Bildtse Plaatsen 35

BILDTSE PLAATSEN – nr 35 – Ouwedyk 331
Douwe Zwart – Bildtse Post, 31-8-2005

 

Familie Van der Meij

We zijn toe aan de tweede boerderij ten oosten van de Stadhoudersweg met, na de Fonteinplaats en de Uitwijk, wederom een intrigerende naam van een Oudbildtboerderij onder St.-Annaparochie: Haanburg. Waar die naam vandaan komt, zullen we lezen. We richten een lamp van 500 watt op: Oudebildtdijk 331.

Net als de vorige boerderij lag ook deze in de Buchokavel en dat houdt in dat in 1515 reeds Baernt Bucho hier pachter van het land was, zonder daar pacht voor te betalen (zie ook 500 x 52, aflevering 34). Uit de Bildtrekeningen vissen we niet eerder dan in 1536 een pachtersnaam: Heijndrick Jansz van der Meij. Hij pachtte hier een plaats van 25 morgen en 262 roede. Heijndrick was een broer van Frans Jansz die we vorige week tegenkwamen als pachter van Stadhoudersweg 80. Het is trouwens niet raar om te veronderstellen dan Baernt Bucho in 1515 reeds al zijn landerijen die aan de destijds nieuwe zeewering grensden, verhuurde aan Jan van der Meij, de vader van de genoemde broers die we hier dan beiden rond 1536 aantreffen en die dan elk een boerderij bewonen. Deze veronderstelling wordt aannemelijk gemaakt door het feit dat de oostelijker gelegen boerderij (OBD 319) in de periode 1527 – 1546 ook werd gepacht door Jan van der Meij. Heijndrick Jansz van der Meij pachtte in 1554 ook kavel 21, groot 28 morgen en 33 roede. (Kavel 21 lag/ligt recht tegenover de boerderij die we hier behandelen.)

Voor 1554 verkocht Heijndrick het pachtrecht van ruim 6 morgen aan zijn broer Frans. In 1566 pachtten Heijndricks jongste weeskinderen ruim 19 morgen, dus was hijzelf kassiewijlen. Op de kaart van 1570 vinden we de naam van een van die weeskinderen terug bij de boerderij die we nu behandelen: Cornelis Hendricksz van der Meij. Deze Cornelis was ook pachter van de oostelijker gelegen boerderij. Nee, beide plaatsen waren destijds niet een. Op genoemde kaart staan twee boerderijen getekend, maar slechts één gebruikersnaam vermeld. In de voorlopig laatste Bildtrekening (van 1574) staan de pachters en morgentallen vermeld als ‘Hendrick Vermeijen jonxte weeskinderen’ met ruim 17 en Cornelis Henricxz Vermeije met ruim 2 morgen.

Op de recent herondekte kaart van Gabbema uit 1584 vinden we hier Damas Fransz, een meer dan waarschijnlijk zoon van Frans Jansz van der Meij en Claesge Damusdr, boer en boerin op de westelijker gelegen boerderij (Stadhoudersweg 80). Damas Fransz was hier in 1584 pachter van 49 morgen. Dat aantal kunnen we voorzichtig ontleden in plusminus 19 morgen van de boerderij die we hier bespreken, ongeveer 20 morgen van de oostelijker gelegen boerderij en dan nog 10 morgen die zuidelijker moeten hebben gelegen, dus direct ten noorden van  St.-Annaparochie dat destijds geringer in omvang was.

