BILDTSE PLAATSEN – nr 43 – Attesweg nr 29

Douwe Zwart – Bildtse Post, 26-10-2005

 

Attesweg 29

Eer wij de Attesweg passeren, zien we aan onze rechterhand een winkelhaakboerderij staan. Hij staat vreemdgenoeg een beetje zuidelijker dan alle andere boerderijen die hier in de regio aan de Oudebildtdijkstervaart staan. We nemen scalpel en pen ter hand en ontleden deze week Attesweg 29.

We beginnen onze speurtocht zoals altijd met het raadplegen van de oudste Bildtrekening, de boekhouding die de ontvanger van de Staten van Friesland bijhield om de pachtinkomsten van het Bildt te verantwoorden. Maar voor we in die stoffige boeken duiken, vertellen we eerst nog dat deze plaats in de Scout van Delftscavel en de Philips van der Doescavel lag. Deze kavels lagen respectievelijk ten westen en ten oosten van de Attesweg. De Scout van Delftscavel werd in het westen begrensd door de kaarsrechte sloot ten westen van Hessel Smits (OBD 111), in het zuiden door de Middelweg-oost, in het oosten door de Attesweg en in het noorden door de Oudebildtdijk. Hij was 109 morgen groot. De Philips van der Doescavel was een lange smalle kavel van 118 morgen. Hij werd in het westen begrensd door de Attesweg en de Hamerenweg en in het oosten door de kaarsrechte sloot ten westen van Schoonoord (OBD 93). Deze kavel liep vanaf de Oudebildtdijk tot aan de knik die de Hamerenweg maakt in de zuidhoek van Vrouwenparochie.

 

Bildtrekeningen

In 1527 pachtte ene Sijtze Jansz hier 39 morgen en 241 roede Oudbildtland. Hij komt niet voor als pachter van buitendijks land. Het land van de later onstane maar inmiddels reeds lang verdwenen boerderij ten westen van de Attesweg, halfweg OBD en Middelweg, zal in het begin der Bildttijden nog bij deze boerderij hebben behoord. Voor 1536 was het pachtrecht van de ruim 39 morgen overgegaan naar Gosse Bouwensz. Voor 1547 traden er echter grote veranderingen op. De zojuist aangehaalde plaats ten westen van de Attesweg was toen al gesticht. De plaats aan de Oudebildtdijk was gereduceerd tot 11 morgen en 242 roede. Pachters was Wigger Mijnthiesz en Griete Zijts (we weten niet of zij een echtpaar vormden). De namen klinken ietwat bekend in onze oren en dat kan kloppen want we hebben vorige week al een beetje kennis met hen gemaakt. Griete Zijts kwamen we in 1554 tegen als pachteres van landen die ooit bij OBD 111 (Hessel Smits) in gebruik waren en Wigger Mijnthiesz is een meer dan waarschijnlijke zoon van Mintge (of Mijnthie) Lieuwes, de pachter van oostelijker gelegen land aan de OBD. Pachter Wigger (of Wieger) Mijnthiesz was getrouwd met ene Berber. Zij hadden ten minste een zoon: Mijnthie Wichers. Pachter Wigger Mijnthiesz overleed weldra en zijn weduwe trouwde nu met Claes Jacobsz en hem vinden we in de Bildtrekening van 1554 terug als pachter van 13 morgen Oudbildtland. Deze Claes Jacobsz pachtte wel buitendijks land: kavel 12, groot ruim 25 morgen. (Kavel 12 wordt in het westen begrensd door de sloot ten oosten van OBD 126 en in het oosten door de sloot ten oosten van OBD 112.)

 

Boerin Barbara

Van het oorspronkelijk land dat tot omstreeks 1540 bij deze plaats hoorde, kocht Claes Jacobsz ruim zeven morgen uit de boedel van Griete Zijts en voegde dat toe tot zijn arsenaal; in 1566 was deze plaats bijna 21½ morgen. Dat jaar was Claes Jacobsz ook pachter van bijna 27 morgen onbedijkte land in kavel 9 (wordt in het westen en in het oosten respectievelijk begrensd door OBD 108 en OBD 98).

