BILDTSE PLAATSEN – nr 46 – Ouwedyk teugenover 85

Douwe Zwart – Bildtse Post, 16-11-2005

 

Pijr Cornel

Anders dan bij Oudebildtdijk 93, zijn de vroegste berichten van de boerderij die we deze week behandelen wel betrouwbaar. Kom, zet de bril op de neus, dan duiken we in de historie van OBD 85.

In 1527 was Pieter Harrentsz hier pachter van 29 morgen en 66 roede Oudbildtland. Deze Pieter pachtte ook land ten oosten van en aan de Attesweg (dat niet aan de OBD lag): ruim 22 morgen. De situatie was in 1547 nog zo, maar toen pachtte Pieter ook nog buitendijks land, te weten kavel 8 (ruim 27 morgen) en kavel 7 (ruim 28 morgen). Voor de liefhebbers: kavel 8 wordt geflankeerd door de sloten in het verlengde van OBD 98 en OBD 92, en kavel 7 in het westen door laatstgenoemde sloot en in het oosten door de eerste sloot ten westen van OBD 82/80.

Voor 1554 echter pachtte de weduwe Pieter Harrentsz 22 morgen en 66 roede. De overige zeven morgen waren in pacht bij Job Piersz. Het Buitenbildtland werd toen door onder meer Hercke Jacobsz (boer op Schoonoord) gepacht. In 1566 werden de ruim 22 morgen gepacht door Pier Cornelisz en hem vinden we op de beroemde kaart van 1570 terug: Pijr Cornel was destijds de bewoner van deze boerderij. In de Bildtrekening van 1574 staat hij als pachter van ditmaal 23 morgen en 434 roede Oudbildtland te boek. Ook was hij toen huurder van kavel 7. Er is iets vreemds aan de hand met kavel 7. Op de beroemde kaart van 1570 komt ook het opgebilde aanwas voor en op kavel 7 staat een gebouw getekend! En er staat ‘Oph stull’ of iets dergelijks bij geschreven. Dit kan toch geen boerderij zijn geweest? Immers, wie bouwt er nu een huis en schuur op buitendijks land?

De Gabbemakaart van 1584 brengt ons deze keer geen duidelijkheid over wie hier woonde. En dan volgt de radiostilte doordat de Bildtrekeningen ontbreken. Die van 1629 moeten ons weer iets wijzer maken, maar helaas. Naam noch morgental kunnen we met de glutonkwast aan de gegevens van 1574 plakken. Niet eerder dan in 1638 hebben we zekerheid, want toen verkochten de Staten van Friesland het Oudbildtland van deze plaats, maar zelfs de Staten waren in het ongewisse want – en wij citeren: “Gerrijt Jacobsz ofte Anne Clasen” werd koper van 18 morgen en 19 roede voor 5.176 caroligulden en een handvol stuivers. De jaarpacht had trouwens 148 caroligulden, 10 stuivers en 5 penningen bedragen.

 

Sijbren Heins van Pingjum

De verwarring is begrijpelijk. Pachter voor 1638 was Gerrijt Jacobsz. Hij was een zoon van Jacob Stevensz en Corsie Arriensdr Scheijff en werd rond 1580 geboren te St.-Jacobiparochie. Hij trouwde met Grietie, een dochter van de smoorrijke koopman Dirck Boijens en Tettie Thonisdr. Gerrijt Jacobsz stierf in april 1634, waarna zijn weduwe hertrouwde met Anne Claesz. Een zuster van Grietie kennen we; Neeltie Dirck Boijens was boerin op OBD 111 (nu Hessel Smits).

In het oudste stemkohier dat bewaard is gebleven, staat Anne Claesz te boek als stemhouder van deze eigen plaats. Hij bezat met zijn vrouw 18 morgen op het Oud en 29 op het Nieuw Bildt. Ze verkochten de plaats in september 1644: “Arent Dirks Bosch en Dirk Bosch, vader en soon, cooplieden tot Amsterdam begere bode en concent op de coop van seeckere negen tiende halve morgen old en dartigh halve morgen nieu billant mette huisinge, schuire, bomen en plantagie en alle annexen ende servituten daertoe en aanbehorende.” Anne Clasen en Grietie Dirck Boijens kregen 25.000 caroligulden en voorts bedongen ze nog het recht van huur voor tien jaar “mits jaerlijx huir betalende duisent caroligulden vrij gelt.” Eigenaar werd dus pachter. Ook dat kwam voor.

