Kertiersteat fan Botsy Taans Faber

Gearstald troch Jan Taekele Anema

Gegenereerd met Aldfaer 6.1 op 4 okt. 2016 17:22:27 door Jan T. Anema
Bestand D:\Docs\DocHold\Aldfaer\JTAnema Gen\Qu Frl

Generatie I

  1. Botje Tanes Faber, geb. Oosterbierum 21 febr. 1775, ged. ald. 23 april 1775, boerin te Menaldum (1828), † Menaldum 24 dec. 1835, tr. Oosterbierum 27 mei 1804 Rinse Ages Haadsma, geb. Oosterbierum 26 juni 1776, ged. ald. 14 juli 1776, landbouwer te Oosterbierum, te Menaldum (1816) en te Minnertsga, † Menaldum 8 sept. 1826, zn. van Age Andries’ en Jantje Jans.

Uit dit huwelijk:

  1. Tane Rinses Haadsma, gardenier te Beetgum.
  2. Age Rinses Haadsma.
  3. Jantje Rinses Haadsma, geb. Oosterbierum 7 jan. 1806, ged. ald. 2 febr. 1806, † Huizum 2 dec. 1878, tr. Menaldumadeel 12 nov. 1828 Reimer Gerbens Brouwer, geb. 1802, landbouwer op Sjoelema-sate op Koutum onder Menaldum, † 1871.
  4. Frans Rinses Haadsma, geb. Menaldum 9 juli 1816.

 

Notitie bij Botje Tanes: *
Haar geslachtsnaam Faber ontleende zij kennelijk aan haar halfbroer Pieter Arjens Faber (1760-1841), landbouwer te Oosterbierum, wiens vader Arjen Heeres (1708-1760) mr. smid te Oosterbierum was, welk zelfde beroep diens vader Here Andries al in 1705 te Sexbierum uitoefende.

Generatie II

  1. Tane Gerrits, ged. Oosterbierum 16 aug. 1733, landbouwer te Oosterbierum, kennelijk eerst in dienst bij zijn broer Jelle, vestigt zich 1766 zelfstandig op SpC #12, † Oosterbierum 4 nov. 1804, tr. [geschat rond 1765]
  2. Froukjen Pyters, ged. Tzummarum (als “Frouckien”) 4 jan. 1733, † Tzummarum 18 sept. 1813, tr. 1e Arjen Heeres, ged. Sexbierum 3 okt. 1708, mr. smid te Oosterbierum, † [Oosterbierum] 6 mei 1760, zn. van Here Andries’ en Hiske Sytses en wedr. van Claeske Botes.

Uit dit huwelijk:

  1. Antje Tanes, ged. Oosterbierum 26 april 1767, † ald. 16 sept. 1806, tr. Oosterbierum 24 mei 1790 Pyter Jans Hoekstra, geb. Oosterbierum omstr. 1756, arbeider te Oosterbierum, † Tzummarum 10 aug. 1818, zn. van Jan Jansen en Tjaltje Jacobs.
  2. Beytske Tanes Tjeslinga, ged. Oosterbierum 5 maart 1769, beide e.l. worden lidmaat op belijdenis Tzummarum 30 mei 1802, † Tzummarum 27 juni 1848, tr. 1e Tzummarum 24 aug. 1794 Jelte Hanses de Haan, geb. Tzummarum 21 jan. 1762, ged. ald. 14 febr. 1762, † Tzummarum 29 jan. 1823, zn. van Hans Meynerts en Tryntie Jeltes; tr. 2e Barradeel 29 mei 1828 Wilhelmus Klases Boorsma, zn. van Klaas Foekes en Anna Willems.
  3. Aaltje Tanes, geb. Oosterbierum 28 sept. 1772, ged. ald. 1 nov. 1772, boerin te Tzummarum 1827, de e.l. doen belijdenis te Tzummarum 30 mei 1802, † Tzummarum 11 juli 1837, tr. Oosterbierum (of Tjummarum) 7 juni 1801 Sjoerd Hanses de Haan, geb. Tzummarum 28 okt. 1771, ged. ald. 17 nov. 1771, landbouwer te Tzummarum, † Tzummarum 4 aug. 1827, zn. van Hans Meynerts en Tryntie Jeltes.
  4. Botje Tanes, zie 1.

 

Notitie bij Tane Gerrits: * Cf. FK 42-43 (Goasse D. Brouwer)

