbij komt nog de hooge prijs van alle de graanzoorten, zoodat er misschien gene jaargangen geweest zijn, in welken de bouwboer beter bestond.

Ik, mijn zoon als boekhouder en Jelles van Grouw, zijn morgen bij den Heer Wageningen te Jellum verzogt, om de nog voorhanden zijnde polissen te verificeren [verificeeren of verifieeren] niet alleen; maar de overigen tijd bij hem door te brengen, onder het genot van eenige ververschingen.

Ik ben heden niet al te wel, als het morgen niet beter is, dan zal ik mij moeten onttrekken.

Blz. 86

Den 14 Sept. sedert de vorige allerschoonst weder, hedenmorgen regen N. wind.

Wij zijn op bepaalden tijd bij den Heer Wageningen geweest, Jelles kwam met een voerman van Grouw, mijn zoon en ik waren ter bestemden ure te Wijtgaard, reden tezamen naar Jellum en ‘s avonds 6 uur ook te rug, ik stapte aan de straatweg eraf, en wandelde van daar na huis. Wij hadden een genoeglijke nademiddag bij den Heer Wageningen. Gedurende de werkzaamheden, omdat mijne tegenwoordigheid gemist konde worden hadde de Hr. Wageningen de vriendelijkheid, mij twee zijner zoons tot geleide te geven met deze jonge heeren wandelde ik de uitgestrekte tuinen en hoven van Mammema State, door den Hr. Wageningen bewoond en in gebruik, rond, bewonderende de menigvuldige tuin en boomvruchten in alle zoorten, en waren meer dan toereikende om in de behoeften, van zulk eene groot en aanzienlijke huishouding als dat van den Hr. Wageningen te voorzien; na de gedane wandeling, waren de werkzaamheden geëindigd en dronken toen een kopje thee en daarna een glas wijn! 6 uur was de voerman nevens het Slot, namen afscheid stapten op den wagen en reden weg.

Toen ik te huis kwam, was Sipke Hoogterp hier, om een nacht uit van huis te zijn, des anderen morgen reden wij tezamen naar de Stad, zijnde marktdag; het vee was niettegenstaande, de groote schaarsheid nog prijzig.

Blz. 87

De landen groenen, maar de groeikragt is door de droogte en den veldmuis, zoodanig ondermijnd, dat het bijkans hoopeloos is, dat er genoegzaam voedsel voor het vee in dezen herfst zal groeijen, maar de beesten dus ontijdig op stal zullen brengen; zooals opvolgende min en meer vee gestald word. Ons overbuurman op het zoogenaamde Barrahuis, zoude het vee heden op stal zetten, schoon het thans middag aangenaam weder is. Wij melken 4 emmers, en alzoo in geringe hoeveelheid, dat wij het kaas maken zullen moeten opgeven.

De aardappels gelden min en meer een daalder de eisch des boters 45 Guld. de kaas tot 30 Gld. Er bestaat een grooten overvloed appels en andere vruchten. De raapen en wortels worden door den muis gevreten en verschoonen zelf de hooiblokken buiten den deur niet, zoo was Sije Annes van Wijngaarden op Braerderburen agter Wijtgaard op het denkbeeld gekomen, om zijn hooi op den grond met planken te omzoomen, aan de hoeken een opening te laten, alwaar potten met water gesteld werden, alwaar des anderen morgens 150 muizen in bevonden werden.

Onze Buurman waarvan wij boven melden heeft zijn vee, heden nog niet op stal gezet. Het is schoon weder, het is ook natuurlijker indien er nog wat gras is, dat het vee in de weide loopt, dan op stal.

Blz. 88

Den 15 Sept. hedennacht en in den vroegen morgen weerlicht en donder thans goed weder, maar buijig.

Hedenmorgen is mijne vrouw, Klaas, Sijtze, Hanna met de kleine Dieuwke naar Tjalhuizum gereden, om onze kinderen aldaar te bezoeken.- De ouders zullen wel verheugd zijn, dat zij hun dogtertje na alhier 9 weeken uit van huis te zijn geweest, in welstand en vrolijkheid weder te huis mogen opnemen.

Groot 7 uren des avonds, kwamen zij in welstand weder te huis, hadden alles te Tjalhuizen in eenen goeden welstand bevonden, na een besten reis des morgens half 10 aldaar gekomen en dus ongeveer 12 uren afwezigheid tot onze blijdschap weder te huis, de kleine Dieuwke wilde mede te rug; maar men wiste bij het vertrek haar van dit voornemen af te leiden.

Het was met de schaarsheid en de muis evenals hier.

Den 16 Sept. hedenmorgen buitengewoon onstuimig en harden wind, tegen den middag bedaarder.

Er is zeer veel regen gevallen, men hoopt dat dit de groei van het gras bevorderen zal; opdat het vee in het land, genoegzaam moge gevoed worden.

Ons plan is morgen met een paar koeijen naar de markt, om ze te verkoopen.