In 1655 waren vader en zoon Bosch nog eigenaar, maar vijftien jaar later waren de erven Dirck Bosch stemhouder en dus eigenaar. Voor 1698 was de echtgenote van IJsaak van Hoven eigenaar geworden, kennelijk via vererving want we hebben geen akte van verkoop kunnen vinden. Pachter was dat jaar Dirck Gerrijts. Hij was doopsgezind en getrouwd met Maertie Jorisdr. Zij kregen vier kinderen onder wie Tettie Dircks die in 1687 trouwde met Sijbren Heins. Deze Sijbren kwam van Pingjum en was voor 1708 reeds pachter, kennelijk al in 1706 want het lidmatenboek van de doopsgezinde gemeente van Oudebildtzijl vertelt ons: “Den 17 Januarij 1706 bij attestatie bij onse broederschap aangenomen Sijbren Heins en Tettie Dirks sijn wiif.” Dat ‘wijf’ kocht in maart 1710 de plaats. We citeren gedeelten uit een proclamatieakte: “Tettie Dirks egtehuisvrouwe van Siberen Heins, in desen met deselve gesterkt, huislieden aande oude dijk onder vrouwe parochie begeert bode en consent opde coop van een schone sathe soo oud als nieuw billand, bestaande in de eigendom van een huisinge, schuire, luttichuis, hovinge, bomen en plantagie, hecken en stecken, ruigte en ruichscherne mit alle ’t gene daar in, om en aan, aard, muur, spijker en nagelvast is en toebehoort, mette grond en eigendom van ruim seven en veertich morgen landt waar van achtien morgen binnen de oude dijk opt oud Bildt en ongeveer negen en twintich morgen opt nieuwe Bildt buiten dijk, beide onder vrouwe parochie voorschreven, wordende bij de bovengenoemde egteluiden copers bewoont en gebruickt die op St Pieter 1710 daaraan nog competeert vijf jaren huringe, jaarlijx tot huir betalende achthondert caroligulden en daar te boven de floreen, alles volgens huircontract daar van sijnde (…) alsoo gecoft van Juffr. Jacoba van Gelder echte huisvrouw van de heere David Matheus de Neufoille, coopman tot Amsterdam in desen met special consent en approbatie vande selve haar man voor een somma van twintich duisent caroligulden a 20 stuivers ’t stuk, te betalen op meij 1710 in vrij, gereed sampt cost en schadeloosen geld.”

N.B. De verkopers waren kennelijk erfgenamen van de echtgenote van IJsaak van Boven want we hebben geen registratie van verkoping kunnen ontdekken, dus moet de plaats zijn vererfd. De verkopers zijn voorts voorfamilie van Margaretha Jacoba van Gelder de Neufville, schrijfster van onder andere De Kleine Pligten. Zij leefde van 1775 tot 1856.

 

Brolsma

In 1728 waren Sijbren Heins en Tettie Dircks nog eigenaar. Volgens de Statenkaart van 1735 waren de erven Sijbren Heins eigenaar. Er behoorde destijds 16 morgen Oudbildtland bij de plaats, alles bouwland. Zoon Jacob Sijbrens was in 1738 de gebruiker, maar tien jaar later was dat ene Frans Pijtters. Weer tien jaar later was de plaats in eigendom bij Sijbren Sipkes. Hoe de overgang is gegaan, is niet bekend en of de beide Sijbrens familie waren, weten we niet, maar doordat er geen koopbrieven zijn opgemaakt, mogen we aannemen dat Sijbren Sipkes gerelateerd was aan de vorige eigenaars.

Sijbren Sipkes werd in 1731 geboren en trouwde in 1756 te Hallum met Jetske Jans Brolsma. In 1757 vestigden zij zich hier onder Oudebildtzijl en werden “opt ontfang van den Christelijke waterdoop voor broeder en zuster onder onser gemeente aangenomen,” aldus de scribent van de doopsgezinden te Oudebildtzijl. De Brolsma’s kwamen oorspronkelijk van de boerderij De Brol nabij Hallum. Jetske overleed in oktober 1789. Zij liet een dochter Neeltje na. Dertien maanden later trouwde weduwnaar Sijbren Sipkes met Sijtske Wijbes Hiddema, de weduwe van Schelte Jans Brolsma. Zij was een schoonzuster van Sijbrens overleden vrouw. De een verliest de man, de ander verliest de vrouw en een en een is twee. Gezinszorg in optima forma. Sijberen Sipkes overleed in oktober 1794. Dochter Neeltje Sijbrens was erfgenaam. Zij noemde zich naar haar moeder ook Brolsma en was in 1787 te Grouw getrouwd met lekenprediker Bindert Tjallings die spoedig kinderloos overleed. Toen trouwde onze Neeltje in 1796 te Hallum met Sijbe Arjens Sijbesma. Zij kregen drie dochters: Jetske, Sijtske en Trijntje (een zoon werd niet oud). Neeltje erfde twee boerderijen: deze die we nu behandelen (daar woonde het gezin Sijbesma) en de westelijker gelegen boerderij. Zij kocht voor 1814 ook nog de plaats ten oosten van deze. Toen was zij de trotse bezitter van drie boerderijen op rij: OBD 93, 85 en 81. En ze had drie dochters, huwbaar bovendien, dus daar was wel gading naar.