Notitie bij Beytske Tanes: Memories kantoor Harlingen Bron: Memories van successie Plaats: Harlingen Bijzonderheden: Filmnummer: 120
Overledene Beitske Tanes Tjeslinga overleden op 27-06-1848 wonende te Tzummarum
80 jr; geboren Oosterbierum; eerst wed. Jelle Hanzes de Haan (overleden 29/1/1823: vruchtgebruik vervalt nu); laatst wed. Willem Klazes Boorsma; geen kinderen; zuster van wijlen Antje (moeder van Tane, grofsmid en Jantje, thans wed. Harmen Arjens Tuinstra, te Oosterbierum: samen voor 1/3 testamentair erfgenamen, en van wijlen Aaltje Pieters Hoekstra, vrouw van Daniel Sikkes la Fleur en moeder van niet met name genoemde kinderen), wijlen Bottje (moeder van Tane, landbouwer Beetgum, Age, idem aldaar, Frans, idem aldaar en Jantje Rinses Haadsma, vrouw van Reimer Gerbens Brouwer, boer Menaldum: samen 1/3 testamentair erfgenamen) en wijlen Aaltje Tanes (moeder van Antje Sjoerds de Haan, wed. Rinse Gerlofs Albarda: 1/3 testamentair erfgenaam en wijlen Froukje Sjoerds de Haan, vrouw van wijlen Jan Blanksma en moeder van niet met name genoemde kinderen) (3 staken: ab intestato elk staak gerechtigd tot 7/24); ab intestato zou voor 3/24 nog gerechtigd zijn Arendtje Pieters Faber (vrouw van Pier Hayes Blanksma, boer); testamentair executeur is Klaas Willems Boorsma, koopman/landbouwer. Saldo fl. 7.189,81. Bijgevoegd is suppletoire memorie 7019/1255 (saldo moet vermeerderd worden met fl. 3.581,06).
Bronvermelding
Memories kantoor Harlingen, archnr. 42, Memories van successie – Tresoar, inventarisnummer 7019, aktenummer 1215

Generatie III

  1. Gerrit Jelles, ged. Oosterbierum 6 okt. 1700, landbouwer op Haerda-sate te Oosterbierum (1728/38 br. stem 9), in 1749 ald. “boer, niet meer als de kost” met 7+0 pers., (’capitaal’ £ 5000), † Oosterbierum 1765/ 1766, tr.
  2. Antje Tanes, † Oosterbierum 1759/ 1760.

Uit dit huwelijk:

  1. Jelle Gerrits, ged. Oosterbierum 19 aug. 1725, landbouwer te Oosterbierum, sedert 1766 op Haerda-state, † [Oosterbierum] 1782, tr. 1e [in of voor] 1755 Uilkje Yttes, ged. Oosterbierum 19 sept. 1723, † [kennelijk in de kraam] 1756, dr. van Yte Jans en Antje Folkerts; tr. 2e [geschat rond 1762] Yzaakje Jans van Asperen, ged. Oosterbierum 8 juni 1738, lidmaat Oosterbierum 1772 (“huisvrouw van Jelle Gerrits”), † Oosterbierum 20 dec. 1811, dr. van Jan Jans en Wytske Tjerks Swynstra; zij hertr. (att. afgeg. Oosterbierum 8 juni) 1783 Pieter Paludanus, schoolmeester, ontvanger en dorprechter te Oosterbierum, wedn. van Tytje Gerrits.
  2. Tane Gerrits, ged. Oosterbierum 14 aug. 1729, † [jong].
  3. Aaltje Gerrits, ged. Oosterbierum 21 mei 1730.
  4. Tane Gerrits, zie 2.
  5. Hebbe Gerrits, ged. Oosterbierum 19 febr. 1736, [waarsch. jong overleden].
  6. Botje Gerrits, ged. Oosterbierum 30 maart 1738.

 

Notitie bij Gerrit Jelles: * [A.M. Hibma nr. 324]
Het SpC vermeldt hem te Oosterbierum #6 met twee schoorstenen, 5 hele hoofden (in 1759 zes). In 1760 “de vrouw overleden” en sedertdien 5 hoofden, 1764 “een meid minder” dus 4 hoofden. In 1766 “Gerrit Jelles overleden”, en [de zoon] Jelle Gerrits komt van #12 en zet het bedrijf voort. Er zijn 5 à 9 koeien en rieren, 50 à 80 pm bezaaide landen en meestal 7 of 8 paarden met een aanslag tussen £ 64 en £ 77, een flink akkerbouwbedrijf.

Notitie bij Jelle Gerrits: *
SpecieCoh 1756 Oosterbierum #12: Jelle Gerryts, “de vrouw overleden”
2 schoorstenen, 4 halve hoofden, 3 koeien, 1 rier, 46 pm bezaaide landen, 6 paarden, aanslag 47-18-8
De volgende jaren blijft het aantal hh. 4, in 1762 vijf [zijn tweede huwelijk?], in 1764 weer vier hele hoofden.
1766: Jelle Gerrits na no. 6 [als opvolger van zijn overleden vader], Tane Gerrits uit dienst.
Tane vestigt zich dan zelfstandig op SpC #12 en is daar nog 1783. [niet verder gezocht {JTA 2016}]

 

  1. Pytter Dirks, in 1749 “arm arbeider” te Tzummarum met 2+3 pers., aanslag £ 14-1-6 (’capitaal’ nihil), † Tzummarum 1763, tr. vóór 1727
  2. Beitske Hessels, ged. Tzummarum (op belijdenis) 1 febr. 1732, beide e.l. lidmaten tzummarum 1 febr. 1732, nog 1733 (in de Buren), † Tzummarum 1748.

Uit dit huwelijk:

  1. Aaltie Pyters, ged. Tzummarum 11 april 1728.
  2. Eeke Pytters, ged. Tzummarum 11 maart 1731.
  3. Froukjen Pyters, zie 3.
  4. Dirk Pytters, ged. Tzummarum 8 juni 1738.

