1843

 

Blz. 1

Nadat ik mijne aanteekeningen over de oudheden van Wirdum naar aanleiding van ons oudste kerkeboeken 1565 aanvangende, verzameld, en de tegenwoordige staat of statistiek van Wirdum over 1823 in het begin van 1824 voltooid bijeenverzameld en ingebonden hebbende, bevonden zich nog eenige bijzondere aanteekeningen door mij gemaakt en opvolgende gedurende de jaren 1824, 1825 en 1826 vermeerderde en tezamen inbond; heb ik van toen aan mij opzettelijk voorgenomen, om meerdere of mindere belangrijke zaken aan te teekenen en alle twee jaren tezamen laten inbinden, sedert dien tijd totnutoe heb daarin volgehouden en t’elkens alle 2 jaren in een band tezamengebragt, ieder jaargang min en meer 100 pag. dus in iedere band over de 200 bladzijden, waardoor ik van een aanzienlijk aantal aanteekeningen over gemelde jaren ben voorzien.

Op gelijke manier vangen wij dit jaar weder aan, met die bede, dat de Allerhoogste mij en de mijne in zijne hoede mag nemen, ons gezondheid en welvaren schenke en alle onze betrekkingen zegene! opdat wij dit ingetreden jaar in zijne vrees! met dankzegging! mogen ten einde brengen!!

Den 1 Januarij, een veranderde weersgesteldheid, nadat ik gisteren de godsdienst hadde bijgewoond, had ik veel moeite tegen den harden

Blz. 2

wind, op reis naar huis, het liet zich aanzien alsof er een hevige storm op handen ware, maar tegen den laten avond, tevens zonsverduistering bedaarde bedaarde de wind eenigzins, en veranderde in buijen afwisselende van hagel vergezeld.

Hedenmorgen begaven wij ons naar het gebuurte om de godsdienst bij te woonen, het was Zondag de gewoone Nieuwjaarswenschen! van een menigte kinderen ontmoetten ons bij het inkomen van de buren; twee malen de godsdienstoefeningen bijgewoond te hebben, kwam ik ‘s avonds om 5 uur weder te huis. Doekle Andringa wierd heden als diaken bevestigd terwijl de ouderling B. Vogel nog een jaar continueerde, dewijl hij Mei 1842 in dienst getreden was, wijl zijn voorganger naar Rauwerd vertrok.

De toestand der afgescheidenen heeft bij den aanvang dezes jaars geen gunstig aanzien, niettegenstaande opvolgende afgescheidene gemeenten vrijheid en bescherming van de Regering toegezegd wordt, maar op zulke voorwaarden, alsof zij een nieuwe godsdienstige secte uitmaken, waartoe de doorzienste afgescheidenen niet konnen verstaan zich daaraan te onderwerpen, dewijl zij hunne afscheiding willen aangemerkt hebben, als een wederkeeren tot de oude gereformeerde godsdienst, naar de orde der Dordsche Synode vastgesteld, waarvan de thans bestaande Hervormde Kerk afgeweeken is, en daarom ook geen leeraars erkennen, dan die met de noodige voorbereidene wetenschappen tot het leeraarsambt voorzien en na een afgelegd voldaan examen wettig geordend zijn,

Blz. 3

terwijl de steeds om vrijheid verzoekende en erkende gemeenten niet alleen de oefeningen voorstaan maar ook de zoodanige tot leeraars aannemen welke zich daartoe eenigen tijd, van Dos. de Haan hebben laten onderwijzen.

Het een en ander geeft aanleiding tot groote verwijdering van de afgescheidenen, hoewelze in de gronden en leerstukken van de gereformeerde godsdienst het eens zijn, maar alleen in de kerkveroordening grotelijks verschillen, het eene gedeelte wil zich aan geen kerkelijke verordeningen laten binden, terwijl de  doorzienste geen Christelijk Gereformeerde Kerk zonder de regelen der Dordsche Synode erkennen.

Den 4 Jan. sedert de vorige afwisselende vorst, sneeuw en hagel regen en wind, waardoor de weersgesteldheid meer ongunstig dan gunstig is.

Gisteren provinciale vergadering der afgescheidene te Leeuwarden waartoe mijn zoon en Meijering wegens de classis van Leeuwarden afgevaardigd waren, mijn zoon tevens als provinciale scriba, heeft men alvorens men tot de werkzaamheden bepaalde leden der vergadering eene verklaring afgeperst of men de tegenwoordige leeraars, sedert eenigen tijd aangekomen en als zoodanig bij de erkende gemeenten aangenomen, als wettige leeraars erkende of niet? waarop mijn zoon, Meijering en eenige anderen verklaarden, dezulken niet te erkennen, waarop bij meerderheid van stemmen hen het deelgenootschap dezer vergadering ontzegd werd,

Blz. 4

waarop mijn zoon c.s. tegen zoodanige handelingen protesteerden als onwettig de vergadering benevens eenige anderen tezamen 8 personen, verlieten, nadat mijn zoon als provinciale scriba alvorens bedankte, de handelingen bescheiden de rekeningen daartoe betrekkelijk overdroeg in hunne handen, stellig dit voorlang voorgenomen hebbende.

Waarna hem dringend aanzoekende dezen post te willen blijven waarnemen, maar hij was daartoe niet te bewegen, en bleef bij zijn besluit.

Eindelijk wierd hem te kennen gegeven: dat hij benevens zijn zwager Hettema met eenigheid van stemmen tot afgevaardigden tot de aanstaande algemene Sijnode verkoren waren, dringend verzoekende, hen deze verkiezing te laten welgevallen.

Omdat de Sijnode waartoe zij verleden jaar door een wettige stemming verkozen waren, dog geen voortgang hadde genomen, lieten zij zich op de instructie toen aangenomen, thans daartoe verstaan.

Welke gevolgen deze verwijdering van gevoelens onder de afgescheidene zullen hebben, moet de tijd leeren; de regering blijft intusschen voortgaan zoodanige leeraars die continuëren het evangelium te verkondigen voor vergaderingen van meer dan 20 perzonen, en die op de bekende voorwaarden de bescherming der regering niet inroepen, sterk vervolgen en boeten.

Bevorens den 2 werd ons kennis gegeven: dat de vrouw van S. v. Wijngaarden bevallen ware des morgens 5 uur van een jonge dogter.

Blz. 5

Den 10 Jan. sedert de vorige onstuimig dezen nacht vergezeld van harden wind en regen, de hagel opvolgende gevallen met donder vergezeld, is niettegenstaande het dooiweder, nog niet ontdooid.

Het Collegie van Kerkvoogden hadde gister 9 uur vergadering, ik betaalde aan B. Vogel het laatste termijn van de nieuwe bak bij de kerk ter somma van 262 Guld. en 50 Cents, benevens 4 Gld. en 20 Cents, van het laatste termijn volgens bestek, zoo dat deze bak de Kerk 529 Gld. en 70 Cents heeft gekost.

Op het verzoek van de tegenwoordige smid welke een huis op de kerkegrond wilde bouwen, naast de tegenwoordige smederij, is nog geen stellige overeenkomst gesloten, wijl de kerkvoogden zich eerst op zekere gronden dezer zaak willen informeren ,in hoeverre zij in hunne qte. deze overeenkomst konnen sluiten.

Overigens de belangen dezer administratie overwegende is de vergadering ‘s middags gescheiden.

Daar na begaf ik mij naar Marwird op Oenema State, alwaar morgen boelgoed zal zijn, van het afgebroken schud rondom den tuin, benevens van al het plantsoen van de verscheidene vruchtboomen opvolgende daarin door den Heer Middachten geplant

Blz. 6

als appel, peer, abrikoos, persik, druif, hazennootboomen, van de fijnste en beste soorten, kers en beijboomen, enz. bij het aanleggen van dezen tuin, hadde den man geen kosten gespaard. In het midden hadde hij een Chineesche tent alwaar alle de kronkelende paden zich vereenigden; in het eerst werd deze tuin wel onderhouden, en ben toen wel bij den ouden Heer geweest, dat wij t’zamen daarin wandelden maar met zijn toenemenden ouderdom begon de tuin te vervallen en na deszelfs dood geheel verwaarloosd, ik bevond dezelve geheel woest, de wijde gragten om dezelve, begroeid met watergewassen, kortaf, de gehele toestand dezer aanleg is woest; een der erven, welke thans eigenaar van Oenema Staate is, heeft het alzoo bevolen, om bij boelgoed te verkoopen; de arbeiders hadden de beschudding rede afgebroken en leiden de afbraak thans in percheelen, het plantsoen zal bij percheelen worden verkogt en moet door de koopers geroeid worden om te verplanten kwam mij voor, dat er niet veel goeds was.

Om een denkbeeld van de aan dezen aanleg gemaakte kosten te maken, hadde de oude Heer de schudding rondom den tuin besteed te maken voor 1500 Guld., het plantsoen in het eerst op eenmaal ontvangen zeide

Blz. 7

men toen, en ik meen het ook in mijne aanteekeningen opgenomen te hebben, bedroeg 3000 stuks a 1 Gld. het stuk welke alle in perken geplant, deze alle werden een weinig van elkander geplant, regt opgaande, door een onkundige hand, kort en gesnoeid steeds voor uitbreiding bewaard, de sukkelende geroeid, en sedert verminderd, weder andere in plaats gesteld en zoo opvolgende bij duizenden daaraan verspild, en heeft deze verkwisting met den dood van den ouden Heer een einde genomen en thans door den tegenwoordigen eigenaar met wortel en tak geroeid en vernietigd!

Ik bedroefde mij het aanschouwen dezer verwoesting, maar herinnerde mij, dat dit de bestemming van alle het ondermaansche was!!!

Den 14 Jan. sedert de vorige altoos onstuimig, afwisselende harden wind regen sneeuw hagel enz., hedennacht storm en tot gedurende den voordemiddag harden wind met sterke regen vergezeld. De weerglazen staan ontzettend.

Men vreestde in den laten herfst, dat er gebrek van water zoude ontstaan, thans is zooveel water door het steeds ontdooijen van hagel, en sneeuw en door den afwisselenden regen, dat er overvloed van

Blz. 8

water is, de watermolens beginnen te malen.

Tot heden was er een boer onder Goutum, welke de kalvers nog in het land hadde, maar zouden heden opzetten.

Ik heb eenig plantsoen en houtwerk in het boelgoed van wijl. de Heer Middachten laten koopen.

Mijn zwager H. Hettema van Hallumermieden, na aldaar 14 aaneenvolgende jaren die plaats groot 120 pondem. in huur gehad te hebben, een ander te Beetgum gehuurd van gelijke grootte, waarvan de helft bouw en de overige helft greidlanden. De eigenaar uit den boerenstand, verkoos zijne plaats zelf te gebruiken, mijn zwager moest daarom een ander huren, hetwelk hem tothiertoe niet hadde willen gelukken.

Hij heeft en ik met hem aldaar harde tegenspoeden ondervonden. Gedurende de eerste huurjaren waren het jaren van tegenspoed. Ik moest niet alleen borgstaan maar om de agterstallige huur, goederen tot hijpotheek in deze jaren van tegenspoed verloor hij zijne vrouw, mijne dogter; sedert neigden de jaargangen tot beterschap, en het ging hem in de laatste jaren zoo wel, dat hij zijne schulden konde afdoen, na weder hertrouwd te zijn, en bij zijne laatste vrouw rede 2 kinderen, en 6 bij mijne dogter, verwekt te hebben.

Blz. 9

Den 21 Jan. Sedert de vorige mist afwisselende regen, heden nachtvorst thans schoon weder met zonneschijn. Z.W.

De Chir. Beekhuis als afgaande diaken verantwoorde op den avond van den 16 zijn dienstjaar. De gewoone tijd om rekening te doen is nieuwjaar, maar omdat Beekhuis, door het stroffelen over een steen voor eenige weeken zijn been gebroken hadde hij niet konde uitgaan, Bokstra Chir. te Jorwerd bediende zijne patienten, maar was in zooverre hersteld dat hij konde uitgaan en rekening doen.

Ik was bij de rekening niet tegenwoordig, omdat ik gedurende dien dag ten huize van Sije v. Wijngaarden ware.

De orgelmaker Radersma was hier van den 17-18 een nacht, en stemde ons orgel.

Des avond kwam mijn zoon de Dos. van Achlum een nacht bezoeken, ging des anderen daags naar de familie te Wirdum en vertrok gisteren den 20 van daar, naar huis, hij was zeer welvarende, zijne komst verraste ons zijne nieuwe pastorie voldeedde aan het oogmerk van een goede inwooning. Sedert Nov. haddenze dezelve betrokken.

Blz. 10

Den 24 Januarij. Sedert de vorige mist van vorst vergezeld; de boomen zijn geheel wit de takken buigen wegens de zwaarte, hetwelk een zonderling aanzien geeft.

Gisteren hadden wij, kerkvoogden comparitie wegens een drukking in het muurwerk van de kerk, de zuid W. hoek, wij bevonden met den timmerman dat er boven ankers defect waren, stelden zooveel mogelijk order tot voorkoming van meerder drukking.

Wijders met den smid over het bouwen van een huis gesproken hebbende, onderhielden wij den zandstrooijer over het verzuim van noodig zand bij oorzake van de gladheid der straaten door den afwisselende vorst onlangs ontstaan, te strooijen, hij beloofde naderhand beter aan dit oogmerk te zullen voldoen.

Overigens de belangen der administratie overwogen hebbende scheiden wij, ik kwam ongeveer 2 uur ‘s middags te huis.

Den 2 Febr. Sedert de vorige goed weder en zacht dog harden wind afwisselende, heden harden wind met regen, alleronstuimigst.

In het begin dezer week, reed ik met Douwe Pieters naar Irnsum, om een huis-

Blz. 11

orgel, hetwelk te koop aangeboden werd en door Radersma in zooverre voor Douwe gekogt ware, voor de som van 165 Guld. en indien Douwe in hetzelve toestemde maar werd afgekeurd, zoodat deze koop te niete was.

Gemelde D. Pieters te Hempens woonachtig heeft een meisje dat tamelijk in de musiek gevorderd is, bij mijn zoon te Wirdum in de kost gelegen, om op school te gaan en kreeg tusschenbeiden les in de musiek van mijn kleinzoon; zoodat het totnogtoe niet wil gelukken om een orgel te koopen.

Gisteren hadden wij kerkvoogden vergadering, wij vonden zwarigheid om de smid een huis op de dobbe toe te staan, te bouwen. Spraken met H. v.d. Wal over het uitzetten van zijn stek op kerkegrond, met hem niet vorderende, besloten om H. v.d. Wal in regten te vervolgen.

Overigens waren de timmerlieden in de kerk bezig om het anker en balkwerk te verzekeren voor meerdere uitwijking van de muur te Z.W. door de kerkvoogden aangemaand zijnde om op het spoedigste dit werk voort te zetten, waarna wij eerlang scheiden na alvorens koffij gedronken te hebben.

Blz. 12
Den 7 Febr. Sedert de vorige onstuimig afwisselende sneeuw t’elkens dooi, zoo was hedennacht het aardrijk met sneeuw bedekt maar thans op heden nadenmiddag weder ontdooid vergezeld van koud nat weer, de wind N. oost.