 

Zelfmoord

Dochter nummero een, Jetske trouwde in mei 1820 met Bente Willems Wassenaar en kwam op de westelijke boerderij Schoonoord wonen (zie 500 x 52 van vorige week). Dochter nummero twee, Trijntje trouwde op 24 mei 1827 met Gerben Gerbens de Jong en zij kwamen op de middelste boerderij wonen, de plaats die we nu bespreken. Dochter nummero drie, Sijtske trouwde ook op 24 mei 1827 en wel met Renze Beerts Gelder en zij werd eigenaar van de oostelijke boerderij (volgende week meer daarover).

Gerben Gerbens de Jong trouwde dus met Trijntje en zij kwamen hier wonen. Er werden zes kinderen geboren. Trijntje Sijbes Sijbesma erfde de plaats van haar moeder die in 1838 overleed. Trijntje werd niet oud. Zij overleed hier op de boerderij op 27 oktober 1840. Toen werd haar man Gerben Gerbens de Jong namens de kinderen eigenaar. Hij hertrouwde vijf jaar later met Geertje Roelofs Westra (kwam van Dronrijp). Dit echtpaar kreeg drie kinderen. Het laatste werd in 1853 geboren. Vader Gerben Gerbens de Jong heeft dit kind slechts een jaar oud zien worden, niet doordat het jonge grut jong stierf maar doordat de vader zelfmoord pleegde. Maar eerst was er de diefstal.

De loco-burgemeester van het Bildt G.W. Wassenaar schreef op 17 december 1852 het volgende briefje: “Aan den Heer Officier van Justitie te Leeuwarden. Ik heb de eer Ued. Achtb. kennis te geven, dat gisteren bij mij aangifte is ontvangen van een gepleegde diefstal ten huize van Gerben Gerbens de Jong, landbouwer aan de oude dijk onder Vrouwenparochie van: 4 gestreepte wollen vrouwen rokken, waarvan een nieuw, een stukje wit katoen ter lengte van ongeveer 5 el en een stukje gestreept onderbroeksgoed ter lengte van 2½ el, welke goederen met meer andere, zich bevonden op het opkamertje van zijn woonhuis, alwaar de dader of daders zich door een venster, hetwelk ongesloten zijnde, konden opgeschoven worden, zich den toegang hadden verschaft. De daders zijn onbekend, zoomede het tijdstip der diefstal, doch waarschijnlijk den nacht van den 10 op den 11 dezer.” De koeien liet ze staan. En die had boer De Jong volop. In 1852 had hij 21 runderen op stal staan die een waarde vertegenwoordigde van ƒ 1.044,-.

O ja, de zelfmoord. In de tweede helft van september 1854 kreeg De Jong hoge koorts en binnen een paar dagen werd hij krankzinnig van pijn. Op 25 september ’s ochtends vijf uur gaf hij de geest door eigen ingrijpen. Plaatsvervangend burgemeester J.A. Palsma schreef aan de Officier van de Arrondissementsrechtbank te Leeuwarden het volgende: “Ik heb de eer U Edelachtbare in kennis te geven dat de persoon van Gerben Gerbens de Jong, Landbouwer wonende te Vrouwenparochie, heden morgen is overleden, tengevolge eener wonde, die hij zich zelven, even te voren, in den hals heeft toegebragt. De oorzaak daarvan wordt toegeschreven aan een soort van delirium, waar aan hij sedert eenige dagen lijdende was. Hij was 52 jaren oud, en laat eene weduwe na, met drie kinderen benevens zes kinderen uit vroeger huwelijk.”

Nu had wijlen Gerben Gerbens de Jong drie plaatsen in gebruik gehad: deze die we hier bespreken, eentje op het Nieuw Bildt en nog een op de Nieuwe Bildtpollen, alle onder Vrouwenparochie.