Blz. 89

Den 18 Sept. Gisteren verschrikkelijk onstuimig, harden wind en regen, het was marktdag en veel vee, runderen, schapen en varkens, de handel in rundvee was levendig en een goede markt; maar de handel in schapen en varkens slap. Door den menigvuldigen regen was het in de Stad zeer morsig, vooral op de koemarkt; wij verkogten ook een vare welke voor eenige weeken, in de beste fleur van handel 68 Gulden gulden kon en nu voor 61 Gulden verkogt is waardoor men merken kan dat de prijs in vee niet veel afgenomen is.- Er zijn streeken in ons gewest vooral in de wouden, alwaar een overvloed van gras bestaat, en hierdoor en door den sterken uitvoer dat het vee zoo sterk getrokken word. De markt was gister vol.

Door de opvolgende stormen en onweders varen de stoomboten niet geregeld op Engeland. Daarom was de handel in vette schapen en koeijen gisteren op de Londensche markthandel niet levendig. Dewijl appels en peeren zoo overvloedig zijn, en door den harden wind afgewaaid zijn, was de markt van deze vruchten ook buitengewoon overvloedig, en de prijzen slap, vooral de afgewaaide winterappels.

Heden in den vroegen morgen tot 9 uur in den voormiddag zeer buijig, met hevige donders vergezeld. De landen groenen. Onze buurman waarvan wij laatst melden, heeft rede 8 koeijen op stal gezet. Dezer dagen molken wij 3 emmers.

Blz. 90

Het weder blijft gedurende den dag even buijig en guur, tegen den middag sterke donder, de wind Z.W.

Onze naaste buurman, bij Barrahuis heeft heden ook eenige beesten op stal gezet; het ziet er treurig uit, indien wij overvloedig hooi hadden, dan zetteden wij ook op. Ik heb gister last gegeven om 400 stoeken haver te koopen, om indien dit mogte gelukken, de beesten daarmede tusschen beiden te voederen.

Misschien zijn er geen voorbeelden, dat men zoo vroeg de beesten op stal zette; men rekent doorgaans dat de tijd om het vee te stallen om of na Allerheiligen is, en thans zoo ontijdig met den aanvang van September en opvolgende.

Na gedurende den dag afwisselende donder ontstond er op den nademiddag om 4 uur een verschrikkelijk onweder van donder en bliksem waarvan de hevige slagen in weinige oogenblikken steeds elkanderen afwisselden, na het overdrijven van dezen fellen donderbui, hoorde men nog in de verte uit het Oosten donderslagen waarvan de grond …[onleesbaar]vensterramen sidderden, een sterk hagel mengde zich gepaard met veel regen in dezen bui. Zulk een hevige donder heeft men in jaren alhier niet waargenomen.

Nog op een later avond zag men steeds weerlicht, bliksem en hoorde men donder, deze afwisselende onweersbuijen hebben ten minsten 3 dagen in meerdere en mindere hevigheid opgevolgd, de dag van heden was bij wijlen ontzettend, selden heeft men bij de heetste zomerdagen, zulke onweders gehad.

Blz. 91

Den 23, het weder is sedert de vorige zachter vooral gister en eergister, mattig en groeizaam.

Het buitengewone onweder welke gedurende den dag van den 18 opvolgende in de verte en nabijheid gewoed heeft, is onder anderen de bliksem des nademiddags 4 uur in een huis en schuur te Jellum ingeslagen. Na de glazen der wooning ingeslagen te hebben is door het uilenbord op de schuur weder uitgegaan zonder eenige schade, dan het afstorten der pannen van den schorsteenmantel na te laten, als alleen het uilenbord rookte, hetwelk door dadelijke blussching, geen verder gevolg heeft gehad. De brandspuit van Weidum, was rede op reis maar keerde op berigt van geen brand te rug. Des avonds 7 uur is te Teroele een boerehuizinge en schuur geheel afgebrand door den bliksem in geslagen. Wij zagen van hier ver in het Zuiden een sterken bliksem en in een oogenblik daarna de gemelde brand; zoodat een fellen grand ook ver kan gezien worden; want de afgelegenheid van Teroele van hier zal verscheidene uren bedragen. Ook zegt men dat een man te Wolvega, des nachts de lamp zullende opsteken, door den bliksem doodgeslagen is, zonder wijdere schade aldaar na te laten.

Eergisteren ben ik gedurende den dag met ons gewoon gezelschap te Teerns bij Pieter Sandra en vrouw, te gasten geweest, en gister de gehele dag te Goutum bij de wed. van onzen wijl. zwager S. Overdijk in familiegezelschap.

Blz. 92

Den 30 Sept., sedert de vorige allerschoonst weder.

Het ziet er even ellendig over het veld uit als tevoren, schoon de landen groenen is er evenwel geen gras, de muis heeft zoodanig de overhand: dat er geen verdelgen aan is; ten gevolge daarvan, onder het behoor van Wirdum, geen boer misschien uitgezonderd, of hij heeft minder en meerder gedeelte van zijn vee op stal. Gisteren den 29 zetteden wij 8 melke op stal, en heden nog een. Eigenlijk moesten ze alle gestald worden; maar omdat het hooi als dan niet toereikende zoude zijn, moeten wij daarvan afzien, en het honger lijden van het vee aanschouwen.

