BILDTSE PLAATSEN – nr 50 – Keuningsstreek 20

Douwe Zwart – Bildtse Post, 14-12-2005

Nog een verdwenen boerderij

De serie 500 x 52 gaat over de boerderijen die op het Oud Bildt aan de Oudebildtdijk staan of hebben gestaan. Nu hebben we al eerder ook boerderijen behandeld die niet direct aan de OBD staan of stonden maar waarvan het land wel aan de OBD grenst of grensde. We hebben zelfs boerderijen behandeld die ooit de uitrit naar de OBD hebben gehad en die naderhand zijn ‘verhuisd’ naar elders (Bouma en Hilarides). Nu behandelen we een boerderij die nooit echt aan de Oudebildtdijk heeft gestaan en ondertussen ook nog is afgebroken. We kijken deze week nader naar Keuningsstreek 20.

De oudste gedetaillerde kaart die we tot onze beschikking hebben, is natuurlijk die van Jan Jansz Coster van 1570. Wat zien wij? Tussen ‘Niuwe Zijl’ (OBZ) en de ‘Middelwech’ staan ten westen van de Oude Rijd vijf boerderijen getekend. Tussen ‘Niuwe Zijl’ en ‘Oude Leien’ zijn er drie getekend. Met andere woorden: tussen Oudebildtzijl en de boerderij van W.P. Bierma (Roodpad 3) stonden destijds drie boerderijen. We lezen noordzuid de namen Lenaert Ariensz, Oude Adriaen Joosten en Pieter Cornelis Levereij. Zij allen komen voor in de Bildtrekening van 1566 en 1574. Vanaf nu rijzen er problemen. De Gabbemakaart van 1584 toont slechts de boerderijen direct gelegen aan de Oudebildtdijk, dus dat schiet niet op. In de Bildtrekening van 1629 kunnen we geen enkele link maken met de zopas genoemde pachters, laat staan met het morgental dat zij huurden. Kennelijk zijn de drie bovengenoemde boerderijen verdwenen en zijn de drie afzonderlijke plaatsen opgegaan in twee of misschien waren een of meerdere plaatsen ondertussen vervallen tot los land, ook dat kwam vroeger voor, zij het sporadisch. Wanneer we nu de Bildtkaart van de Schotanusatlas van 1694 raadplegen, wordt de situatie nog zorgwekkender. Tussen de OBD en de Middelweg staat slechts een boerderij getekend (Roodpad 1), maar nu is deze kaart niet 100% betrouwbaar, dus…

 

Rond 1697 gebouwd?

Dan raadplegen we de Statenkaart van 1735 en hatsekidee! ontwaren wij zowaar een boerderij en een pachtersnaam. De naam zoeken we vervolgens op in het stemkohier van 1728 en 1738. Maar wat schetst onze verbazing? De plaats wordt niet genoemd in de stemkohieren. We moeten derhalve constateren dat de boerderij in kwestie geen stemgerechtigde plaats was en dat houdt weer in dat hij er voor 1640 niet stond! We hoeven derhalve ook niet te kijken naar de zestien boerderijen die in 1638 door de Staten van Friesland zijn verkocht. Het was dus een pachtplaats. Ook zijn we deze plaats niet tegengekomen in de proclamatieboeken en dat houdt in dat er ook geen eigen land op het Nieuw Bildt of op het Oudmonnikenbildt bij werd gebruikt. Al deze sporen lopen dus dood. Er rest ons niets behalve de kaarten en de leggers van het kadaster van 1832 te raadplegen, de link te leggen met het floreenkohier van 1828 en van daaruit terug te gaan richting 1700. En dan blijkt dat ene Danckert Taeckes hier in 1684 reeds, 22 morgen en 551 roede land pachtte. Hij is de oervader van de familie Dankert. Mocht de regio van Oudebildtzijl in de hierboven aangehaalde Schotanuskaart wel secuur zijn getekend, dan mogen we concluderen dat eerdergenoemde Danckert hier eerst los land pachtte en dat de boerderij naderhand, tussen 1694 en 1700 is gesticht.