 

“Vleeschelijck bekent hadde”

Dan slaan we wederom tig jaren over, immers de Bildtrekeningen tot 1629 zijn er niet meer. Maar ook in 1629 vinden we deze keer geen aanknopingspunten. We kunnen de pachtersnamen van 1574 en 1629 niet koppelen. Morgentallen komen niet met elkaar overeen. De enige persoon die mogelijkerwijs in aanmerking komt om hier land te hebben gepacht, is ene Jacob Jansen Finck (23 morgen en 114 roede). Ook uit de naamlijst van stemhouders die in het oudste stemkohier van 1640 voorkomen, kunnen we niet met zekerheid de bewoner van deze boerderij bepalen. Pas in een proclamatieakte van 1646 wordt een gebruiker genoemd. Hij was Arien Claes Hendricks, een zoon van Claes Hendricks en Jannichie Arien Scheiffdr. We hebben echter redenen, vage weliswaar, om aan te nemen dat deze en de oostelijker gelegen boerderij reeds eerder beide werden gepacht door Daem Jansz, bijzitter (wethouder) van het Bildt. Hij zou dan rond 1600 eigenaar zijn geweest van het pachtrecht van maar liefst vier boerderijen, alle gelegen in het kwadrant Oudebildtdijk – Langhuisterweg – Middelweg – Stadhoudersweg, te weten OBD 331 (nu Dirk Swart), OBD 319 (nu Frans Palsma), OBD 287 (nu Sijbe Stapert) en Middelweg-oost 118 (nu timmerbedrijf Johannes Dijkstra).

In 1647 verwierf Claes Harrents in naam van zijn vrouw het pachtrecht van deze plaats. Hij was ook eigenaar van de plaats ten oosten van deze die hij geërfd had van zijn vader Harrent Claes (OBD 319, volgende week meer daarover). Zoonlief verhuisde dus van daar naar hier. De doopsgezinde Claes Harrents was in 1633 voor het gerecht getrouwd met Aechie Daem Jans, een dochter van bovengenoemde bijzitter. Claes Harrents trouwde in 1653 met Jannichie Ulbedr en weer tien jaar later met Tettje Cornelisdr, maar toen had hij het pachtrecht van deze plaats reeds verkocht. Trouwens Claes Harrents had voor zijn eerste huwelijk ook al een verhouding met een zekere Tied Gerritsdr. Zij was lidmaat van de kerk te St.-Anna en werd ter verantwoording geroepen door de kerkraad. Uit een stoffig boek citeren wij: “13 Junij 1633 – Dat sij Claes Harrents belofte belooft hadde en dat sij malcander ook al vleeschelijk bekent hadde, waerom bij den Kerckenraedt beslooten is in de vreese des Heeren, dat sij Tied Gerrijts een Leedemaet der Gereformeerde Gemeijnte sijnde, seer qualick ende onstichtelijk gedaen heeft ende dat sij niet en sal werden tot het Heilige nachmael toegelaten voor sij openbare schultbekentenisse voor die gemeente had gedaan.” En op 26 januari 1634 noteerde de scribent in niet minder sierlijk handschrift: “Den 26 Januarij 1634 heeft Tied Gerrijts haer schult voor den manspersonen leedematen sijnde in ‘t koer des kercks bekent (…)”

In oktober 1662 verkocht Claes Harrents “mede voor zijn kinderen bij wijlen Aechie Daems in echte getogen aen Jan Feijkes dorpsrechter van St. Annabuiren en Antie Ekedr, echtelieden, sampt Henrik Feijkes de Wit, burger vaendrich tot Harlingen en Geertie Jacobsdr, echtelieden, tesamen de bruijckwaer van mijn en mijn kinderen stede Billand groot 24½ morgen met huijs en schuir, luttuichuijs etc aen Olde Dijck onder St. Anna parochie, hebbende de copers ten oosten, Jacob Pieters ten suijden en Cornelis Ariens kinderen ten westen.” Spoedig was Jan Feijkes alleen eigenaar van het pachtrecht.

