BILDTSE PLAATSEN – nr 7 – Ouwedyk 1147

Douwe Zwart – Bildtse Post, 16-2-2005

 

Dirck van Wijngaerdenkavel

Tot nog toe hebben we in 500 x 52 één boerderij behandeld, die niet meer een boerderij is (OBD 1229). Deze week maken we weer mee dat er een einde kwam aan een boerenbedrijf en dat de huidige bebouwing nog slechts dienst doet als woning: Oudebildtdijk 1147.

In het verlengde van de Hovensterweg liep in 1506 en loopt nu nog een vaart richting de Oudebildtdijk. Het denkbeeldige snijpunt met de Oudebildtdijk zijn we gepasseerd en daarmee zijn we beland in wat in 1505 een van de grootste kavels op het Bildt was, de ‘Dirck von Wingarden kabel’. Deze kavel werd voor 1509 in drie kleinere opgedeeld: 1. het land dat Hobbo Hermanna te Minnertsga gebruikte en dat in 1509 de Claes Beckskavel heette (lag ten noorden van Mooie Paal); 2. het Franeker land (daar later in maart en april meer over) en 3. de Dirck van Wijngaerdenkavel die bijna 386 morgen groot was. De laatsgenoemde kavel werd in het westen begrensd door de zojuist besproken vaart en Hovensterweg, in het noorden door de Oudebildtdijk, in het oosten door de Holle Rijd en de Zuiderweg en in het zuiden door Moaye Peal en de kleine Claes Beckskavel, het land dat dus ooit door Hermanna werd gepacht. Aan de Oudebildtdijk, in de noordwesthoek van het perceel tussen genoemde vaart en de Westhoeksterweg, stond in 1527 de boerderij van Sem IJsbrantsz. Hem kennen we reeds als de pachter van de gehele Sijmon Claaszkavel, maar Sem IJsbrantsz pachtte dus hier ook land en wel 23 morgen en 360 roede en had hier eenboerderij op staan. Nadat het Bildt opnieuw gemeten was, bleek deze plaats 23 morgen en 422 roede groot te zijn. Dit morgental werd in 1536 gepacht door Aert van Gelre en in 1547 ook nog. Aert van Gelre pachtte in 1547 ook nog een gedeelte van het onbedijkte Buitenbildt, de 51ste kavel, recht tegenover waar de boerderij stond. In 1566 waren er drie pachtersnamen verbonden met dit Oudbildtland: Reijner Aertsz, Pieter Gerbrantsz en Jorijs Arisz, zeer waarschijnlijk de erfgenamen, want kavel 51 stond toen ten name van “d’erfgen Aert van Gelre”. Reijner Aerts was een meer dan waarschijnlijke zoon en had een boerderij in de Hoven (ten westen van de Hovensterweg); Joris Arisz woonde aan de Oudebildtdijk (volgende week komen we hem tegen) en Pieter Gerbrantsz woonde op de boerderij die we hier nu behandelen; hij staat namelijk op de beroemde Bildtkaart van 1570 vermeld als gebruiker van deze plaats. In 1574 waren Peter Garbrantsz en Joris Arisz de pachters van het land dat oorspronkelijk door Aert van Gelre werd gepacht. Naar alle waarschijnlijkheid is het land onder twee boerderijen verdeeld, onder deze hier (13 morgen en 191 roede) en de boerderij die we volgende week nader beschouwen. Uit een krabbel in de stukken over het Franeker land, blijkt dat Peter (of Pieter) en Joris in 1593 hier nog pachters waren en wel van ± 25 morgen.