Ik had voor verleden vrijdag naar de stad een smet aan een der kleine toonen, door het drukken een der schoenen mij toegebragt hoewel daaraan laborerende, een gang naar het gebuurte doende, de wonde verlevendigd waardoor ik mij sedert te huis gehouden hebbe, en mij in dezen tijd onledig gehouden om de kerkerekening over den dienst van 1842 in het net uit te schrijven en in order te stellen, waarna dezelve aan meester zond, om in het kerkeboek over te schrijven, ten einde eerlang rekening over dezen dienst te doen, de ontvang  over dit jaar was tusschen de 2 en 2300 Gld. en de uitgaaf ruim 2000 Gld. zoodat er een profijtelijk slot van S.C. 240 overbleef.

Onder deze bezigheid zoo gedurig bij het vuur te zitten, wordt ik altoos verkouden waaraan dan somtijds weken laboreer zooals verleden jaar het geval ook was.

Blz. 13

Eergisteren Zondag en Maandag ‘s nachts vond men een schamel man even buiten Wijtgaard aan de straatweg dood. Uit zijne papieren welke hij bij zich hadde bleek dat hij na 5 jaren in het tuchthuis veroordeeld zijnde des Zaturdags ontslagen was en te Amsterdam te huis behoorde volgens zeggen had hij ook een brandmerk, om welke misdaad hij gestraft was heb ik niet gehoord; hij was ook van snijdersgereedschap voorzien en scheen daaruit een snijder van ambacht te zijn.

Op een kroodwagen werd hij naar Wirdum gekruid, aldaar maakte men een kist, alwaar hij met kleed en al in gelegd, en zoo op het kerkhof te Wirdum begraven is.

Mijn zoon en behuwdzoon Wijger en Pieter uit de buren, zouden heden naar Achlum, ik zond daarom gister een brief om mijn zoon de Domeni te bezorgen. Of zij nu op reis gegaan zijn weet ik niet; maar verwacht straks bericht met mijne dogter IJtje, welke te vraagleeren is, mijn zoons waren gisteren maandag te vraagleeren, en zoo alle weeken.

Blz. 14

Misschien dat Wijger en Pieter gisteren wel naar Achlum gereisd waren; maar omdat er een paar huizen te Wirdum en een huizinge te Wijtgaard benevens een paar stukken land aldaar, zouden verkogt worden, waarbij Pieter moeste assisteren zoo was deze reis misschien tot heden uitgesteld.

Den 13 Febr. sterke nachtvorst, heden allerschoonst zonneschijnweder.

De reis naar Achlum volgens onze bevorens gemelde, hadde voortgang genomen, na aldaar een paar nachten verbleven te zijn, tot wederzijdsche genoegen, kwamen van daar ‘s avonds 8 uur te huis, na deze reis heen en terug te voet afgelegd te hebben.

Hier bestond gisteren onder de godsdienstoefening een geval, hetwelk in de hervormde Kerk misschien maar selden voorbeelden heeft gehad.

Sije van Wijngaarden onzen vriend, benevens zijne vrouw van een aanzienlijke familie in Baarderadeel beide lidmaat van de hervormde Kerk alhier, welke in het begin dezes jaars een kind geboren werd, zie onze aanteekening in het begin van Januarij, dog hetwelk volgens gebruik nog niet gedoopt was.

Sije een man van kennis en oordeel, zoowel in de goddelijke waarheden als in tijdelijke zaken bijzonder in zijn bedrijf als landbouwer en welke hij tevens ook veel zegen en voorspoed genoot maar daarom ook velen die hem benijden, vooral

 

Blz. 15

misschien omdat hij in het stuk van godsdienstkennis vaak rondborstig als het pas gaf uitkwam, hij was daarom veel met ons Domeni Harders in aanraking geweest, en kwamen dikwijs over de gebreken der Hervormde Kerk niet met elkanderen overeen, hetwelk dan wel aanleiding gaf tot hevige twisten vooral over de afscheiding.

Nu gebeurde het sinds een paar jaren, dat Domeni door booze menschen opgeruid en daaraan gehoor verleende met een driftig gemoed. Zooals hij van aard is, Sije aan huis bezogte en hem van allerlei booze dingen beschuldigde, zoowel in het tijdelijke als godsdienstige. Sije een welbespraakt man, deze verwijtingen niet konnende verdragen verweet Domeni zijne drift, dat hij zich van booze menschen liet opvoeren zonder te onderzoeken of het waarheid dan valsch ware maar inzonderheid, dat hij de gebreken der hervormde Kerk voorstond en bevorderde ook de gemeente zeer ergerde, door een overdreven voorstaan van de gezangen met een woord wederzijdsch in sterke drift vervoerd, wierden zij elkanderen ondraaglijk, waarna Domeni Sije in woede en zeer vergramd verliet. Deze hevige twist gaf aanleiding, dat Sije zich sedert de openbare godsdienstige oefening

Blz. 16

en de Sacramenten der hervormde kerk onttrok en altoos de vergadering der afgescheidenen ten huize van mijn zoon bijwoonde, hoever in alle deelen daarmede niet vereenigd zijnde, ging de vrouw daarentegen bij de hervormde gemeente, zonder dat man en vrouw, daarover eenig verschil hadden.

Nu moest het kind naar de leer der Gereformeerde Kerk gedoopt worden, man en vrouw waren daarover eens, en de familie der vrouw drong daar sterk toe, maar Sije weigerde volstandig het kind in de hervormde kerk te laten doopen, en kwamen eindelijk man en vrouw daarin overeen, dat de vrouw het kind zoude ten doop houden, Sije gaat in perzoon naar Domeni, en maakt hem met hun voornemen bekend, en verzoekt onder wederzijdsche woordwisselingen dat hij het kind wil doopen tegen Zondag aanstaande, Domeni verzoekt 14 dagen zich te beraden, en dan in perzoon het kind te laten doopen, Sije weigerd zulks te doen, en verzoekt op Zondag het kind, (hij was des Zaturdags ten huize van Domeni) te doopen.

De vrouw verschijnt des nademiddags in de kerk met het kind, Domeni sluit naar gebruik de predikatie, zegt de gemeente, dat er een bijzonder geval zal plaats hebben, maakte de gemeente opmerkzaam dat dit hoofdzakelijk uit verschillende godsdienstige begrippen ontstaan is, roept de vrouw op, deze komt

Blz. 17

met kind voor de predikstoel, Domeni spreekt nog breedvoerig over dit geval, betrekt t’elkens de man in de aanspraak tot de vrouw, leest eindelijk het formulier als naar gewoonte doopt het kind, wenscht en bid een zegen over het kind en de ouders, en zoo neemt deze bijzondere plechtigheid een einde.

De vrouw was onder deze bijzonderheden hoewel soms aangedaan, maar buitengewoon tot een ieders verwondering zeer gemoed en gesterkt. Een ieder was somber, sommige liepen de tranen langs de wangen andere schreiden.

Domeni sprak ernstig, dog onthield zich van harde beschuldiging over den man, en wende de gemoederen, evenals het een en ander uit een godsdienstig verschil ontstaan was, maar welonderrichte lieden wisten: dat Sije zich daarom van de hervormde kerk en de sacramenten onthield, omdat Domeni hem valsch beschuldigd, en onwaarheden verweten hadde waaraan hij zich niet schuldig bevond, zonder dat Domeni, hoewel beter onderrigt daarvan niet te rug kwam, en nimmer sedert de moeite gedaan hadde om hem daarover te onderhouden en zich met hem te verzoenen.

Blz. 18

Den 18 Febr. sedert de vorige afwisselende vorst en dooi, heden Oostenwind, vorst, betrokken lucht.

Bevorens den 14 zijn Klaaske en Hanna uit van huis gereisd naar Sipke Hoogterp, en volgens voornemen van daar naar mijn broeder voorts naar Wanswerd, wijders naar Hallumermieden, de jongste zoon wijl. mijne dogter van Hallumer is gisteren hier uit van huis gekomen.

Wij zijn dagelijksch aan het aardrijden van de slatwallen, waarvan wij rijkelijk voorzien zijn, wegens de menigvuldige slatting, gedurende de droogte van den nazomer des verleden jaars; wij hebben reeds 31 pondemate bereden en geslegt; zijn thans bezig om de slatwal der zijlsloot over de 9 pondem. te brengen. De bovenkorst is wel hard, maar dieper is het ongevroren, en voor het opladen en overbrengen geschikt.

Dagelijksch ben ik bezig benevens mijn kleinste zoontje met netbreiden, behalven het nieuwe wilsternet, hebben wij ook een foeke gebreid van een vleugel, thans breiden wij een tweede foeke met 2 vleugels, althans is nog zoo het voornemen, wij zijn aanmerkelijk gevorderd.

Otte mijn kleinzoon was hier vroegtijdig en gaf mijn kleinste zoon volgens gewoonte les in de musijk, reisde van hier naar Hempens om het dogtertje van Douwe Pieters les te geven welke nu van een orgel voorzien zijn, zie onze aanteekening.

Blz. 19

Den 27 Febr. Sedert de vorige afwisselende vorst en dooi, gisteren vorstig, thans is de oppervlakte des aardrijks hedennacht met sneeuw bedekt.

Onze kinderen zijn op den 21 weder te rug gekomen, mede uit van huis nemende Dieuwke de jongste dogter wijl. mijne zuster van Hallumermieden.

Wegens de zomerdroogte lopen de schapen veelal in het wild, behalven die van ons vooral de melke waren altoos bij honk, maar geen toezigt op de rammen houdende om die tijdig af te binden, zijn de schapen welke opvolgende driftig werden, besprongen, waar door wij 11 weeken voor Mei rede 7 lammeren hadden; andere boeren zijn nog veel vroeger van lammeren voorzien. Dit ontijdig lammeren is altoos schadelijk en verkeerd, 6 weeken voor Mei is veel beter, dan is het weder gunstiger en zachter dan gemeenlijk dezen tijd des jaars, en tieren veel beter, huppelen en springen in de weide, dat het een lust is om te zien. Thans moeten zij altoos in huis opgesloten zijn. En dit wel in eenen tijd, dat het algemeen niet ruim van hooi voorzien is; de schapen verslinden doorgaans veel hooi, maar wij voederen haar door het rib, dit bespaard veel.

Blz. 20

Den 28 Febr. hedennacht regen, onstuimig thans sneeuw.

De jongelingen welke in de loting tot de militie, waaronder de derde zoon van mijn zoon Hendrik genaamd, moeten heden loten, wanneer mijn kleinzoon aanlot, zoo zal hij moeten soldaat, want hij is zonder ligchaamsgebreken en een fikse jongeling.

De verschrikkelijke storm van den 13 Januarij en volgende dagen hebben groot verlies aan schepen en schepelingen aangebragt, in den vreeslijken nacht van den 13 Jan. schrijvenze in de courant zijn 180 schepen vergaan, waarvan 154 aan de Engelsche kust en verloren 453 menschen het leven, de waarde van dit verlies word op 7020000 Guld. begroot, na den 13 gedurende 3 dagen, had men 60 schipbreuken te betreuren en kwamen nog opvolgende treurige berigten.

De hoogste vloeden welke, wanneer zij met stormen vergezeld gaan, schade kunnen toebrengen schrijft men verder, zijn over 1843 de volgende: den 16 Febr. 18 Maart 16 April 27 Aug. 26 Sept. en 25 Oct. Die van den 18 Maart en 26 Sept. zullen bijna het maximum bereiken.

Blz. 21

Den 6 Maart, sedert de vorige afwisselende sneeuw en vorst, hedennacht sterke vorst heldere lucht op den middag warme zomerschijn.

Op den 4 Maart reed Douwe Pieters van Hempens met zijn dogtertje des morgens op schaatzen naar Wirdum, dog des avonds was het ijs genoegzaam verdweenen althans zoo zwak, dat zij te voet naar huis gingen, ik heb buiten dat van geen schaatsrijden gehoord nog gezien gedurende dezen gehelen winter.

Er is behalven dezen vorst, zoo weinig ijs geweest, dat de schepen behalven verleden vrijdag den 3 Maart altoos gevaren hebben, ja zooveel niet, dat er een vogel konde over loopen.

Ik heb op den 2 Maart rekening en verantwoording gedaan van mijne kerkelijke administratie over den dienst van 1843. De ontvang was tusschen de 2 en 2300 Gld. de uitgaaf groot 2100 Guld. De commissie uit de floreenpligtigen welke bepaald daartoe benoemd, keurde de rekening goed en werd met hunne onderteekening bekragtigd waarvan een afschrift dadelijk aan het bestuur afgezonden werd.

Uit den loop der gewoone ontvangsten heeft de bak ter som van 529 Guld. konnen betaald worden.

Blz. 21

Den 15 Maart, sedert de vorige onstuimig, koud, droog dog meest afwisselende regen, hedennacht regen, dog thans op den middag, droog.

Op den 6 Maart overleed te Leeuwarden in den ouderdom van ruim 77 jaren de HoogWelGeb. Vrouwe Petronella Agatha Baronesse van Plettenberg Douariere van den HoogWelGeb. Heer Gerrit Ferdinand Baron van Asbeck in leven lid van de Eerste Kamer der Staten Generaal, welk lijk op den 11 Maart met een schip naar Wirdum gevoerd en aldaar in de daartoe aangelegde steenen graf op het kerkhof nevens haar man bijgezet werd; aan de Gereformeerde en R.C. armen werd bij die gelegenheid ieder gezinde zegge 10 Gulden uitgedeeld, en aan klokluiders en dragers 20 man sterk ieder 3 Guld. zooals bij de begraving van haar wijl. man ook hadde plaats gehad; zij was van de gereformeerde godsdienst maar de man R.C. zooals onder de Grooten thans menigvuldig het geval is.

De oude Heer hadde mij in qte. als kerkvoogd bij zijn leven 50 Gulden voor dit graf betaald. De familie aldaar zijn ten Noorden der Kerk.

Blz. 23

Den 21 Maart, sedert de vorige altoos droog helder lucht O.W.

De wilsters zijn hier thans menigvuldig althans gisteren, mijne jongens zijn daarom hedenmorgen uitgetrokken met het wilsterreeuw.

Donderdag den 16, was ik gedurende dien dag bij mijne dogter en zwager in de buren, alwaar Douwe Pieters, Pieter Zandra en S. v. Wijngaarden met hunne vrouwen ook waren. ‘s  Avonds 8 a 9 uur vertrokken de vrienden, mijn zoon Lijkle haalde mij te huis te voet, bij schoon weder.
De boter is steeds boven de 40 Gulden maar ons gemaak is zeer gering, sedert jaren hebben wij zoo min niet gemaakt. Wij hebben thans 13 melkekoeijen.

Den 25 Maart, sedert de vorige altoos droog, Oostewind, koude nachtvorst.

Mijne jongens, hebben in deze week meer wilsters gevangen, dan gedurende de gehele winter.

Gisteren bragten zij aan een vogelverkooper in de stad, 20 stuks, en betaalde daar 2 Gulden het stuk 2 Stuivers.

Zij zijn wegens de weinige winter nog zeer goed en vet.

Blz. 24

Ik heb gedurende deze week nog ongeveer een kleine 20 stellen gemaakt, zoodat ik thans voor 2 wilsternetten van stellen voorzien ben.

De wilsters nemen in het voorjaar een verandering van vederen de witte borsten zijn met zwarte vederen thans doorgewassen.

Zij zijn hier gedurende den verleden week zoo overvloedig als zij immer geweest zijn, of mijne jongens heden ook vangen zullen? weet ik niet?

Waar deze vogels teelen, is onbekend, althans ik weet het niet.

