BILDTSE PLAATSEN – nr 44 – Attesweg nr 93

Douwe Zwart – Bildtse Post, 2-11-2005

 

De weg van Atte

We zijn de Attesweg gepasseerd en daarmee zijn we aanbeland in wat de mensen in 1509 de Claes van Eschencavel noemden. Deze smalle kavel, 118 morgen groot, loopt helemaal tot aan de plek waar de Hamerenweg plotseling een slinger maakt. Hij wordt in het westen begrensd door de Attesweg en de Hamerenweg, in het zuiden ook door de Hamerenweg (vanwege die rare slinger), in het oosten door de kaarsrechte sloot die ten westen van OBD 93 als een lineaal tot Hamerenweg 2 loopt en in het noorden door de Oudebildtdijkstervaart. En aan die vaart staat Attesweg 30.

In 1527 pachtte hier Jacob Heindricksz 22 morgen en 97 roede land. In 1536 was hij nog pachter van hetzelfde land, maar de ‘bruiker’ was destijds Lenert Willemsz aldus de Bildtrekening van dat jaar. Elf jaar later stond deze gebruiker als pachter te boek. Tussen 1547 en 1566 is het pachtrecht overgegaan in handen van Dammas Fransz en hem vinden we op de beroemde kaart van 1570 opgetekend als bewoner van deze boerderij: Dammis Frans van der Meije. In 1574 was deze Van der Meij nog pachter van 19 morgen en 97 roede en de overige drie morgen werden gepacht door Barbara, de weduwe Claes Jacobsz. Zij was de bewoner van de westelijker gelegen boerderij (Attesweg 29 – IJtzen van der Werff). Dammis en Barbara waren in 1574 ook gezamenlijk pachter van kavel 9 (bijna 27 morgen) en Dammis pachtte in zijn eentje kavel 8 (ruim 27 morgen). En nog is de koek niet op; ook driekwart van het land dat bij de oostelijker gelegen boerderij behoorde, werd door Van der Meij gepacht.

N.B. Kavel 9 werd in het westen begrensd door OBD 108 en in het oosten door OBD 98, kavel 8 respectievelijk door OBD 98 en OBD 92.

Dammis Frans van der Meij komen we niet tegen op de Gabbemakaart van 1584. Wel ontwaren we de naam van boerin Barbara. De geschetste situatie in de directe nabijheid van de Attesweg is op zijn zachtst gezegd niet geheel duidelijk, maar we maken op fluistertoon bekend dat deze boerin toen zowel Attesweg 29 als nummero 30 pachtte.

 

Albertus van Wijngaerden

Wederom ontbreken dan de gegevens over de pachters voor ongeveer vijftig jaar. Pas in 1629 hebben we weer zekerheid. Willem Dirck Willemsz was toen de trotse pachter van 19 morgen en 96 roede en dat morgental sluit prachtig aan bij wat wij in de Bildtrekening van 1574 hebben gevonden. Willem was een zoon van Dirck Willemsz die boer was op Valbrug (Hemmemaweg 17) en hij was een broer van Jelle Dirck Willemsz die ook boer was aan de Oudebildtdijk (OBD 251, zie 500 x 52, aflevering 39). Willem Dirck Willemsz had voor 1629 het pachtrecht van ongeveer 9 morgen van zijn oostelijke buurman, Mintie Wijgersz gekocht. Hij pachtte de plaats voor acht caroligulden per morgen per jaar. De boerenzoon werd geboren onder St.-Annaparochie en trouwde in augustus 1618 met Neeltie Aert Claesdr. Zij was een dochter van Aert Claesz en Aefke Claesdr, boer en boerin op de boerderij ten westen van de Attesweg (zie 500 x 52, aflevering 43). Willem Dirck Willemsz was kerk- en armvoogd van Vrouwenparochie. We weten dat de Staten van Friesland in 1638 het Nieuw Bildt alsmede zestien Oudbildtplaatsen aan de OBD verkochten. De plaats die we nu behandelen was daar een van. Willem Dirck Willemsz legde 7.367 caroligulden en nog wat stuivers en penningen op het kleed voor de 25 morgen en 36 roede die de plaats destijds op het Oud Bildt behelsde. Willem Dirck Willemsz was voortaan niet slechts eigenaar van het pachtrecht, maar eigenaar van het land. Zes morgen lagen in “de suijthoeck” onder Vrouwenparochie, waarschijnlijk ten westen van de Hamerenweg. In 1647 verkocht hij zijn bezit. We hebben een proclamatie gevonden: “Den 29 Martij 1647. Albert van Wijingaerden, secretaris opt Bilt en Griethie Tonisdr, egtelieden, begeren bode en consent opde coop van omtrent vijf en twintig morgen old Billant met de nieuwe huisinge, schuire, berg, boomgaard en plantagie, staende en gelegen onder L. vrouwe Parochie aende dijk, hebbende Bruijn Gijsbert Geersma ten oosten, Arien Cornelis Gelder ten suiden, de heerewech ten westen ende herevaert en olde dijk ten noorden, belast met vijff jaartallen mits daervoor ten huir gevend vrij gelt xxiiii caroligulden vant morgen, alsoo gecoft van Willem Dirk Willems en Neeltie Aert Claes (… ) ijder morgen voor 542 caroligulden.” De verkopers werden huurder voor vijf jaar voor 24 caroligulden per morgen.