Heden hadden wij vergadering van ons Friesch Genootschap. De werkzaamheden waren als voren, de Hr. Andræ hield eene rede over den oorsprong van de Friessche wetten, in handel en regt in verband met het romeinsche regt. Veel bijzonders viel er niet voor. Geen nieuw leden werden thans aangeboden. En nadat Ankringa eenige verzen tot dankerkentenis voor de vervaardigers van het stamboek in folio reciteerde en in de voorreden geplaatst, door Hettema als een der … [onleesbaar] met erkentenis beantwoord werd de vergadering door den voorzitter gescheiden.

Onze Sijtze is heden uit om te wilsteren en heeft niets gevangen.

Pier Lettinga te Stiens is den 26 l.l. overleden en zal den 2 October ter aarde besteld worden.

Blz. 93

Den 4 Oct. Sedert de vorige even schoon en aangenaam weder, de wind altoos Noord.

Het is iets bijzonders: dat de wind gedurende dit jaar meest ten Noorden staat, van het Westen tot het Oosten, alle streeken van het Noorden door.

Nimmer is er misschien een jaargang geweest dat het vee zoo vroeg gestald is; de muis blijft de overhand behouden. Ook die landen, welke men onder water gezet hadde, daar de muizen verdronken of uitge… [onleesbaar] waren, waarvan het water weder uitgelaten en eenigen tijd droog gelegen hadden, vermeerderen de muizen daarin, en worden evenals tevoren, met dit ongedierte opgevuld. Het is eene bezoeking, mogten de menschen daarin de hand Gods kennen, en geregtigheid leeren! zich vernederen en voor God verootmoedigen. Desniettegenstaande blijft de weelde de overhand behouden, schoon de Regering onlangs den 26 Sept. l.l. bestemde tot een algemeenen dankdag, voor de zoo zeer gezegende Graanoogst!!

De overvloed van granen is zoo groot, dat de bouwboer dezelve op verre na in de schuur niet konnen bergen, maar buiten in groote hoopen op loegen, waarvan men bij sommigen tot 10 a 11 meer en min ziet opgeloegd. Men is er bijkans mede verlegen!

Evenwel blijven alle graanzoorten duur, de beste aardappels ook tot 2 Gulden de korf.

Er heerscht daardoor een kwaden geest, vooral in de Stad onder het gemeen, maar door enoegzaam krijgs voet en paardevolk, word het in bedwang gehouden.

Blz. 94

Het gemeen vermeent, dat alle voorwerpen naar Engeland uitgevoerd worden, zoo zeer dat kwade jongens in de Stad, onze zoons welke in gemeenschap met anderen, verkogte kalvers, door de stad dreven om bij de brug van de Hoeksterpoort aan Oostfriesche kooplieden, om misschien naar Pruisen uit te voeren, te leveren, nariepen, Al weder naar Engeland onder meer andere kwade woorden.

Men zegt dat de poging om varkens over te voeren, mislukt is, deze dieren sterven op zee schoon men ze in groote teenen korven evenals hangmatten ingescheept worden, evenwel de beweging op zee, hen door braken, doen sterven. De varkens zijn desniettegenstaande even duur als het ander vee; het spek kost 6 St. het oude lb., gerookt 10 St. het vet naar rato.

Heden kwam onze zwager H. Huizinga van Hallum hier met berigt: dat hij ongeveer 500 stoeken haver hadde gekogt voor 340 Gulden van mijnen oomzegger L. Memerda landbouwer te Menaldum. Een schipper is dadelijk gehuurd, oom hier aan ons land te transporteren voor 17 Gulden. Hij is terstond op reis getogen en hoopte Lijkle vanavond nog te berigten: dat hij met zijn schip te Dronrijp lag, om de haver te ontvangen. Dezer wijs, konde het gelukken dat wij in deze week per schip in twee vragten de haver te huis kregen.

Blz. 95

Den 7 October, mistig de wind sedert de vorige tot heden N.O.

Gisteren hadden wij vergadering van floreenpligtigen volgens oproeping van het Grietenijbestuur, tot vaststelling der begrooting over 1848 en benoemden een commissie om de rekening over 1847 op te nemen met het  einde van dit jaar. Na het scheiden der vergadering, hielden de kerkvoogden zich onledig om te beschikken over de belangen der kerkelijke administratie, als die der pastorie, kerk, kerkhof, straten en wegen enz. Waarna men scheide.

Aan huis gekomen, waren ons volk bezig om haver van de Zwette, aangevoerd uit de Wouden van Rinsmageest en aldaar gekogt voor 13 St. 253 stoeken te huis te brengen; maar door den harden wind, was het een moeijelijk werk.