Deze Danckert Taeckes was schipper en koopman en werd omstreeks 1625 geboren. Hij trouwde in 1650 met Feijcke Clazes. Zij kregen vijf kinderen. Hij bezat ook het pachtrecht van een boerderij in de Zuidhoek van Vrouwenparochie (nu Súdhoekstermiddelweg 2, De Groot) en een plaats op het Nieuw Bildt onder St.-Jacobiparochie (nu OBD 722, G.W. de Jong). Danckert Taeckes bezat rond 1680 echter ook eigen land op het Oudmonnikenbildt. Het kan best zo zijn dat hij er later Oudbildtland bijkocht en toen ten zuiden van Oudebildtzijl een boerderij stichtte.

 

Erven Danckert Taeckes

In 1708 waren de erfgenamen van Danckert Taeckes eigenaar van het pachtrecht van de plaats die we hier behandelen en in 1718 was zijn zoon Hendrick Danckertsz dat. De plaats behelsde ondertussen ruim 29½ morgen (kennelijk werd toen het eigen Oudmonnikenbildtland bij de plaats gerekend). In 1728 was Hendrick Danckertsz nog steeds pachter van deze boerderij. Hij trouwde eerst met Aaltje Jacobs en in 1724 in de kerk te Vrouwenparochie met Scheltje Douwes (kwam van Leeuwarden). Voor 1735 overleed hij want de Statenkaart van dat jaar vertelt ons dat Hendrick Danckertsz erven de pachters waren. Maar uit het Statenregister van 1737 blijkt dat Jan Rinses met zijn vrouw Janke Gerrits de eigenaar van het pachtrecht was. Dit echtpaar was in 1710 te Menaldum getrouwd. Jan Rinses kwam van Hijum. Aan de hand van het Statenregister weten we dat Jan Rinses en zijn vrouw in 1737 in totaal 22 morgen en 370 roede land (inclusief ‘hornleger en 1½ morgen greidland’) pachtte. De plaats lag ten zuiden van de Oudebildtdijkstervaart, beklemd tussen het Roodpad en de Oude Rijd en liep tot aan Roodpad 3 (nu W.P. Bierma). Een perceel lag ten westen van de Zuidhoekstervaart (ten zuiden van Vrouwbuurtstermolen 17, Arjen Hoogland). En de rest van het land vormde ook al geen aaneengesloten kavel. Maar liefst twaalf tussenliggende percelen waren in 1737 gedegradeerd tot los land en werden bewerkt door evenveel pachters. We zien dat in de buurt van dorpen wel meer: in de directe omgeving van woonkernen was er behoefte aan losse percelen, voor kleine gardeniers bijvoorbeeld. Het losse land is dan een gevolg van het uiteenvallen van de al eerder genoemde drie plaatsen.

Jan Rinses was met Janke Gerrits in 1748 nog steeds pachter. De pacht bedroeg 229 caroligulden per jaar. Toen de Staten van Friesland in 1752 het nog niet te gelde gemaakte Oud Bildt verkochten, werd echter Jan Albarda koper. Hij betaalde voor 25 morgen en 370 roede ruim 4.588 caroligulden.

 

‘Zoomer wooninge’

Jan Albarda was een zoon van dr. Cornelis Albarda, secretaris van het Bildt en Titia Beucker. Jan werd op de voorlaatste dag van 1712 te St.-Annaparochie geboren en trouwde in 1742 in de kerk van zijn geboortedorp met zijn nicht Petronella Beucker. Hij studeerde te Franeker, verkreeg de doctorsgraad, was advocaat maar bovenal secretaris van de grietenij Ferwerderadeel. Dr. Jan Albarda verhuurde de plaats (27 morgen) aan Jetze Nannes die in 1747 was getrouwd met Neeltje Dirks. Uit dit huwelijk werden twee kinderen geboren, Jannigje en Claas. Zoon Claas was zijn vader reeds voor 1778 (hij was toen 23 jaar) als pachter opgevolgd, misschien in 1777 toen hij trouwde in de kerk van Vrouwenparochie met Rixtie Jelles (kwam van Weidum). Hij pachtte de plaats tot mei 1796 zoals straks zal blijken.