 

De kruisweg

Na de vijf jaar werd het huurcontract verlengd want na het overlijden van Willem Dirck Willemsz bleef zijn weduwe pachter. Volgens het stemkohier van 1655 was “Neeltie Willems wedue meijerse” en dat is onze Neeltie Aert Claesdr. Eigenaar Albertus van Wijngaerden was een zoon van Jacob Marten Claesz en Nammentie Albarts. Zijn grootmoeder aan moeders zijde, Marijtie Cornelis Femmes, was een dochter van Cornelis Femmes, pachter van OBD 1223 (nu A. Oosterhof) en woonde zelf op Groot Mahu in de Westhoek (OBD 1177). Albertus studeerde en noemde zich Wijngaerden naar de oude benaming van zijn geboorteplaats en niet omdat hij afstamde van de broers Dirck, Floris en Jacob van Wijngaerden, drie van de vier bedijkers. Albertus van Wijngaerden was van 1641 tot 1661 secretaris van de grietenij het Bildt en heemraad van (het waterschap) het Nieuw Bildt vanaf 1671 tot aan zijn dood in 1681. Hij bezat veel land en huizen op het Bildt.

De erven Albertus van Wijngaerden verkochten de plaats aan Willem van Haren, de grietman van het Bildt. We hebben een proclamatieakte gevonden: “Over ’t geregte geproclameerd 8 maij 1693. d’ Hoog edelgeboren heere jr. Willem van Haren grietman van der Bildt etc begeert bode ende consent op de coop van de grond en eigendom van sekere heerlijcke huisinge, schuire en hovinge cum annexis met negentien morgen eigen grond en de overdrachte oft pachtrecht van tien morgens State land, staande ende gelegen aan de oude dijck onder Vrouwen parochie hebbende de oude dijk ten noorden, de kruisweg ten westen, Jacob Scheltes gebruijckende landen ten oosten, de erven van D… Joannes van der Meij landen ten zuiden, ijder morgen belast met een floreen ende gewoonlijcke gemeentsomslagen … de gepachte landen daer en boven met pacht en propijn volgens de heeren Rentmeesters ende ontvangers registers, met de geregtigheit van een stem (…) alsoo gecoft van de heer Sufridus Wetten en Grietie en Anna Wetten gesterckt met haar vader sampt Lodewijk van Ten…, secretaris van Doniawerstal te samen erfgenamen van wijlen de heer heemraad Albart van Wijngaarden, ijder morgen soo eigen des State land door malcander met de huisinge, schuire cum annexis daar inne versmeltende voor drie hondert vijftien caroliguldens, te betalen op drie gelijcke terminen op meij 1693, 1694 en 1695 telckens een geregte darde part in vrij ende schadeloos geld (…)”

N.B. De tien morgen gepachte Bildtlanden lagen aan en ten westen van de Attesweg. Tot 1838 zou de plaats nu in eigendom blijven van de familie Van Haren en haar erven.

 

Majoor Sirtema van Grovestins

In 1698 was ene Schelte Jacobsz pachter. Hij was toen tevens pachter van Schoonoord (nu OBD 93 – Ane van der Meer). We hebben redenen om aan te nemen dat dit niet dezelfde persoon is als de Schelte Jacobs die in 1670-1674 eigenaar en bewoner van OBD 287 (nu Stapert) onder St.-Annaparochie was. In 1708 pachtte Arjen Hendriks de plaats die nog altijd bestond uit 29 morgen en 44 roede Oudbildtland en voor 1728 was Jan Clasen pachter (in 1738 nog).