 

Jan Ariens Borger

Daarna hebben we een gat van ruim dertig jaar. Pas in 1629 hebben we weer zekerheid. Pieter Pieters d’Jonge pacht hier 16 morgen en 166 roeden. Hij zou een zoon kunnen zijn geweest van Pieter Gerbrantsz die hier in 1593 nog voorkwam, maar het boerenechtpaar Pieter Pieters d’Olde en Trijs Harrentsdr (eerder behandeld bij OBD 1185) zouden ook de ouders kunnen zijn. We weten het niet zeker. We weten wel dat hij voor 1588 was geboren, dat hij na 1652 stierf en dat hij voor 1617 trouwde met Jannichie Dircks, een dochter van Dirck Boijens en Tettie Tonis. Deze schoonouders waren naar alle waarschijnlijkheid wel Bilkerts, maar hebben geruime tijd in Amsterdam gewoond. Dirck Boijens was daar evenals zijn zoon Arrien Dircks, koopman en behalve dat was hij puissant rijk. We zullen deze koopman vaker op onze historische reis langs de boerderijen op het Oud Bildt aan de Oudebildtdijk tegenkomen.

In 1632 verhuisde Pieter Pieters d’Jonge naar de derde boerderij ten oosten van de Kadal (OBD 833) en ging het pachtrecht van de ruim 16 morgen over aan Jan Ariens die in de bronnen wordt betiteld met burger en soms Jan Ariens Borger wordt genoemd. Hij kwam kennelijk van een stad. Jan Ariens Borger trouwde met Jannechie Pijtersdr en dat zou wel eens een dochter kunnen zijn van Pieter Pieters d’Jonge. In 1640 was Borger hier nog pachter van 19 morgen Oud- en 4 morgen Nieuwbildtland.

Dan is er een hypotheekakte van 1655 waarin staat dat ene Pijtter Lous “mede voor sijn kinderen bij Geertie Sibrantsdr in egte getogen, heeft vercoft aen Gaele Auckes en Clasien Jaspers, egtelieden d’eijgendom van mijn huisinge, schuire cum annexis met de bruijckma van 19 morgen State Billant onder Sent Jacobs buijrte.” Met andere woorden: het pachtrecht moet tussen 1640 en 1655 op een of andere manier zijn overgeaan van Jan Ariens Borger naar Pijtter Lous die dus het pachtrecht van deze plaats verkocht aan Gaele Auckes. Van hem weten we dat hij verspreid onder St.-Jacob land pachtte. In het morgentalboek van 1674 komt hij nog voor met 22 morgen en 209 roede.

 

Er waren eens drie broers…

Willem Jan Daems was getrouwd met Cunira Jans Tzietsa. Zij kregen drie zonen: Freerck Willems, Jan Willems en Henrik Willems, geboren tussen 1648 en 1659. Deze drie zonen zullen de komende weken in ons verhaal opduiken, omdat ze allen boer aan de Oudebildtdijk waren. (Drie gebroeders aan de Oudebildtdijk kwam dus vroeger ook voor.) De oudste zoon, Freerck Willems woonde in 1698 op deze boerderij. Hij was in oktober 1668 getrouwd met Maartie Claes Aerts Wassenaar, een dochter van Claes Aerts Wassenaar en Grietje Arjen Sijmonsdr SLM die op de eerste boerderij ten westen van de Holle Rijd woonden (nu OBD 1059, P.J. Swart). Uit dit huwelijk werd een zoon geboren: Willem (die later landbouwer werd in de zuidhoek van St.-Jacob). Moeder Maartie overleed en vader Freerck trouwde nu met Aeriaantie Bartouts, een dochter van Bartout Cornelisz en Trijntje Walingsdr, boer en boerin op een boerderij ten oosten van de Kadal (OBD 771, nu Hoogterp). Uit dit tweede huwelijk werden vier kinderen geboren van wie we van drie de namen kennen: Beert, Cornelis en Maartie. In het floreenkohier van 1700 wordt “Freerk Willems wedue en kinderen” genoemd als pachter van 24 morgen en 485½ roede Oudbildtland en van 5 morgen 117 roede Nieuwbildtland. Zo is de situatie in 1718 nog. In 1726 verkochten “Beert Freerx, huisman aan de oude Dijk onder Jacobi parochie, Cornelis Freerx woonachtig in Jacobi gebuirte en Maartie Freerxdr gesterckt met haer man Jarig Scheltes aan de heer Hans Gongrijp, burgemeester binnen Franecker als vader en wettige voorstander over sijn kinderen bij sijn wijlen huisvrouwe Amerens Hendriks in echte verweckt en Gerben Reinders en Jan Martens, huisluiden onder Jacobi parochie als curatoren over de nagelaten kinderen wijlen Willem Hendriks, een schoone sathe landts bestaande in de eigendom van huisinge, schuire, hovinge, boomen en plantazie sampt luttichhuis met de hecken en stecken, ruigte en ruigsherne en alles wat daar in, om en aan aard, muir, spijker en nagelvast is en toebehoort, als mede de grondt en eigendom van ongeveer vijff en een half morgen nieuwe Billandt en daar te boven, noch de ontruiminge en overdragt van een en dartig morgen en 260 roede old gepagt State Billandt, staande en gelegen op ’t oude en nieuwe Bildt onder Jacobi parochie.”

