BILDTSE PLAATSEN – nr 49 – teugenover Ouwedyk 56 en Roadpâd 7

Douwe Zwart – Bildtse Post, 7-12-2005

 

Nog een verdwenen boerderij

Tussen De Pôle en Zeldenrust heeft een boerderij gestaan en wel op het westelijkste stuk van het perceel waar wij in augustus het Oogstfeest hebben gevierd. In de Bildtrekening van 1527 vinden we onze eerste pachter: Claes Cornelisz. In de rekening van 1536 treffen we hem weer aan en de rentmeester geeft ons hier zekerheid, want hij omschreef destijds de pachter als “Claes Cornelisz anden Dijck”. Hij pachtte 23 morgen en 24 roede Oudbildtland. Er werd geen buitendijks land bij deze plaats gebruikt. In 1547 was Dirck Claesz hier pachter. Hij zal een zoon van de Claes anden Dijck zijn geweest. Hij gebruikte echter maar 11½ morgen land. De rest was in pacht bij Pieter Jacobsz, de pachter van de vijfde boerderij ten oosten van de Attesweg (nu huis, OBD 81). In 1566 heette de pachter Claes Claesz, wie weet, een andere zoon van Claes anden Dijck. Claes Claesz was ook pachter van ruim 31 morgen buitendijks land in kavel 3 en kocht het pachtrecht van ruim vijf morgen Oudbildtland terug van de zopas genoemde Pieter Jacobsz. Op de kaart van 1570 prijkt de naam Claes Claesz als bewoner van deze boerderij. In de Bildtrekening van 1574 en op de Gabbemakaart van 1584 komt hij voor als Oude Claes Claesz (er zal ondertussen ook een jongere versie zijn geweest). Voor de liefhebbers: kavel 3 wordt in het westen begrensd door de sloot ten westen van OBD 26 en in het oosten door de reed naar OBD 6.

Dan stuiten we weer op de bekende maar hinderlijke blinde muur. Pas in 1629 hebben we weer de beschikking over een Bildtrekening met pachtersnamen en morgentallen, maar hoe we ons best ook doen, we lopen vast in de sompige, Bildtse klei. We hebben echter bewijzen dat Dirck Hillebrantsz en zijn vrouw Neeltie Hendrixdr in 1633 Zeldenrust kochten. Dirck en Neeltie waren toen een van de naastliggers (dus pachters van naastgelegen land) en wel ten westen van de nieuwkoop. Dus kan het zo zijn dat Dirck Hillebrantsz hier in 1633 als boer woonde. Dan heeft hij van twee plaatsen een gemaakt, want in 1640 was hier geen sprake meer van een afzonderlijke plaats. Maar was er nog bebouwing? Jazeker! Op de Bildtkaart in de Schotanusatlas van 1694 staan twee gebouwen getekend. De Statenkaart van 1735 is duidelijker. Hier staan twee huisjes getekend op de plek waar deze boerderij heeft gestaan. Ene Cornelis Poulus was eigenaar van het pachtrecht van “800 morgen Stateland en een huisje” aldus het Statenregister van 1737. Hij betaalde tien caroligulden en dertien stuivers huur per jaar. Cornelis Poulus was getrouwd met Antie Aarts en zij hadden een kind, Wickie. Wanneer de bebouwing is afgebroken is niet bekend, maar op de gedetailleerde legerkaart van Huegenin van ongeveer 1820 staat niets meer. Einde verhaal derhalve.

 

Zeldenrust

Dan kuieren we richting Roodpad. Daar staat Zeldenrust. In 1527 was Pieter Luijtgesz hier pachter van 21 morgen en 500 roede Oudbildtland. Hij was hier, weliswaar als Pieter Luiteken, in 1554 nog pachter. Voor 1566 is het pachtrecht overgegaan naar Jan Jaspersz. Hij was ook pachter van ruim 30 morgen buitendijks land in kavel 2. Voor de liefhebbers: kavel 2 wordt in het westen begrensd door de reed naar OBD 6 en in het oosten loopt de begrenzing ten oosten van A.C. Bakkerstraat 26.