Dr. Albarda overleed in januari 1789 en werd te Ferwerd begraven. Zijn erfgenamen gingen nu tot verkoop over. We hebben (hoera!) een koopbrief gevonden, van 22 juni 1789: “Dr. Henricus Julius Albarda, secretaris en ontvanger der boelgoederen van Ferwerderadeel voor 1/6 en de overige 5/6 parten bij scheiding bekomen hebbende desselvs broeders en susters met namen Johannes, Titia, Johanna, Willem, Horatius en Cornelia, en alzo voor ’t geheele, verklaren door deezen publijcq bij strijkgeld te hebben verkogt en in waaren eijgendom overgedragen aan Sijtske Wijbes weduwe wijlen Schelte Jans, woonachtig op de oude Bild Zijl onder Vrouwen Parochie: primo een heerlijke zathe en landen met huisinge, schuure beneevens nog een wagenhuis en zoomer wooninge, hovinge met bomen en plantagie cum omnibus, groot 27 morgen en 70 roeden soo bouw en greidland, staande en geleegen op ’t oude Bildt onder Vrouwen Parochie ten zuiden de oude bilt Zijl, hebbende tot naastleegers de vaart ten oosten, Douwe Allerts ten zuiden, Dirk Freerks en anderen ten westen en Jan Martens erven ten noorden (…) als thans bij Claas Jetzes cum uxore als huirders wordt gebruikt die daar aan het regt van huiringe competeert tot maij 1796 voor een jaarlijkse huur van 25 caroliguldens per morgen vrij land. Ten tweeden een morgen vijf hondert en veertig roeden bouwland gelegen op ’t Nieuw Munnike Bildt onder den dorpe Hallum, hebbende Jan Martens erven ten oosten en (…) Aldus gekogt als ’t eerste perceel voor een zomma van twaalf duisend agt hondert en tagtig caroliguldens en agt stuivers en ’t tweede perceel voor een zomma van vijf hondert en seventig caroliguldens (…)”

 

Brolsma’s

Koopster Sijtske Wijbes Hiddema was getrouwd geweest met Schelte Jans Brolsma. Hij overleed in 1786 en drie jaar later kocht de weduwe dus de plaats die we hier behandelen. In 1790 trouwde zij met Sijbren Sipkes die weduwnaar was van Jetske Jans Brolsma, een zuster van haar eerste man. Sijbren Sipkes kennen we, want hij was boer op OBD 85 (nu P. Zwart). Het huwelijk tussen Sijbren en Sijtske duurde niet lang want Sijbren blies op 7 oktober 1794 zijn laatste adem uit. Eigenaar Sijtske overleed in mei 1810.

Wijbe Scheltes Brolsma, een zoon uit haar eerste huwelijk woonde hier in 1811 volgens de ‘liste des habitants de la commune de Vrouwen Parochie’. Hij was ‘paysan’, boer in goed Nederlands. Wijbe werd in 1784 geboren en trouwde met Trijntje Pieters de Boer. Zij was een dochter van Pieter Sjoerds de Boer en Grietje Tietes de Jong, boer en boerin op OBD 63 (nu Sijbe Faber). Wijbe Scheltes Brolsma overleed op 22 oktober 1821. Hij stond te boek als gardenier en was slechts 37 jaar geworden. Drie uren nadat vader Wijbe overleed, beviel moeder Trijntje van een dochter, Sijtske.