De kopers Willem Hendriks en (de weduwnaar van) Amerens Hendriks waren kinderen van Hendrik Willems, een broer van Freerck Willems, en dus neef en nicht van de verkopers. Willem Hendriks was in 1711 getrouwd met Trijntje Piebes en was voor 1723 al overleden. Willem en Trijntje hadden onderwijl wel drie kinderen gekregen: Amerens, Piebe en Neeltje. Amerens Hendriks was reeds volwassen, getrouwd met Hans Gongrijp, maar bovendien dood. Pachters waren in 1728 daarom dan ook: “Hans Gongrijp wegens zijn kinderen bij Amerens Hendriks in echte verwekt, en Gerben Reinders en Jan Martens als curatoren over Willem Hendriks kinderen”.

Hans Gongrijp was geboren in Franeker en hertrouwde voor 1723 met juffrouw Gelida Arents. Het eigendomsdeel van zijn kinderen uit het eerste huwelijk werd verkocht aan de drie kinderen van oom Willem Hendriks en tante Trijntje Piebes. Van deze drie kinderen waren later nog twee over: Piebe en Neeltje Willems, want hen vinden we als pachters terug in het Statenregister van 1737. De plaats bedroeg toen 30 morgen en 400 roeden.

De 27 jaar oude Piebe Willems trouwde in juni 1740 in de kerk van St.-Jacob met Ariaantje Jarigs. Neeltje Willems (24 jaar) trouwde in maart 1739 in dezelfde kerk met Pijter Clasen. In 1738 waren broer en zus eigenaar van het pachtrecht van de de boerderij die we hier behandelen en van OBD 1115 (nu J. de Groot). Voor 1748 vond er boedelscheiding plaats. Piebe Willems woonde hier en Neeltje Willems werd boerin op OBD 1115 (daar later meer over).

 

Van Rozendal

Piebe Willems was hier dus pachter van 30½ morgen en werd in 1752 echt eigenaar toen hij dit land van de Staten van Friesland kocht voor 5.388 caroligulden. Hij was in 1768 nog eigenaar en gebruiker. Piebe trouwde met Ariaantje Jarigs en zij kregen vier kinderen: Trijntje, Willem, Neeltje en Maartje. Een voor een: 1. Trijntje Piebes trouwde met Beernt Jan Tammes en zij kregen twee kinderen: Hendrik Beernts en Pijbe Beernts; 2. Willem Piebes huwde in 1767 Trijntje Clases Kuik; 3. Neeltje Piebes trouwde met Daem Hendriks en zij kregen een kind: Arriaantje. 4. Maartje Piebes trouwde met Dirck Cornelis Kuiken.