De tijd om een akte te vragen voor het aanstaande jaar voor deze aangave vorderen de opzieners van de jagt 8 Stuivers ieder; ik vraag een akte voor schakels en fuiken op een akte in het wilsteren ook op eenakte dus betaalde ik 16 Stuivers voor deze beide aanvragen.

De boter is gedurende de winter over de 40 Gulden, wat de prijs gister was weet ik niet, wij hebben rede een aantal melkekoeijen, waarvan wij thans weeks een fandel boter gemaakt hebben.

Wij hebben geen zeug en moeten biggen koopen.

Blz. 25

Den 1 April, sedert de vorige steeds zonder eenige afwisseling sterke Oostenwind heldere lucht nachtvorst, hedennacht regen Z.W. wind.

De boter is steeds over de 40 Gulden, de oude kaas slap, mijn zoon heeft nog ongeveer 80 schip lb. zij hebben in dezen winter van tijd tot tijd, bij kleine partijen aan de uitslijters in de stad ongeveer 70 schip lb. voor een goeden prijs verkogt, en konden toen voor de gehele massa 25 Gulden koopen, thans biedt men 22 Gulden, als de prijs zich niet verbeterd, dan zal dit aanmerkelijke schade aanbrengen.

Aanstaande maandag den 3 April mijn 77 jarige jaardag, zal er volgens convocatie vergadering zijn van ons Friesch Genootschap ik ben voornemens bij welzijn deze vergadering bij te woonen.

Mijn twee vleugels foeke afgebreid en gisteren opgesteld hebbende, heb ik dadelijk in taan gezet; ik heb met mijne jongens dog ik meerendeels in dezen winter 2 foeken en 1 wilsternet gebreid, waardoor ik mij zeer bepaalde werkzaamheden aanschafte omdat netbreiden, als het sleeuw voorgezet word, van langen duur is.

Blz. 26

Den 4 April, allerschoonst vruchtbaar weder, ten gevolge daarvan, hebben wij heden onze jongbeesten in het land gebragt.

Gisteren vergadering van ons genootschap bij v.d. Wielen in de Sacramentstraat te Leeuwarden, de vergadering was tamelijk talrijk, er waren vele boekwerken, gouden en zilveren vreemde penningen ter tafel, en het genootschap, sedert de jongeste vergadering aangekomen, behalven het verslag dier vergadering, las de secretaris ook het verslag der winteravondvergaderingen. M. Hettema deed een redevoering over der vroegere Friezen vrijheid, zeer uitgebreid ontwikkeld na den afloop der menigvuldige werkzaamheden ook het aannemen van nieuwe leden scheide de voorzitter deze vergadering, ik kwam om 3 uur te huis, ik was te voet derwaarts en teruggekomen.

Men heeft overal in Europa een bijzonder comeet waargenomen, hoewel dezelven voor het oog in de kimmen verborgen, zagen wij hier ‘s avonds den staart van een zeer groote lengte en uitgestrektheid, in het zuidwest, ten westen of dezelve nog schijnt weet ik niet omdat de lucht sedert des avonds zoo helder niet is.

Blz. 27

Den 7 April, sedert de  vorige, meer regen dan droogte, ook dezen nacht en vooral in den morgenstond veel regen, thans heldert de lucht, en schijnt dat de voormiddag droog zijn zal.

Gister marktdag, de boter is boven de 40 tot de 34 Gulden gezakt, mijn zoon heeft de kaas voor 22 Guld. dus voor een verminderde prijs verkogt, en lijdt aanmerkelijke schade, nadat hij in den voorwinter hadde konnen verkoopen, ook de granen zijn slap.
Donderdag den 6 was ik bij Meile Miedema boer op de Weiwiske benevens mijne gehuwde kinderen uit de buren, gedurende den dag te gasten; deze man heeft verleden jaar zijne vrouw verlooren eene half zuster van S. v. Wijngaarden zijne moeder neemt zijne huishouding waar hij heeft 2 zoontjes, hij is afgescheiden.

Men bepaald de lengte van de staart van de comeet onlangs geschenen, als de afstand van de Aarde van de Zon. Men wil dat die comeet digter aan de zon zich bewoog, als immer een comeet bevorens.

Blz. 28

Den 13 April, sedert de vorige steeds afwisselende hagel en sneeuwbuijen, vergezeld van een hevige koude N.W. wind en luchtgesteldheid, heden Westewind buijig en koud.

De jongbeesten welke bevorens bij goed weder zooals het was, toen wij de onze in het land bragten, en sedert om het gure en koude weder daartoe geen gelegenheid geweest is treffen het maar niet best; wij hadden de onze weder op stal gezet indien wij vermoed hadden dat deze weersgesteldheid zoo lang zoude aanhouden, maar men hoopte van dag tot dag dat het beter zoude worden en werden t’elkens tot heden, hoewel het thans eenigzins later is, teleurgesteld. Onze beesten hebben meestal eenigzins lijte op de ijster, waarnaar bij opkomende buijen steeds vlugten: er is nogtans overvloedig gras.

Donderdag den 6 laatstleden heeft men ‘s morgens in Z. Holland, Zeeland Braband een vrij sterke aardbeving gevoeld, zoo sterk dat te Middelburg de klepel van de klok aansloeg en in de verte gehoord werd; ook de bellen aan de deuren bewogen werden en de stellen op kabinetten enz. afgeworpen werden.

Blz. 29

Op vele plaatsen vlugteden de inwoonders uit hunne huizen uit vrees voor instorting.

Zulk een natuurverschijnsel heeft men in de Nederlanden nimmer of althans maar selden waargenomen vooral niet in de Noordlijke provincien; misschien komen uit de Zuidlijke provincien en van elders meer berigten van dien aard. In Guadelope heeft men onlangs een verschrikkelijke aardbeving gehad, waardoor vele plaatzen en steden aldaar verwoest zijn geworden en bij duizenden van menschen het leven gekost hebben.

Den 19 April sedert de vorige tot aan den 14 was het weder even guur, vooral was het op den 14 erger dan alle de vorige dagen vergezeld van regen; wij zetteden dientengevolge onze jongbeesten weder op stal, bevonden dezelve zeer slap en vermagerd, maar des anderen daags den 15 na volle maan, was het weder ten goeden veranderd en bragten toen de jongbesten weder in het land, en sedert tot op heden is het schoon weder, de boomen beginnen te botten, de kerseboomen te bloeijen de tuin en moeskruiden boven te komen, de groote boonen

Blz. 30

welke ik in het laatst van Januarij zaaide staan thans met 4 bladen.

Wij zijn tot en na Mei van hooi voorzien en kunnen zonder zorg voederen, trouwens de melkekoeijen krijgen van het melkworden aan ieder een lijnkoek daags zoodat wij thans meer dan 20 dagelijks voederen, [… onleesbaar] de prijs der koeken daalt en is thans 12 Gld.

Ons Domeni is sedert eenigen tijd naar Oostvriesland zijn vader was bedenkelijk ziek, dog eer hij vertrok, werden zij een paar nachten van een zoogenaamde aanzienlijke nicht uit Oostvriesland bezogt; deze was ook te Wanswerd en te Harlingen geweest, en hadde onder de gedaante van vroomheid een ieder waar zij geweest is schandelijk bedrogen en opgeligt, een ieder heeft er de mond vol van, men twijfeld of het geen mansperzoon geweest is. Er is geen spoor van haar sedert te verkrijgen. Misschien kom ik hierna weder op te rug.

Den 22 April, sedert de vorige hetzelfde goed weder; wij hebben ten gevolge daarvan heden nog 4 kalvebeesten in het land gebragt.

Onze jongbeesten 3 schar worden door mijne zoons aanstaande maandag den 24 bij welzijn naar de Pollen gebragt, het schar is thans met onkosten 29 Gld., verleden jaar 36 Gld. Deze weide wordt dus nog meer dan een week vroeger dan 1842 beslagen.

Blz. 31

Den 1 Mei, sedert de vorige altoos droog en goed weder, planten en gewassen boomen en vruchtboomen, ontwikkelen zich, en beloven uitmuntend, indien de nachtvorsten, welke door den opvolgenden Oostenwind steeds plaats hebben den bloeizen niet bederven, het gras groeit overvloedig, het Noorderleeg toen mijne zoons op den 24 bevorens onze jongbeesten aldaar bragten, stond uitmuntend; opvolgende brengen de boeren hun vee in het land, er zijn heele en gedeeltelijke beslagen rede uit, onze buurman brengt heden zijn vee in het land, indien het weder goed blijft, dan brengen wij de onze eerstdaags ook uit. Er is een boer te Goutum, welke gedurende de geheele winter zijne jongbeesten in het land gehad heeft; onder Wirdum in de Noodend is een boer, welke al zijn vee, maar 16 a 17 weeken op stal gehad heeft.

Ten gevolge van dezen zachten winter en groeizaam voorjaar is een ieder nog min en meer van hooi voorzien, niettegenstaande in het verleden najaar de bedenkelijke vooruitzichten tegen den winter, men verkogte toen meer vee, dan men voor zijn gewoon beslag behoefde, en thans is het vee vooral de geschikte melkebeesten zeer duur, over de 100 tot 125 Gulden, in de boelgoeden.

Waardoor in den boerenstand zoo buitengewoon door de voorzienigheid is voorzien, des Heeren wegen zijn somtijds zoo wonderlijk, dat de kortzichtige mensch, zich schamen moet, over zoo-

Blz. 32

veel twist en murmureringen tegen zijnen schepper en goeden weldoender!, mogt men maar altoos in tegenspoed geduldig en in voorspoed dankbaar zijn en door het geloof in Jezus met een kinderlijk toeverzicht en vertrouwen, alle zijne nooden en behoeften zijnen Hemelschen Vader, aanbevelen en voor hem zorgen laten!

Heden voor acht dagen hadden de Gecommitteerden van onze brandsocieteit te Leeuwarden in ‘s Land Welvaren, gedurende dien dag comparitie tot herziening van het Reglement, en zal heden te Wirdum door gemelde Gecommitteerden voortgezet worden; de vergadering is bepaald op 11 uur voor de middag in de herberg bij de wed. v.d. Kooij onze gewoone vergaderplaats. Bij welzijn gaan ik strak derwaarts.

De vischtijd is heden open, een mijner zoons Klaas is hedenmorgen naar Wirdum gegaan om gemeenschappelijk met de andere deelhebbers van de seine te visschen.

Mijn zoon de boekhouder moest hedenmorgen eerst naar de Stad, om de Rijksontvangsten te verantwoorden, waardoor onze comparitie zoo laat gesteld is, wij zijn den dag anders wel noodig, indien het oogmerk bereikt wordt dan wordt de geest van het Reglement wel behouden, maar dan komt er een omzetting en wijziging in vele artikelen.

Blz. 33

Den 6 Mei, sedert de vorige allerschoonst vruchtbaar weder, de peer en andere boomen staan in volle bloei, het gras is overvloedig de velden zijn rood van paarde en hier en daar wit of grijs van koebloemen.

Wij hebben hedenmorgen al ons melkvee in het land gebragt, ook in den omtrek hebben de meeste boeren hun beslag in het land.

Gisteren hadden wij gecommitteerden van de Brandsocieteit vergadering in ‘s Land Welvaren te Leeuwarden, de boekhouder doet rekening en verantwoording over het dienstjaar 1842 wordt goedgekeurd en geteekend; er bestond een batig slot van 2800 Gulden. Bij advertentie zijn de deelhebbers op aanstaande vrijdag 12 dezer opgeroepen, om 2 nieuwe gecommitteerden in plaats van de afgaande te benoemen of weder te doen continueren, zijnde R. de Jong te Grouw, wegens Idaarderadeel en J. Popma van Irnsum.

Mijne zoons zijn weder naar het gebuurte om met de seine te visschen, met de schakels hebben zij op eenen dag in den loop van den verleden week, over de 70 brasems in de Werpstervaart gevangen waaronder zeer groote.

Blz. 34

Den 13 Mei, bij opvolging nog hetzelfde droog weder met nachtvorsten O.N.O. wind.

Verleden maandag den 8 nam ik voor naar Achlum te reizen om mijne kinderen aldaar te bezoeken, ik ging in het 1 uur schip, en kwam ‘s avonds half 6 onverwacht aldaar, zij waren zeer verrast en ongemeen verblijd dat ik hen bezogte, bevond hen in een goeden welstand behalven hun jongste zoontje Jan, deze hadde de koorts. Na aldaar een paar nachten met genoegen geweest te zijn, vertrok den 10 te rug met het half 3 uur schip van Franeker, en kwam ‘s avonds om 7 uur te huis.

Gisteren hadden wij vergadering van deelhebbers en gecommitteerden van onze Brandsocieteit; tot revisie of herziening en wijziging van ons Reglement, werden er twee gecommitteerden den Heer Buma en S.H. Wiarda lid van de Grietenijraad van Baarderadeel van de deelhebbers benoemd, om tezamen met de gecommitteerden dit werk tot stand te brengen. De afgaande gecommitteerden zijn opnieuw weder benoemd en gecontinueerd.

De schadevergoeding van de molen van Eekma en de huizinge van S. van Wijngaarden door het inslaan van den bliksem, zie onze vorige aanteekening, werd toegestemd en daartoe besloten.

Blz. 35

Den 17 Mei, sedert de vorige afwisselende regen heden droog en koud.

et is zeer groeizaam, de vruchtboomen staan overal in vollen bloei; het is een lust om te zien. Hier en elders waar men komt, beloven de appel en peerboomen een buitengewonen overvloed van vruchten, schoon nog vele gevaren onderworpen, is het althans zeker; indien er geen bloezem aanwezig is, er ook geen appel of peer kan groeijen.

De groote boonen; welke ik in het laatst van Januarij zaaide, dacht ik dat zij op den kouden grond, wegens den vorst en het gure niet zouden voortkomen, maar zij zijn na verloop van een paar maanden allen opgekomen, en groeijen thans zeer voordeelig.

Mijn eerst gezaaide sparboontjes waren al tusschen den 1 en 12 Mei, in regels, kortom alles vertoond groei en vruchtbaarheid.

Wij zijn thans bezig, puin van de straatweg langs onze reed op de Nieuwlandsweg te brengen, met voornemen om die eerlang te bepuinen. Nevens ons huis hebben wij rede bepuind, met het puin uit de slataarde van de Sneekertrekvaart meerendeels opgezameld.

De boter wordt goedkooper, men zegt van de markt van Vrijdag is zij voor 27 Gulden verkogt, dezer wijs, zal het den boer niet goed gaan.

Blz. 36

27 Mei, sedert de vorige afwisselende regen en droog, waardoor de groei van planten en gewassen zoo zeer heeft toegenomen, dat er ook overvloed van gras is; de hooilanden staan uitmuntend dog elders heeft men door de droogte, schaarsheid van beide gehad.

Het melkvee is in een hoogen prijs, ik kogte een twinter en een derde kalfsbeesten voor 200 Gulden marktgang, de boter en kaas zijn slap, de boter 25½ en de kaas 13 a 14 Gld.

Ik was in het begin dezer week een paar nachten bij de familie uit van huis, ik ging in het 12 uur schip en voer tot aan Tergragt bezogt mijn zuster te Wanswerd, van daar neef Doeke en familie woonende op Doniaterp tusschen Wanswerd en Birdaard, en kwam des avonds bij mijn broeder op de Streek, en bleef aldaar een nacht. Des anderen ging ik naar Sipke Hoogterp en broeder, welke laatste aan een zusterdogter getrouwd is landbouwers woonende onder Rinsmageest, bleef aldaar een nacht en vertrok des anderen daags weder naar huis.