Volgens de Bildtrekening van 1574 was Jan Jaspersz nog steeds pachter. Op de beroemde kaart van 1570 staat echter Claes Hendricks als bewoner van deze boerderij aangetekend. Kunnen we dit rijmen? Ja, want onze Jan Jaspersz zal dezelfde zijn als de Jan Jaspersz die annex is met Het Weeskind (zie 500 x 52, aflevering 28). Deze Jan Jaspersz pachtte ook veel land onder St.-Jacobiparochie, ten zuiden van de Middelweg-west (nu Noordzigt e.o.). Als de veronderstelling juist is, dan kan Jan Jaspersz onder St.-Jacob hebben gewoond en de plaats hier bij Oudebildtzijl hebben laten bemeieren, in 1570 bijvoorbeeld door Claes Hendricks. Op de Gabbemakaart komt “Oude Jan Jaspersz” voor als pachter van 24 morgen Oudbildtland. Dan stuiten we rond 1590 ook bij deze boerderij weer op de spreekwoordelijke blinde muur.

We hebben een proclamatieakte van 9 oktober 1627 gevonden met veel informatie. We citeren: “Keijmpe Joostesz te L. Vrouwe parochie en Neeltie Willems egtelieden hebben overgedragen aan dr. Suphridus Nieuhuijs, advocate vander Hove van Vriesland en Trijntie Jacobsdr egtelieden, alsulcke 250 caroligulden als mij deur crafte van ’t coopbrief d.d. 9 meij 1626 competeerde van Mijntie Aeriens en Baefke Sijmensdr egtelieden opde olde Bilzijl als reste van cooppenningen vande bruijckwaer van 11 morgen en 490 roede greid en boulanden mette huisinge en schuijre daarop staende van mij Keijmpe Joostesz gecoft.” Met andere woorden Keijmpe Joostesz heeft (het pachtrecht van) de plaats verkocht aan Mijntie Aeriens en Baefke Sijmensdr. Die koop moet voor 1626 zijn gesloten, want in mei dat jaar werd de “bruijckwaer van hun gebruijckende 12 morgen land bij d’oldezijl met eigendom van huis en schuir bij ons van Keijmpe Joostes in cope becomen” als onderpand gebruikt. Deze Mijntie Aeriens en Baefke Sijmensdr hadden meer land ten westen van “d’heerevaert” (= Oude Rijd) dan slechts deze plaats. Hun zonen Arien en Sijmen erfden in 1647 plusminus 36 morgen. Dit zal zuidelijker, dus aan de “Middelwech” hebben gelegen. Maar de plaats die we hier nu bespreken, erfden de zonen niet en dat kan kloppen want Dirck Hillebrants, mogelijke buurman op de westelijker gelegen plaats (zie hierboven) werd koper. We citeren een akte van 20 mei 1633: “Mijntie Ariens en Baefke Sijmensdr egtelieden te L. Vrouwenparochie hebben vercoft en overgedragen aen Dirck Hillebrantsz en Neeltie Hendrixdr egtelieden bij d’olde Bilzijl de bruijckwaer van ± 12 morgen olde bedijckte Billanden met besaijinge, bepotinge etc, met d’eijgendom van huijs en schuijre cum annexis gelegen bij d’olde Bilzijl, hebbende de Sijlrij ten oosten, de coopers zelf ten westen, ijder morgen voor 651 caroligulden.”

Kennelijk voegde Dirck Hillebrants nu beide plaatsen bij elkaar en zo moet dan de plaats Zeldenrust van ongeveer 25 morgen zijn ontstaan. Hij gebruikte er in 1637 een ondertussen bedijkt gedeelte van kavel 2 bij.