Het eigendom behoorde in 1778 toe aan Piebe Willems erven te weten: Willem Pijbes (3/8), Neeltje Pijbes (3/8), Hendrik Beernts (1/8) en Pijbe Beernts (1/8). Dochter Maartje had haar deel aan haar broer en zusters verkocht. In 1788 zijn de broer en zussen nog altijd massaal eigenaar. Zoon Willem Pijbes was de gebruiker van 30½ morgen tot aan zijn overlijden (± 1800). Hij woonde hier dus met Trijntje Clases Kuik. Dit echtpaar had geen kinderen gekregen met als gevolg dat Hendrik Beernts en Piebe Beernts rond 1800 de eigenaren waren. Trouwens beide broers heetten vanaf 1811 Van Rozendal. Hebben de gebroeders Van Rozendal hier gewoond? Nee. Piebe Beernts van Rozendal woonde op het Franeker land. Waar zijn broer verbleef, is onbekend. In de ‘liste des habitans de la commune de St. Jacobi Parochie’ van 1811 komt deze boerderij niet voor en dat wil zeggen dat de boerderij of niet bestond, of niet bewoond was. Dat laatste zal het geval zijn. In 1818 zijn beide broers nog eigenaar (van 26 morgen en 485½ roede) en de huurder was toen Leendert Arjens van Buren die getrouwd was met Arrejaantje Willems. De kinderen van Hendrik en Piebe van Rozendal verkochten in 1829 de plaats aan huurder Leendert Arjens van Buren, een plaats die een slordige 130 jaar in het bezit was geweest van een en dezelfde familie. In 1832 verliet Leendert van Buren de boerderij, maar hij bleef wel eigenaar. In de LC van 4 januari 1832 verscheen een advertentie: “Notaris O.B Oeberius verhuurt (…) een zathe en landen no. 127 groot 23-88-33 bouw- en greideland aan de Oude Bildtdijk in de Westhoek op het Oud en Nieuw Bildt onder St. Jacobi-parochie, in eigen gebruik bij Leendert Arjens Buren; voor 7 jaren in percelen.”

En wie kwam er in 1832 te wonen? Niemand minder dan Tjeerd Hendriks van Rozendal, een zoon van Hendrik Beernts van Rozendal, in 1829 een van de verkopers. Tjeerd was toen twee jaar getrouwd met Sijbrigje de Haan. Of hij de hele plaats huurde, is maar de vraag. Omdat de advertentie rept van “te huur in percelen” mogen we aannemen dat Tjeerd niet al het land huurde. Het beroep gardenier wijst ook in die richting. Omliggende boeren zullen het andere landen hebben gehuurd. Dan verscheen er op 23 maart 1833 de volgende advertentie in de LC: “Notaris O.B. Oeberius verkoopt (…) ten verzoeke van mr. C.J. van der Veen, procureur bij de Rechtbank te Leeuwarden: 1e zathe en landen c.a. no 127, nagenoeg 23 bunder bouw en greidland op het Oud-Bildt ten Westen van St. Jacobi-parochie; uitgezonderd 6 bunder daarnevens op het Nieuw-Bildt; te aanvaarden Mei 1839; bod ƒ 7.899,35; 2e 4 stukken greidland en 3 stukken bouwland samen groot 7-34-00 bunder op het Oud-Bildt ten Zuiden van St. Jacobi-parochie, te aanvaarden Mei 1839. Bod ƒ 3.908,50 totaal; 3e een huisinge no 193 met erf en tuin op het Oosteind van St.Jp, bij weduwe Arjen L. Buren bewoond, te aanvaarden 12 mei 1834. Alles in eigendom van Leendert Arjens Buren St. Jacobi-parochie.”