Gisteren ontvingen wij een leedbrief dat Sijbren, de jongste zoon van mijn broeder te Birdaard in den ouderdom van 31 jaren na een langdurig en smartlijk lijden, den 5 dezer ‘s morgens, 5 uur overleden was. Smartelijk valt de ouders dit verlies, hij was hun een steun des ouderdoms, in de verkering vriendelijk gul braaf en godsdienstig. Hij was mijn broeder altoos een steun in ‘s Rijks Administratie, en na mijn broeders ontslag der opvolgende ontvangers aldaar. Hij ruste nu in vrede!!

Blz. 96

Het lijk zal Zaturdag ter aarde worden besteld; maar ik gaan of reis misschien niet derwaards, om de laatste eer mede aan te doen.

Wij hebben heden weder een vragt haver voor den wal, en zijn bezig om te huis te rijden.

Heden hebben wij nog 10 koeijen op stal gezet, zoodat wij thans 19 op hebben. Ik kan mij niet genoeg verwonderen, in 50 jaren bij mijn geheugen is het nimmer gebuurd de beesten zoo vroeg op stal ook zetteden wij nog een vroegmelke op dus 20 stuks.

Den 11 Oct. Heden schoon weder, ook sedert de vorige.

Den 9 bevorens was het uitmuntend schoon weder, daardoor en door mijne betrekkingen aangemoedigd, ondernam ik de reis naar Birdaard, ik ging in het 9 uur schip, en kwam 11 uur dus tijdig aan het sterfhuis, en werd van mijn broeder en wijdere betrekking in hunnen treurige toestand met blijdschap ontvangen. In twee schepen werd het lijk en de familie naar Wanswerd gevoerd en aldaar het dierbaar overschot, begraven; na het vervullen van dezen treurigen pligt keerden wij met de schepen te rug. Na aldaar aan het sterfhuis tot het begravenismaal en wijdere godsdienstige gesprekken bij elkanderen geweest te zijn, ging ik met neef Hellema en vrouw ‘s avonds in het half 6 uur schip, kwamen 8 uur te Leeuwarden, Lijkle mijn zoon hielde mij af en kwamen ‘s avonds 9 uur te voet te huis.

Blz. 97

De haver door mijn zwager Huizinga van Lijkle gekogt, werd in twee vragten per schip op den 9 en 11 dezer nevens ons in de Zwette, aangevoerd en t’elkens op denzelfden dito van daar per wagen te huis gehaald en in plaats van 500 stoeken, ontvingen 327 stoeken dus komt deze haver ons op 22 Stuivers per stoeken te staan; maar het is beste haver en dikke schoven.

 

De woudhaver met 9 gulden vragt

9-::

164-45

van Lykle Memerda

vragt

340-::

 17-::

Dus tezamen behalven nog aan bedienden of arbeiders 530-45
Dagenhuur ongeveer   3-::
In alles f 533-45

Den 16 October, sedert vorige, droog heldere lucht Oostenwind.

De beesten op stal, zijn zeer vergenoegd, wij voederen des morgens en ‘s avonds t’elkens twee jeften (giften) hooi en een schoof haver elken stal. Zij vreten de haver en het stroo alles op, zoodat er maar zeer weinig stroo op de stallen overig blijft, de karrels haver, slikkense schoon op, het is een lust om te zien, hoe gretig zij de schoof, als die voorgedragen wordt aanpakken en eeten.

Wij dragen voorzigtig de schooven uit de schuur op stal, dezer wijs ruigelt er geen kolst uit; want wij voederen de haver in het stroo, ongedorst.

Blz. 98

Den 19 October, sedert de vorige tot heden schoon zacht weder, als het in de maand Augustus ware, dan zoude het zeer groeizaam zijn.

De muizen, wroeten de aarde uit den grond en wroeten hopen bijna als mollehopen, het land ziet er dus deerlijk uit, en de oppervlakte is ondermijnd; ook zijn sommige landen meer en minder volstrekt dood, evenals midden winter, dog ook sommige groen.

Diegene welke tothiertoe aangehouden hebben met muizen te drinken, geven opvolgende den moed verlooren, er is geen verdelgen en uitroeijen aan, het is een droevige bezoekinge.

Als iets zonderlings mag men aanmerken althans zooveel ons bekend is, dat de muizen zich in eene strekking van het Zuidwesten tot het Noordoosten in een breedte van ongeveer 1, 2 a 3 uren min en meer over onze provincie het meest in deze rigting bevinden, het Noordwesten en Zuidoosten, van ons gewest zijn merendeel van deze plaag bevrijd:

Ons volk zijn heden aan het seinvisschen onlangs zijnze uit geweest, maar weinig gevangen hoe het heden gaan zal, moet de tijd leeren.

Sijtze was gisteren met het vogelnet uit, maar ving maar twee kievieten, dit was trouwens van belang; want als men geen levendige vogels op de weeuw heeft, dan kan men de wilsters zoo goed niet lokken en voor het net krijgen.