 

Verbouw in 1881

De Nieuwe Bildtpollen werden tot 1859 gebruikt door de gezamenlijke eigenaars van de Oude Bildtpollen en die Pollenplaats daar wilde de weduwe nu wel vanaf. De gezamenlijk eigenaren van de Oude Bildtpollen kwamen in deliberatie bijeen en besloten om met de zoon Sijbe Gerbens de Jong te onderhandelen voor de resterende huurtijd. Wat de uitkomst van de onderhandeling ook was, zoon Sijbe volgde zijn vader op als boer aan de OBD en niet op de Bildtpollen. De zoon liet hier in 1855 een koehuis en stalling vernieuwen en trouwde op 32-jarige leeftijd in 1861 met Aaltje Klasen Wassenaar. Het echtpaar verhuisde rond 1876 naar elders. Toen nam een broer het bedrijf over. Hij heette net als zijn vader Gerben Gerbens de Jong en was getrouwd met IJtje Johannes Hoogland. Zij kregen tien kinderen. Het echtpaar liet de boerderij gedeeltelijk slopen en herbouwen. Het eerste wordt duidelijk door een advertentie in de Bildsche Courant van 15 september 1881: “Boelgoed van afbraakmaterialen, bestaande uit balken, kozijnen, ramen,deuren, juffers, latten, planken, hek- en stekpalen en een partij brandhout op de zathe van G.G. de Jong aan den Oudenbildtdijk onder Vrouwen-parochie, op aanstaanden zaterdagavond om 6 uur. Oudebildtzijl 14 Sept., F. Duhoux.” Het laatste wordt duidelijk door de gevelsteen die anno 2005 nog steeds in de oostelijke gevel zit: “Anno 1881, verbouwd Bouke huizinge, hieraan den eersten steen gelegd door G.G. de Jong en O.J. Hoogland.”

 

Steenraadsels

De steen zit vol raadsels. We weten dat Gerben Gerbens de Jong en IJtje Johannes Hoogland hier destijds woonden, dus mogen we veronderstellen dat de ‘O’ van O.J. Hoogland een ‘IJ’ of een ‘Y’ moet zijn. Wij kunnen in gedachten heel gemakkelijk van de ‘O’ een ‘IJ’ maken. Maar wat moeten we aan met ‘Bouke huizinge’? Is dat de naam van de boerderij? Of is dat een persoon? Op het Bildt kwam aan het eind van de negentiende eeuw geen Huizinga voor die een timmermansbedrijf voerde, laat staan een Bouke Huizinga. En er staat immers luid en duidelijk ‘huizinge’. Dus kiezen we voor optie een: de naam van de boerderij was destijds Bouke huizinge, het huis van Bouke. Dat antwoord werpt weer een vraag op. Wie was toch die Bouke waarnaar de boerderij is vernoemd? We hebben alle eigenaars en pachters redelijk in kaart gebracht, maar zijn geen Bouke tegengekomen. In de periode van 1670 tot 1698 zijn de gegevens echter dun bezaaid, dus laten we aannemen dat rond 1680 ene Bouke de boerderij opnieuw heeft laten bouwen of dat deze Bouke pachter was ten tijde van de nieuwbouw rond 1680, toen de families Bosch te Amsterdam en Van Hoven eigenaar waren.

Tot in 1881 stond hier een grote winkelhaakboerderij, in dezelfde vorm zoals hij er nu nog staat, maar als we de kadastrale kaarten mogen geloven (en dat mag) dan blijkt de schuur voor de verbouwing smaller te zijn geweest. De schuur stond na de verbouw precies op dezelfde plek. Het zeer lange voorhuis is gesloopt en er verrees in 1881 de woning die er thans nog staat.

In 1886 verliet Gerben Gerbens de Jong sr. de plaats. Een van de tien kinderen, zoon Gerben Gerbens de Jong jr. werd hier in 1892 landbouwer. (Wie de ontbrekende zes jaren de boerderij bewoonde, is ons niet bekend.) Junior woonde hier met zuster Jitske en een jeugdige neef, genaamd Gerben Arjens Wassenaar. Verder vertoefden hier dienstmeiden en huishoudsters. De vrijgezel Gerben de Jong won vaak prijzen op paardenkeuringen van de Friesche Mij van Landbouw.

 

Born in the U.S.A.