 

Van IJssel

Deze plaats werd in 1638 niet door de Staten van Friesland verkocht en dus tastten we dan in het duister wat de pachters betreft. Met het stemregister van 1655 in de aanslag komen we gelukkig weer verder. Toen was Cornelis Jansen Issel eigenaar van het pachtrecht. Hem zijn we eerder tegengekomen als houder van de halve stem op het ‘Hooghout’-boerderijtje, ten westen van OBD 81 (zie 500 x 52, aflevering 47). Issel (IJssel mag ook) was getrouwd met Dirckje Jelles. In 1674 pachtte hij 27 morgen en 246 roede Oudbildtland. Of hij de plaats zelf gebruikte, is ons niet bekend. In 1695 waren Cornelis Jansen IJssels erven pachters en dat waren de zonen Jelle, Ate en Jacob van IJssel. Zoon Jelle van IJssel trouwde in 1678 met Aaffje Olpherts en in 1709 met Sijbrigje Gosses. De gebroeders Van IJssel bleven gezamenlijk pachter. Jelle van IJssel was dorpsrechter van Vrouwenparochie en overleed voor 1735. Wellicht heeft hij hier op deze boerderij gewoond want op de Statenkaart van 1735 staat Sijbrig Gosses als pachtster vermeld. Al het Oudbildtland (25 morgen en 450 roede) was bouwland.

In 1737 was Claas Daams d’Olde eigenaar van het pachtrecht geworden. Een akte van overgang hebben we niet kunnen vinden, wat erop wijst dat er bij de plaats geen (eigen) land op het Nieuw Bildt gebruikt werd. (N.B. De verkoop van gepacht Statenland behoefde destijds niet geproclameerd te worden.) Claas Daams woonde hier niet. Hij was huisman in de zuidhoek van St.-Annaparochie (nu Langhuisterweg 12, Sjoerd Bontekoe) en onderverhuurde de boerderij bij Oudebildtzijl aan Jacob Jippes. Naar alle waarschijnlijkheid was deze Jacob rooms-katholiek en te Nes op Ameland getrouwd met Antje Siuurds. Voor 1748 is het pachtrecht overgegaan in handen van Bente Walings. Hij was een zoon van Waling Daams en IJtje Bentes, boer en boerin op Zomerrust onder St.-Annaparochie (OBD 287, nu Sijbe Stapert) en zeer waarschijnlijk familie van Claas Daams d’Olde. Bente Walings werd op 27 maart 1707 in de kerk te St.-Annaparochie gedoopt. Hij trouwde in dezelfde kerk in februari 1732 met Lijsbet Johannes Kuijck die veertien dagen eerder dan Bente in diezelfde kerk is gedoopt. Zij kregen vier dochters. Een voor een: 1. IJtje trouwde met Jan Aarts Wassenaar; 2. Maartje trouwde met Claas Aarts Wassenaar en later met Hoite Peisel; 3. Grietje trouwde met dr. Cornelis Barthouts Wassenaar en 4. Hendrikje. De dochters 1, 2 en 3 zijn we heel vaak tegengekomen als (mede-)eigenaar van boerderijen aan de Oudebildtdijk onder St.-Jacobi- en St.-Annaparochie. Straks is dochter nummero 4 aan de beurt.

 

‘De karnmolen en ’t tilhout’

Zoals we weten, verkochten de Staten van Friesland in 1752 al het land op het Oud Bildt. Pachter Bente Waling werd toen koper. Hij betaalde voor 26½ morgen ruim 4.434 caroligulden. Hij was destijds zelf gebruiker.