Ons Akke staat onder huwelijksgeboden met eenen Hotze Dijkstra weleer mijn knegt en zijn voornemens aanstaande donderdag te trouwen.

Blz. 37

Den 31 Mei, sedert de vorige afwisselend regens, waardoor veel water gevallen is, en de vruchtbaarheid van planten en gewassen ongemeen bevorderd wordt. De vruchtboomen beloven uitmuntend; ik kan mij niet herinneren de onze immer zoo gebloeid hebben als in dit voorjaar, en zoodanig zonder eenigen tegenspoed zoo uitgebloeid zijn, het uitgebloeijde en afgevallen bloeisel, lag bijvoorbeeld in den tuin van een boom op den kalen grond zoo dik, dat men bijkans een zakvol, indien men dit gewild hadde, zoude hebben konnen opzamelen. De meeste boomen zitten stijf vol gezette vrucht, zoo is het hier, zoo is het overal; als er nu geen aanmerkelijke tegenheden ontstaan dan zullen er misschien nimmer zoovele vruchten van appels peeren enz. gewonnen zijn als thans in den loop van 1843 zullen gewonnen worden.

Wij verwachten heden ons gewoon gezelschap van goede vrienden en bestaanden uit de buren, namelijk onze kinderen, Douwe Pieters van Hempens, Pieter Zandra van Tirns, S. van Wijngaarden en vrouwen, benevens M. Miedema van de Weiwiske.

Het is regenachtig en treft juist niet best, althans in het omwandelen van hornleger en tuin.

Blz. 38

Den 3 Junij, sedert de vorige afwisselende regen en droogte. Het schijnt dat er sterke nachtvorsten bestaan hebben, althans zijn er boomen welker bloeisel verwelkt, of met zoogenaamde roode mutskes voorzien worden.

Heden is ons Akke voor het bestuur getrouwd in den ouderdom van 29 jaren met Hotze Dijkstra 32 jaren oud, ik was daarbij tegenwoordig.

Den 6 Junij, sedert de vorige schoon weder. Heden zijn onze maaijers gekomen, en zijn voornemens van stonden aan te maaijen. Den 4 l.l. zijnde de eerste pinksterdag, zijn ons Akke des agtermiddags in de kerk kerkelijk ingezegend, ons Domeni sprak een doelmatige rede tot hen, en wenschte een zegen over deze hunne verbintenis, in het gebed gedachte hij zeer gepast aan hen.

Den 13 Junij. Sedert de vorige altoos mattig groeizaam weder.

Wij hebben 70 pondemate mieden van zwaar hooi voorzien, heden hebben onze 2 maaijers 5 dagen gemaaid morgen voor de middag hebben zij 14 pondem. gemaaid.

Onze zoons benevens den knegt, zijn hedenmorgen met een overdekt wagen naar de pollen gereden, om onze jongbeesten aldaar te zien, zij treffen het niet best, om het natte weder.

Blz. 39

Den 17 Junij sedert vorige aller schoonst zomerweder, waardoor de miedlanden vol hooi komen, wij hebben thans 2 maaijers bij onze maaijers genomen om tezamen de 15 pondem. voorhuis, waarop extra veel hooi is, tezamen af te maaijen, teneinde door te veel zwaar werk, onze beide jonge maaijers niet moedeloos of te veel afgemat worden, met een paar dagen denk ik is dit stuk land afgemaaid, en dan hebben wij 29 pondem. eraf.

Gisteren marktdag waren er nog een groot menigte vreemde grasmaaijers op de markt die nog geen werk hadden, waarvan de meeste ongewonnen van daar terugkeerden, zoo ook de meeste onleegtijders, welke niet nalaten bij de boer in het terugkeeren eeten te vragen, gisteren zijn de zoodanigen opvolgende aan ons huis geweest, niemand hebben wij ledig weggezonden.

Ik heb onze onleegtijders uit de wouden aangeschreven om aanstaande Vrijdag te komen. 2 heb ik hier, welke op aanzegging tot mijn dienst zijn.

Ik heb 3 korven met bijen waarvan de eerst gister zwermde, en mijn stal dus met een vierde korf vermeerderd is geworden, het was een beste zwerm.

Blz. 40

Het roodvonk is sedert verleden opvolgende slapper en afwisselende heviger onder het behoor van Wirdum aanwezig, een huisgezin op ons gebuurte bij ons pijpke in het arbeidershuisje tevens koemelkers een talrijk gezin, waarvan een lief jongetje van 6 a 7 jaren rede overleden is, niemand is op heden van deze ontzettende bezoeking aldaar bevrijd, als de man alleen, het zijn jonge lieden, de vrouw was hedenmorgen zoo goed niet als gisteren, wordende de keel wat ruimer, sedert verscheidene dagen hadde zij niets konnen doorkrijgen.

Het is opmerkelijk dat deze volkskwaal steeds om het gebuurte van Wirdum rondomwaard, en de ingezetenen aldaar totnogtoe daarvan bevrijd gebleven zijn, te Wijtgaard en in den omtrek was er in het voorjaar geen huis bijkans bevrijd, menig slachtoffer werd daardoor ten grave gerukt.

Den 22 Junij, sedert de vorige allerschoonst weder.

Gisteren hebben een aanvang met zweelen gemaakt, alle 5 hebben wij gezweeld en 12 rooken bekomen.

Mijne 3 korven met bijen hebben thans allen gezwermd.

De eerste den 16, de tweede den 19 en de laatste gister den 21 Junij; ik heb nu 6 korven met bijen.

Blz. 41

Den 30 Junij, harde N.W. wind, sedert eergisteren, gister onstuimig met regenbuijen vergezeld, zoodat wij gedurende den dag van des voordemiddags af aan, niets in het hooiwerk konden doen, heden zijn wij aan het zweelen en hooijen, wij hebben thans 38 pondem. gezweeld, en daarvan gewonnen 121 weiden.

Men schrijft van rupsen, welke elders in onze gewesten de weid en miedlanden bederven, welk ongedierte hier en in den omtrek niet aanweezig is, maar zooveel temeer de muizen, onze kinderen waren gisteren op een stuk land bij huis hetwelk gezweeld is, een groot uur bezig met drenken, en vingen 63, dit land is op verre na niet van het slimste, agteruit, naar de Trekweg, zijnze veel meer van een groote soort, welke wij hier voormaals nimmer waarnamen, zijnde die op onze nieuwlanden altoos klein, grooter soort hield zich op het oudland.

Het een en ander geeft voor de weide een donker vooruitzicht, desniettegenstaande krijgen wij hier en in den omtrek veel hooi.

Blz. 42

Den 12 Julij, sedert de vorige schoon weder, hoewel den 9 een doorgaanden regen.

Wij zijn met de onleegtijd verre gevorderd heden zweelen wij bij welzijn, het overige van de 9 Pondem. bij huis, zij zweelden 32 rooken daarin en moeten nog ongeveer 12 rooken.

Het Friesch Genootschap hield op den 10 vergadering, ik was tegenwoordig; er waren vele werkzaamheden. Ook gaf de voorzitter een treurig verslag van het overlijden van de Heeren Fontein en Amersfoordt, waarbij het leven in alle zijne ambtsbetrekkingen vermeld wierd. Van der Aa hield eene redevoering over den 80 jarigen oorlog met Spanjen, waarvan in den aanvang de graaf van Hoorn een bijzonder deel met Egmond en Prins Willem genomen hadden, als het meer bijzonder voorwerp dezer beschouwingen bepaalden hij zich tot het leven en uiteinde van den Graaf van Hoorn, als een slachtoffer van de woede van Alba; de voorzitter en penningmeester continueerden bij algemeene stemmen in deze hunne betrekkingen, nieuwe leden werden aangenomen, en de vergadering gescheiden.

Gisteren den 11 hielden wij gecommitteerden van de BrandSocieteit vergadering te Weidum ter revisie van het Reglement en waren van ‘s morgens van half 9 tot ‘s avonds 7 uur aldaar bezig.
Blz. 43
Den 19 Julij, sedert de vorige altoos droog en schoon weder, dog gisteravond begon het te regenen, en heeft gedurende den nacht ook in den vroegen morgen veel geregend, dog het schijnt heden weder droog en zonneschijnweder te zullen worden.

Dientengevolge hebben de meeste boeren thans de onleegtijd gedaan, ook wij kregen den 13, het hooi binnen, en hebben 215 nieuw gewonnen en in de schuur gebragt.

Gisteren hebben wij de wijdere revisie van het Reglement van ‘s morgens tot ‘s avonds te Weidum in het Grietenijhuis voortgezet en ten einde gebragt, als mede het tarif van vee, hooi en granen opgemaakt, om den regen reed ik ‘s avonds met N. Hovinga mede-gecommitteerde te Stiens woonachtig, Boorsma mede-assessor te Weidum leende mij zijne jas.

Volgens besluit, zullen wij Vrijdag aanstaande het nieuwe Reglement ter goedkeuring van een commissie uit de deelhebbers van onze Societeit aanbieden en daarna geacht worden vastgesteld te zijn, om hetzelve aldus bekragtigd te zijn, en te voeren.

Blz. 44

De jonge grietman Sytzama van Idaarderadeel zoon van onzen Gouverneur Sytzama reed met zijne vrouw van Friens den 17 naar de stad ‘s middags aldaar gekomen tot de lange pijp, kreeg op het rijtuig plotseling een beroerte. De knegt pakte de paarden, welke op dat oogenblik in onstuur, men bragt hem ten huize van den Heer Kempenaar daar naast alwaar hij ‘s nachts onder behandeling van Dr. la Faille en zijn broeder professor la Faille overleden is.

De overledene heeft 20 pondemate land gekogt gelegen even voorbij de 3 Romers aan de straatweg tegenover Friens, en bouwt thans daarop een slot voor 30000 Gulden aanbesteed.

Wat nu van dit een en ander worden zal moet de tijd leeren.

Den 22 Julij, sedert de vorige afwisselende regen thans droog.

Het lijk is hier eergisteren van den overleden Heer Sytzama met een lijkkoets, en zwart behangen paarden doorgereden naar Friens zonder verdere staatsie en gisteren te Friens in een op het kerkhof gemaakte kelder bijgezet.

Alle de torens in de grietenij van Idaarderadeel zijn van zwarte vlaggen voorzien iets, waarvan in Friesland nimmer voorbeeld was.

Blz. 45

Een advertentie in de Leeuwarder Courant: als volgt

“Leeuwarden den 18 Julij. Deze gansche stad is vervuld met deelneming in het smartlijk verlies, hetwelk den hooggeachten Heer Staatsraad Gouverneur dezer provincie en deszelfs aanzienlijke familie heeft geleden, door het onverwacht overlijden van deszelfs beminden outsten zoon den Heer Mr. Eijso de Windt Baron van Sytzama lid en secretaris der Ridderschap van Vriesland en Grietman van Idaarderadeel, ten gevolge van eene hevige beroerte, welke hem gistermorgen, terwijl hij met zijne gade deze stad kwam binnenrijden, plotseling op het rijtuig overviel. Hij telde den ouderdom van slechts zesentwintig jaren; was voor twee jaren met lof gepromoveerd op een hoogst belangrijke dissertatie over het vroegere stemregt in Vriesland, en mogt slechts zeven maanden, door een gelukkigen echt verbonden zijn met vrouwe Heringa Cats, die hij als treurende jeugdige weduwe nalaat. Als de hoop en kroon van zijn geslacht en een sieraad van zijnen stand, treft zijn overlijden te zwaarder naarmate het zoo onverwacht overvalt en der gade van een teederhartig echtgenoot, den hooggeëerden ouderen van een geliefden zoon, aan Vriesland een van deszelfs eerste edelen, zijne Grietenij van een eerwaardig hoofd en der maatschappij van een bekwaam en hulpvaardig lid beroofd, wiens verlies lang door velen zal betreurd worden. De algemeene deelneeming moge, nevens de troost van de Godsdienst, eenige verzachting aanbieden voor de smart van gade en ouders, die zoovele dierbare banden en heerlijke vooruitzigten door dit verlies afgesneden zien.

Wegens het zoo onverwacht als hoogst treurig afsterven in den gepasseerden nacht van den outsten

Blz. 46

zoon des Heeren Staatsraad Gouverneur hebben H.E.G.A. de Provinciale Staten van Vriesland, op heden onder het voorzitterschap van den Heer van Burmania Baron Rengers vergaderd, het gepast geoordeeld en eenpariglijk besloten, na het afvaardigen van een brief van rouwbeklag, derzelver werkzaamheden, gedurende acht dagen te staken.”

Men zegt dat de wijdere bouwing van het bevoorens gemelde nieuw te bouwen slot, waarvan het muurwerk reeds opgetrokken was tot de bovenste verdieping, voor zes weeken geschort is.

Of het nu voltooid, of weder afgebroken zal worden moet de tijd leeren.

Over het algemeen wordt er veel hooi gedold, het onze broeit ook aanmerkelijk, maar na aller oordeel, aan de gedurige waarneming aan de roede, nog niet te sterk.

Den 27 Julij sedert de vorige droog vooral gisteren en eergisteren, waardoor de boeren welke de onleegtijd nog niet gedaan hadden, zweelden en het gezweelde binnen bragten, bevorens hadden wij 3 dagen gedongd, maar door den invallenden regen dit werk gestaakt, dog gisteren en voorgisteren dit werk weder voortgezet; maar door den sterken regen heden in den vroegen morgen gevallen en met donder vergezeld, hebben wij deze be-

Blz. 47

zigheid weder gestaakt, wij hebben nog twee dagen werk.

Wij zeiden bevorens, dat het hooi over het algemeen zeer sterk broeide, ook het onze, en meenden dat wij van dollen zouden vrijgeraken maar de middelste golle begon de broeijing zoo sterk toe te nemen: dat wij sedert de vorige opvolgende bij afwisseling met dollen en hedenmorgen daarmede bezig zijn; het hart van de middelste golle is genoegzaam uitgewerkt, en is hier en daar sterk bruin maar zoo niet of het is nog goed beestevoeder.

Hier en elders in andere plaatsen is niemand bijkans of heeft er mede te redden; onze andere beide gollen is het nog goed, dat al iets zondering is omdat dit ook van hetzelfde hooi is.

Mijn aanbehuwde voordogter van mijne eerste vrouw, wed. van Bouwe van der Kooi, kasteleinsch te Wirdum, Tjitske Sijtzes Rijpma is na een langdurig smartlijk lijden, dog ten vollen getroost den 24 l.l. ‘s nachts overleden en zal het lijk aanstaande maandag den 31 dezer eerst begraven worden, omdat er nog eene vrouw van middelbare jaren, Klaaske Gosliga huisvrouw van Aize Renema boer op Jousma State mede kinderloos overleden is, en Zaturdag den 29 zal begraven worden, en Domeni van beide de voorgang zal hebben, beide aanzienlijke begravenissen.

Blz. 48

Den 5 Aug. sedert de vorige afwisselende regen, droogte goed weder, gisteren of voorgisteren donder.

Groot 8 dagen verleden, is mijn zoon als afgevaardigde van de afgescheidenen uit Friesland, met andere gecommitteerden, ter bijwooning van de algemeene synode der afgescheidenen naar Amsterdam vertrokken, en word heden volgens zijn schrijven te huis verwacht. Indien deze sijnode tot onderlinge vereeniging mag verstrekken?, zoude te wenschen zijn!