 

Verdronken

Het eigendom ging over in handen van een broer van de overleden Wijbe, Jan Scheltes Brolsma. Hij was in 1803 gehuwd aan Hendrikje Gerbens. Zij kwamen hier wonen. Twee van hun kinderen bereikten de volwassen leeftijd. Hendrikje Gerbens overleed op de Keuningsstreek in augustus 1818. Hoe weten we niet, maar van boer Jan weten we dat al. Een neef van hem hield een weerboekje bij waarin hij op 12 november 1841 ook opschreef: “Jan Scheltes Brolsma verdronken in Oude Bildtzijl.” Misschien is 69-jarige Jan in de Oude Rijd kopje onder gegaan. Een zoon Schelte was in 1836 hier op de boerderij reeds overleden. Van het gezin bleef dochter Sijtske alleen achter. Nog voor Jans noodlottig overlijden woonde werkman Klaas Wijtzes van der Weit bij hem in. Deze Klaas was in 1826 getrouwd met dochter Sijtske Jans Brolsma. Hij werd in 1798 te Marssum geboren. Sijtske werd in 1841 eigenaar van de plaats die in 1828 nog dertig morgen omvatte. Klaas Wijtzes van der Weit had een gemengd bedrijf. In de winter van 1854 had hij hier veertien runderen op stal staan die een waarde vertegenwoordigden van ƒ 1.009,–.

Zoon Sijtze Klazes van der Weit nam het bedrijf (of wat daar nog van over was) van zijn vader en moeder over. Hij trouwde met Foekje Gerlofs Jensma (geboren te Blija). Hij erfde huis en erf en 8,327 hectare land op het Oud Bildt van zijn vader toen die in 1884 overleed. (N.B. Het kan zo zijn dat er land op het Nieuw Monnikenbildt bij de plaats behoorde. Omdat dat land onder Ferwerderadeel viel, kunnen we dat niet nagaan in het Bildtse gemeentearchief.) Sijtze Klazes van der Weit overleed op 24 januari 1910. Zijn weduwe Foekje Gerlofs Jensma overleed drie dagen later. De Leeuwarder Courant van 22 maart 1910 maakte melding van het volgende: ” Zijn verkocht de vastigheden van wijlen de echtelieden Sijtze Klazes van der Weit en Foekje Gerlofs Jensma: de boerenhuizinge met 47,3 are land aan R. Wijmenga, Oudebildtzijl voor ƒ 2.165,–. Het land aan diversen: 3-47-10 hectare weiland en 0-85-70 hectare bouwland aan Jorrit H. Bierma te Kimswerd voor ƒ 10,500,–; 2-52-20 hectare weiland in de Kapershoek aan K.J. van der Weit te St. Jacobiparochie voor ƒ 7.114,50; 0-87-20 hectare bouwland op het Nieuw Bildt aan Dirk Sijbes Schaaf te Oudebildtzijl voor ƒ 1.906,–; 1-06-90 hectare bouwland op het Nieuw Monnikebildt onder Hallum aan Jan H. Bierma te St. Annaparochie voor ƒ 2.377,20; een arbeiderswoning aan Paulus D. Stap te Oudebildtzijl voor ƒ 501,–.”

 

Bungalow

Koper van de gebouwen heette voluit Roel Romkes Wijmenga en was koopman te Oudebildtzijl. Hij verhuurde het woonhuis aan landbouwer Pieter Ankes Prins die getrouwd was met Renske Bosma. Wijmenga verkocht huis en erf (22 are) spoedig aan Andries Hendriks Sipma c.s. Sipma was aardappelhandelaar te Oudebildtzijl en getrouwd met Grietje Dijkstra. Zij kwamen hier in mei 1913 wonen. Uit de kadastrale leggers blijkt dat er in 1919 sprake was van een gedeeltelijke sloping. Is de schuur toen afgebroken? Ja. Die veronderstelling wordt bewaarheid door een oude foto van de Keuningsstreek van 1920. Op de foto zien wij dat slechts het boerenhuis nog overeind stond.

Sipma overleed in 1961 waarna zijn weduwe hier nog tot december 1975 bleef wonen. Toen kwam Ritske Tjepkema er wonen. Hij was gardenier/timmerman, gehuwd met Jantje Jans van Dijk en tevens eigenaar van het pand. In 1978 werd het oude boerenhuis afgebroken en bouwde timmerman Tjepkema op dezelfde plaats een nieuwe bungalow. Sinds 1984 is het huis eigen aan Ruurd Sjouke van Slooten en Joukje van Sinderen die anno 2005 nog op Keuningsstreek 20 wonen.