In 1778 stierf vader Bente Walings en werden zijn weduwe (voor de helft) en zijn dochters (ieder voor eenachtste) eigenaar. Dochter Hendrikje Bentes was in 1772 te St.-Annaparochie getrouwd met Hendrik Mijntjes en zij woonden daar aanvankelijk ook, maar op “den 15 Februarij 1776 [werden] Hendrik Mijntjes en Hendrikje Bentes, echtelieden, zijnde huislieden woonagtig aan de oude dijk bij oude Bilzijl met attestatie van Annaparochie” ingeschreven als lidmaat van de kerk te Vrouwenparochie. Zij verhuisden dus van St.-Annaparochie naar Vrouwenparochie, dat wil zeggen naar Zeldenrust. In augustus 1793 werd de plaats die nu ruim 34 morgen Oudbildtland omvatte, verkocht aan Thijs Rienks. We citeren de koopbrief: “Hendrik Mijntjes erfgezetenen en huisman onder Vrouwen Parochie bekenne door dezen uit de hand verkogt en in waren eigendom overgedragen te hebben aan Tijs Rienks, huisman en Trijntje Klazes van Egten, egtelieden onder Hallum, seekere stemdragende zathe en landen met de huisinge, schuire, hovinge, bomen en plantagie met al ’t geener in, om en aan, aard, muir, spijker en nagelvast is en toebehoort, benevens de karnmolen en ’t tilhout, groot na naam en faam vier en dertig morgen drie hondert en neegentig roeden, dog soo groot en klein goed en quaads ‘tselve is, sonder metinge plaats te hebben, staande en geleegen bij de oude Bildt Zijl onder Vrouwe Parochie, bij de verkoper bewoont en gebruikt, en op maij 1794 vrij te aanvaarden.

Door de verkoper sal in de herfst 1793 tot zijn keuse mogen toe te wijzen agt morgen uit deeze plaats landen welke vrugt geheel voor de verkooper zal zijn, hebbende tot naastlegers de verkooper en Sijbren Sipkes ten oosten, Dirk Freerks nom uxore ten westen, de heer grietman D. van Haren cum sociis ten westen en de oude Dijk ten noorden, belast met floreen en gemeentsomslagen na uitwijzen des registers, voorts beswaard met ’t meede onderhoud der brug over de oude Dijkstervaart bij ’t hornleeger, wijders met reed en drift, voet en gangpaden, lasten, actien, servituten en geregtigheden hier toe en aanbehoorende sonder eenige behalinge op de verkoper. Aldus verkogt voor een zomma van twintig duisend neegen hondert drie en sestig caroligulden van twintig stuivers ’t stuk, te betaalen in drie termijnen (…)”

 

De familie Rienks

De koper liet zich met de verplichte naamsaanneming in 1811 inschrijven als Thijs Rienks Hoogvliet, maar kwam daarop terug, want hij stierf in 1829 als Thijs Rienks Rienks. Hij trouwde in 1801 met IJtje Bienses (van Ferwerd). Toen Thijs overleed, erfden de kinderen de plaats. Gebruiker was zoon Foeke Thijsses Rienks. De erfgenamen gingen tot verkoop over. Op 26 januari 1830 werd finaal verkocht “een zathe en landen no. 121, nabij Oude Bildtzijl, groot 44 bunders, in huur bij Foeke Tijssen Rienks tot mei 1838.” Op de provisionele verkoping was ƒ 519,– per morgen geboden. Koper werd IJde Fredriks de Haan en Wiepkjen Stapert, echtgenoten te Leeuwarden. Zij waren ook eigenaar van Haanburg onder St.-Annaparchie (OBD 331, Dirk Swart; zie 500 x 52, aflevering 35).

Foeke Thijsses Rienks trouwde in 1827 met Trijntje Pieters Koopmans (kwam van Holwerd). Zij overleed in 1830 in het kraambed op Zeldenrust. In 1832 trouwde Foeke met Eeke Jans Starkenburg (kwam van Blija). Dit echtpaar kreeg acht kinderen, waaronder de drieling Pier, Jacob en Johannes. Zij overleedden allen spoedig. Er was ook een windhond woonachtig op de boerderij want in november 1835 maakte landbouwer Foeke Thijsses Rienks met een advertentie in de Leeuwarder Courant de vermissing van de viervoeter wereldkundig.