De boter is opvolgende beneden de 30 Gld. maar de kaas in een goeden prijs. Het vee is in alle soorten duur.

Wij brengen ons uitgedold hooi weder in de gaten van de golle, de hoeveelheid zal wel 20 weiden bedragen.

De ruigscherne hebben wij uit en geslecht. Het gras is overvloedig.

Ik was l.l. met de talrijke familie tegenwoordig bij de begravenis van de laatst gemelde voordogter, mijne eerste vrouw.

Domeni van Achlum en zijne vrouw waren mede tegenwoordig, na een nacht bij de familie te Wirdum en hier ‘s anderendaags geweest te zijn, vertrokken met de chais ‘s avonds half 4.

Blz. 49

Den 10 Aug. Sedert de vorige droog en groeizaam weder.

Voorgisteren den 8 was het Wirdumer kermis, er was zeer weinig te doen, hier en daar stond een kraam of dis, de rijtuigen, welke vrienden en gasten aanbragten waren tamelijk aanzienlijk; ik was benevens S. van Wijngaarden en Douwe Pieters met hunne vrouwen, gedurende den dag bij mijn zoon.

Gisteren waren onze kinderen bij onze kinderen in de buren, er was veel jong volk, de onzen kwamen laat te huis.

Heden ben ik bij Douwe Pieters te Hempens verzogt, benevens de gewone vrienden van Wijngaarden moet met het rijtuig hier voorbij om derwaarts te rijden, en heeft mij aangeboden om met hem te rijden.

Ons melkvee heeft over het algemeen zeere uijers, zoo slim dat ieder koe daaraan laboreert om te melken gebonden moet worden, alle de melkekoeijen tot 30 stuks, heeft men als een middel tot beterschap ader gelaten, en met zalf gesmeerd, het heeft tot groote moeite al eenigen tijd geduurd.

Blz. 50

Den 12 Aug. droog weder N.W. ten gevolge van het onweder, hetwelk gedurende den dag van den 10 l.l. gewoed heeft van den vroegen morgen tot ‘s avonds 10 uur, vergezeld van sterke regen ijs en hagel. ‘s Morgens stond het onweder zonder afwisseling diep in het westen, het weder was gedurende den voor en middag alhier Zuid en ten Oosten kalm en schoon met warmte vergezeld; maar het Westen ontwikkelde zich in zware luchten en breidde zich ten Oosten in den dampkring al wijd en zijd opwaarts tot den nadenmiddag 3 a 4 uur, ontstond het onweder, vergezeld met zwaren regen en was tot hier uitgebreid en opvolgende werd de lucht geheel betrokken tot in den nacht; wij reden ‘s avonds 5 uur onder een sterken regen in een digten wagen van Hempens naar huis; nadat het aldaar tot ‘s avonds 4 uur, droog weder geweest was.
Ons volk waren bij de trekweg aan het modder rijden, een groot kwartier van huis, er viel bij hun stukken ijs, zoo groot als vingerleden, vogels en vee geraakten bij hun in den omtrek in de grootste verwarring, deze ijsslag ging met een geweldig geraas vergezeld, dog bij ons huis was geen hagelsteen gevallen zoo ongelijk zijn vaak in korte afstanden de uitwerking van onweders.

Blz. 51

Van ongelukken heeft men totnogtoe niet veel gehoord, alleen kan men met zekerheid berigten dat er twee jonge paarden onder het behoor van Marrum doodgeslagen zijn, en aldaar het onweder in een huis geweest was, zonder brand te veroorzaken.

Het koolzaad dorschen gaat langzaam voort, er is totnogtoe niet veel stroo doorgereden, wij zullen stroo halen van de plaats van ons zwager te Beetgum, zoodra het maar goed weder is.

De muizen vermenigvuldigen zich verbazend, bij duizenden wordenze elders uitgedronken maar dat is hier moeijelijker om de groei van het gras.

Den 19 Aug. Sedert de vorige altoos droog, vergezeld met een drukkende warmte helder lucht tot op heden.

Gisteren was het vuur in het hooi van een boer aan de Swichumer Dijk, met behulp der buren, waren zij het meester geworden. Ook adverteerde men gisteren in de courant van het afbranden van 4 boereplaatsen in Kollumerland en Oostdongerdeel gelegen ten gevolge van hooibroeijen. Wij hoopen dat het onze in eenen goeden toestand is.

Wij zijn tegenwoordig aan het zoogenaamde

Blz. 52

bosmaaijen, het fenland is daarvan zoo overvloedig voorzien, dat er verscheidene weiden konnen gewonnen worden.

In het begin dezer week hebben wij twee weiden koolzaadstroo gehaald, 30 Stuivers de weide van Beetgum, dagelijks rijden hier een menigte weiden voorbij.

Eergisteren waren onze kinderen, met den wagen naar onze zwager te Beetgum thans een groote boerderij drijvende, zij hadden het verbazende druk.

Pier Baukes Lettinga van Stiens en de erven Andringa huurders van de Kerkeplaats alhier waren hier den 15 l.l. gedurende den dag te gasten, de familie van Wanswerd en Vrouwbuurt waren absent gebleven.

Volgens de courant was het een allergeducht onweder in Engeland geweest, gedurende den 10 en 11 l.l.

In het Westen zagen wij in den vroegen morgen de lucht zeer zwaar, en breidde zich Oostwaarts tot hier opvolgende uit, zooals wij bevorens melden.

Den 21 Aug. zware regen, gisteren vielen er hier en elders met afwisselend schoon droog weder, zware regenbuijen totdat ‘s avonds 7 a 8 uur, de lucht in het Zuiden na gedurende den geheelen Zondag, gebroken

 

Blz. 53

tezamen trok en een hevig onweder van donder en bliksem, vergezeld van regen, gedurende anderhalf uur ons drukte; diep in het Oosten zag men aan de kimmen na de bui ergens teekenen van brand, waarschijnlijk door het onweder ontstaan; indien dit het geval geweest is, zullen wij naderhand melden.

Sedert gisteravond na het onweder heeft het tot heden in den morgenstond geregend.

De bouwman zoo ook de greidboer, worden door den regen in het winnen van granen en hooi thans teleurgesteld; van de  eerste soort koolzaag rogge en garst is er veel ingezameld ook hooi, waarvan het laatste produkt meest nog gemaaid en ingezameld moet worden; men meende dat het mooije weder vast stond, en vleidde zich in de nieuwe week met een rijken oogst van hooi, en nog in te zamelen granen; maar deze hoop is thans ten minsten dagen verdweenen, dewijl alles doornat is en het laat zich aanzien, dat dit regenachtig weder wel wat duren.

Wij zonden heden turven, de turf ligt voor de wal in het gebuurte maar omdat de Werpsterdijk thans zeer modderig zal worden zal het geval wel worden, dat wij van Wijtgaard moeten [… onleesbaar].

Blz. 54

Ons knegt was gisteren benevens zijne broers waarvan de een hiernaast en de andere onder de klokslag dienen, met het rijtuig om hunne ouders te Garijp te bezoeken, zij hadden hun wel bevonden, benevens het dogtertje van de laatstgemelde broeder, welke jong weduwnaar is, en zijne vrouw geen jaar getrouwd te zijn geweest in het vroege voorjaar verloren heeft, bij zijne ouders opgevoed wordt, het groeide zeer voordeelig en was een lust der vaders grootouders en wijdere naastbestaanden.

De granen waren in de wouden zeer voordeelig, men begon de boekweit te zichten.

Het onweder had hun op de terugreis zeer getroffen, dog zijn behouden te huis gekomen.

Den 26 Aug. Sedert de vorige afwisselende regen en droogte, altoos groeizaam.

Ons turven heeft geen voortgang gehad het is tot de volgende week uitgesteld.

Eergisteren reden wij op uitnoodiging naar Pier Lettinga te Stiens; bij ons uitrijden regende het den morgenstond afwisselende, dog het overige van den dag was zeer schoon. Doeke Memerda van Wanswerd, Hendrik Huizinga van Hallum en Lijkle Memerda van Vrouwbuurt, met hunne vrouwen en kinders, benevens ik, Sytze, Akke en Klaaske waren gedurende den dag aldaar bij elkanderen, ‘s avonds kwamen wij half 8 te huis.

Blz. 55

Wij hebben niet tegenstaande de afwisselende regen gedurende deze week, het is thans Zaturdag, 6 weiden boshooi gewonnen, en meenden heden het resterende te winnen, maar de lucht is hedenmorgen treurig.

De boter zakt van tijd tot tijd, men zeide dat er gisteren 24 Gulden geboden is, maar voor dezelve verkogt is heb ik nog niet gehoord, de kaas houd ook geen prijs; het laat zich niettegenstaande den overvloed van het gewas, voor den greidboer niet gunstig aanzien, het vee is in alle soorten duur.

De puinweg van de straatweg naar Wirdum langs de sloten is volgens het ingezonden plan, bij het bestuur goedgekeurd, ik was gisteren bij deze comparitie bij het bestuur tevens ook verzogt, maar heb bedankt, wanneer en hoe dit werk zal besteed worden, weet ik nog niet, maar zal hier namaals op terugkomen, de ontvanger Witteveen en den chirurgijn Beekhuis zijn ter dezer zaak de voorname werkende personen.

Den 31 Aug. Sedert de vorige ook heden allerschoonst zomerweder.

IJtje en Hanna zijn gisteren van Achlum te huis gekomen, na aldaar sedert den 26 uit van huis geweest te zijn, ook is Doeke Domeni ’s outste zoon, met hun hier uit van huis gekomen.

Blz. 56

Ik reed gisteren benevens ons Akke, Lijkle en mijn zwager of behuwdzoon Pieter Hiemstra naar Beetgum om onzen zwager Hettema aldaar thans landbouwer te bezoeken, wij waren hem zeer welkom.

Hij heeft thans een veel werkzamer boerderij dan de verlatene op Hallumermieden, er heerschte een groote drukte bij hem met ploegen, eggen, zaaijen enz., zooals de bouwerij thans met het schoone weder gebiedend vordert.

Het is een beste plaats in de zuidhoek gelegen, maar vordert verbazende veel werkzaamheden, omdat de vorige bruiker, alles zoo niet heeft bearbeid als het wel behoorde. Hij heeft vele kosten aan de aanzienlijk huizinge en schuur moeten doen, volgens [… onleesbaar] wel tot 700 Guld. volgens besteding, welk werk of reparatie thans gedaan was, het heeft een deftig en groot aanzien, vooral als het uitgestrekte hornleger en hovinge ook in beter stand gebragt is.

Dagelijks wordt er gemaaid, gezweeld en gehooid, wij hebben uit ons fenland 12 reden gewonnen, en maaijen thans 8 pondemate nieuwgras, door ons vee na de onleegtijd eerst afgeweid, er bevind zich sedert een aanzienlijke kwantiteit gras. Ook is ons dongland met een groot overvloed van gras voorzien, zooals alle onze landen.

Blz. 57

Den 6 September gedurende het laatst der vorige tot den 4 dezer maand, was het zoo buitengewoon warm, als men maar selden voorbeelden heeft; maar op den 4 was het zoodanig veranderd dat het niet alleen koud maar volstrekt herfstweder was, met harde N.W. wind en buijen vergezeld, dit weder duurd tot heden nog voort thans met stofregen vergezeld.

Ik was op den 4 op uitnoodiging benevens de kinderen uit de buren, Douwe Pieters en vrouw en Meile Miedema gedurende dien dag bij Sije van Wijngaarden te gasten.

Gisteren waren wij te Vrouwbuurt verzogt maar omdat het koud en onstuimig was zag ik van die reis af, onze kinderen, Lijkle, IJtje en Klaaske reden evenwel met den digten wagen derwaarts, en waren aldaar met familie gedurende den dag bij elkanderen en kwamen des avonds wel en behouden om 8 uur te huis.

Het grasmaaijen wordt overal steeds voortgezet. Wij hebben de 8 reden gezweeld en op 3 weiden na te huis.

Gedurende een maand ten gevolge van het warme weder is er overal slechte boter gemaakt, de verminderde prijzen, van 10 tot 20 Gulden de fandel was buitengewoon schadelijk voor de boeren, wij hadden steeds het geluk goede boter te maken, de prijs was verleden marktdag 25 Guld.

Blz. 58

Den 9 Sept. het weder is sedert de vorige opvolgende kalm en schoon, thans allerschoonst zomerweder.

Mijn kleinzoon Doeke is gisteren weder naar Achlum vertrokken, Domeni zijn vader heeft hem op de Fransche en Hoogduitsche School te Joure besteed gehad, en was bij de Domeni zijn zwager te Oosterhaule om het latijn waarin hij merkelijke vordering gemaakt hadde verder te doen vorderen. Hij zal dus in noodige talen eerlang merkelijk en ander wetenschappen voorzien zijn, echter zonder eenig beraamd plan tot deszelfs bestemming.

De boter was gisteren eenigzins duurder 6 a 27 Gulden, de kaas blijft op de hoogte van inkoop, de markt is steeds van 14-18 Gld., mijn zoon in de buren heeft het pakhuis vol en vermeerderd opvolgende, zoodat eerlang geen kaas meer konnen bergen, dewijl zij niet in de gelegenheid zijn met gewin te verkoopen.

Wij konnen nog wel 10 pondem. maaijen maar omdat het bedongd is moeten wij daarvan afzien, er zijn wel 20 weiden op.

Den 13 Sept. sedert de vorige allerschoonst weder, behalven eergisteren ‘s morgens zeer vroeg donder vergezeld met zware regen, dog sedert dien tijd, droog Oostenwind, waardoor het hooi en de granen thans uitmuntend gewonnen worden.

Den 10 bevorens, waren onze kinderen naar Hallum om onzen zwager Hendrik Huizinga aldaar te bezoeken, woonden den voor en nademiddag gods-

 

Blz. 59

dienstoefening bij, en kwamen des avond om 9 uur behouden te huis, zij waren n.l. IJtje, Hanna, Lijkle en Klaas, des morgens half 6 uitgereden en kwamen groot 7 uur te Hallum.

Ik was benevens ons gewoon gezelschap gedurende den dag van eergisteren bij Douwe Pieters te Hempens te gasten.

Gisteren waren de gecommitteerden gedurende den dag ten huize van den Heer Wageningen op Mammema State te Jellum, ik reed ‘s morgens 8 uur derwaarts en kwam half 8 ‘s avonds te huis, gedurende den dag was men bezig de polissen te teekenen; maar omdat deze menigte allen niet geteekend konnen worden, is er maandag aanstaande weder vergadering. Ik, Jelles van Grouw, Sierdsma, van Wageningen waren tegenwoordig.

Den 21 Sept. sedert de vorige, zonder eenige afwisseling altoos zonneschijn en buitengewoon warm zomerweder.

Bevorens den 18 waren de gecommitteerden der Brandsocieteit tegenwoordig op het grietenijhuis van Baarderadeel te Weidum, om de werkzaamheden tot het teekenen van de polissen voort te zetten, van ‘s morgens gedurende dien dag was dit werk ‘s avonds 6 uur ten einde gebragt; de boekhouder mijn zoon en ik reden ‘s morgens derwaarts, ook kwam Jelles van Grouw ter gezetter tijd, benevens Sierdsma en Wageningen. Dooitze Eekma ontving 201 Gulden tot schadevergoeding van de vernieling zijns watermolen, door den bliksem des voorvoorgaande jaars.