Catharina van Haren, dochter van Willem van Haren III en Frouck van Burmania, was in 1708 getrouwd met Jan Douwes Sirtema van Grovestins. Hij was majoor en ritmeester van een compagnie ruiters en eerste edelman van prinses Maria Louise, gouvernante van Friesland, douairière van stadhouder Johan Willem Friso. Catharina’s naam prijkt als eigenaar op de Statenkaart van 1735. Aan de hand van die kaart kunnen we de 29 morgen een plaatsje geven. De negentien morgen eigen land (het grootste gedeelte van het land dat in 1638 van de Staten van Friesland was gekocht) lag in een kavel ten oosten van de Attesweg. Slechts twee morgen daarvan was weiland. De tien morgen Statenland (dat werd dus nog gepacht van de Staten van Friesland) lag aaneen ten westen van de Attesweg, ongeveer halverwege Oudebildtdijk en Middelweg, waar in vervlogen tijden ook een boerderij stond en die voor 1693 uiteengevallen was.

 

De familie Wiglama

In 1752 toen de Staten van Friesland het gehele Oud Bildt verkochten, werd “vrouwe Catharina van Haren, de weduwe Grovestins” hier ook eigenaar van. Pachter was in 1758 Gerrit Tjeerds en tien jaar later Claes Attes. Deze Claes noemde zich Wiglama en trouwde in 1763 met Hiltje Hendriks (kwam van Rauwerd). In december 1790 overleed Claes Attes. Toen volgde zoon Atte Klazen Wiglama in vaders voetsporen en dan zijn we thuis bij de naamgever van de Attesweg. Atte werd geboren op tweede kerstdag 1764 hier aan de weg die nu zijn naam draagt. Hij trouwde in 1788 in de kerk van Vrouwenparochie met Sjoukje Johannes Gorter, een van de dochters van Johannes Leenderts en Eeke Jarigs, het rijke echtpaar te Wier (zie 500 x 52, aflevering 37). Atte en Sjoukje kregen zes kinderen. In 1818 woonde Atte hier nog, maar toen hij in 1826 hertrouwde met de 24 jaar jongere Trijntje Pieters Haarsma (geboren te Ried), was hij al naar St.-Annaparochie verhuisd. Zoon Leendert Attes Wiglama was hier toen boer. Hij trouwde in 1827 met Hijke Pieters Tuinstra, een gardeniersdochter van Vrouwenparochie. Zij kregen geen kinderen. Leendert overleed op de boerderij op 24 december 1831, acht uur ’s avonds.

Van 1832 tot 1839 werd de plaats bemeierd door Hein Pieters Dijkstra (tot 1835), door Gerben Hendriks Bosje (tot 1837) en toen de plaats in 1837 gekocht werd door de gebroeders Jacob en Jarig Attes Wiglama werd de boerderij bemeierd door Pieter Jentjes Ottema. In de jaren 1839 – 1840 werd de plaats waargenomen door Jacob Attes Wiglama die landbouwer was op OBD 111 (Hessel Smits). In de periode 1840 – 1842 was Sijtze Jacobs Hoekstra meijer. Ook toen hoorde de plaats bij OBD 111.

Daarna werd deze boerderij zeg maar ingelijfd bij de westelijker gelegen plaats (Attesweg 29), waar landbouwer Klaas Arjens Wassenaar woonde (zie 500 x 52, aflevering van vorige week).

 

Verkoop 1837

Dus tot 1832 was Leendert Attes Wiglama hier landbouwer. Op het Oud Bildt bewerkte hij 28,326 hectare. Na zijn overlijden werd zijn broer Jacob Attes Wiglama de pachter en liet de plaats bemeieren.

De familie Sirtema van Grovestins, wonende te ‘s-Gravenhage, was nog altijd eigenaar en zij ging over tot verkoop, wat blijkt uit een advertentie in de Leeuwarder Courant van 19 april 1837: “Notaris J.C. Kutsch te Leeuwarden zal zaterdag 22 april in de herberg van Abraham J. Borger te Oudebildtzijl en 6 mei in die van W.P. Molenaar te Lieve Vrouwen-Parochie verkoopen een zathe en landen met huis en schuur no. 116, hovinge etc. bij Oudebildtzijl aan den Oudenbildtdtijk, groot 40-63-80 bunder, bij Jacob Attes Wiglama in gebruik.” Van de dertig hectare op het Oud en de tien op het Nieuw Bildt was slechts 1,252 hectare weiland. Huis, schuur en land waren in mei 1838 te aanvaarden. Op de 24 percelen werd in totaal ƒ 20.643,75 geboden.

Jacob en Jarig Attes Wiglama werden koper van huis en schuur en plusminus negentien morgen op het Oud Bildt. Jarig Attes Wiglama was landbouwer op OBD 287 (Sijbe Stapert) en pachter Jacob Attes Wiglama werd in 1837 dus medekoper. Jacob was boer op OBD 111 (Hessel Smits) en stierf daar ongehuwd in 1851.