Toen de 21ste april 1842 nog maar een uur oud was, overleed vader Rienks hier op deze boerderij. De weduwe bleef achter met vier zonen, Jan, Bienze, Jacob en Johannes. De jonge Pieter Johannes Hoogland, een zoon van Johannes Pieters Hoogland, landbouwer op Overzicht (nu NBD 141), werd toen waarnemend landbouwer. Hij woonde bij het gezin Rienks in. Eeke Jans Starkenburg overleed hier in 1846. Pieter Johannes Hoogland vertrok in 1852 naar OBD 111 (nu Hessel Smits). De vier gebroeders Rienks voerden eerst gezamenlijk het bedrijf. Het was een gemend bedrijf want ze hadden in 1854 zeventien runderen op stal staan met een getaxeerde waarde van ƒ 1.234,–. Drie van de vier broers verlieten het ouderlijk nest. Jan Foekes Rienks bleef achter en stond nu te boek als doopsgezind akkerbouwer en veehouder. Hij trouwde in 1863 met Marijke Sijbes de Boer (geboren te Stiens). Het echtpaar kreeg drie kinderen. Vader Jan Foekes Rienks overleed in 1870. Marijke Sijbes de Boer kreeg daarna hulp van haar zwager Johannes Foekes Rienks die hier tot mei 1872 als landbouwer bij inwoonde. In mei 1872 verlieten moeder Marijke en haar kinderen de boerderij en verhuisden naar Stiens.

 

Boelgoed

Een maand eerder was er boerenboelgoed. We citeren een advertentie uit de Bildtsche Courant van 27 maart 1872; “Boereboelgoed te Oude Bildtzijl nader bepaald op 3 April. De notaris Brunger zal, woensdag 3 april e.k., te beginnen des morgens 8 uur, ten huize van wed Jan Foekes Rienks, bij Oude Bildtzijl, in het openbaar, tegen gereede betaling verkoopen:

Een gezond beslag vee, bestaande in: 7 kalfkoeijen, 2 gelde rieren, 1 vare koe en 4 hokkelingen, 9 beste paarden, waarvan sommigen in tuig bereden, en 1 bruine ruin, die twee harddravers-prijzen heeft gewonnen, 20 hennen en 1 haan, een bijna nieuwe wagen met glazen en langen dissel, 1 sjees, 4 beste beslagen hooiwagens, 4 aardkarren, mestkruiwagen, paardentuig, 3 ploegen, bijna nieuwe landrol, 10 eggen, klaverbak, dorschrol met toebehooren, roepelkleed en bank, wanmolen, snijbank, slijpsteen, knopbreker, 2 ijzeren varkenstroggen, koeltrog, evenaar met schalen en gewigt, schapenruif, spekkist, voerkist, een partij garst- en haverschoven, graan-maten, zeven en zakken, hooilep en roede, harken, vorken, greepen en schoppen, een karnmolen en karn met koperen hoep, molkenvaten, koperen en houten emmers en mouden, emmerrek, jukken, koperen ketels, gootlingen, 2 kabinetten, 3 bedden met toebehooren, hoekspinde, kolomkagchel, tafels, stoelen, aardewerk, enz. enz. N.B. Het koe-vee mag tot den volgenden donderdag-avond op de stallen blijven staan.

Koekdisschen of andere uitstallingen, worden niet toegelaten.”

Na boedelscheiding in 1870 werd mr. Frederik de Haan IJdezoon de nieuwe eigenaar. Hij was advocaat te Leeuwarden en overleed ongehuwd in 1875. De overleden advocaat had een broer. Hij heette Fonger IJdes de Haan en was landbouwer te Beetgum. Zijn kinderen erfden de plaats die toen bestond uit bijna 50 hectare Oud- en Nieuwbildtland.

