BILDTSE PLAATSEN – nr 48 – Ouwedyk 63

Douwe Zwart – Bildtse Post, 30-11-2005


Rond 1536 gesticht

En zo komen wij andermaal bij een boerenplaats die er niet meer is. Na OBD 81 treffen wij

aan onze rechterhand een onvervalste opril, een oplopende weg om de kruin van een dijk, of in ons geval, de weg op de dijk te kunnen bereiken. Het is een van de weinige die bewaard is gebleven en we zijn de opril sinds Dijkshoek – Westhoek in deze serie niet meer tegengekomen. Over de vaart ligt een oude brug. In het verlengde van de oostelijke brugleuning stond tot 1838 de westmuur van een grote schuur. Het is tijd voor Oudebildtdijk 63.

Tot 1536 was deze plaats er niet. Het land geboorde bij het grote complex van ruim 43 morgen Oudbildtland dat Aewout Claesz en sinds 1527 zijn weduwe pachtte (zie vorige week). In 1536 was er dan voor het eerst sprake van een afzonderlijke boerderij. Lenaert Willems was pachter van 19 morgen en 249 roede, maar hij woonde hier niet. De Bildtrekening vertelt ons dat hij wel eigenaar van het pachtrecht was, maar dat de plaats gebruikt werd door Heijnrick Jacobsz. In 1547 was Cornelis Jacobsz hier pachter en gebruiker. In 1554 was alles nog eender, maar nu stond Cornelis Jacobsz ook te boek als pachter van buitendijks land. In kavel 4 pachtte hij 32½ morgen. (Voor de liefhebbers: kavel 4 wordt in het westen begrensd door de reed van OBD 60 en in het oosten door de sloot ten westen van OBD 26.)

In 1566 was Joost Jans van Harlingen pachter van zowel het binnen- en het buitendijks land. Hij komt, weliswaar als Joest Jans, ook op de beroemde kaart van 1570 voor, alsmede in de voorlopig laatste Bildtrekening van 1574. Ene Joest Jansz van Harlingen werd in 1578 voor drie caroligulden in de Personele Impositie aangeslagen en zijn naam prijkt ook op de Gabbemakaart van 1584. Daar treffen we Joost Jansz aan als pachter van 26 morgen. Daarna staan we weer voor de blinde muur. Nou ja, in het dagboek van Bildtboer Dirck Jansz wordt in 1605 melding gemaakt van ene Jan Josten. Hij zou dan mogelijk een zoon van onze Joost Jansz kunnen zijn. Nee, we hebben pas zekerheid in 1633, want op 15 mei verkochten “Bartout Claesz en Seerepie Harmensdr egtelieden en huislieden onder L. Vrouwe parochie aen Waling Ariens en Teuntie Hendricksdr egtelieden de bruijckwaer van ± 49 morgen en 191 roede olde en nijuwe bedijckte Billanden met ’t aenwas en d’eijgendom van huis en schuir, boomgaert etc leggende onder L. Vrouwe parochie,” en dat is de plaats die we hier nu behandelen.

 

Van Jongstall

Dus Bartout Claesz ging en Waling Ariens kwam. In 1638 verkochten de Staten van Friesland het Nieuw Bildt alsmede zestien plaatsen op het Oud Bildt, gelegen aan de Oudebidtdijk. Deze plaats werd toen gekocht door pachter Waling Arien Sijmens. Hij betaalde voor 23 morgen en 210 roede Oudbildtland 7.191 caroligulden en 16 stuivers. Voor 1638 bedroeg de jaarpacht 198 caroligulden, 9 stuivers en 8 penningen. Het morgental komt overeen met de gegevens in het oudste stemregister: in 1640 was Waling Ariens erven eigenaar van 23 morgen Oudbildtland. De erven gingen in juli 1645 over tot verkoop. We citeren een proclamatieakte: “Over ’t geregt den eerste proclamatie den 7 Julij 1645. De heer Allard Pieter Jongstal, Raad ordinaris in den Hov van Friesland cum uxore begeere boode ende consent opde coop van 23½ morgen old Billand leggende onder L. Vrouwen parochie, hebbende Claes Clasen ten oosten ende Anne Clasen ten westen, belast met floreen sampt huising, hoving cum annexis (…) met 10 jarentallen huir mits jaers gevend te huir voor ieder morgen 20 caroligulden, dit alsoo gecoft van Waling Ariens cum uxore, ieder morgen voor 500 caroligulden te betalen in vrij geld op 3 terminen namentlijk maij 1645, 1646 en 1647 telkens een dardepart.” De eigenaar werd dus pachter.