Blz. 99

Den 22 October, heden goed weder. Gisteren was het onstuimig, harden wind, afwisselende regenbuijen, tegen den avond, donder en weerlicht op den laten avond.

Ten gevolge van het onstuimige weder hebben wij het overige melkvee op stal gezet, twee rieren benevens de kalvers en de bulle tezamen met de vier rieren op de pollen hebben wij nog 14 stuks vee in het land.

Gisteren was ik bij mijn zoon in de buren benevens mijn dogter en zwager aldaar tezamen met het gewoon gezelschap Sije van Wijngaarden en vrouw, Douwe Pieters en vrouw van Hempens en Pieter Zandra van Teerns, deszelfs vrouw was afwezig, gedurende den gehelen dag. Na vriendschappelijk bij elkanderen geweest te zijn nam ik afscheid, en reisde te voet ‘s avonds 7 uur in gezelschap met Otte ondermeester te Wirdum mijn kleinzoon, en kwamen goed en wel te huis welk hier des nachts bleef, en hedenmorgen tijdig weder naar huis reisde om de school mede waar te nemen en daarna les in het Engels te halen van de Stad.

Ik was heden niet naar de Stad, omdat ik er niets te doen hadde, mijn zoon Lijkle was met de boter om tevens huislijk boodschappen te doen. De prijs der boter was 42 Guld. De rogge staat thans op 220 Guld. dus een matige prijs. Op het hoogst stond dezelve in de voor of middenzomer boven de 500 Gld. zooals wij bevorens meldden: een verbazende daling, voorwaar!!!

Blz. 100

Den 23 October, harden wind, donkere lucht.

Hedenmorgen haalden wij ons laatste partij aardappels, aan het Rapenborgster Dijkje onder Huizum; ons eerste partij van Goutum in de voorverleden week per wagen 10 korven f 20,-
In het begin dezer week van een schipper te Wirdum

van Menaldum 12 korv a 35 St.

21,-
Heden onder Huizum weg 15 a 36 St.    27,-
Zoodat wij gehaald hebben 37 korven f 68,-

Behalven die ons enkele korven gedurende de zomer van Wier wekelijks van Hendrik Ates bezorgd werden, voor ongeveer 2 Gulden de korf.

Den 1 November. Sedert de vorige goed zacht weder met eenigen regen en mattigheid afgewisseld.

Volgens schrijven in de couranten is de handel op Engeland vooral in vee, vrij wat geschokt geworden, door het faillissement van voorname huizen aldaar.

Onze jongbeesten, moesten volgens verhuringsconditien heden van de pollen; maar min kanze ook nog laten, op eigen noed om het goede weder en een goede weide aldaar, hebben wij het voornemen, omze in de eerste dagen, nog niet te huis te halen.

Blz. 101

Den 6 November, sedert de vorige meest betrokken lucht, dampig en mist vooral heden sterk mist, altoos zacht Z.O. wind ten Oosten.

Om at wij niet weten, of er misschien vorst, uit den aanhoudene mist kan ontstaan? zijn wij voornemens de jongbeesten van de pollen te halen; ten dien einde zullen bij welzijn Lijkle en Bokke morgen na de middag op reis gaan, om de nacht te Stiens of te Hallum, bij onze familie door te brengen, om maandagmorgen tijdig op de pollen te zijn, de beesten bij elkanderen te verzamelen 12 stuks, en dan naar huis te drijven, waarmede de gehele dag gemoeid is.

De beesten op de pollen bij elkanderen te verzamelen, geeft doorgaans veel tijd en moeite, er zijn er bij honderden en het veld zeer uitgebreid; het strekt zich uit vanaf de Bildpollen, tot en voorbij nevens Ferwerd in een meer en minder breedte.

Er bevinden zich op dit buitendijks veld altoos arbeiders bezig met greppelen en zooden op te werpen, teneinde bij een overstrooming het slijk op te vangen en daardoor te hoogen en alzoo, het land de zee te ontwoekeren.

Blz. 102

Den 12 November, gedurende goed zacht weder, mattig.

Ons volk hadden een voorspoedige reis met de jongbeesten van de pollen, na alvorens een nacht bij onzen zwager H. Huizinga te Hallum geweest te zijn waren zij ‘s morgens vroeg naar de gegaan, het gelukte hen spoedig dezelve bij elkanderen te krijgen en kwamen des avonds goed en wel te huis. Deze beesten zien er uitmuntend uit, en hebben veel beter gegroeid, dan die wij te huis gehouden hebben. De beide jongbeesten van Hotze, worden heden naar Tjalhuizen gebragt.

Gedurende deze week, zijn Domeni van Achlum en zijne vrouw alhier bij de familie geweest. Donderdag waren zij hier, benevens onze kinderen uit de buren, welke des avonds naar huis gingen, dog Domeni en zijne vrouw bleven hier ‘s nachts, en reden gistermorgen met ons volk naar de Stad.
Domeni moest de vergadering bijwonen van van questors uit alle classen van ons gewest geconvoceert van den questor algemeen teneinde de jaarlijksche weduwen en weezengelden te ontvangen ieder voor zijne classe, Domeni voor die van Harlingen.