Blz. 60

Mijn broeder en een neef van mijne vrouw Jan Snoek benevens hunne vrouwen, kwamen hier ‘s morgens op noodiging van Wanswerd, met het rijtuig, na gedurende den dag van den 19 l.l. aangenaam met elkanderen doorgebragt te hebben, vertrokken ‘s avonds half 6 uur.

Gisteren den 20 waren wij gedurende den dag met de schakels en seine bezig in de Roordahuistervaart met visschen; mijn zoon Lijkle en ik, benevens mijn zoon Wijger uit de buren met 2 zijner zoonen, Witteveen en Beekhuis.

Van schakels voorzien, benevens den Heer Witteveen ook tevens deelgenooten der seine, hadde men dezen dag om te visschen bepaald; ik voor mijn persoon stelde het af, maar des morgens kreeg ik extra aanzoek om mede van de partij te willen zijn? ik liet mij eindelijk bewegen en reden tijdig met onze schakels naar het gebuurte, alwaar wij ons inscheepten met ons vischtuig, acte en noodigen voorraad van ververschingen, na gedurende den dag tot ‘s avonds 6 uur gevist te hebben, hadden wij geen 20 snoeken, maar een tamelijken aantal witvisch en eenig baarzen, dus over het geheel een slechte vangst, en kwamen afgemat met den wagen groot 7 uren te huis. Het was de eerste maal dat ik dit jaar mede vischte; mijne jongens maken met de schakels veel gebruik van.

Blz. 61

Den 27 Sept., sedert de vorige is het weder zeer veranderd en koud herfstweder, vergezeld met regenbuijen.

Eergisteren haalden wij 25 korven aardappels van Beetgum van onzen zwager Hettema, met de aanhoudene groote droogte was de grond hard, en in deze toestand gedold, waren de aardappelen geheel zuiver en schoon; men acht datze daarom niet zoo duurzaam zijn, als van modder omgeven te zijn, dog onze wintervoorraad hebben wij nog eenigen tijd uitgesteld te haalen; de prijs is thans 10 St. de korf, bij partij minder.

Men schrijft deze gematigde prijs van dit produkt, aan de groote voorraad van appels toe, waarvan wij ook rijkelijk voorzien zijn.

De magere varkens zijn duur, ook het rundvee in soorten, een kleine kalverbul heb ik verkogt voor 18 Guld. onze weideschapen 16 Gulden, de boter rijst een weinig een weinig tot 29 Gld. de kaas blijft op dezelve hoogte.

Wij hebben nog eenige oppers nagewonnen buiten staan, en wachten op droog weder om te huis te haalen.

Wij zijn zeer overvloedig van gras voorzien niettegenstaande wij 30 koeijen melken en 4 schapen, 6 weidschapen 10 lammeren 8 a 9 kalvers en 2 paarden zijn ons beslag, benevens 6 hoklingen op de pollen welke wij ongehinderd te huis konden geweid hebben.

Blz. 62

Den 4 Oct., sedert de vorige, gedurende de gehele week, koud met afwisselende regen dog sedert den 1 dezer aangenaam en schoon weder.

Wij hebben wegens het goede weder gister nog een weide hooi ingehaald, het regenachtige weder ons verhinderd hebbende om in te oogsten, ook elders hier en daar stond het hooi in oppers of ligt op zweed, hetwelk nu ingehaald of gezweeld kan worden.

Wij melden dit daarom, dat nog in dit tot in den herfst gevorderden tijd hooi geoogst wordt; wegens den overvloed van gras, nagemaaid, en blijft nog genoegzaame weide en voedsel voor het vee, schoon een groote kwantiteit door de muizen bedorven wordt welke van tijd tot tijd in menigte toenemen, in sommige oorden zijnze nog overvloediger dan hier, alwaar de landen als het ware omgewroed worden; men hoopt dat ze in den aanstaanden winter zullen verdorven worden.

Behalven deze landplaag, heeft men in jaren zulken groeizamen Zomer niet gehad, boom, veld en aardvruchten alles is zeer overvloedig.

Wij hebben wel 30 weiden nahooi gewonnen, tezamen met oud hooi, hebben wij ongeveer 250 weiden in de schuur, dus min en meer 100 weiden meer, dan verleden jaar.

Blz. 63

Gisteren hadden wij comparitie van kerkvoogden en floreenpligtgen ingevolge oproeping van het grietenijbestuur, ten einde de staat van begrooting door de kerkvoogden opgemaakt en de floreenpligtigen aangeboden, vast te stellen; alsmede desgoedvindende de kerkvoogden te magtigen, om Hendrik v.d. Wal eigenaar van een huizinge in de buren te Wirdum, in regten te vervolgen, wegens een op de kerkegrond, naast zijne heeminge belend, geplaatst stek.

De begrooting wordt vastgesteld; en ten opzichte van H. v.d. Wal meende men, dat het niet ondienstig zoude zijn staande deze vergadering, nogmaals te beproeven om na een billijke schikking denzelven tot intrekking van gemelde stek te bewegen alvoorens in regten te treeden, waartoe besloten is, en waarvan een verklaring H. v.d. Wal aangeboden, dat hij aannam ingevolge deze bepaling het stek langs de gehele uitgestrektheid binnen de 4 voeten te trekken, bij gebreke hieraan gehoor te geven hem in regten te vervolgen.

Aanstaande maandag den 9 dezer, ben ik aangeschreven de vergadering van ons Friesch Genoodschap bij te woonen.

Blz. 64

Voor de eerste maal zijn wij bij den nieuwen kastelein Schiffart van Warga herwaards gekomen door den koop der herberg voor 2025 Gld. buiten de kosten, nagelaten door mijne stiefdogter de wed. van der Kooij vergaderd geweest.

Den 7 October sedert de vorige allerschoonst weder, dog gisteravond en hedennacht sterke regen, evenwel zijn wij hedenmorgen uitgereden om aardappels naar de Vrouwbuurster molen, het zal wel modderig zijn.

Het vee is duur in alle soorten, ik heb een kalverbultje verkogt voor 18 en een kalf voor 26 zegge 26 Guld. voor een dito kalf bood men mij gisteren 34 Guld. Ik kogt gisteren een behendig twinterrier dat aanstaande kalven moet voor 80 Gulden en zoo naar rato.

De boter geld thans over de 30 Gulden, de kaas is slap.

Ik heb in den loop van deze week een jong 3jarig paard aangeruild voor een mijner oude paarden en gaf 150 Gulden toe. Het is thans mede ingespannen om aardappels te halen.

Den 10 October, steeds afwisselende regen, eergisteravond stormweder, ik was benevens de kerkvoogden en Domeni met de vrouwen op noodiging des nademiddags bij de huurders de erven van Andringa van de kerkeplaats, mijn zoon en de knegt, haalden mij ‘s avonds te voet te huis.

Blz. 65

Mijne medekerkvoogden hebben gisteren in mijn afwezen, tegen ons besluit waarvan een schriftelijk bewijs, een schikking met H. v.d. Wal, over de bewuste scheiding gemaakt, en daarbij de belangen van v.d. Wal, meer in het oog gehouden, dan onze administratie, waardoor dezelve ten onregte meer kerkegrond geeigend is, dan behoorde. – Dit is de eerste maal, dat de eenstemming gedurende al de jaren mijner administratie in het Collegie van Kerkvoogden, is geschokt.

Gisteren hadden wij vergadering van ons Friesch genootschap ter beoefening van geschied- oudheid en taalkunde, nimmer was er zulk een aantal leden welke onze vergadering bijwoonde, onder voorzitting van den Heer Evertsz behalven de gewone werkzaamheden verslag van ingekomene boeken, rariteiten penningen enz. hield de Heer Blom notaris te Dragten eene voorlezing in poezij in de Friessche taal over het verbranden van een aanzienlijk aantal huizen te Oudega door Sikke Tijdens grietman van Smallingerland, de Saxersche partij toegedaan, en vijand der Geldersche, waarbij dezelve en zijn zoon het leven verlooren.

 

Blz. 66

Welke geschiedenis, doorvlochten en afgewisseld met eene vrijagie van Sikkes zoon met een jonge dogter, daar ter plaatze, dog welke jonge dogter, door het vermoorden van haren lieveling in een verlaten desparaten en somberen toestand gebragt eindelijk door de aanmaning van een priester het geestelijk kleed aannam en in het klooster te Smallen Ee opgenomen werd.

Deze voorlezing werd met een bijzonder aandacht aangehoord, en bij het slot uitbundig toegejuicht! Mijns oordeels was het een en ander naar de geest van die tijden uitmuntend geschetst.

Den 14 October sedert de vorige altoos onstuimig afwisselende harde wind, hagelslag regen donder en bliksem, zoowas het bijvoorbeeld gisteravond 8 a 9 uur, een zwaar onweder van donder en bliksem hetwelk eenigen tijd aanhield gedurende den dag vooral des morgens heeft men onweder waargenomen om 9 uur gisteravond heeft men een sterke brand in het westen opgemerkt, bij nadere kennis, komen wij daarop te rug.

De prijs der aarappels, is van 20 tot 24 St. de mud, na de kwaliteit, heden voor 8 dagen haalden wij nog 25 korven aardappels van de Vrouwbuurster molen van de beste kwaliteit voor 12 St. de korf en in den aanvang dezer week 20 korven om in de varkens te voeden, a 8 St. goed om te eeten, dus tezamen 70 korven.

Blz. 67

Den 21 Oct. Sedert de vorige goed weder en opvolgende meer kalm.

De jongbeesten welke op de zoogenaamde pollen of het Noorderleeg waren heeft mijn zoon Lijkle benevens twee andere te Goutum, welke daar ook jongvee hadden te huis gehaald, zij hebben aldaar zeer goed gegroeid en zien er vet en schoon uit. Mijn zoon was woensdag den 18 naar Hallum bij mijn zwager Hendrik Huizinga gegaan om te vernachten ten einde ‘s anderen morgens tijdig met die van Goutum op de pollen te zijn, aan deze afspraak en bepaling werd juist beantwoord en kwamen donderdag ‘s avonds om 6 uur met de beesten goed en behouden te huis, na gedurende dien dag goed weder gehad te hebben.

Gisteren hadden de gecommitteerden van de brandsocieteit comparitie te Leeuwarden in ‘s Lands Welvaren te Leeuwarden ten einde de tauxatie van geleden brandschade vast te stellen, namelijk het verbranden van 6 koesëeten hooi te Stiens in de maand Augustus door hooibroeijen ontstaan, het doodslaan van een koe, door een onweder in de maand September mede te Stiens, en eindelijk het verbranden van een schipke en schiphuis, onder de boeregereedschappen gerekend, behorende aan een der gecommitteerden Rintje de Jong te Grouw, door toeval.

De schade dezer voorwerpen benevens die van Sije A. van Wijngaarden, waarvan wij 1840 melding maakten, en sedert dien tijd een punt van deliberatie onder de gecommitteerden geweest is, thans vastgesteld ten bedrage van a 150 Gld. met deze schade tezamen

Blz. 68

ongeveer 500 Gulden bedragende. De boekhouder gelast en geauthoriseerd, aan de onderscheidene eigenaren der voors. geledene schade uit te betalen.

Bevorens den 14 l.l. melden wij van zware onweders en brand, bij nadere kennis zouden wij daarop te rug komen, thans zijn wij in staat naar vermelding in de Courant van den 17 l.l. het volgende te konnen melden:

Pietersbierum den 14 October. Een allerhevigs onweder, met buitengemeen felle bliksem, en daarmede als ware het onmiddellijk vergezeld gaande knallende donderslagen, barstte gisterenavond omstreeks 8 ure boven dit dorp en omstreken los. Het noodlottig gevolge hiervan, was dat weldra de schuur der boerenplaats in de Hornestreek, door Gerlof Freerks Jongma, vuur vatte, en met nagenoeg al de zich, daarin bevindende granen, gereedschappen, 4 varkens, hooi enz. een prooi der vlammen werd. Terwijl vele ingezetenen, waaronder ook van naburige dorpen, welke al dadelijk, met den Heer Grietman, zich met het beveiligen der huisgeraden, en van eene daar nabij en onder den wind gelegen boerenplaats, bezig hielden, ontdekte men dat de bliksem ook den kerktoren van dit dorp had getroffen, en voordat men daar ter plaatse konde toesnellen stond reeds de gantsche toren, welke van boven geheel van hout was zamengesteld, met een gedeelte der onmiddelijk aan dezelve verbonden kerk in volle vlam. Aan redding van deze gebouwen was niet te denken, en de uitterste pogingen moesten worden aangewend tot behoud der zeer na aan de kerk belendende kom van het dorp, welke in begin in

Blz. 69

in groot gevaar verkeerde. Aan de onvermoeide en goede order aangewende hulp, ook van vele inwoners van het naburig Sexbierum, en aan de gunstige omstandigheid, dat de vlammen, uit hoofde de kerkmuren staan bleven, eene hooge rigting namen, gevolgd bij de niet geheel ongunstige, hoewel hevige wind had men het geluk te danken, dat het vuur zich niet verder verspreidde, maar met eenige uren binnen de kerkmuren bepaald werd.

Van den in dit jaar gerepareerden toren en de zoo nette kerk, met een voor weinige jaren nieuw daargesteld orgel, is niets dan de naakte, en thans eene treurige ruïne vertoonende buitenmuren overgebleven.

Ook de rog en pelmolen van Sexbierum werd getroffen, dog de daardoor veroorzaakte brand, dadelijk ontdekt zijnde, is zonder belangrijke schade te hebben veroorzaakt aanstonds gebluscht.

Leeuwarden den 16 October, bij het bovenstaande berigt van de droevige ramp, welke het dorp Pietersbierum heeft getroffen, zijn wij verpligt van nog meerdere onheilen te gewagen, als de gevolge van datzelfde onweder hetwelk ook hier ter plaatse hevig heeft gewoed, doch geene noemenswaardige schade veroorzaakt heeft.

Op het Bildt echter, schijnt hetzelve zijne volle woede te hebben uitgestort, dewijl daar te midden van den storm en van stelpenden regen en hagel, geweldige vuurstralen, als vlammen aanhoudend door het luchtruim vlogen. Kort nadat men (ongeveer te half tien uur des avonds) de branden van Pietersbierum ontdekt had, zag men ook hier twee boerenplaatsen in volle vlam staan, die bij de digte duisternis, geheel den omtrek verlichtten. Beide waren onder en behoorden het dorp St. Jacobi Parochje aan de Zuid-

Blz. 70

zijde van den ouden Bildtdijk gelegen. De eene ten noordwesten van het dorp, toebehoorende aan de Stad Franeker en door Sijbren Klazes de Groot als huurder bewoond, waarvan de schuur met de gantsche oogst van granen en hooi, geheel is afgebrand, terwijl het voor of woonhuis is behouden gebleven; de andere ten noordoosten van het dorp nabij de buurt Oosthoek gelegen, werd in eigendom bezeten en bewoond, door Mientje Roelofs Tjepkema was in 1841 nieuw gebouwd, en werd voor een van de schoonste plaatsen van het Bildt gehouden. Ook van deze is alleen de schuur, met derzelver oogst in asch gelegd en het fraaije woonhuis behouden gebleven, waartoe vooral heeft bijgedragen de hulp van eene brandspuit van St. Anna Parochje waar men tevens in groote ontsteltenis verkeerde en zelfs meende, dat de kerktoren met een afleider voorzien in brand stond. Later heeft men ontdekt dat in den muur der kerk van boven tot beneden een scheur is ontstaan. – Nog is ten zelfden tijd in een ander boereplaats onder St. Jacobi Parochie van den Heer N. Ypeij door Anne Louwes de Vries bewoond, de bliksem ingeslagen, en wel op de naald van de schuur. Door de oplettenheid en welberadenheid van den huurder, die den brand met eigen handen heeft gebluscht, is hier verder onheil voorgekomen.