 

Notitie bij Pytter Dirks: *
NB. Er waren tegelijkertijd drie personen PD in Tzummarum die kinderen lieten dopen!

Generatie IV

  1. Jelle Tjeerds, geb. <1659, mr. bakker te Oosterbierum 1692/97, landbouwer op Haerda-state te Oosterbierum (1698 br. stem 9), kerkvoogd ald. 1709, † Oosterbierum (kort voor 21 maart) 1716, tr. [geschat rond 1685]
  2. Bottie Anes, 1698/1728 mede-eig. (1/4) Stedda-state te Tzummarum (stem 6), † vóór 1758.

Uit dit huwelijk:

  1. Reintje Jelles, geb. [geschat rond 1686], tr. [geschat rond 1705/07] Hendrik Jaspers, ged. Minnertsga 29 okt. 1682, landbouwer te Oosterbierum (1728 br. stem 8, 1738 br. stem 3, 6 en 8), in 1749 ’boer, kan de kost winnen’ (capitaal ruim £ 7000), testeert 16 april 1756, † [Oosterbierum, tussen 16 april en 2 juli] 1756, zn. van Jasper Jacobs en Jetske Hendricks.
  2. Tryntje Jelles, geb. [geschat rond 1693], landbouwerse te Oosterbierum als wed. (1749), tr. 1e [geschat rond 1714] Eelke Annes, geb. in 1693, ged. Sexbierum 1 jan. 1694, † vóór 1717, zn. van Anne Eelkes en Gryttie Jans; tr. 2e [omstr. nov.] 1717 Claas Jochems, geb. van Oosterbierum, landbouwer te Oosterbierum (stem 1) vanaf 1709 (als opvolger van zijn moeder), zn. van Jochem Pytters en Saeck Claeses en wedr. van Antie Hansen.
  3. Tjeerd Jelles, ged. Oosterbierum 26 mei 1695, landbouwer op Haerda-state te Oosterbierum (1728 br. stem 9) als opvolger van zijn vader, † vóór 1741, tr. Antje Tjepkes.
  4. Ane Jelles, ged. Oosterbierum 18 juli 1697, landbouwer op Liauckama-state te Sexbierum (1728/38 br. stem 29), in 1749 “boer” ald. met 3+0 pers., (’capitaal’ £ 17.500), wordt komend van Oosterbierum, lidmaat te Sexbierum 27 jan. 1728, † na 1778, tr. Sexbierum 3 mei 1722 Tietske Annes, ged. Sexbierum 9 okt. 1698, beide e.l. worden, komend van Oosterbierum, lidmaat te Sexbierum 25 jan. 1728, † vóór 1775, dr. van Anne Eelkes en Gryttie Jans.
  5. Gerrit Jelles, zie 4.
  6. Riemer Jelles, ged. Oosterbierum 3 febr. 1704.

 

Notitie bij Jelle Tjeerds: *
WAPEN in de klok van de kerk van Oosterbierum: gedeeld, I. drie klaverbladeren boven elkaar; II. de Friese adelaar, omgewend.
Het schild binnen een cartouche, het geheel gedekt met een kroon met 13 parels direct op de hoofdband geplaatst.
Onder het wapen staat: IELLE TIEERDS KERCKV. De klok dateert van 1709.

1716 maart 21: Gerben Anes, huisman te Tzummarum, oom moederszijde, wordt curator in plaats van Jelle Bakker, in leven huisman te Oosterbierum, over Bottie Ruirds, dr. van w: Ruird Haantjes. [BAR 65 (Autb. M 2), fol. 18 (klapper #440)]
NB. Jelle Tjeerds wordt hier “Jelle Bakker” genoemd, hoewel hij al sinds 1698 boer was.

Notitie bij Bottie Anes: *
1686 jan. 29: Botje Aenes, “vryster”, doet belijdenis te Tzummarum. [Lidmb. 112, 18]
NB. 1729/30: Bij benoeming curatoren over Bottie Ruurds worden o.a. vermeld Bottie Anes, Ane Jellis en Ane Riemers. {info R.P-F 1980}
Bottie leeft nog 1738, overl. voor 1758. {info RP-F 1984}

Notitie bij Reintje Jelles: * Van haar kinderen wordt slechts één kind gedoopt (gezocht heel Frl.), in 1708, waarbij zij als moeder wordt genoemd.

Notitie bij Tjeerd Jelles: *
– 1741 febr. 19: Ane Jelles, te Sexbierum, en Gerryt Jelles, te Oosterbierum, beiden volle ooms, worden curatoren over Jelle, int 17e j. en Tryntje Tjeerds, int 12e jaar, kinderen van Tjeerd Jelles, in leven huisman te Oosterbierum.
[BAR 65 (Autb. M2), fol. 76 (#555)]

 

  1. Tane Ypes, tr.
  2. Aeltje Hebbes Tiesma, ged. Menaldum 2 mei 1669, † ald. 21 sept. 1727.

Generatie V

  1. Tieerd Jelles, bakker te Welsrijp, sedert 1654 te Oosterbierum, test. ald. 24 mei 1684, doopsgezind, † [Oosterbierum] tussen 24 mei en 16 juni 1684, tr. [voor 1654]
  2. Reyntje Reyns.