Allard Pieter van Jongstall werd in 1612 te Stavoren geboren en hij trouwde in 1639 met Margriet van Haren, een zuster van Willem van Haren II, de grietman van het Bildt. Allard Pieter van Jongstall woonde met vrouw op Ondersma state te Hallum (ook het Huis van Berouw genoemd). Hij was “Ridder, Raad in en president van den Hove van Friesland, curator der Franeker Academie en afgevaardigde in verschillende onderhandelingen ten dienste van de Republiek der Vereenigde Nederlanden”. Hij overleed in november 1676 te Hallum. Zijn oudste zoon dr. Gellius Wibrandus van Jongstall erfde de boerderij en in 1698 waren zijn vijf kinderen gezamenlijk houder van de stem die op deze boerderij rustte.

In 1655 was Teuntie Walings (een der erfgenamen van Waling Arien Sijmens) de gebruiker en in 1670 nog. Daarna werd Gerrit Minks de pachter en in 1698 huurden zijn kinderen de plaats.

 

Nog blauwer bloed

In 1708 was jonker Willem van Haren III, grietman van West-Stellingwerf (later van het Bildt) eigenaar. Pachter was Dirk Pijtters. Deze St.-Annabuurtster trouwde in de kerk van Vrouwenparochie met Antie Jacobs Gelder. Zij kregen vier kinderen. Moeder Antie overleed in het kraambed. De weduwnaar werd voor 1718 als pachter opgevolgd door Jacob Tjallings. Hij was het tien jaar later nog.

Elizabeth van Haren, een dochter van bovengenoemde grietman Van Haren en Frouck van Burmania, trouwde in 1721 met Hendrik Casimir Hans Willem baron van Plettenburg. Hem vinden we op de Statenkaart van 1735 terug als eigenaar. De plaats behelsde toen 23 morgen bouwland (exclusief het hornleger) op het Oud Bildt. Er was geen sprietje gras te bekennen. Pachter in 1748 was Jan Boijens. Hij huurde ook de helft van kavel 2 die in totaal 31 morgen groot was. (Voor de liefhebbers: kavel 2 wordt in het westen begrensd door de sloot ten westen van OBD 26 en in het oosten komt de markering uit ten oosten van A.C. Bakkerstraat 26.). Dat pachtte hij allemaal van Jan Poppe Andrea van Plettenburg. Hij was ‘een zoon van’. Jan Boijens woonde hier met zijn vrouw Jetske Gerbens en vijf kinderen in 1768 nog.

De eigendom ging via vererving over en bleef tot in 1836 in handen van de familie Van Haren, Van Canter en Sirtema van Grovestins. Allemaal blauw bloed.

 

Pieter Sjoerds de Boer

Tussen 1730 en 1770 is over de pachters niks bekend, maar voor 1778 werd Pieter Sjoerds de nieuwe huurder. Bij de plaats hoorde nog altijd de hellft van kavel 2 en dus gebruikte hij die ook. Pieter Sjoerds trouwde met Grietje Tietes de Jong. Het echtpaar kreeg zeven kinderen. In 1807 werd “den 16 Augustus door een goede belijdenisse als broeder en leedemaat deeser gemeente aangenomen Pijtter Sjoerds, huisman nabij Oude Bilzijl en op dato Grijttje Tijetes huisvrou van Pijtter Sjoerds de waaterdoop ontvangen en als leedmaat aangenomen,” aldus de scribent van de doopsgezinde gemeente te Oudebildtdijl. N.B. Huisman betekent boer.