 

Aanvulling

We komen even op onze schreden terug. Mevrouw IJskamp van Oudebildtzijl wees ons erop dat zich in december 1814 op Zeldenrust een burgerlijk huwelijk heeft voltrokken! Amateur-geschiedschrijver Sjouke Hoogland heeft in 1932 daarover een artikel geschreven. Even de feiten: Tijs Rienks Rienks (ook bekend als Hoogvliet) was boer op Zeldenrust van 1793 tot 1829. Dochter Klaaske Thijsses Rienks wilde nu trouwen met Roelof Roelofs Schuiling. Hij was van beroep ‘leeraar bij de doopsgezinde gemeente te Vrouwen Parochie’ en een goede kennis van Reinder Tietes de Jong die ‘administreerende diaken van de doopsgezinde gemeente’ was. Sjouke Hoogland vertelt in zijn artikel dat ‘het midden in de winter was. Het waren de korte en donkere dagen voor Kerstmis. Slecht en bijna onbegaanbaar waren de kleiwegen.’ Het was, volgens Hoogland, bijna ondoenlijk om zich van Oudebildtzijl naar Vrouwenparochie te verplaatsen.

We moeten ons realiseren dat het koninkrijk Holland van 1812 tot 1816 was ingelijfd bij Frankrijk en dat het Bildt was opgedeeld in drie ‘mairieën’ (boerengemeenten). St.-Jacob-, St.-Anna- en Vrouwenparochie hadden elk een ‘gemeentehuis’. Waar precies destijds de burgerlijk huwelijken in ‘mairie’ Vrouwenparochie werden voltrokken, weten we niet, maar waarschijnlijk ten huize van de secretaris van de ‘mairie’ in Vrouwenparochie. Reinder Tietes de Jong, boer van beroep, was bovendien ‘maire’ (burgemeester) van Vrouwenparochie en woonde op het Nieuw Bildt onder Oudebildtzijl (nu Oudebildtdijk 60, Van der Schaar) en we mogen aannemen dat dáár niet werd getrouwd. Maar Reinder T. de Jong woonde dus op een fikse steenworp van Zeldenrust en omdat hij ook ambtenaar van de burgerlijke stand en burgervader van Vrouwenparochie was, was hij in de positie om iets te ritselen. Vandaar dat de volgende huwelijksakte werd opgemaakt: ‘In het jaar een duizend agthonderd en veertien, den twee en twintigste dag der maand december, des namiddags ten vijf uuren, zijn voor mij Schout Officier van den Burgerlijke Stand der gemeente Vrouwen Parochie, canton Hallum, departement Vriesland, gecompareerd Roelof Roelofs Schuiling, bruidegom en Klaaske Thijsses Rienks, bruid, welke mij versogt hebben het voor hun voorgenomen huwelijk te voltrekken en om moverende redenen ten huize van bruids vader’.

Wat nu de eigenlijke reden zal zijn geweest om toestemming te verlenen om op een boerderij aan de Oudebildtdijk te mogen trouwen, weten we niet, maar de door Hoogland aangehaalde donkere dagen voor Kerst en slechte kleiwegen, willen er bij ons niet in. Twee dagen later, op 24 december 1814 trouwde Rienk Klazes Hovinga met Sijtske Douwes en niet bij hem thuis! Maar ja, Rienk Hovinga was arbeider…

Anno 2005 is het mogelijk om op andere plaatsen dan het gemeentehuis te trouwen, te weten in de Groate Kerk te St.-Jacobiparochie en in de Witte Klok te Oudebildtzijl (en in zeer uitzonderlijke gevallen kan ontheffing verleend worden om in het gemeentehuis te trouwen, doch dit terzijde), maar het burgerlijk huwelijk tussen Roelof Roelofs Schuiling en Klaaske Thijsses Rienks, dat op Zeldenrust in december 1814 plaatsvond, kan zeker als iets zeldzaams worden aangemerkt. Waarvan akte!