Blz. 103

In den loop dezer week, hebben wij twee varkens geslacht een oude en een spalling welke gedurende den Zomer totnutoe op het hok gelegen hadden, met wei en zuip gevoed, alleen in de laatste weeken voor ongeveer 16 Gulden aan meel daarbijgevoegd. De oude werd op 120 en de spalling op 62 Gulden geschat. De oude woog 461 oude lb. 51 lb. smeer; de spalling 233 lb., 22 lb. smeer. Zij waren van den schatter hoog geschat en betaald aan den ontvanger ongeveer 34 Gulden Impost. Uit het een en ander kan men afnemen hoe duur het spek is? het vlees naar rato.

Den 16 November. Regenachtig en zoel gedurende de vorige.

De jongbeesten hebben wij den 13 op stal gezet, benevens de interbulle, de kalverbullen hebben wij verkogt, waarvan 20 en de andere 12 Gulden. 7 Kalvers loopen nog uit, zoodat wij thans 32 beesten op hebben, die oud genoeg zijn.

Dezer dagen is de longziekte te Friens ontstaan; de regering zegt men heeft bevolen, om de gehele stal af te maken, het is een groote boerderij en bestaat dus uit vele runderbeesten. Het algemeen is zeer tegen deze

Blz. 104

handelwijs der Regeering; maar het is met dit doel om de wijdere besmetting zoo mogelijk te verhinderen. Dog met alle die voorzorgen ontstaan er opvolgende jaarlijks ook in ons gewest zoodanige ziektegevallen, volstrekt niet in verhouding met de voorgaande, zooals verleden jaar te Nijland, en dus met de bovengem. zeer van elkanderen verwijderd.

De boerenstand in het algemeen betwijfelt vaak de noodige kennis der veeartsen op welkers getuigenis een aangedane stal zieken en gezonden afgemaakt en in groote gaten geworpen worden, zonder aan den gemeenen man iets toe te staan daarvan te nemen. Neen! men wil het liever aan ’t geval overlaten; een beslag zegt men, door de ziekte aangetast, kan met enkelen te sterven, de zieken beteren. De gezonden behouden blijven. Een ieder is verpligt bij het ontstaan dier ziekte, het Bestuur kennis te geven, bij gebreke daarvan, worden de gestorvene hen niet vergoed; maar men wil zich dit veel liever getroosten, dan hun geheel beslag afgemaakt te hebben, en zich met de toezegging van vergadering niet te getroosten. Daarom, zegt men, wil ik geen het minste met de Besturen in dezen in betrekking staan, indien ik niet gedwongen worde.

Blz. 105

De 18 Nov. gisternacht en den volgenden dag, zeer onstuimig met buijen uit het N. Westen des nachts donder, heden een weinig beter.

Gisteravond zetteden wij de kalvers op zoodat wij thans al ons rundvee gestald hebben tezamen 39 stuks en 1 paard, het ander paard loopt nog uit.

Het bevestigd dat al het vee waarvan wij bevorens melden, afgemaakt is, en in grote gaten gestopt; de boer van het gemaakt beroofd, want hij molk zegt men 5 emmers melk en konde wekelijks nog een fandel boter maken. Vele arbeiders van Roordahuizum en in dien omtrek zijn gebruikt om de gaten te graven. Ongebluschtte kalk strooit men over het ingeworpen gedoodde beest.

Niet alleen boeren, maar ook de arbeidersstand wraakt zeer het afgrijslijk afmaken van het dierbaar vee, vooral omdat hen niet toegelaten wordt, het zoo zeer begeerige meest gezonde vleesch tot voedsel te mogen gebruiken. Zoo hoorde ik hedenmorgen nog van een arbeider zeggen: hoe gaarn zoude ik zulk een gedood beest deelachtig worden, gezond of ziek, ik tel daar niets van, het zoude mij en mijn huisgezin tot voedsel, geen het minste nadeel in onze gezondheid toebrengen. Vooral heeft men het op een veearts Mossel genaamd gemunt, van het algemeen zeer gehaat en gevloekt.

Blz. 106

Den 27 November, sedert de vorige altoos zacht mattig afwisselende regen.

Gisteren marktdag, ik verkoos niet naar de Stad. Lijkle was met de boodschappen belast. Het vee blijft nog duur. De plaatsen worden zeer duur bij geslotene briefjes verhuurd; niet tegenstaande, de uitzichten tot het volgende jaar, zeer donker zijn op een goed gemaak, dewijl dewijl de greiden door den veldmuis uitgewroet, en dezer wijs bedorven zijn. Ten gevolge daarvan, worden de landen beaardreden, ten einde de holligheden daardoor te slechten; een ieder handeld alzoo na zijne wijs van zien. Ik zegge niettegenstaande, zijn de plaatzen, in huur naauwelijks te bekomen. De gegadigden, schrijven niet naar de waarde der plaats, om naar onze wijs van zien, tot een bestaan te geraken maar schrijven, maar om de hoogste schrijver te zijn. Deze wijs geraken de landeigenaars en de boeren met elkanderen in ongelegenheden, de boer kan de volle huur niet betalen, en de eigenaar is vaak onbarmhartig genoeg, om de huurder bij executie te vervolgen. Dog er zijn ook andere brave landeigenaars, die hunne plaatzen uit de hand te verhuuren, en deze boeren, geraken doorgaans tot een behoorlijk bestaan. Er werd onlangs een plaats van den Heer Witteveen te Dronrijp bij geslotene briefjes verhuurd aan de hoogste van 25 schrijvers, niettegenstaande de schrijvers toezegging hadden: dat de hoogste schrijvers niet in aanmerking kwamen.