Bovendien is gelijktijdig op het Bildt in de wadden een schip gezien, men houd dit voor een turftjalk, waarin de bliksem geslagen is, en die geheel met lading en personen in de golven of

Blz. 71

in het vuur omgekomen is, zonder in dezen rampzaligen toestand, eenige hulp te konnen erlangen.

Nagenoeg al de dagen der week, welke deze schrikkelijke uitbarstingen voorafgingen, waren gekenmerkt, door afwisseling van regen, harden wind storm donder hagel enz. Op den voormiddag van dezen zelfden dag vielen hier hevige hagelbuijen en stortregens neer, terwijl de barometer ongemeen laag daalde tot 733,57 mm. Van dat oogenblik af tot heden is dezelve echter langzaam en bestendig rijzende zoodat hij nu nog schoone dagen schijnt te beloven.

Indien er in andere oorden van deze provincie meerdere onheilen mogen plaats gehad hebben, zoo zal men ons door de mededeeling daarvan, ten behoeve van een volgend No. zeer verpligten.”

 

Dusverre deze courant; het schijnt dat de redacteur geen bijzonderheden meer ontvangen heeft, althans het volgend No. behelsde geen ongelukken wegens onweer.

De toren te Boxum wordt thans weder opgebouwd, dagelijks kon men zien, dat zij daarmede vorderen, trouwens het is bijkans twee jaren geleden dat de oude toren instorte, deze schijnt in een spitse te zullen herbouwd worden.

Den 25 October, sedert de vorige goed weder, dog hedennacht, sterke regen, maar met den morgenstond droog weder, zoodat men thans buiten de deur, weder kan werkzaam zijn, mijn outste zoon gaat met de schaapmelk weeks 2 maal naar de Stad a 2½ St. de halfkanne, mijn kleinste zoon naar de school.

 

Blz. 72

De muizen vermeerderen ontzettend, zij doorbooren de weidlanden, maken de weide zwart en vreeten overigens alles kaal, desniettegenstaande is het met ons, en in den omtrek niet op het slimst.

Wij melken van 30 ongeveer nog 15 emmers melk daags. De boter houdt zich tot 34 Gld., de kaas is slap, geen prijshoudende, mijn zoon in de buren, heeft het pakhuis zeer vol.

De jongste zoon van mijn broeder Sijbren genaamd, kwam heden voor 8 dagen ons een paar nachten bezoeken, hij is nog ongehuwd en als candidaat surnumerair  sedert eenige jaren bij de Administratie opgenomen, maar tot heden noch niet geplaatst, hij neemt het kantoor van des Rijks Ontvangsten, bij zijn vader te Wanswerd steeds waar, waarin hij zeer bedreven is. Hij is een deugdzaam jongman, zijn broeder is koopman in kruidenierswaren  bij de Brol te Leeuwarden, heeft een uitgebreiden en neeringrijken handel, en komt daardoor tot een voordeeligen en aanzienlijken stand.

Het brandend schip tijdens het onweder d.d. 13 l.l. was de brand door den bliksem in de mast geslagen, en in de bovenlast van de turf, maar door het afwerpen was de brand door den schipper en zijn gezin, gebluscht en zonder beschadiging aan het tuig, des anderen morgens weggezeild en behouden in Holland aangekomen. Onder Terschelling is een tjok door het onweder afgebrand.

Blz. 73

Den 27 Oct. Hedenmorgen regen dog op den nademiddag droog weder.

Gedurende eenigen tijd zijn hier opvolgende groote en mindere koppels kalvers voorbijgedreven, om uit te voeren, of op de markten door opkoopers te  verkoopen onder anderen in het begin dezer week om op den 24 te Dragten ter markt te veilen.

Zoodanig een opkooper had van mij ook een kalf gekogt voor 26 Gulden, voor hemzelven om op te zetten; deze zeide mij gisteren bij de levering van het kalf, dat zij 81 kalvers op de markt te Dragten gehad hadden, en tegen den avond op dien dag allen verkogt waren, dat zij zeer goede negotie gedaan hadden. Vreemden, vooral Oldeborgers maakten veel gading. Op dien dag waren ruim 1000 kalvers aldaar op de markt geweest en goed verkogt. De kalvers zijn dus ongemeen duur, blijkens den prijs bij het inkoopen, en goed gewin bij den uitkoop, ook zijn de magere varkens opvolgende duur, de vette koeijen waren gisteren veel slapper in prijs men zeide van wel een rijder. Gister kogt ik een ram waaraan wij behoefte hadden voor 10½ Gulden maar het was ook een beste.

Den 31 Oct. het dreigt tot regen, sedert de vorige droog.

Gedurende de vorige der laatste helft dezer maand, heeft het opvolgende dog afwisselende in de verte en digterbij, onweder zich doen hooren en zien, geen dag of nacht ging voorbij

Blz. 74

zonder elders in het luchtruim donder, bliksem of weerlicht op te merken, zoo zelf dat er nachts bijkans een heldere lucht, weerlicht zag. Gelukkig dat deze onweersgesteldheid zich niet ineens oplostte, maar bij opvolgende bij afwisseling, hetwelk in zoodanigen toestand met de verschrikkelijkste rampen, konde vergezeld geweest zijn, zooals op den 13 heeft plaats gehad.

Wij melken daags nog ongeveer 14 emmers melk, in den omtrek begint men het vee al op den stal te zetten, wegens de ontzettende menigte der muizen. Het hooi in blokken buiten deur staande, zelf in de schuren, worden van deze plaag niet verschoond.

Deze landplaag bepaald zich tot de greid in den bouwhoek, heeft men er geen hinder van, zooals bij voorbeeld te Beetgum en elders; een kleinzoon Doeke te Beetgum woonachtig of eigenlijk hunne plaats onder St. Anna behoorende in de Zuidhoek was hier een nacht uit van huis, deze zeide dat men daar volstrekt geen last van de muizen hadde. Onzen zwager hadde hem vergund een of twee nachten uit te gaan, maar bij goed weder

Blz. 75

moest hij dadelijk te huis komen, omdat de zaaijing nog niet volbragt was, zijnde door den afwisselende regen, daarvan verhinderd.

Den 6 November. Opvolgende goed weder en kalm.

Mijn Buurman heeft heden zijn melkvee op stal gezet.

Indien de muizen het gras niet verslonden of met wroeten niet bedorven hadden en nog steeds bederven, dan hadden de boeren bij goed weder nog lang konnen geweid hebben, maar het is nu om een korten tijd te doen.

Een kleindogter Tjitske een dochter van mijn zoon Wijger, is verleden week getrouwd met eenen Meile Miedema een jong weduwnaar met 2 zoontjes, thans boer op de Weiwiske onder Wirdum alwaar wij op Woensdag den 8 dezer genoodigd zijn.

Hedenavond verwachten wij Dos. van Achlum hier uit van huis om tevens op den 8 als questor de weduwgelden van den algemeenen questor van de Tuuk predikant te Belkum, te Leeuwarden te ontvangen, en als daarna, deze gelden aan de predikants wed. onder de Classe van Harlingen uit te deelen, bedragende over het geheel bij de 2000 Gulden.

Blz. 76

Den 11 November, sedert de vorige afwisselende onstuimig en goed weder, vergezeld van veel regen.

Onze buren, hebben hun melkvee op stal. Ook hebben wij eergisteren den 9, 22 melke opgezet een hadden wij stal, dus 23, 6 melkerieren, 6 hoklingen en 7 kalvers loopen nog uit maar het land is door veel regen nat en het gras door de muizen bedorven, waardoor de weiding van dit vee niet lang kan duren.

Gisteren was het marktdag en mooi weder, de markt stoppend vol vee in alle soorten zeer duur; wij hadden maar een over, dog in in plaats 2 vare verruild aan een kalve, en kreeg 65 Guld., toe, ik reken onze verruilde vare koeijen op 75 Gld. ieder.

Heden slachten wij onze weidkoe door den schatter op 105 Gld. geschat, en betaald daarvoor aan accijns 23 Gld. 81½ Cents.

Den 18 Nov. Sedert de vorige goed weder dog heden onstuimig en regen.

Gisteren was de markt vol vee, vooral het melk vee of de kalve zeer duur, de boter was op 28 Guld. gezakt, dog thans was williger, ons laatste parthij kaas op de markt verkogt voor 12¾ Guld.

Blz. 77

Den 27 November, sedert de vorige afwisselende onstuimig, trouwens bij open weder zal dit gewoonlijk omtrent dezen tijd des jaars wel het geval, onlangs hebben wij maar zeer weinige nachtvorsten gehad.

Domeni van Achlum en zijne vrouw bezogten ons verl. dingsd. den 21 l.l. kwamen uit het Franeker schip, na eenige verversching genooten te hebben, gingen toen naar Wirdum om aldaar de familie een paar nachten te bezoeken, na welks, alhier terugkeerden en ons met een paar nachten bezoeks vereerden, vertrokken bij zeer goed weder te voet naar Leeuwarden om met het 9 uur schip naar huis te reizen, op den 25, hebbende van hier met de wagen op den 24 tusschenbeide Domeni Dijkstra rustend predikant van Arum, en te Leeuwarden woonachtig, bezogt, met wien zij tijdens zijne bediening te Arum, zeer familiair verkeerden.

Elders aan de bouwkant loopt het vee nog uit, men heeft aan de andere kant van de stad, zeer weinige muizen, daar het land hier en in de uitgestrekte greidhoek, zeer bedorven is en nog dagelijks uitgebreider wordt, de hooiblokken buiten deur wemelen van buiten tot boven toe van muizen, men vangtze in potten.

Blz. 78

Den 30 Nov. sedert de vorige afwisselende onstuimig thans goed weder.

Men is gedurende het onstuimige en regenachtig weder met het bouwen van de Boxumer tooren zoo gevorderd: dat men het muurwerk tot derzelver hoogte gebragt voor eenige dagen, de makelaar der spits gerigt en thans de hoekstations daaraan te vestigen heeft.

Het schijnt een vrije hooge tooren te zullen worden, althans van hier te zien. Boxum verkrijgt door deze spitze tooren, daar de voormalige een stompe ware, een geheel ander aanzien, het is even of dit hetzelfde dorp niet is.

Gisteren was het hardenwind uit het Noordwesten, mogelijk heeft dezelve wel aan de scheepvaart of elders schade aangebragt.

Wij hebben thans 42 hoornbeesten en 2 paarden op stal. Onze mestvarkens zijn ook nog in leven, wanneer wij slachten is nog onbepaald.

Wij melken daags 10 emmers melk, een groot verschil bij verleden jaar, trouwens om de schaarsheid van het hooi verkogte ik toen 9 melkebeesten, welke wij nu meer hebben.

Blz. 79

Den 6 December, nog steeds afwisselende regen en onstuimig, heden veranderlijk met W. koude wind, eenigzins drooger; zonder altoos de minste nachtvorst.

Heden St. Nikolaas. Van mijne vroegste jeugd, door al mijn leeftijd heen, tot op heden, bestaat onder de geheele bevolking in ons gewest, (behalven Grouw, welke St. Pieter viert) zonder eenige afwisseling jaarlijks de feestviering van deze zoogenaamde Heilige Nikolaas; het is niet alleen een vreugdedag voor kleine kinderen, welke bij het opstaan des morgens vroeg in hunne weggestopte klederen, korfjes enz. na lang of kort zoeken, zich bedeeld vinden met taai of zuikergebak, boekjes, prenten of iets anders, al naar de geaardheid der ouders, nabestaanden of familie, bij welke soms door kinderen op permissie ook opgezet wordt; maar zelf ook ouden en jongen zijn deze gekkerijen toegedaan, vooral de ouders, welk in de blijdschap en geestvervoering hunner kinderen, over hunne bedeeling in dat goede St. Nikolaasgeschenk, hartelijk deelen.

Blz. 80

Onder de minder beschaafden heeft men daar te boven, het barbaarsch vermaak St. Nikolaas, in een schrikkelijk en monsterachtigen toestand te doen verschijnen, om de kinderen angst en vrees aan te jagen en hun de beloften van gehoorzaamheid of iets anders af te persen, welke van angst en vrees sidderen en beven, huilen en schreeuwen en niet weten waar zij zich voor de verschrikkelijke bedreigingen, welke daarmede vergezeld gaan, bergen zullen, niet alleen, maar daarna, met der kinderen angst over de verschijning en bedreiging van St. Nikolaas openlijk tot derzelver meerdere beschaming den spot drijven; maar het genot van de aanbreng van St. Nikolaas, maakt alles weder goed, men eet, teerd en smeerd vaak tot walgens toe; de gemeene man, het noodige en behoeftig brood dikwijls om deze verkwisting ontbeerende – dog andere weten daarvan een ander gebruik te maken verblijden de kinderen, vaak met een benoodigd kledingstuk, of de meer begoedigden, met een of ander sieraad, alles evenwel onder de benaming van een St. Nikolaasgeschenk. Wanneer zullen Christenen wijzer worden?

Blz. 81

Den 12 December, sedert de vorige goedweder, heldere lucht, met vorst, Z.O. wind.

Wij melken nog daags ongeveer 9 emmers melk, over het geheel wordt er veel gemolken, waaruit blijkt dat het hooi kragtig is, verleden Vrijdag hadde mijn zwager te Beetgum, de jongbeesten nog uit, zooals er aan de noordkant der stad en in den bouwhoek vele zijn. Dit zoude in de zuidkant der stad, en in geheel de greidhoek ook het geval geweest zijn, indien de landplaag der veelvuldige muizen niet bestaan hadde, en zonder eenige vermindering nog bestaat; want er was in den vroegen herfst zeer veel gras.

De aardappels zijn zeer goedkoop tot 5, 6 a 7 Stuivers de korf, waardoor de magere varkens zeer duur zijn, en daarmede gemest worden.

De appels zijn de minste soorten tot over de Gulden, de betere en beste naar rato duurder; wij hebben tot 50 korven gewonnen, maar geen verkogt, dewijl mijne vrouw, die tot de huishouding acht te gebruiken.

Blz. 82

Den 19 Dec. Sedert de vorige goed en zacht weder, zonder eenig de minste vorst.

Gisteren is er berigt aan het Gouvernement alhier gekomen, dat onze oude Koning Willem I Graaf van Nassauw, zeer haastig te Berlijn overleden is; ten gevolge daarvan, hoorden wij heden alle de klokken in de stad luiden.

Bij nadere kennis komen wij hierop weder te rug. De overledene Koning hield wederkeerig zijn verblijf, sedert den afstand van den troon te Berlijn, ‘s Gravenhage of elders in de Nederlanden.

Nog zeer onlangs, heeft hij onze Staat een aanbod van tien millioenen onder zekere bepalingen tegen 3 pro Cent gedaan, ten einde in de behoeften van den Staat te voorzien.

De onderhandelingen daarvan zijn nog niet geopend, maar door een brief van Z.M. de Staten Generaal kennis gegeven, misschien dat deze zaak geheel door het overlijden van den ouden Koning afgebroken zal zijn.