Uit dit huwelijk:

  1. Jelle Tjeerds, zie 8.
  2. Tryntie Tieerdts, † [kennelijk in de kraam] 1698, tr. 1e [geschat rond 1680] Meindert Wybes, † [wrsch. omstr. 1682], zeker vóór 1698; tr. 2e [geschat rond 1693/94] Jan Freercx, † na 1698.

 

Notitie bij Tieerd Jelles: * Stamvader van het geslacht JUKEMA

1654: Tieerd Jelles en Reyntie Reyns, bakkers te Welsrijp, kopen een ’huysinge, backerije ende backersgereedschappen’ etc. te Oosterbierum van Tryntie Claeses, wed. Jacob Pyters, te Harlingen, voor 290 ggld. [BAR Q 7, fol. 2v] {YB}
1680 jan. 21: Tieerd Jelles, bakker te Oosterbierum, doopsgez., wordt als aangetrouwde oom curator over Sioucke Jelmers, in ’t 18e jaar, enig kind van Jelmer Tiercx en Lolck Siouckes, in leven e.l. te Tzummarum. De wees wordt gesterkt door haar aangetrouwde omen Sytse Claessen, smakschipper te Tzummarum, en Jacob Symens, smakschipper te Harlingen. [BAR 64 (autb. M 1), fol. 47vo, kl. #310]
1684 juni 16: Sipke Johannes, smakschipper te Oosterbierum, genomineerd bij testament van erflater, wordt benoemd tot curator over Geertie Tieerdts, minderjarig, jongste der vier kinderen van Tieerd Jelles, in leven bakker te Oosterbierum, die testeerde 24 mei 1684. Zijn voljarige zoon Jelle Tieerdts is present. [BAR 64 (autb. M 1), fol. 54, klapper#324]

 

  1. Ane Riemers, geb. van Tzummarum, eigenerfde landbouwer op Stedda-state te Tzummarum (stem 6), mederechter van Barradeel 1655, dijksvolmacht van Tzummarum, lidmaat Tzummarum 1678, † Tzummarum 19 maart 1694, tr. 1e Frouck Geles, dr. van Gele Gerryts (zie 76,b); tr. 3e (3e procl. Wijnaldum 18 juni, att. naar elders) 1665 Aafke Jelles, geb. van Wijnaldum; tr. 2e [mogelijk rond 1645/50?]
  2. Bottie Gerbens, † vóór 1664.

Uit dit huwelijk:

  1. Ysbrant Aenes, tr. Geertje Dircks.
  2. Gerben Anes, landbouwer te Tzummarum 1716, † [kort] vóór 1729.
  3. Tryntje Anes, tr. vóór 1683 Ruyrdt Haenties, zn. van Hantie Ruyrts en Brecht Thomas’; hij hertr. Imkjen Jans.
  4. Riemke Anes, tr. Wopke Anes, landbouwer te Tzummarum.
  5. Bottie Anes, zie 9.

 

Notitie bij Ane Riemers: *
NB. Hij zal naar schatting omstreeks 1615 geboren zijn (zijn ouders worden 1616 vermeld en zijn moeder is 1619 al dood) en rond 1640 voor de eerste maal getrouwd. Uit dat huwelijk waren in 1666 drie kinderen in leven, allen ongehuwd. Volgens R.P.-F. was een hunner een Riemer, die door YB niet vermeld wordt; een andere zoon Gerryt tr. 1669 (geboren rond 1645??) en van het derde kind is de naam onbekend. Zijn tweede huwelijk met Bottie Gerbens zal rond 1645/50 hebben plaats gevonden. Haar vijf kinderen zijn dan geboren tussen rond 1650 en 1664. Zijn derde huwelijk is het enige dat geboekstaafd is: 1665. De daaruit geboren dochter Froukjen zal kort na 1666 geboren zijn. Wellicht was haar (aanstaande) komst aanleiding voor de grootmoeder der vijf kinderen van Bottie om een regeling met haar schoonzoon te treffen over de erfenis.
Hij was eigenerfde boer op Stedda-state te Tzummarum: in 1698/1728 zijn zijn 4 kinderen eigenaar van die sate. In 1640 was de holtphester Tjerck van Heerma eigenaar, zodat Ane de pleats van hem gekocht zal hebben.
* Regesten:
zie rapport YB A-31

Notitie bij Riemke Anes: *
1694: Riempcke Anes, vrouw van Wopcke Anes, huisman te Tzummarum, koopt 5 pm bouwland te Firdgum van notaris Claes Buckman en van Bodtie Anes, vrouw van Jelle Tieerdts, mr. bakker te Oosterbierum, voor 500 ggld. [BAR Q 10, fol. 57] {YB}

Generatie VI

  1. Reyn Douwes, † vóór 1634, tr.
  2. Geertyn Jelmers, tr. 2e Tierck NN..

 

  1. Riemer Anes, eigenerfde landbouwer op Haytsma-state te Firdgum (1640 eig.-br. stem 4 en stelle 10, tevens br. stem 2), † [Firdgum] voor 6 april 1647 (boedelsch.), tr. 2e vóór 1625 Houckie Sybedr, † vóór 1628; tr. 3e Firdgum (3e procl. Wommels in juni) 1629 Tetske Ymes; tr. 4e Itscke Jans, † ná 1655; zij hertr. 25 april 1655 Poppe Jans; tr. 1e vóór 1616
  2. Hill Olpherts, † 1616/19.