In 1909 verliet Gerben Gerbens de Jong de plaats. Hij werd nu opgevolgd door Arjen Dirks Wassenaar die in 1889 was getrouwd met Jitske, een zuster van de afgaande boer. Deze Jitske Gerbens de Jong liet zich reeds in 1895 van Arjen Dirks Wassenaar scheiden wegens “kwaadwillige verlating”. Deze Wassenaar had zijn gezin in de steek gelaten en zat in Noord-Amerika. Maar… in 1909 betrok dus dezelfde Arjen Dirks Wassenaar de boerderij! En hij kwam hier wonen met… Jitske Gerbens de Jong en twee kinderen: Gerben (de al eerder aangehaalde neef) en Anna. En deze Anna zag op 21 oktober 1899 in Galesberg, Iowa in de Verenigde Staten van Amerika het levenslicht; derhalve de eerste Amerikaan aan de Oudebildtdijk. Is Jitske haar afvallige echtgenoot achterna gereisd? Het heeft er alle schijn van. Aangezien de gescheiden ouders niet aan deze zijde van de Atlantische Oceaan wederom in de echt zijn verbonden – althans niet in Friesland, mogen we veronderstellen dat Jitske en haar ex elkaar in Amerika opnieuw het jawoord hebben gegeven, oftewel ‘I do’ zoals men daar pleegt te zeggen.

Het gezin Wassenaar verhuisde in 1912 naar Leeuwarden. De plaats werd verhuurd aan Sjoerd van der Schaaf die hier met zijn vrouw Tjitske Terpstra (geboren te Arum) in mei 1912 neerstreken. Zij kwamen van Pietersbierum.

In de Bildtsche Courant van zondag 11 februari 1912 stond de volgende advertentie: “Boereboelgoed onder Vrouwenparochie. De notaris Snijder te Vrouwenparochie zal donderdag den 15 februari 1912 ’s voormiddags 10 uur, op de zathe aan den Oudenbildtdijk, bij boelgoed tegen contante betaling verkoopen:

Hoornvee. Twee kalfkoeien, een vare koe en 2 hokkelingen.

Paarden: donkerbruine ruin, 3 jaar; bruine ruin witvoet, 3 jaar; bruine ruin, 3 jaar; bonte merrie, 2 jaar; donkerbruine ruin, witvoet, 2 jaar; vos-merrie, 2 jaar; vos-ruin, 2 jaar; zwarte merrie, witvoet, 3 jaar; bruine witvoet merrie, 10 jaar; blesmerrie, 10 jaar.

Een tilbury, 5 hooiwagens.

Landbouwgereedschappen. Drie aardkarren, één met gierbak, cultivator, Amerikaansche ploeg, 2 ijzeren ploegen, vorenploeg, tweepaards ijzeren landrol, 7 eggen, bascule met gewichten, mestkret met planken, holle kruiwagen, 7 graanzeven, graanwinde, p.m. 100 aardappelbakken, 2 melkbussen, 2 boonemmers, 2 gereiden, één geheel nieuw, p.m. 20 kruiplanken, 2 ladders, p.m. 100 pakken tarwestroo, achterbinten, hamen, enkele en dubbele zijlen, harken, zetstokken, touwwerk, enz.”

 

De 20ste eeuw

Gerben Gerbens de Jong jr. verkocht de plaats in 1913 aan Trijntje Kornelis Bierma, Zij woonde te Achlum en was getrouwd met Hette Fredriks Bakker, directeur van een zuivelfabriek. De plaats behelsde toen slechts huis, schuur, erf en 3,783 hectare op het Oud Bildt. Dit werd in 1916 alweer verkocht, nu aan Sijds Minnes Tjepkema en consorten. Tjepkema was destijds koopman te Oudebildtzijl. In 1935 verkocht de koopman huis, schuur, erf en 8,154 hectare op het Oud en Nieuw Bildt aan Jacob Rienks Visser, landbouwer onder St.-Annaparochie.

Lang hebben Sjoerd van der Schaaf en Tjitske Terpstra hier niet gewoond. Ze werden in 1916 opgevolgd door eigenaar Sijds Minnes Tjepkema die in 1888 was getrouwd met Dieuwke Teijes Miedema. De volgende bewoner was Jacob Rienks Visser (tevens eigenaar). Hij vestigde zich hier in mei 1936. Hij werd geboren te St.-Annaparochie in 1877 en was in 1907 in het huwelijk getreden met Jiesseltje Piers Boonstra. Het echtpaar kreeg vier kinderen van wie Rienk Visser zijn vader in 1943 opvolgde. Hij trouwde dat jaar met Maria Hendrika Schouten. Het gezin Visser ruilde in december 1975 van woning met Foppe Miedema (Van Albadaweg 117). Foppe Miedema en Fokje Keizer woonden hier tot juli 2002. Een jaar later kochten de huidige bewoners Pier Zwart en Maaike Hibma de boerderij en pleegden interne verbouwingen om het huis aan te passen aan hun woonwensen. Zij verblijven hier met hun drie kinderen sinds maart 2004.

 

 

d.zwart@hetbildt.nl