 

Winkelhaak gesloopt

De plaats werd vanaf mei 1872 verhuurd aan Dirk Pieters Hiddema. Hij werd in 1843 te Holwerd geboren en was getrouwd met Hesseltje Lieuwes Hesseling (van Blija). Reeds in augustus 1874 overleed landbouwer Hiddema hier. De weduwe en haar dochtertje verhuisden toen naar Blija. Daarna verscheen Pieter Oeges Hiddema op het toneel Zeldenrust. Ook hij werd geboren te Holwerd. Hij woonde en werkte hier met zijn zuster Rigtje Oeges Hiddema. Zuslief vertrok toen Pieter in 1876 trouwde met Sijtske Gosses Jensma (kwam van Westernijkerk). Ook Pieter Oeges Hiddema overleed op Zeldenrust en wel op 28 december 1885. Vier maanden later verhuisde de weduwe met haar dochters naar Hallum.

Onderwijl had Pieter Johannes Hoogland die hier als waarnemend lanbouwer van 1842 tot 1852 verpoosde, geboerkt op OBD 111. Een zoon van hem, Roelof Pieters Hoogland werd in 1886 hier aan het Roodpad landbouwer. Hij trouwde datzelfde jaar met Maaike Gerrits Postma, een dochter van Gerrit Gerrits Postma en Trijntje Mijntjes Tjepkema, boer en boerin aan de OBD (nu Stadhoudersweg 80, Schuiling).

De erven IJde de Haan waren, zoals we gelezen hebben ook eigenaar van Haanburg. Die boerderij werd in 1877 afgebroken en herbouwd. Zeven jaar later zakte ook Zeldenrust door de slopershamer door de knieën. Wat hier werd gesloopt, kwam overeen met de bebouwing die op de Statenkaart van 1735 is te zien: een winkelhaakboerderij met de schuur evenwijdig aan de Oudebildtdijk en het huis op het zuiden. De rechtehoek wees naar het noordoosten. De brug over de Oudebildtdijkstervaart lag destijds iets westelijker dan nu en wel ter hoogte van de westkant van de huidige tuin. Wat er in 1884 verrees was een stelpboerderij van het Noordwestfriese type, zoals die er nu nog staat. De zaadzoldervensters en het ietwat vooruitspringende gedeelte van de voorgevel doen ons inderdaad denken aan Haanburg (OBD 331, Dirk Swart). De familie De Haan moet een sterke voorkeur voor dit type boerderij hebben gehad.

 

Een vrolijke noot

In 1896 was Cornelis de Haan, zonder beroep wonende te Wolvega en later te Gorssel, provincie Gelderland, eigenaar van huis, schuur, tuin, boomgaard en ruim 50 hectare land op Oud en Nieuw Bildt. Hij verkocht in 1918 het een en ander aan Roelof Romkes Wijmenga, koopman te Oudebildtzijl die in 1922 huis, schuur, erf en 10,279 hectare land op het Oud Bildt verkocht aan Fokeltje Hoogenhuis, zonder beroep wonende te Franeker. Zij was weduwe van Tjipke Wijngaarden.

Toetoet! En dan is het nu tijd voor een intermezzo. Eind negentiende eeuw werden er korpsen op het Bildt opgericht. In de zomer van 1902 waren de diverse besturen voornemens gezamenlijk uitvoeringen te houden te St.-Annaparochie, St.-Jacobparochie en Oudebildtzijl. We bladeren in jaargang 1902 van de Bildtsche Courant en vinden de volgende advertentie: “Muziekuitvoering te Oudebildtzijl op Zondag 14 Sept. a.s. te geven door de Fanfarekorpsen “Crescendo” te O.B.Zijl, “Excelsior” te St. Anna en ’t Harmoniekorps “Aurora” te St. Jacob. Samenkomst ’s namiddags half drie in den tuin van den Heer R.P. Hoogland aldaar.” In dezelfde krant verscheen later een, helaas niet lang verslag van het muzikale gebeuren in de tuin van Zeldenrust: “J.l. Zondag is door de fanfarekorpsen “Excelsior” van St. Anna-parochie, “Crescendo” van Oudebildtzijl en het harmoniekorps “Aurora” van St. Jacobi-parochie eene uitvoering gegeven in de openlucht in den tuin van den Heer R.P. Hoogland, waar de Bonds-muziektent was opgesteld. De uitvoering slaagde naar wensch; een talrijk publiek was komen luisteren.”