 

Notitie bij Riemer Anes: *
Riemer Anes had bij zijn overlijden landbezit in Firdgum, Tzummarum, Pingjum en Wommels. [Med. R. Poelstra-Faber, 1986]
*
Regesten: [NB YB heeft nog meer regesten]
– 1616: Riemer Anes en Hill Olphertsdr te Firdgum kopen 1 pm 2 eins bouwland ald. van de (talrijke) erven van Jouck Douwedr te Oosterbierum voor 70 ggld. [BAR Q 3, fol. 51] {YB}
– 1619 mei 13: Cornelis Jelles, te Minnertsga, oom, en Sybren Pieters, te Tzummarum, oom, worden curator over Gerben Olpherts int 23e j. en Folcku Olpherts int 18e j. terzake van scheiding tussen de minderjarigen en de mede-erfgenamen van de goederen van wijlen de vader [Olphert Nannez dus, JTA]. De mede-erfgenamen zijn: Pieter Olpherts, Aaff Olpherts tr. Fem Corneliszn, en Ane Riemers zoon van Riemer Anes en Hill Olpherts, overleden, zij is Ane’s moeder. [BAR 3 (recesb. B2), fol. 56, klapper #016]
– 1625 febr. 1: Heyn Duyckes en Jacob Pyters beiden te Tzummarum en Riemer Anes en Gerben Anes beiden te Firdgum worden curatoren over de [niet genoemde] minderjarige kinderen van Jan Nysies in leven te Tzummarum. [BAR 3 (recesb. B2), fol. 242, klapper #075]
– 1625: Riemer Anes en Houckie Sybedr te Firdgum kopen 9 pm land ald. van Rintse Ottis en Ebel Wybedr te Tzummarum voor 190 ggld. per pm; dezelfde dag kopen Gerben Anes en Tryn Pyters te Firdgum 4 pm bouwland ald. van dezelfde verkopers voor 117 ggld. per pm. [BAR Q 4, fol. 146v] {YB}
– 1627: Riemer Anes te Firdgum [Ype schrijft Foudgum] koopt de helft van 4 pm greide te Pingjum waarvan hij de wederhalft reeds bezit, van Menck Jansz en Folku Jelles te Tzummarum. [WON 12, 239] {YB}
– 1628 febr. 13: Riemer Anes te Firdgum en Minck Jansen te Tzummarum, aangetrouwde bloedverwanten, worden curatoren bonorum over Pyter Doedes, int 20e, en Brecht Doedes, circa 14 j. [BAR 4 (recesb. B3), fol. 217vo, klapper #103]
– 1630: Riemer Aenez te Firdgum koopt 3 pm bouwland te Minnerstga van Hobbe Andrys te Tzum en Philips Philipsz te St. Jacobiparochie voor 174 ggld. per pm. [BAR (Q 5), fol. 20vo] {YB}
– 1632: Riemer koopt 1 pm 8 eins te Tzummarum van Otto Rinses [zaliger?] te Klooster Lidlum voor 225 ggld. en 5 pm van Focke a Rommerts voor 245 ggld. per pm. [BAR (Q 5), fol. 94, 94vo] {YB}

NB. Minck Jansen, 1640 br. Tzummarum SC 27, tr. [schatting 1635?] Folku Jelles. Zij hadden 5 kinderen. Folku Jelles is grootmoeder (via Pyter Mincks) van Antie Pytters die ex sch.+deling 24-3-1692 van haar en haar oom Jelle Minx 1/8e van 1/4 van sate Achlum (46 pm, op Jislumburen SC 38 = FC36) had geërfd. [WON S 86 nr. 13 (1694)]. Dit aandeel vererft kennelijk op Antje’s halfzuster Tryntje Pyters die in 1698 voor 1/4 als eigenaresse teboek staat. [SC] {cf. YB rapp. A-28 (2014)}

Notitie bij Hill Olpherts: *
Blijkens de akte van 1666 had zij toen drie, nog niet getrouwde kinderen.

 

  1. Gerben Gerryts, te Dronrijp, † [Dronrijp] vóór 1677, tr.
  2. Griet Ysbrands (Jisbrandsdr), † [Dronrijp] vóór 1678.

Uit dit huwelijk:

  1. Ysbrant Gerbens, † vóór 1684, tr. Dronrijp 28 mei 1671 Antie Cornelis’, geb. van Jelsum, dr. van Cornelis Pyters en Griet Atzes; zij hertr. [1684] Gerrit Gerrits.
  2. Sieuwke Gerbens, † vóór 1678, tr. Franeker 23 maart 1659 Foeke Jacobs, te Dronrijp, † vóór 1678.
  3. Tjaardje Gerbens, tr. [omstr. 1662] Rienck Douwes, te Boksum; hij hertr. [voor of in 1679] Frouk Jans.
  4. Bottie Gerbens, zie 19.