Zijn broer Jarich Attes Wiglama was wel getrouwd en woonde tot zijn overlijden op Zomerrust (OBD 287, Sijbe Stapert). Een zoon uit dit huwelijk, Atte Jarigs Wiglama, kwam nadat de pachtjaren van buurman Klaas Arjens Wassenaar waren verlopen, op de boerderij wonen. Atte trouwde in 1857 met IJmkje Teunis Wassenaar, een dochter van Teunis Gerrits Wassenaar en Grietje Braunius Oeberius, boer en boerin op Veldzorg (nu Middelweg-oost 116, A.W. Anema). Atte Jarigs Wiglama had een gemengd bedrijf. In 1854 had hij 14 runderen op stal staan die trouwens een waarde vertegenwoordigden van ƒ 762,–.

 

Nieuwbouw 1857

Atte en IJmkje lieten hier een nieuwe boerderij bouwen. De grote bewaard gebleven gevelsteen in de westmuur van de huidige bebouwing getuigt hier nog van: “Deze woonhuizinge en schure is gesticht door Atte Jarigs Wiglama en IJmkje Teunis Wassenaar in den jare 1857.”

Op de oudste kadastrale kaart van 1832 zien wij een winkelhaakboerderij met de rechtehoek wijzend naar het noordwesten. De schuur liep evenwijdig aan de Oudebildtdijk en het huis parallel aan de Attesweg. Deze situatie komt volledig overeen met wat op de Statenkaart van 1735 is getekend. Bij de nieuwbouw in 1857 zijn het huis en de schuur op de oude funderingen herbouwd.

Het echtpaar Wiglama kreeg hier twee kinderen (en later nog eentje op Veldzorg). Vanaf 30 april 1866 woonde ene Halbe Lubbertus Pfeiffer bij de Wiglama’s in. Hij was niet verwant, had geen beroep en werd te Groningen geboren als zoon van Paulus Pfeiffer die aldaar kruidenier was. De mysterieuze man stierf hier in november van dat jaar. Twee jaar later heerste er een besmettelijke ziekte onder de schapen van Atte Jarigs Wiglama. Van Aisma, de burgemeester van het Bildt moest Wiglama een tijdlang het verhandelen en vervoeren van de viervoeters verbieden.

Op 12 mei 1869 verhuisde het gezin Wiglama naar Veldzorg en vond er een ruil van eigendom plaats. De vader van IJmkje, Teunis Gerrits Wassenaar werd eigenaar van de boerderij die we hier behandelen. Hier kwam nu Jan Teunis Wassenaar wonen. Hij was een broer van de net vertrokken IJmkje. Jan Teunis Wassenaar was getrouwd met Romkje Pieters van der Heide. Zij werd geboren te Ferwerd en werd moeder van zes kinderen (een stierf jong). In 1872 werd er ingebroken bij Jan Teunis Wassenaar. “Eenig zilver en kleding” werden ontvreemd.

In juli 1874 overleed landbouwer Jan Teunis Wassenaar. Romkje bleef hier wonen met haar vijf kinderen en hertrouwde in 1878 met Cornelis Gerlofs Jensma. Deze doopsgezinde landbouwer was een zoon van Gerlof Cornelis Jensma en Antje Lieuwes Wiersma die aan de Middelweg boerkten (nu De Buurfrou, Middelweg-oost 34). Dit gezin verhuisde in 1884 daar naar toe.

 

 

Verkoop 1883

De eigenaar Theunis Gerrits Wassenaar overleed in 1873, waarna de kinderen massaal eigenaar werden. Een voor een: 1. Amerens was getrouwd met schoolmeester Jan Glastra van Loon; 2. Wijtske was getrouwd met de Stienser veearts Otto Vlaskamp; 3. IJmkje (zie hierboven); 4. Maria was getrouwd met Arend Vlaskamp, burgemeester van het Bildt en broer van de veearts en 5. Jan die hier als landbouwer woonde. Zij adverteerden in de Bildtsche Courant van 22 november 1883 het volgende: “Verkooping van de zathe aan den Attesweg en de vaart op het Oud Bildt, in gebruik bij Cornelis Jensma; dadelijk te aanvaarden, de woning mei 1884; huis, schuur enzovoort met 20-46-30 H.A.” Het merendeel van het bouw- en weiland werd gekocht door de gebroeders Arjen en Klaas Klazes Wassenaar voor ƒ 41.766,10. Andere kopers waren: 1,366 hectare bouwland ten westen van de Attesweg door A.H. Palsma voor ƒ 2.604,–; 86,8 are bouwland ten westen van de Attesweg door Thomas J. van der Leij voor ƒ 1.770,–; 4,175 hectare weiland in de Zuidhoek onder Vrouwenparochie door P.J. van der Leij voor ƒ 8.446,55; 3,378 hectare bouwland op het Nieuw Bildt door Baukje Palsma, echtegenote van Simon Berkhout voor ƒ 4.171,60. Totaal leverde de plaats ƒ 58.765,25 op. N.B. Onder de kopers herkennen we eigenaren van andere, reeds door ons behandelde boerderijen aan de OBD.