 

Mutzarda

Jan Feijkes IJsselstein was dorpsrechter en ontvanger te St.-Annaparochie en in 1658 ook eigenaar geworden van de oostelijker gelegen boerderij (OBD 319). Hij liet beide plaatsen bemeieren, door wie is onbekend. Voor of in 1684 overleed de dorpsrechter en zijn erfgenamen verkochten de plaats. We hebben een hypotheekakte gevonden: “Maij 1684 – Dr. Feico IJsselstein medicus ordinaris tot Leeuwarden, Cleijs Lanting appotecarius tot Harlingen als vader van zijn kinderen bij Auckjen IJsselstein in echte verwekt, en wij samen als curatoren over Ebeltie Jans IJsselsteins minderjarighe kinderen, samen erven wijlen Jan Feikes IJsselstein en Antie Eekes in tijden echtelieden te Anna parochie, verkopen aan Hans Pijtters en Jancke Pijbes echtelieden aen de Nieuwe Dijk onder voormelde parochie de eigendom van de heerlijcke nieuwgebouwde huisinge en schuire, luttickhuis, hovinge, bomen en plantagie, ruigh en ruighsherne (…) mette overdrachte ofte pachtrecht van vier en twintigh en een half morgen olde gepachte State Billand, staande en gelegen aen de olde dijck onder Anna parochie, hebbende de heer grietman Haren ten oosten, de erven van Cornelis Ariens ten westen, de olde dijk ten noorden, tegenwoordig bij Joannis Jacobs cum uxore als huirders bewoont en gebruickt, doende ‘s jaars te huir negen en twintigh caroligulden ‘t morgen.”

De van Wijnaldum afkomstige Hans Pijtters en Jancke Pijbes betaalden 195 caroligulden per morgen (inclusief bebouwing) voor de nieuwe aanwinst. Zij waren boer en boerin aan de Nieuwebildtdijk waar zij een plaats bemeierden (NBD 327, nu gebroeders Ferwerda), maar zijn na de huurjaren van Joannis Jacobs verhuisd naar de boerderij die we hier nu bespreken. Kerk- en armvoogd Hans Pijtters overleed tussen 1692 en 1696, vandaar dat we in het stemregister van 1698 Jancke Pijbes als stemhoudster van deze plaats tegenkomen. Jancke Pijbes Mutzarda (want zo heette zij voluit) was eerder te Franeker getrouwd geweest met Sijmen Saskers en de kinderen Pijbo, Folkert, Hiske en Sasker Sijmens erfden de plaats in 1699. Twee jaar later verkochten zij de Oudbildtplaats die ondertussen 31½ morgen groot was, aan Pijtter Henrix van der Meij en IJbeltie Pijtters, echtgenoten die de plaats reeds gebruikten. Zij betaalden 225 caroligulden per morgen (weer inclusief bebouwing). Derhalve een toename van 30 caroligulden per morgen in 17 jaar. De kinderen van Pijtter en IJbeltie waren in 1708 eigenaar van het pachtrecht en in 1718 nog. Zoon Claas Pijtters van der Meij stond in 1717 te boek als huisman onder St.-Annaparochie en zal naar alle gedachten hier herenboer zijn geweest. Zoon Hendrik Pijtters van der Meij was als schipper in dienst bij de Oost-Indische Compagnie en zoon Waling Pijtters was huisman onder St.-Jacobiparochie. Behalve een zoon Pijtter waren er nog de dochters Pijtie, Geertie, Dieuwertie en Maertie Pijtters van der Meij. Het bezit bleef massaal en rond 1720 verkochten de nog in leven zijnde kinderen de plaats aan Aijse Arjens Mahui, een rijke koopman te Harlingen. We zijn hem eerder tegengekomen; Groot Mahu is naar hem vernoemd zoals we in 500 x 52, aflevering 5 van 2 februari jl. hebben gelezen.