Met de verplichte naamsaanneming in 1811 noemde Pieter Sjoerds zich, naar zijn beroep, De Boer, maar hij had dus ook Huisman kunnen heten. Datzelfde jaar overleed hij. De weduwe bleef hier wonen en bleef ook huurster van de plaats. In haar laatste levensjaren woonde Grietje Tietes de Jong hier niet alleen. Werklieden woonden bij haar in en ook een gardenier genaamd Rienk Sijmens Rienks.

We zeiden net dat de erven Van Haren tot in 1836 eigenaar bleven. In 1828 waren dat: Cornel Frederik Sirtema van Grovestins, Elisabeth Cornelia Sirtema van Grovestins, Ottelina Maria Sirtema van Grovestins, Eduard Sirtema van Grovestins, Paul Adolph Sirtema van Grovestins, Anna Maria Sirtema van Grovestins, Louisa Sidonia Sirtema van Grovestins, allen te ’s Gravenhage voor ½; Willem Anne van Haren te Veenklooster; A.A.I. Geraarts van Haren, S.A. van Haren, G.K. Grave van Hoogendorp, P. van Haren Grave van Hohenlo, allen te ’s Gravenhage en G.L. Vidal de St. Germain te Zwolle voor ½. In de tijd dat Nederland overging op het decimale stelsel bedroeg de plaats 25 morgen en 30 roede oftewel 23,536 hectare op het Oud Bildt.

De gezamenlijke eigenaars wilden de plaats verkopen en dus volgde er een niet te missen advertentie in de Leeuwarder Courant van 26 november 1836: “Notaris J.C. Kutsch te Leeuwarden verkoopt in de herberg van W. Molenaar te Vrouwen Parochie, ten overstaan van het Vredegerecht Kanton Hallum, een zathe en landen met huis en schuur no. 120 bij Oude Bildt Zijl, groot 37-63-20 bunder bouw en greidland, in gebruik bij G.T. de Jong, weduwe P. Sjoerds; in 24 perceelen; meij 1832 te aanvaarden. Bod ƒ 21.490,75.”

 

Sloop

Op de oudste kadatrale kaart van 1832 die reeds rond 1825 is vervaardigd, zien wij het volgende. Direct ten oosten van de brug (die ligt nu nog op dezelfde plaats) stond een grote winkelhaakboerderij met het erf en de schuurduren op het zuiden en met het huis richting Oudebildtzijl. Ten westen van de grote schuur lag een vijver. Deze bebouwing werd gekocht door Luitzen Douwes Visbeek te Ferwerd. Uit het floreenkohier worden we de namen van de kopers van het land gewaar: Pier Pieters Prins, Cornelis Arjens Kooi, Foecke Tijsses Rijnks, Jacob Attes Wiglama, Arjen M. Glas en Anske Koopmans, Bente Willems Wassenaar, Abe van der Vlag en Rienk Sijmens Rienks, allen te Vrouwenparochie. Wij herkennen de namen van enkele omwonende boeren.

De 77 jaar oude Grietje Tietes de Jong overleed hier op 24 maart 1838. Veertien dagen later verscheen de volgende advertentie in de LC: “Notaris W. Kuijpers te Vrouwen-Parochie zal in de herberg van de weduwe Borger te Oude Bildt Zijl op afbraak verkopen de schuur met stalling van de verkochte zathe aan den Oudenbildtdijk onder Vrouwen-Parochie nabij Oude Bildtzijl, door de weduwe Pieter Sjoerds de Boer wordende gebruikt, en zulks met conditie om de huizinge te vertimmeren volgens bestek.”

Er volgde op 23 april boelgoed van “vee, boerereeuw en huisraad” en in augustus verkocht notaris Wijtze Kuijpers “te velde staande gewassen bij Oude Bildtzijl op ’t Nieuw Bildt, op ’t Oud Bildt en op ’t Monniken Bildt, toebehoorende aan de erven wed P.S. de Boer. ” Kopers waren Rienk Sijmens Rijnks, Jan Wijtzes van der Weit (gehuwd met een dochter van de overleden boerinne) en B.B. Porte. De vruchten op het Nieuw Bildt werden aangekocht door M.G. Dijkstra, K.R. van der Zee en Abe Klazes van der Vlag.”