 

De familie Koning

De kopers, de gebroeders Arjen en Klaas Klazes Wassenaar, verhuurden de plaats aan of lieten hem bemeieren door Feike Jelles Zittema die gehuwd was aan Sjoukje Kornelis Boterhoek. In 1889 kwam Klaas Arjens Wassenaar hier wonen. Hij stak de Attesweg over, immers hij was een zoon van Arjen, een van de eigenaars, die op de boerderij ten westen van de Attesweg woonde. Klaas Arjens Wassenaar verhuisde dus van Attesweg 29 naar 30 nadat hij in mei 1889 op 25-jarige leeftijd trouwde met Hiltje Jorritsma. Zij was een zuster van Hotze Theodorus Jorritsma, de wonderbaarlijke vader van Aurelius Jorritsma, beter bekend als Rely Jorritsma van het naar hem genoemde Fonds. Dus Hiltje was een tante van de in 1952 gestorven Rely.

In 1893 stierf eigenaar Arjen Klazes Wassenaar en zijn broer en mede-eigenaar Klaas Klazes kocht nu de andere helft van de plaats. Na zijn overlijden in 1896 en na boedelscheiding werd dochter Saapke Klazes Wassenaar eigenares van huis, schuur, boomgaard en 20,463 hectare land.

Het gezin Wassenaar-Jorritsma vertrok in mei 1909 naar Leeuwarden. Toen werd de plaats twee jaar verhuurd aan of bemeierd door Folkert Tjerks Bouma die getrouwd was met Aukje Wopkes Brouwer.

In 1911 kwam Jarig Ouwes Koning hier wonen. Hij werd in 1877 te St.-Annaparochie geboren en trouwde in 1899 met Saapke Klazes Wassenaar, eigenares van de plaats. Het echtpaar kreeg een kind: Ouwe. Jarig Ouwes Koning en zijn vrouw verhuisden in april 1926 naar Hardegarijp. Toen werd zoon Ouwe Jarigs Koning hier landbouwer. Hij trouwde dat jaar met Grietje Sijbes Hoekstra, een dochter van Sijbe Joukes Hoekstra en Gelske Jarigs Kramer, boer en boerin op OBD 749 (nu Piet H. Hoekstra – zie 500 x 52, aflevering 22). Ouwe Koning was net als zijn vader een verwoed jager. Het echtpaar kreeg drie kinderen: Jarig, Gelske en Saapke. Vader Ouwe Koning droeg huis, schuur, erf en 37,192 hectare op het Oud Bildt en nog twee percelen op het Nieuw Bildt in augustus 1959 over zijn zoon Jarig Koning. Deze zoon was in 1952 getrouwd met Sjoukje Boelstra. Zij besloten in 1990, daar er geen opvolgers waren, het bedrijf te verkopen.

 

Gesmolten ijs

“Een van de mooiste boerderijen van het Bildt ging in vlammen op” kopte De Bildtse Post van 30 december 1968. We citeren enkele passages uit het artikel: “Zaterdagavond 28 december heeft een felle uitslaande brand een van de mooiste boerderijen van het Bildt, prachtig gelegen tegen de Oudebildtdijk aan het eind van de Attesweg onder Vrouwenparochie, volkomen in de as gelegd. Ver in de omtrek was het licht als bij dag. Op de Oudebildtdijk tegenover de schuur was het niet uit te houden van de warmte. Het ijs in de sloot voor het woongedeelte was gesmolten. Het was onstellend te zien hoe snel het vuur om zich heen greep. In goed drie kwartier was van de boerenhuizinge eigenlijk niets meer over. Alles werd door de vlammen verteerd.”

In 1969 werden huis en schuur herbouwd. Die bebouwing staat er thans nog.

Jarig Koning verkocht in maart 1991 de plaats aan Wytze Smits, de huidige hoofdbewoner en broer van Hessel Smits die we reeds op OBD 111 (zie 500 x 52, aflevering 42) zijn tegengekomen. Het akkerbouwbedrijf bestaat heden ten dage uit 52 hectare op het Oud Bildt.