 

Amotie

Eigenaar werd de zojuist genoemde procureur Ciprianus Johannes van der Veen. Nu traden er grote veranderingen op. De kadastrale leggers maken in 1836 en 1837 melding van “gedeeltelijke amotie en grensverlegging”. De schuur werd geamoveerd, gesloopt. Aan de hand van de kadastrale kaarten kunnen we dat ook zien. Op het perceel waar nu OBD 1147 en 1145 staan, stond vroeger, ten zuiden van het huidige pand OBD 1147, een grote winkelhaakboerderij. Het woonhuis stond in het verlengde van de Oudebildtdijk, de schuur stond naar het zuiden gericht en de rechte hoek wees naar het noordwesten. Op de kaart van 1887 vinden we slechts het boerenwoonhuis terug. In dit woonhuis stierf op 19 mei 1847 Tjeerd Hendriks van Rozendal. Zijn weduwe Sijbrigje de Haan bleef er met haar vier kinderen wonen.

In 1860 woonde “akkerbouwersche” Sijbrigje er nog, met haar zoon Hendrik die onderwijl was getrouwd met Foekje Jans Roorda, met zoon Riemer en met dochter Janke die op 25 maart 1869 trouwde met Pieter de Groot. Een week later begonnen moeder Sijbrigje, zoon Riemer en dochter Janke met haar kersverse echtgenoot aan een lange, lange tocht naar Noord-Amerika. Zoon Hendrik Tjeerds bleef met zijn vrouw Foekje alleen achter. Zij zouden hier zes kinderen krijgen waarvan twee jong stierven. Op 16 mei 1881 verhuisde het gezin van gardenier Hendrik van Rozendal naar… Noord-Amerika!

Procureur Van der Veen was in 1863 ondertussen overleden. Zijn weduwe, Bregtje Hesseling, erfde het bezit van huis, schuur, erf en boomgaard met 25,947 hectare bouwland op het Oud en Nieuw Bildt, waaronder ongeveer vier hectare weiland ten zuiden van de Middelweg-west.

 

Bokkinghang en smederij

In 1878 werd door boedelscheiding zoon Johannes van der Veen, ook procureur te Leeuwarden, de nieuwe eigenaar. Hij verkocht alles in 1880 aan diverse personen, onder wie gardenier Klaas Douwes Leeuwen. Kort daarop werd Tjepke Tjepkema eigenaar van de gebouwen en de grond waarop ze stonden. Hij was geboren in 1861 en getrouwd met Hendrikje Jans Lettinga. Hij was eerst visser van beroep en later gardenier. Er was op dit perceel sprake van een huis en erf en een bokkinghang. Op 15 januari 1890 brandde de gardenierswoning af. De Bildtsche Courant berichtte daarover: “Heden nacht brandde nabij den Westhoek alhier af de gardeniershuizinge van Tjepke J. Tjepkema met bijna alles wat daarin was. Dit bestond, naar men zegt, onder meer uit ongeveer 500 pakken stroo van G. van Tuinen, een partijtje vlas, 2 schapen, eenige kippen, landbouwgereedschappen, huismeubelen enz. Alles was ingeschreven in de Maatschappij kanton Hallum [Tjepkema was dus verzekerd], het huis voor ƒ 900,- zuiver. Omtrent de oorzaak van den brand vernamen we niets.”

Er werd een nieuw boerderijtje gesticht, dat in 1915 overging in handen van zoon Jan Tjepkes Tjepkema. Hij was ook gardenier en bovendien getrouwd met Jetske Meijer. In 1955 kocht Pieter Hendriks de Vries dit pand, dat in 1963 nog te boek stond als huis, smederij en schuurtje. Pieter de Vries was smid en rijwielhersteller.

Verdere bewoners na Jetske Meijer zijn nog geweest: Houkje Schiphof (weduwe Jan Wijbenga), Hendrik de Vries, Pieter de Vries enzovoort.

 

Nawoord

Ik schreef in aflevering 6 (OBD 1171) in de zevende regel van onderen van de op een na laatste alinea dat Jantje de Beer trouwde met Arjen van Gelder. Dat had natuurlijk Jelma de Beer moeten zijn. Bij deze hersteld.