 

Notitie bij Griet Ysbrands (Jisbrandsdr): *
1681: Scheiding van de nalatenschap van Griet Ysbrands, wed. Gerben Gerryts, te Dronrijp, tussen Wietse Ruurds te Dronrijp als curator over het kleinkind Botje Fokes, Ane Riemers te tzummarum, Antje, wed. Ysbrand Gerbens te Firdgum en Herre Douwes te Menaldum als curator over de wezen van Rienck Douwes. [MEN I 32, fol. 412] {YB}

Notitie bij Ysbrant Gerbens: *
1684 okt. 6: Pyter Cornelis, huisman te Minnertsga, broer van de moeder, wordt curator over de vijf kinderen van Antie Cornelis’ bij w: Ysbrant Gerbens te Firdgum: Hylck, Tiertie, Gerben, Gerryt en Pyter. Zij is hertrouwd met Gerrit Gerrits. Present is de naaste bloedverwant Aene Riemers, erfgeseten te Tzummarum. {YB}
[Deze kinderen zullen dus geboren zijn omstr. 1672, 1675, 1678, 1680, 1683.] {JTA}

Generatie VII

  1. Ane Martenz, tr. [geschat 1585/90]
  2. Rieme Riemers, † vóór 1627, tr. 2e vóór 1600 Heyn Doeckesz, eigenerfde landbouwer te Tzummarum (1640 eig.-br. stem 17, Sinneda [1698], gekocht 1638), armvoogd ald. 1603, † na 1642; hij hertr. vóór 1627 Bauck Jenckedr.

Uit dit huwelijk:

  1. Riemer Anes, zie 36.
  2. Jan Aenes, landbouwer te Beetgum (of Berlikum?), † vóór 1621, tr. [geschat 1612/13] Sieuw Sybedr, komt (Siuycke Sybes, vrouw van Claas Gerryts) met att. van Deinum naar Jorwerd 27 sept. 1642, † [Jorwerd?] na 1642; zij hertr. Claes Gerrolts (Gorrelts).
  3. Gerben Anes, [landbouwer] te Firdgum, † vóór 1640, tr. Tryntje Pyters, landbouwerse te Firdgum (1640 als wed. br. stem 5), † [vóór 16 maart 1666 (scheiding)] vóór 1666.

 

Notitie bij Ane Martenz: * NB. Ane Martenz is, zoals gebruikelijk, genoemd naar de eerste man van zijn (onbekende) moeder.
Riemer en Gerben zijn ongetwijfeld broers. Zij kopen meermalen tezamen bezit en zijn in 1621 tezamen curatoren over de wezen van Jan Aenez te Beetgum en in 1625 over die van Jan Nysies te Tzummarum. {JTA en YB}
Riemer lijkt de oudste, is 1616 al getrouwd (rond dat jaar moet zijn zoon Ane zijn geboren); hij zal dus rond 1590 geboren zijn (mogelijk eerder, niet later).
Gerben kan wat jonger zijn, hij kan rond 1595/1600 geboren zijn. Zijn oudste zoon Aene trouwt in of voor 1656 en zal dus omstr. 1630 of wat eerder zijn geboren. Nageslacht van Gerben, eigenerfden op Ottema-state te Sexbierum (stem 8) voert vanaf de tweede helft van de 17e eeuw de naam WIERSMA.
Op grond van curatele van beide broers zal Jan Aenes (te Beetgum?) ook een broer zijn, hij heeft ook een zoon Marten. Jan zal ongeveer van de leeftijd van Riemer zijn, zijn oudste kind is geb. ca. 1614, huwelijk dus rond 1612/13. {JTA}
* Regesten:
– 1600, 1602 en 1604: Andle en Rienck Anesz treden op als curatoren over de kinderen van hun broer Ane Martens bij Rieme Riemers contra Heyn Doeckes en Rieme Riemers, de laatste de moeder der kinderen. Discussiepunten in 1602 o.a.: hoeveel was het goed waard bij het overlijden van Ane Martens? Wat was de aanbreng van Ane en van Rieme? In hoeverre waren de verkochte huizinge en landerijen staande echt gekocht? [HvF 16705, fol. 82; 16706, folia 24, 428] {YB}
– 1604: Dezelfde partijen, Heyn Doeckes is de stiefvader der kinderen. Wegens het hertrouwen van moeder Rieme moest er boedelscheiding komen. Bij accoord gesloten t.o.v. de grietman van Barradeel was aan de weeskinderen slechts 1100 ggld. toegekend als vadersgoed, terwijl dat toch tenminste de helft meer waard was, zoals eisers begrepen hadden van de oudoom der kinderen. Zij vinden dat de kinderen 2300 ggld. toekomt, maar het Hof gaat daarin niet mee. [HvF 16484, fol. 532] {YB}