 

Cichoreifabriek

De oogst was verkocht, het land ook en de boerderij gesloopt. Wat overbleef was een boerenhuis met een erf van 13,7 are, eigen aan Luitjen Douwes Visbeek. Deze gardenier woonde hier niet. Hij verbleef onder Ferwerd. Nee, bewoner was immers Rienk Sijmens Rienks. We weten niet precies hoelang Rienks hier gewoond heeft, maar in mei 1850 verhuisde gardenier Willem Jans Palma van Ferwerd naar dit boerenhuis, dat voor 1859 in drie kamers was gesplitst met elk een eigen huisnummer. De bewoners waren destijds Willem Palma, Dirk Dijkstra en Douwe Wagenaar.

In 1876 kocht Ids Hessels Bierma De Pôle. Hij was een broer van Watze en Cornelis Hessels Bierma, de oprichters van de steenfabriek aan de Oude Rijd. Ids Hessels Bierma stichtte op het erf van de voormalige boerderij een cichoreifabriek. Na zijn overlijden werden de “3 woningen, eest en tuin” in 1893 gekocht door zijn broer Cornelis Hessels Bierma. Ondertussen waren er meer woningen op De Pôle gebouwd. We volgen evenwel alleen het oude boerenhuis. Dat werd in 1909 gekocht door Hendrik Arjens Keizer, voerman onder St.-Jacobiparochie. Hij verkocht het vijf jaar later aan Gerrit Willems Kuik, gardenier onder Vrouwenparochie. Kuik was getrouwd met Antje Hogenhuis. Zij werd geboren in 1874 te Minnertsga en was sinds 1909 weduwe van Sijbe Faber (overleden te Wier). Na het overlijden van haar tweede man, trouwde Antje in 1918 met Jurjen van der Rol.

In mei 1903 kwam het gezin van werkman Gerrit Willems Kuik hier wonen. Zijn vrouw Fintje Jacobs Bronger overleed hier in oktober 1910. Kuik hertrouwde december 1911 met Antje Hogenhuis. Vrouw Antje bracht haar zoon Willem Faber mee. Hij werd geboren in 1899 te Wier. De man des huizes, Gerrit Willems Kuik overleed in maart 1918 en zijn echtgenote erfde huis en erf. Zij trouwde nu met Jurjen van der Rol. Het gezin Van der Rol verhuisde in mei 1928 naar elders te Oudebildtzijl en toen werd Willem Faber de hoofdbewoner. Hij was dus een zoon uit Antje Hogenhuis’ eerste huwelijk. Willem Faber trouwde met Trijntje Idses de Jong. Uit dit huwelijk werd zoon Sijbe Faber geboren die sinds 1988 de hoofdbewoner is.

 

OBD 65

We hebben het reeds vaker meegemaakt: een boerderij verliest zijn agrarische functie, de schuur wordt gesloopt en het boerenhuis wordt een gardeniers- dan wel arbeiderswoning. We hebben hierboven OBD 63 onder de loep gelegd, maar op de plek waar ooit het boerenhuis heeft gestaan, was (is) ook OBD 65 gesitueerd en als we compleet willen zijn – en waarom zouden we dat niet willen? – moeten we de bewoners daarvan ook meenemen. In vogelvlucht: Douwe Bronger (tot 1926), Trijntje Andriesen (weduwe Ritske Tjepkema) (1926-1927), Dirk van Dijk (1927-1933), Jelle Zittema (1933-1935), Jan Bronger (1935-1941), Antje Hogenhuis (weduwe Jurjen van der Rol) (1941-1946), Jan Kamminga (1945-1948), Geert Mozes (1948-1952), Sjoerd Althuiszes (1952-1962), Jelle Talsma (1962-1963), Sjouke Boersma (1963-1965), Remkes Kooistra (1965-1967), Sierk Halma (1967-1969), Jasper de Haan (1969-1970), Sierk ter Horst (1971-1972), Cornelis Min (1972). Hem kennen we nog van de aflevering van vorige week; Cornelis Min verhuisde in 1972 naar het westelijker gelegen OBD 81. Dit woongedeelte werd daarna omschreven als “bergplaats Willem Faber”.