Blz. 107

Den 2 December, sedert de vorige altoos open weder, met afwisselende veel regen vooral voorgisteren sterke regen, gisteren en heden droog.

Men wil dat de veldmuis zeer verminderd: dog heeft een akelig aanzien aan het land met doorbooren en hoopen modder nagelaten, er is geen slechten met de vork aan; daarom zijn mijne zoons heden bezig om te beproeven of men een hek met latten ondergeslagen ook slagen wil, om te slechten. Indien dit gelukt, dan zal het uithemelen van de greppels welke volgegewroet zijn, de laatste bezigheid moeten zijn.

Vele klagen over de menigte ratten en muizen in huis en schuur; maar wij hebben daar geen last van; want wij hebben opvolgende de jonge katten behouden, waardoor deze huisdieren tot een aanzienlijk aantal bij ons vermeerderd zijn, wij weten zelf het getal niet. Bij het inzamelen van de haver, vonden wij op de gollen nog een nest van 7 jongen; wij hebben deze dieren uit voorzorg behouden, omdat wij zoo veel haver aangekogt hadden, en de ratten en muizen, zich gaarn daarin ophouden en het graan koppen en verwoesten; wij hebben zooals wij boven zeiden geen last van dit ongedierte; en zijn daarenboven in staat op aanvrage van katten, hetwelk opvolgende gebeurd, een of meer mede te deelen.

Blz. 108

Verscheidene gevangenen onlangs voors. gemeld in het bedenkelijk oproer te Harlingen gepleegd zijn door het Hof tot geesling en brandmerk veroordeeld, en om te Harlingen gevonnisd te worden, daarna in het tuchthuis te Leeuwarden, opgesloten te worden, voor een aantal jaren. Men aarselde om dit vonnis uit te voeren, men zegt uit vrees voor het Harlinger gemeen; maar de Koning heeft daarin voorzien, om op aanvrage, ontslag van de lijfstraf te verleenen, en de opsluiting in het tuchthuis van het vonnis behouden.

Den 3 December, heden afwisselende regen, ik verkoos daarom niet naar de Stad te reizen; schoon Lijkle met den digten wagen naar de Stad rijdt, waarmede Lijsbet te Beetgum getrouwd, een dogter van mijne wijl. dogter Grietje, voormalige huisvrouw van H. Hettema hier een paar nachten uit van huis geweest zijnde, benevens Klaaske en Hanna ook naar den Stad gereden zijnd. Sijtze en Pieters Doeke zijn derwaarts gegaan ook onze meid, niet zoo zeer om plaizier, maar ieder heeft zijne boodschappen.

Dewijl St. Nikolaas des daags den 6 dezer op des Konings verjaring invalt, heeft de Regering van Leeuwarden, om ongelukken voor te komen St. Nikolaas viering op morgen bepaald zijnde als dan de Zondag tusschen beiden.

Blz. 109

Den 8 December, sedert de vorige altoos onstuimig en harden wind uit het Zuiden, vooral gisteren storm; tot gisterenavond nieuwe maan, is de wind in het Noordwesten gegaan, dog is niet zoo hevig als bevoorens uit het Zuiden, nu en dan, met donder vergezeld, heden zeer onguur.

Gedurende deze onstuimige dagen heb ik mij altoos te huis gehouden. Ook den 5 Zondag ben ik niet naar de kerk geweest.

Klaas en Sijtze zijn dagelijks bezig om het wilsternet te vermaken, hetwelk in het wilsteren jammerlijk door de muizen gevreten en gebroken is in het buithuis hebben zij daartoe behoorlijke ruimte.

Den 14 December, sedert 3 dagen is het weder bedaard geworden en thans zeer kalm, heldere lucht en vorst.

Men zegt dat delong ziekte te Rauwerd bij een wed. met een groote Boerderij er waren rede gestorven, de zieken zouden afgemaakt worden en daarvoor ieder 25 Guld. tot vergoeding zoude genieten: dat al dit vee zonder onderscheid gezonden en zieken niet afgemaakt worden is eene wetsbepaling, dewijl de afstand van het vorige geval, zoo nabij gelegen is. Op een afstand van een paar uur, wordt het vee bij het ontstaan dezer ziektes afgemaakt.