Notitie bij Jan Aenes: *
1617: Jan Aenes wordt genoemd (wrsch. als schuldeiser van die datum) in een weesrekening 1615-1625 van w: Eebe Eebs en Kinsch Pieters (hertr. Pieter Lamberts) te Beetgum. [MEN (weesb. I 8), blz. 371 (klapper III, p. 79)]
1621 okt. 12: Rymer Anis en Gerben Anis worden benoemd tot curatoren over de vier wezen van w: Jan Anis en Sieuw Sybedr (die hertr. is met Claes Gorrolts), met name: Ane Jansen 7j., Intie Jansen 5 j., Marten Jansen 3 j., Jantie Jansen 1½ j.
Inventaris (te Beetgum?): huis en hof en 45 pm land van Schwartzenberg. Have: 5 melkkoeijen, 2 entere rieren, 1 tuinter rier [=twinterrier], 2 kaluers, 2 vette spallingen, 4 treckpeerden, 1 foell [=veulen], 3 hennen. [MEN (weesb. I 7), fol. 1 (klapper DJvdM III, p. 1)]
1623 (mei/juni, achter een akte van 6 juni en voor een van 5 mei): Rimer Aenis en Gerben Aenis, curatoren over de minderjarige wezen van Jan Aenesz en Siuw Sybedr, maken een scheiding met Claes Gerrolts te Berlikum, de [tweede] man van Siuw Sybedr. Zij zullen de kinderen 1100 ggld. uitkeren als vadersgoed.
[w.g.:] rijemer Anne z.; gerben Aenes; claes Gorrelts. [MEN (weesb. I 7), blz. 520 en 521 (klapper III, p. 38)]

Notitie bij Gerben Anes: *
Zijn kinderen zullen tussen rond (of iets vóór) 1630 en 1640 geboren zijn, het laatste postuum.
1666 maart 16: boedelscheiding, zoon Ane krijgt 4 pm op de Mieden [BAR O 3] {R.P-F.}
1666: BAR O 2, 460
1667: scheiding tussen de erven van Gerben Anes en Tryntie Pyters: Ane Gerbes, Tethie Gerbens, vrouw van Claes Claessen, te Firdgum, Jan Gerbens te Minnertsga, Marten Gerbens te Dronrijp en Gerben Gerbens te Firdgum. Er was in 1666 boelgoed gehouden. [BAR O 4, fol. 11] {YB}

 

  1. Olphert Nannez, tr.
  2. Tryn Pietersdr.

Uit dit huwelijk:

  1. Pieter Olpherts, † na 1619.
  2. Aeff Olpherts, geb. [geschat rond 1590], † vóór 1643, tr. 1e [rond 1611] Fem Cornelis’, zn. van Cornelis Femmes; tr. 2e Het Bildt (gerecht) 19 nov. 1627 Symen Ariens, zn. van Aerien Symens en Tryn Walings; hij hertr. Het Bildt (gerecht) 13 febr. 1643 Trynke Aeriens.
  3. Hill Olpherts, zie 37.
  4. Gerben Olpherts, geb. omstr. 1597, † na 1619.
  5. Folcku Olpherts, geb. omstr. 1602, † na 1619.

 

Notitie bij Aeff Olpherts: * NB. Soms wordt zij Aecht genoemd.

 

  1. Gerryt NN, ongetwijfeld te Dronrijp.

Generatie VIII

  1. Marten NN, tr.
  2. NN, tr. 1e Ane NN.

 

  1. Riemer [Pierz??], tr.
  2. Wypck Fockedr, tr. 2e Wopcke Syuerdtsz.

Uit dit huwelijk:

  1. Mirck Riemersz, landbouwer te Tjerkgaast 1609, koopt datzelfde jaar een huizinge ener sate te Oosthem, landbouwer ald. 1613, tr. Tryn Baesdr.
  2. Rieme Riemers, zie 73.

 

Notitie bij Riemer [Pierz ??]: *
1552: Een (deze?) Riemer Pierz is weerbaar te Greonterp. [Monstercedul]
Behalve de redelijk zeldzame naam Riemer is er geen bewijs voor identificatie.

Notitie bij Wypck Fockedr: *
Zij komt ook voor als Wycke.

Notitie bij Mirck Riemersz: * [info: Jelle de Jong (nazaat)]
Het geboortejaar van hem en zijn vrouw kan worden geschat rond 1550/60. {JdJ}
* Regesten:
– 1609 april 30: Marck Riemers en Tryn Baesdr te Tjerkgaast zijn 600 ggld. schuldig aan Poppe van Roorda te Oosthem voor de aankoop van een huizinge etc. aldaar; de sate (landerijen) gaan zij huren. [WYM 83 (X 2), fol. 54vo]
– 1609 april: een sate te Tjerkgaast, gebruikt door Merck Remersz, wordt verkocht. [DON 101, fol. 295]
– 1613 april 24: Mirck Riemers en Tryn Baesdr, e.l. te Oosthem, zijn geld schuldig aan Syboldt Tiebbes en Jantien Sybrensdr, e.l. te Workum. [WYM 84 (X 3), fol. 135]

 

  1. Pieter NN, tr.
  2. [Folcku?].

Generatie IX

  1. Focke Syboltsz, te Tjerkwerd, weerbaar met een harnas 1552, volmacht voor Wonseradeel 1557, † vóór 1570, tr.
  2. Ydt NN, vermeld als weduwe 1570/71.