 

Gebruikers en pachters

Zoon Feddrik Aijses Mahui erfde de plaats rond 1743. Hij woonde te Harlingen en was volgens een belastingkohier in 1749 “wel bemoedight” maar had geen kinderen. In 1752 toen de Staten van Friesland het Oud Bildt verkochten, werd Mahui eigenaar, nu dus niet slechts van het pachtrecht, maar van de grond. Hij kocht deze plaats en Groot Mahu in de Westhoek onder St.-Jacob samen voor ruim 6.549 caroligulden. De kinderen van zijn overleden neef Feddrik Tjercks Nieuwenhuis en van nicht Baukjen Tjerks (gehuwd aan Willem Mouter) erfden het huis en de schuur met 30¾ morgen Oudbildtland (er werd geen land op het Nieuw Bildt bij gebruikt). Bij boedelscheiding werd de plaats toegewezen aan Evert Feddriks Nieuwenhuis, “old capitain ter Recherge” te Harlingen. Een dochter van hem, Geertruida Nieuwenhuis trouwde met Jacob Roorda en hij was van 1778 tot april 1801 uit naam van zijn vrouw eigenaar van de plaats. Roorda bezat meer boerderijen: eentje ten westen van de Stadhoudersweg (nu Willem Brouwer) en de boerderij ten oosten van de degene die we thans bespreken (volgende week meer daarover).

We zagen zonet dat Claas Pijtters van der Meij in 1717 gebruiker was van de plaats. In 1728 was ene Arien Gerrits dat. Hij was dat in 1748 nog. Tien jaar later was Jan Cornelis pachter. (N.B. Met de verkoop van het Oud Bildt in 1752 werd de pachter de eigenaar en daardoor noemen we de gebruiker voortaan de pachter.) In 1768 luisterde de pachter naar de naam van Joris Jans Boetzer, waarschijnlijk een zoon van eerdergenoemde Jan Cornelis. In 1762 trouwde hij met Rikstje Gerrits (geen kinderen) en in 1772 met Neeltje Douwes (een zoon). In mei 1784 werd Cornelis Jans pachter. Hij was dat tot mei 1804.

In de Franse tijd verkochten Jacob Roorda en zijn vrouw al hun bezittingen op het Bildt. We hebben een koopbrief van 15 april 1801 gevonden: “Jacob Roorda en Geertruida Nieuwenhuis egtelieden woonachtig te Harlingen verklaaren door hunnen gevolmachtigde Sipke Sjoerds cum sociis als daar toe speciaal gequalificeerd ingevolge assurantiecontract door de egtelieden gepasseerd in dato den 16 Januarij 1801 uit der hand verkogt te hebben aan Okke Dirks en Trijntje Beernds egtelieden onder St. Jacobi Parochie een heerlijke zathe en landen met huisinge, schure, hovinge, boomen en plantagie, groot na naam en faam negen en dartig drie vierde morgen zoo bouw als greijdelanden, staande en geleegen aan de Oude Dijk onder St. Anna Parochie bij Cornelis Jans cum uxore als huurders in gebruik die daar aan huiringe competeerende tot den 12 Maij 1804 volgens huurcontract waar naar de koopers zullen hebben te reguleeren, belast met floreen en gemeentsomslagen, hebbende Brant Sijbrens ten oosten, Albarda erven ten zuiden, Arjen Boijens erven ten westen en de Oude Dijk ten noorden (…)”

 

De dikke boer

Okke Dirks en Trijntje Berends verhuisden van het Franeker land naar hier. Zij bewoonden de Franeker plaats in de hoek Oudebildtdijk-Kadal (zie 500 x 52, aflevering 17). Okke Dirks overleed en in 1811 verkocht Trijntje Berends “een zathe onder St. Anna groot 34 morgen voor  ƒ 26.000,=” aan Atte Klazes Wiglama en Dirk Everts Siderius. Atte Wiglama was getrouwd met Sjoukje Johannes Gorter, en Dirk Siderius met Grietje Johannes Gorter. Zij waren dus zwagers. In 1818 was Atte Wiglama alleen eigenaar. Een zoon van hem, Johannes Attes Wiglama woonde hier in 1811. Hij trouwde in 1826 in Barradeel met Gaatske Jans Dankert. In datzelfde jaar verkochten vader en zoon Wiglama de geheel vernieuwde boerderij met ruim 30 hectare land voor ƒ 15.114,=, te aanvaarden mei 1827. Koper was IJde Frederiks de Haan, wonende te Lemmer en gehuwd aan Wijpkjen Jentjes Stapert. Pachter werd Sijberen Reinders Schat. Hij was een zoon van Reinder Pieters en Antje Brands, bewoners en eigenaars van de oostelijker gelegen boerderij en was aldaar geboren in 1802. In juni 1826 trouwde Schat met boerendochter Elske Jans Lont. Zij kregen in 1831 een zoon die reeds in april 1832 overleed. Op 5 maart 1833 werd een tweeling geboren. Dochter Maartje en zoon Jan overleden op de negende, slechts vier dagen oud. Twee dagen later overleed moeder Elske. Vader Sijberen Reinders Schat bleef alleen achter. Hij overleed hier op 10 februari 1876, alleen.