Heden morgen vingen wij in de valle een allergrootste bonsing, hij was zeer grijs, dus een oude.

Onze Klaas is met het wilsternet in het veld. Sedert een geruimen tijd, was dit gevogelte van hier geweeken, maar gisteren openbaarden zij zich hier weder, of hij ook vangen zal weet ik niet.

Blz. 83

Morgen hebben wij kerkerekendag, volgens gebruik om de huur van de zathe en landen te ontvangen, rekeningen aan timmerlieden verwer, smid enz. te voldoen.

Heden hebben wij de timmerman om een nieuwe zoldering boven de paardestallen te maken, in de nazomer heb ik een paar koestallen in de schuur laten maken, omdat wij al het vee, niet konden zetten, welke mij met de vloering daarnevens in de reed ongeveer 40 Gulden gekost hebben.

De Zon hoewel nevelachtig is doorschijnende en het luchtgestel, sedert eenige dagen zoo zacht evenals goed herfstweder.

De boter rijst, en was verleden marktdag 36 Guld.

Den 21 December, het weder schijnt eenigzins veranderlijk, trouwens midden winter tegen kerstijd is niet te wachten, dat zulk aanhoudend open en zacht weder langer op den duur zal zijn.

Mijn zoon Lijkle is heden morgen naar Beetgum gegaan om de familie aldaar te bezoeken, ook is van daar het jongste der kleinkinderen Wijger genaamd een fikse jonge, gedurende deze week hier uit van huis geweest, en is hedenmorgen vertrokken.

Blz. 84

Gisteren hadden wij afrekening van de kerkvoogdij in de Herberg van de nieuwe kastelein te Wirdum. De erven van de wed. voormale kasteleinske van der Kooi aldaar voldeeden wij eene rekening van de kosten der verteeringen, door wijl. haarzelven geschreven. De werkzaamheden dezer comparitie namen des morgens 9 uur aanvang en eindigden des avonds 7 uur, en omdat het duister maan en zeer duister ware, bleef ik den verleden nacht in de buren, bij mijne dogter en zwager Hiemstra, hetgeen mijn behuwddogter de huisvrouw van Wijger, maar matig genoegde dat ik bij hen des nachts niet zoude verblijven, ik kwam hedenmorgen tijdig te huis.

Onze oude Koning zal van Berlijn naar Hamburg en van daar met een stoomschip over zee naar Holland gevoerd worden om in de vorstelijke graven te Delft bijgezet te worden.

Alle de klokken moet 10 dagen lang des daags 3 maal luiden, de kerkvoogden hebben hierover aanschrijving van het Grietenijbestuur bekomen, evenals met de voormalige overledene Koninginne in den jare 1836.

Blz. 85

Den 27 December, evenals voren is het weder zonder eenige afwisseling zacht en mattig met nevel zoo voor, gedurende, als na kerstijd tot heden.

Ik heb gedurende de zondag, de beide kersdagen dus 3 dagen na elkanderen, de godsdienstoefeningen te Wirdum in onze hervormde kerk bijgewoond; ik ging des morgens t’elkens derwaarts en ging des avonds naar huis; eenmaal ging ik bij Wijtgaard om, wijl de reis van hier naar Wirdum, gedurende het natte weder zeer glad en dus mij eenigzins moeijelijk viel.

Nadien de blakers, luchters enz. in onze kerk ontbraken, om behoorlijk bij den avondgodsdienst keerzen te ontsteeken en te lichten: zoo verzogt ons Domeni mij daarin zoo mogelijk te voorzien. De gelegenheid daartoe bood zich aan, de kerkvoogden van Leeuwarden adverteerden in de Courant, dat alle de kandelaars, blakers, luchters enz. uit de Groote Kerk aldaar, te koop waren wijl zij zich bij de reparatie en vernieuwing deze kerk van andere lichten voorzien hadden. Al dit materiaal was in de kosterij aldaar voorhanden, vrijdag l.l. zogt ik daar 10 blakers uit en hedenmorgen heb ik nog hangende of draaijende blakers uitgezogt, en alle tezamen in het Wirdumer schip bezorgt, om aan de pastorij te bezorgen, om met behulp van den timmerman in de Kerk op noodige plaatsen gesteld te worden, tezamen 22 oude lb. à 10 Stuivers.

Blz. 86

Den 30 December, evenals voren, is het weder zacht en kalm.

Ten einde de blakers op geschikte plaatsen in de kerk zouden geplaatst worden, ging ik den 28 des morgens naar het gebuurte, en nam een timmerman mede in de kerk, ik teekende hem de plaatsen om te stellen, dog bevonden dat de arm ongeschikt op den predikstoel paste, ik herinnerde mij dat ik een onder het nog voorhanden zijnde koperwerk in de kosterij te Leeuwarden gezien hadde, welke beter passen zoude, en zeide tegen den timmerman, dat hij deze maar elders moeste plaatszen, dat ik hem des anderen daags een anderen zoude bezorgen; ik ging dan den 29 zijnde marktdag weder naar de Stad in de kosterij en nam in tegenwoordigheid van de koster deze arm, welke 1½ Ned. lb. woog, betaalde aan denzelven alle het koperwerk door mij uit de Kosterij uitgezogt, tezamen wegende 12½ Neder. dus 12 Gld. en 50 Cent; zond met de schippers deze arm aan den timmerman B. Vogel om op de predikstoel geplaatst te worden, verwachtende dat heden alles in orde zal geplaatst zijn, om morgen bij den avondgodsdienst te gebruiken.

Wijders berigte men mij dat de hoofdbalk waaraan onze grote klok hing, scheen zich te begeven; ik gaf last om terstond daarin

Blz. 87

te voorzien, mijne medekerkvoogden namen genoegen, dat ik daarin voorzien hadde, wijl het van de grootste aangelegenheid ware, voor de zekerheid der klokken te waken; te meer dat er bij het aangevoerde lijk van Z.M. met stoomschepen van Hamburg, in het vaderland, nog twee dagen moeten geluid worden des daags voor de begravenis, en op den dag der begravenis, waarvan nog geen kennis is.

Den 31 onveranderlijk hetzelfde, behalven dat het mattig was; met een Z.W. het luchtgestel eenigzins koelder.

Ik ging dan hedenmorgen weder naar het gebuurte, en woonde gedurende den dag ook des avonds de godsdienstoefeningen bij.

De aan licht ontbrekende plaatsen in de kerk waren thans bij den avondgodsdienst welke kwartier over 6 een aanvang nam, door de aangebragte blakers en armen behoorlijk verlicht, zoodat de gemeente bij lichte maan, aanzienlijk overal van licht bediend werd; de arm op den predikstoel goed geplaatst, dat is aan de oostkant van de lessenaar, was zoo gelijk aan de andere evenals of zij in een vorm gegoten waren, met dit onderscheid echter, dat de oude met 2 blakers en de nieuwe met een blaker voorzien is, evenwel

Blz. 88

wordt nu de lessenaar aan weerskanten van overvloedig licht voorzien.

De kerk is nu van zooveel blakers voorzien dat er over althans ongeveer 60 keerzen konnen branden, welke alle ontstoken zeer veel luister bij den avondgodsdienst bijzetten, zooals thans het geval ware.

Voorgenomen hebbende dezen nacht in het gebuurte bij mijn zoon Wijger, te blijven, gaf ik alvorens daarvan berigt; hij was benevens zijne vrouw en verder gezin, daarmede zeer vereerd, gedurende den dag, zooals ik tusschen kerktijd bij hun mijn verblijf hebbe, mijne andere huisgenooten hebben dan hun verblijf in het voormalige kantoor aan ons huis, hetwelk door mijne dogter en zwager bewoond word, en hetwelk ik mij uitdrukkelijk voorbehield, om des Zondags een vrij verblijf te hebben, hetwelk nu al zeer vele jaren geduurd heeft, waardoor wij des Zondags boven anderen bevoorregt zijn, welke als dan bij vreemden hun intrek moeten nemen, indien zij op een afstand van de kom der gemeente woonen en tweemaal de godsdienst willen bijwoonen; gedurende den dag dan aan het huis van mijn zoon geweest te zijn, ging ik na het eindigen van den avondgodsdienst ook derwaarts, na gedurende den avond aangenaam bij elkanderen geweest te zijn begaven wij ons ter ruste.

Blz. 89

Alvorens dit jaar hiermede te sluiten, zal een algemeen overzigt nog volgen.

Dit jaar is over het algemeen gezegend geweest vooral ten aanzien van de graan en hooioogst met dit onderscheid echter, dat niet tegenstaan door den greidboer veel gemolken is, wegens overvloed van gras, echter de boter van een slechte kwaliteit ware, wij zijn daarvan verschoont geweest, maar de prijs was te laag, om een goed inkomen daarvan te hebben.

Het vee was zeer duur, maar weinige genooten daarvan voordeel, veeleer nadeel dewijl men des voorgaanden jaars wegens schaarsheid van hooi, vele beesten verkogten en dezen jare voor een duren prijs weder moesten aankoopen; de kaas was ook minder in prijs dan des voorgaanden jaars.

De aanvoeding is buitengewoon geweest, de kalvers en magere varkens, waren zeer duur behalven de sterfte der varkens welke nog veel gelijk in voorgaande jaren, in de maanden Augustus en September heeft plaats gehad en vele getroffen hebben, onder andere ons buurman had er 13 stuks, waarvan ten deele gestorven ten deele door ziekte aan den slachter voor een geringe prijs verkogte, en dus geen een gezonde over [… onleesbaar].

Blz. 90

In vroegere jaren trof ons altoos deze varkensziekte en sterfte, vervolgens bij afneming en in dit jaar geheel daarvan vrij gebleven, als men nu daarbij aanmerkt: dat toen wij deze ziekte en sterfte hadden, onze buurlieden geheel daarvan bevrijd bleven, dog opvolgende bij afneming de hunne daarvan van jaar tot jaar aangetast werden, voor de natuuronderzoekers, geheimen overblijft waarvan ten minsten totnogtoe geen reden of oorzaken kan gegeven worden, ook niet om deze ziekte te weeren, veel min te genezen, waartoe wel vele dokters en veeartsen, onder anderen de overledene kundige Dokter Coulon zich vele moeite gaven en middelen tot weering of tot genezing voorschreven dog alles tevergeefs; waarvan wij ook tevergeefs gebruik van gemaakt hebben, dog zonder het of iets anders te gebruiken, opvolgende afnam, en in dit jaar daarvan geheel vrij gebleven zijn.

De schapen waren in het najaar ook in eenen goeden prijs, ik verkogte de weideschapen voor 16 Gld. dog zijn thans in minder prijs. De wol bleef bij velen onverkogt. Wij hebben de onze ook op de zolder, de prijs in het eerst 15 St. dog opvolgende 16, 17 en eindelijk 18 St. het Ned. lb. tot de schapenteeld is diensvolgens weinig aanmoediging.

In de Greidhoek zooals wij bevorens melden lijdt het land vreeslijk door de muizen, welke tot heden krachtig werkzaam zijn, in de grond wroeten, de oppervlakte ondermijnen en zwart maken.

Blz. 91

De staat van gezondheid is over het geheel zeer gunstig geweest, alleen het roodvonk in onze gemeente maar vooral te Wijtgaard heeft deze en gene nogal ten grave doen dalen.

De granen zijn gedurende in een gematigden prijs, de aardappels in den herfsttijd bij den algemeenen opslag werden tot 24 St. de mudde verkogt, maar zijn opvolgende in prijs lager gevallen en bijkans onverkoopbaar wegens den zeer groten overvloed. Men zegt datze in de Wouden tot 3 Stuiv. de korf verkogt worden.

Niettegenstaande den overvloed van appels zijnze tot een goeden prijs verkogt.

De staat der afscheiding blijft op dezelfde hoogte; schoon onderling niet van een gevoelen, vooral ten aanzien der kerkenorde, ook ten aanzien der beroepene leeraren, waarvan de grote minderheid afgescheiden van de bestaande orde op zich zelven bestaat en in stilte hunne godsdienst oefent. 27 Gemeenten zijn in Friesland door de regering erkend, en worden openlijk in de almanakken vermeld, naast de hervormde kerk onder de benaming van Christelijke Afgescheidene Gerevormeerde Gemeenten en Leeraren in de provincie Friesland.

Onder deze gemeente zijn vele vakant, maar opvolgende worden geschikte jongelingen tot leeraren opgeleid en aangekweekt onder geleide

 

Blz. 92

van de Haan, voormaals hervormd predikant te Ee of Engwierum een zeer bekwaam man sedert jaren of althans in het begin der afscheiding, afgescheiden en als leeraar in dienst geweest te Birdaard, laatst te Hallum, thans als zoogenaamde hoogleeraar te Groningen.

Hoe zijn de dingen veranderd. Tijdens de afscheiding vloekte het gemeen door ophitsing van … de godsdienstige bijeenkomsten, leden en leeraren der afgescheidene, en bezoeken thans ijverig de godsdienstoefeningen der afgescheidenen, de kerken waar die nieuwe gebouwd zijn, te Leeuwarden en elders zijn opgepropt vol, en men spreekt over het algemeen met grote achting van de afgescheidene leeraars, en betoond hen meer eerbied dan die der hervormde predikanten.

Over het algemeen zijn de armendirectien in bekrompene omstandigheden, schoon wij in onze Gemeente, over een drukkende armoede boven andere jaren niet te klagen hebben, wordt aan de bouwkant vooral de steden de armoede drukkender gevoeld; om daarin te voorzien is men steeds op middelen bedacht om de arbeidende stand werk aan te bieden, zoo heeft onder anderen de stad Leeuwarden jaarlijks door het afgraven van het Bolwerk veel werk aangeschaft

Blz. 93

zooals thans door het afgraven van het noorder gedeelte van het Bolwerk en dagelijks volgens zeggen aan wel 200 werklieden voor een goed daghuur arbeid verschaffen, en daardoor de behoefte dezer classe gelenigd wordt vooral bij deze opene Winter. In den omtrek der stad ook hier is men door deze maatregel steeds bevrijd van die lastige bedelarij der arme stedelingen, zooals gemeenlijk met deze lieden het geval is, bij den boer rond te loopen om een gave, dewijl de stad zeggen zij een zeer gering onderstand verleend. Echter kan men niet zeggen daarvan geheel bevrijd te zijn, dagelijks heeft men aanzoek om een gave van vrouwen jongens en meisjes, altoos meest uit de stad, zoo staat er op dit oogenblik terwijl ik dit schrijf een man aan ons deur uit de jurisdictie van de stad een papier aan te bieden om te lezen, waarin hij vermeld: een boekkoopman geweest te zijn, maar door een zware ziekte half zijn gezigt heeft verlooren, voormaals in de slag van Waterloo heeft gedeeld maar nu oud militair weder zijne vorige bezigheid wil aanvaarden, indien goede lieden, hem door een gave daartoe willen bijstaan; hoe het ook zij, er werd aan hem een ruimer gave uitgedeeld dan aan andere bedelaars.

Blz. 94

Wegens het Ed.Achtb. Bestuur zijn de landerijen en het vee onder Wirdum en Swichumer behoor opgenomen waarvan de landerijen bevatten:

  Erwten Aardappelen Weidland Bouwland  
Wirdum 1 8 5070½ 61 tezamen 5140½ pondem.
Swichum     508½ tezamen  517  pondem.
  1 8 5579 69½ tezamen 5657½ pondem.