 

Blz 110

Den 18 December, sedert de vorige zachte vorst, heldere lucht, met afwisselende dooi, heden hetzelfde.

Wij hebben pag. 108 gemeld dat de Koning de gevangene oproermakers van Harlingen ontheft van lijfstraf; maar dit hadde alhier betrekking dat zij ontslag verwierven van Brandmerk en overigens des Hofs vonnis bekragtigd werd. Dientengevolge is verleden Woensdag des middags van 12 tot 1 uur te Harlingen de misdadigers openbaar op het schavot gestraft, waarvan 6 met geesseling en 3 met te pronk staan.

Het Gouvernemint, hadde alle voorzorgen genomen om het vonnis ten uitvoer te brengen. Den vorigen dag waren een aantal dragonders en militairen derwaarts geschikt alsmede het schavot. Op den dag der justitie de gevangenen na aldaar hunne straf ontvangen te hebben waarmede een vol uur daarmede door den scherpregter onledig geweest te zijn, wederom herwaarts gevoerd, om in het tuchthuis, opgesloten te worden.

De voorzorgen waren door de bestelling der Regering zoo wel genomen, dat de rust in het allerminst te Harlingen niet is gestoord geworden, onder de uitvoering der strafoefening.

Het is opmerkelijk dat de Burgermeester Rodenhuis, op welke het gemeen aldaar, zoo zeer vergramd was, op dienzelfden dag gestorven is, aan een beroerte.

Blz. 111

Den 21 December, vorst; het ijs wordt dientengevolge met schaatsen gebruikt.

Gisteren is het vee bij de wed. waarvan wij bevorens melden, zieken en gezonden gedood zijnde, waarvan de gezonde geslacht en openbaar het vleesch daarvan verkogt, in de courant daarvan kennis van de verkooping, gegeven; men zegt dat er 22 gezonde waren.

In de omtrek dezer, zouden onderscheidene boerderijen, van deze ziekte aangetast zijn.

De gevangenen wegens het gepleegde oproer te Leeuwarden en elders na gedurige teregtstellingen en de getuigen gehoord, zoude het Hof van Friesland, gisteren uitspraak doen over de gepleegde misdaad, en hen het vonnis aankondigen waarvan ik aangaande de Justitie nog niet gehoord hebbe.

Den 24 December, een weinig sneeuw overigens zachte vorst.

Eergisteren den 22 hadden wij vergadering van kerkvoogden in de herberg te Wirdum, de gewoone rekendag, ontvingen de huur van de kerkeplaats en betaalden de rekeningen aan timmerlieden, klokluiders, arbeiders enz. en bleef nog 390 Guld. in kas, behalven de nog voorhanden zijnde gelden; zoodat onze kerkvoogdij goed mede staat.

Blz. 112

Den 29 December, het weder is opvolgende zacht; er is sedert de vorige sneeuw gevallen, zoodat de oppervlakte van het aardrijk overal met sneeuw bedekt is.

De banen worden op hoofdvaarten behoorlijk geveegd, waardoor het ijs voor de schaatsrijders zeer bruikbaar is; het wederzijdsch bezoeken van vrienden en bekenden, is de order van den dag; zoo bezogten Lijkle en Klaas onlangs onze familie te Miedum: maar op de terugreis, reed onze Klaas in een barst en stortte op een der kniën, zoodanig, dat door een ontsteeking hij steeds te huis moet blijven, niettegenstaande een groot liefhebber van schaatsrijden te zijn.

Onze dogter te Tjalhuizen, overlang begerig zijnde hier eenige dagen uit van huis te komen, en dewijl het weder thans zacht is is Bokke heden vroegtijdig met onzen digten wagen, derwaarts gereden om haar met haar klein zoontje herwaarts te halen; wanneer zij aankomen zullen, weeten wij niet, maar wij verwachten haar tijdig.

Terwijl Bokke naar Tjalhuizen is, is IJtje, gedurende den dag hier.

Er heerscht thans niet alleen in ons gewest maar ook in naburige rijken, een zware verkoudenheid met hoest vergezeld, welke men de grijp noemt, er is bijkans geen huisgezin van bevrijd, ook laboreren de meeste van ons gezin aan deze ziekte.

Blz. 113

Vrijdag den 31 December, heden de laatste dag dezes jaars, welke door de gemeente hedenavond 7 uur zal gesloten worden met een godsdienstoefening volgens jaarlijks gebruik maar ik gaan niet derwaarts dewijl ik aan de heerschende grijp onpasselijk ben.

Het voor en tegen in den loop van dit jaar is ontmoet, zal uit onze aanteekeningen konnen nagezien worden. Wij hebben alle reden van dankzegging, dat wij gedurende dit jaar meest gezond geweest zijn, dat ons alle noodige krachten zijn verleend, om onze gewoone bezigheden, maar ook onze aanteekeningen meer of min belangrijk hebben mogen voortzetten en aldus daarmede dit jaar sluiten.

 

D.W. Hellema
Oud Ontvanger
te Wirdum