Sijberen Reinders Schat was akkerbouwer en veehouder. In 1854 had hij hier elf runderen op stal staan. Hij was gemeenteraadslid, volmacht van het Oud Bildt en kerkvoogd. Hij stond velen bij met raad en daad en holp waar hij helpen kon. Hij werd de dikke boer genoemd. Ds. François HaverSchmidt, beter bekend als de dichter Piet Paaltjens, hield in zijn leven vele lezingen en soms was het onderwerp ‘dikke mensen’ en dan werd boer Schat ook te berde gebracht. HaverSchmidt toonde dan veel geestig medelijden met zijn corpulente tijdgenoten die het zo zwaar hadden op hun levensweg. Van Schat bestaat een geschilderd portret met als onderschrift ‘wegende 306 pond’.

In februari 1876 adverteerde “B.R. Schat mede namens broeder, zuster en verdere betrekkingen: Heden morgen omstreeks 8 uur is tot onze innige droefheid, na eene ziekte van slechts enkele dagen, plotseling overleden, onze beminde broeder Sijberen Reinders Schat, weduwnaar van Elske Jans Lont, in leven landbouwer alhier. Hij bereikte den ouderdom van 73 jaren en 9 maanden.”

 

Haanburg

Ondertussen was IJde Frederiks de Haan overleden en erfde dochter Antje Sleeswijk de Haan huis, erf, bosch, laan, weide en 37,632 hectare land. Zij was getrouwd met Anske van der Plaats, notaris te Leeuwarden. In april 1876 betrok landbouwer Dirk Johannes Swart de boerderij. Hij was getrouwd met Sjoukje Ages Koopmans en zij verhuisden met zoon Johannes en dochter Antje van Beetgum naar hier. Pachter Dirk Johannes Swart was in 1842 te Klooster Anjum geboren. Hij was een broer van Willem Johannes Swart die op Groot Mahu in de Westhoek woonde.

In 1877 werd hier na ruim vijftig jaar wederom nieuwbouw gepleegd. Een soort van gedenksteen bij de stoep bij de voordeur herinnert daar nu nog aan. In een doodgewone baksteen staat gegrift: Herbouw in 1877 door J.D. Swart. Graffiti uit de 19de eeuw – een markant voetspoor van de toen zevenjarige zoon Johannes.

Er verrees een boerderij van het karakteristieke Noordwestfriese type, met een inrit in de westelijke vleugelmuur en in de oostelijke een keldervenster. Onder de kroonlijst met consoles waren drie zaadzoldervensters aangebracht. Dat verschilt nog al met wat er stond. Op de kadastrale kaart van 1832 ontwaren wij een winkelhaakboerderij met het huis naar het oosten gericht en de schuur naar het noorden. De rechte hoek wees naar het zuidwesten. Het oude boerenhuis is verbouwd tot stal en berging. Het staat op de kadastrale kaart van 1887 luid en duidelijk getekend. De stal en berging is in 1994 afgebrand.