 

Loodgietersbedrijf

In 1918 verhuisde Roelof Pieters Hoogland met zijn vrouw naar Beetsterzwaag. Zoon Gerrit Roelofs Hoogland nam het bedrijf over. Hij trouwde in 1919 in Franekeradeel met Trijntje Lammerts Lettinga. Dit echtpaar verhuisde in mei 1921 kinderloos naar Hallum. Toen betrok Pieter van der Schaaf met vrouw Dirkje Folkerts en kinderen de boerderij. Het gezin Van der Schaaf bleef maar een jaar en vertrok naar elders. In mei 1922 werd Pieter Tjipkes Wijngaarden hier landbouwer. Zijn moeder was pas eigenares geworden. Pieter Tjipkes Wijngaarden werd geboren te Slappeterp en was in 1920 getrouwd met Gerbrig Postma (kwam van Legemeer, Doniawerstal). Zoon Pieter erfde in 1933 de plaats van zijn moeder Fokeltje Hoogenhuis. Het gezin Wijngaarden vertrok in november 1957 naar de Schilweg onder Stiens, nadat dat jaar de Naamlooze Vennootschap Selectiebedrijf Kooi N.V. eigenaar was geworden van huis, schuur, erf en 22,539 hectare Oudbildtland.

De volgende hoofdbewoner was de te Stiens geboren Eeuwe Kooi. Hij stond te boek als landbouwer, aardappelselecteur en bloembollenteler. Hij was getrouwd met Kinke Bierma. Eeuwe Kooi overleed in september 1982. De weduwe bleef hier wonen. Trijntje Praamstra nam haar intrek hier in oktober 1985. Kinke Bierma overleed in januari 1989. Praamstra bleef hier wonen tot september 1995.

Huis, schuur, erf en tuin werden gekocht door Hendrikus Stienstra. Hij voert een loodgietersbedrijf. Stienstra en zijn vrouw Aagje Jeltje van der Schaaf wonen er sinds augustus 1996.

En dat was Zeldenrust.

 

Nawoord

Voordat we het gedeelte van de Oudebildtdijk tussen Attesweg en Roodpad voorgoed gedag zeggen, en ons opmaken voor de laatste loodjes in Oudebildtzijl en aan de Monnikebildtdijk, moeten we nog even terugkomen op de boerderij van IJtzen van der Werff (Attesweg 29). We hebben in 500 x 52, aflevering 43 gezegd dat eigenaar Steven Aerts twee kinderen had en dat hij rond 1664 overleed en dat schoonzoon Pieter Siouckes toen de gebruiker van de plaats werd. We hebben ook gezegd dat toen zoon Aart Stevens meerderjarig werd, hij de plaats overnaam van zijn zuster en zwager. Dat klopt allemaal. We hebben verder verteld dat deze Aart Stevens nooit getrouwd is geweest en dat hij kort na 1738 is overleden. Voorts schreven we dat hij zich Heslama noemde ofschoon hij een echte Wassenaar was. Allemaal correct. Nieuw is dat hij zijn boerderij, zijn land, zijn vruchten nooit heeft gezien. Aart Stevens Heslama bezat op het Nieuw Bildt onder St.-Jacobiparochie ook een, nu reeds verdwenen boerderij (Oudebildtdijk 652, Martin van Dijk) en uit een recent ontdekt huurcontract van die Nieuwbildtplaats blijkt nu dat onze Aart Stevens stekeblind was.

Dit curieuze feit wilden we u niet onthouden, want zeg nu zelf, zoveel blinde boeren zijn wij op onze historische tocht langs de Oudebildtdijk dit jaar niet tegengekomen.