Uit dit huwelijk:

  1. Sybolt Fockes, te Tjerkwerd 1570, 1578.
  2. Wypck Fockedr, zie 147.

 

Notitie bij Focke Syboltsz: * Hij moet zeven kinderen gehad hebben blijkens verkopen van 1/7e aandelen in Tæckema-sate te Jwsterp onder Tjerkwerd (waarsch. stem 38).
– 1546: Gerryt Jan te Beyste, Kubaard, verkoopt aan heer Jelmer, pastoor te Oudega, en aan Focke en Tyaard Syboltsz te Tjerkwerd als curatoren over de kinderen van Gaathye Abbez, een rente van 2 ggld. uit Lutke Bergh te Kubaard voor 40 ggld. [HEN K 2, fol. 246] {YB}

Generatie X

  1. Sibolt Fockez “toe Bualda”, [eigenerfde] waarsch. op Tjerkwerd stem 27, vermeld te Tjerkwerd 1543, tr.
  2. Jayts Haersma.

Uit dit huwelijk:

  1. Focke Syboltsz, zie 294.
  2. Tyaerdt Sybolts, waarsch. op stem 27 te Buwaldaburen onder Tjerkwerd, heeft een harnas ald. 1552, koopt Obblema-state 1565, † [Tjerkwerd] mei/juni 1570, tr. Syurdtke Wlbetsdr Rispens, † vóór 1591, dr. van Ulbet Ulbets (de jonge) en Eelck Syurds Aylva.
  3. Douwe Sibolts, tr. Dot (Doedt) NN.

 

Notitie bij Sibolt Fockez “toe Bualda”: *
– 1543: Sybolt Fockez te Tjerkwerd betaalt 4½ st. pacht aan de priesters aldaar. [BB 566 (oud 285)]

Notitie bij Jayts: * JR/vAvC {GJb 1989, 31-48, m.n. 44}; zij niet in primaire bronnen.
“Jayts Haersma troude Sibolt Fockez Wblema van Bualda in Tierkwirt.”
Hun zoon Tyaert Sybolts kocht Wblema of Obblema-state 1565, waaruit de toeschrijving van zijn achternaam verklaard wordt.

Notitie bij Tyaerdt Sybolts: * [GJb 2013, 174]
– 1570 mei 24 (1e procl.): Tyaerdt Siboltz en Syuerdtke Wlbedr te Tjerkwerd kopen 1/6e van Oesinghehuyster zate en 1/3e van 11 pm te Oosterend van Anna Wlbedr Rispens, vrouw van Bernardus Romckez, voor 47 ggld. per pm. Gerloff Rispens en Anna leggen 21 juni het niaer op de verkoop; zij komen tot een accoord met Eelinck Douuez vanwege de weduwe van Tyaerdt Sibolsz met haar kinderen. [HEN 39, fol. 14vo] {YB}

Notitie bij Douwe Sibolts: * Cf. SFA.
NB. Volgens de Memorie Hoytema; zijn vrouw Doedt was ex matre Hoytema. {YB}

Generatie XI

  1. Agge [Haersma] (?), te Tjerkwerd of te Parrega.

 

Notitie bij Agge: * {JR/vAvC; niet in primaire bron.}
WAPEN HAERSMA: I. de Friese adelaar; II. in goud een rode roos, boven en beneden vergezeld van een zilveren lelie. Helmteken: een zilveren lelie. [Zerken Tjerwerd, kleuren volgens JR/vAvC. Bij Rietstap, A.G., idem, met helmteken.]
*
Agge Haersma te Parrega of Tjerkwerd, had vier kinderen, Tryn, Jayts, Tzaling en Ædger, volgens Josias Rispens [JR/vAvC].
De beide zonen komen voor in primaire archiefbronnen, de dochters niet. [cf P. Noomen, “Buwaldaburen”, GJb 1969, 31-48]
Het is zeer onaannemelijk dat Agge behoort tot de familie Harinxma thoe Heeg, zoals JR/vAvC wil. UvB geeft die filiatie niet, en ook het wapen is geheel anders.
*
NB. Er zijn twee saten van deze naam bekend: Haersma-state te Arkum onder Tjerkwerd, stem 34 (1640);
Harsma guedt te Parrega 1543, Haersma plaats ald. 1559 [RR 22].

Notitie bij Tzaling: *
1502 oct. 26: Hero Ockinga, Eelck Jarich z en Tzaling Haerdsma zijn “claeclois soenslijoede” [onherroepelijke zoenmannen of arbiters] in geschillen tussen heer Albert, persona te Gaast en heer Wyba, vicaris te Kimswerd, inzake landen en renten in Knossensera gued. (Van de drie zegels der zoenmannen is weinig over.) [OFO I, 458]
1511: Aedger Haersma is met “syn broder kynderen” gegoed te Wolsum. Volgens JR/vAvC zijn Tiallingh en Aedger Aggez broeders, Tiallingh de oudste.

Notitie bij Aedger Aggez: *
1511: “Aedger Haersma myt syn broder kynderen” is merendeels (3/4) eigenaar van een sate van 33 pm te Wolsum, huurwaarde fl. 12-24. De pachter Atthie Wypkaz is zelf voor 2 fl. eig., ene Hessel Epaz beurt 2 fl. [RvdA II, 319]
1543: Aedger Harsma vermeld als naastligger van de prebende te Tjerkwerd. [Bb p. 566]
NB. Tjerkwerd komt niet voor in RvdA 1511.

Notitie bij [Tryncke: * [GJb 2001, 140 {H. Walsweer}]
1511: Volgens Walsweer is haar moeder waarschijnlijk een van de “Auck Sibles kynderen”, gegoed te Idzega [Hoytema-bezit]