De boerderij werd Haanburg genoemd, natuurlijk naar de eigenaar, de familie De Haan. Wanneer die naam in schwung is geraakt, is ons niet bekend, maar uit een briefje van notaris Anske van der Plaats aan B & W van het Bildt van 31 mei 1877, blijkt, dat hij de naam gebruikte. “Geeft met verschuldigde eerbied te kennen Anske van der Plaats, notaris te Leeuwarden, eigenaar nom uxore der zathe en landen onder St. Anna-parochie, genaamd ‘Haanburg’, bewoond door Dirk J. Swart, dat de opreden naar de dijk ten noorden dier zathe, dringend herstelling behoeven. Dat hij van voornemen is die te bepuinen en te nivelleeren zooals voor het veilig gebruik noodzakelijk is. Dat hij daartoe mede de toestemming en goedkeuring van uw collegie behoeft. Redenen waarom hij verzoekt (…)” Enzovoort.

Als de voorgevel met het ietwat vooruitstekende gedeelte de gedachte bij u oproept van: hé, dat heb ik elders ook al eens gezien, dan kan dat kloppen. De boerderij Zeldenrust (Roodpad 7, Oudebildtzijl) heeft een bijna identieke voorgevel. Toeval? Neuh. Die boerderij was in de negentiende eeuw ook in het bezit van de familie De Haan, zoals we 7 december a.s. zullen zien, wanneer we Zeldenrust gaan behandelen.

 

Familie Swart

Het scheelde maar weinig of de mooie stelpboerderij was volledig in vlammen opgegaan. Het Friesch Dagblad brengt ons op de hoogte: “St. Anna-Parochie, 11 januari 1907. Hedenmorgen omstreeks 6 uur brak er brand uit in een houten hok staande tegen de woning en schuur van den gardenier Dirk Johannes Swart aan den Oudebildtdijk onder dit dorp, die zich aanvankelijk dreigend liet aanzien. Een paar honderd hulpvaardige handen slaagden er echter in met emmers water het vuur tot het hok te beperken. Het behoud van het hoofdgebouw is ongetwijfeld te danken aan het vlug en krachtdadig optreden der omwonenden. Het vee, in het gebouw aanwezig, kon daaruit tijdig verwijderd worden, dat het niet door den brand heeft geleden.”

De kinderen van Antje Sleeswijk de Haan, de zonen mr. Jan Daniël en IJde van der Plaats bezaten ondertussen huis, schuur, erf en water alsmede 37,589 hectare bouwland op het Oud en Nieuw Bildt. Mr. Jan Daniël van der Plaats en Geertje Kaldenbach en Anske van der Plaats, respectievelijk broer, weduwe en zoon van IJde van der Plaats verkochten huis, schuur enzovoorts en het meeste land (een deel ging naar de Uitwijk) in 1918 aan Johannes Dirks Swart die in mei 1913 zijn vader hier was opgevolgd. Pachter werd dus koper. Hij was getrouwd met Meiltje Jans Lont en zij kregen drie kinderen: Sjoukje, Dirk en Jan. Nadat de kinderen een voor een waren uitgevlogen en de ouders in mei 1939 naar Leeuwarden verhuisden, nam zoon Dirk Swart het bedrijf over. Hij was in 1923 in de gemeente Achtkarspelen getrouwd met Janke Bakker en zij kregen zes kinderen: Johannes, Aafke, Meiltje, Aaltje, Sjoukje en Anna. In 1953 behelsde de plaats ruim 27 hectare Oud- en Nieuwbildtland. Vijf jaar later verhuisden Dirk Swart en zijn vrouw naar de Stadhoudersweg. Zoon Johannes volgde zijn vader op. Hij was in 1956 getrouwd met Tjiepke Wever van Franeker. In oktober 1992 werd Johannes Swart opgevolgd door zoon Dirk; vijf generaties Swart in 130 jaar. Dirk en Luciënne Swart wonen er thans nog. De plaats bestaat anno 2005 uit ongeveer 20 hectare op het Oud en ongeveer 30 op het Nieuw Bildt.