Dan halen we de kaart van Jan Jansz Coster uit 1570 uit de kast en zien dat bij deze boerderij ‘Berber Claes Jacobs wed’ als gebruiker staat genoteerd. Dat moeten we lezen als: Berber (of Barbara), de weduwe van Claes Jacobsz. We zien ook luid en duidelijk dat deze boerderij toen reeds ietwat zuiderlijker stond dan alle andere in de omgeving.

In de Bildtrekening van 1574 vinden we haar terug als eigenaar van het pachtrecht van bijna 20 morgen. Uit de Gabbemakaart van 1584 kunnen we opmaken dat Berber pachter was van de boerderij die we hier bespreken met 35 morgen. Dat is de helft meer dan tien jaar eerder. We hebben vage vermoedens dat in het morgental de plaats ten oosten van de Attesweg begrepen is. Op de een of andere manier heeft Berber ook het pachtrecht van die plaats (nu Attesweg 30) verkregen.

Dan staan we weer voor de brede sloot. Er zijn niet veel gegevens voorhanden uit de periode 1584 – 1629. De pachter in 1629 heette Aert Claesen en we zouden mogen veronderstellen dat hij een zoon was van de vorige pachter, van Claes Jacobsz, maar dat is zeker niet waar. Aert Claesen was een zoon van Claes Stevens de olde en Neeltie Willemsdr, boer en boerin aan de OBD onder St.-Jacobiparochie (OBD 749, nu P. Hoekstra) en hij was in 1629 pachter van ruim 21 morgen. Hij kocht voor 1632 nog het pachtrecht van ruim 9 morgen erbij, hetgeen resulteerde in een plaats van 31 morgen en 39 roede. Aert Claesen was een Wassenaar alhoewel die naam destijds nog niet door de ‘Wassenaars’ werd gebruikt. Hij was voor 1600 getrouwd met Dirckie Aertsdr en in 1606 met Aefie Claesdr. Zij was een dochter van Claes Barthouts (ook een ‘Wassenaar’) en Maritgen Remmelt Gerbrandsdr. We hebben zekerheid dat dit echtpaar in 1620 onder St.-Annaparochie woonde. Uit het eerste huwelijk werden vijf kinderen geboren. Uit het tweede twee: Claes rond 1610 en Steven rond 1620.

 

Gekocht van Staten

Op 5 januari 1635 stierf Aert Claesen te St.-Anna, dus mogen we aannemen dat deze boerderij werd onderverhuurd of bemeierd. De erven Aert Claesz betaalden destijds 255 caroligulden en 13 stuivers pacht per jaar voor ruim 31 morgen Oudbildtland.

Zoals we weten verkochten de Staten van Friesland in 1638 het Nieuw Bildt alsmede zestien plaatsen aan de Oudebildtdijk. Ook deze die we nu bespreken, werd verkocht. Kopers waren Aert Claesen weduwe en erfgenamen. Zij betaalden voor 31 morgen en 52 roede 9.248 caroligulden, vijf stuivers en tien penningen. Kavel 9 die in gebruik was bij deze boerderij werd gekocht door Assuerus van Vierssen, de rentmeester van de Staten.

Steven Aertsz, de tweede zoon van de weduwe Aert Claesz, trouwde in januari 1650 in de kerk van St.-Jacobiparochie met Aechie Willemsdr. Zij was een dochter van Willem Dirck Ariensz en Gaatske Gaelesdr, boer en boerin onder St.-Jacob. In 1640 was de weduwe Aert Claesen stemhouder van de plaats die in 1652 werd verkocht. We citeren een proclamatieakte: “Over ’t geregt den 1 proclamatie 22 november 1652 – Steven Aerts en Aegie Willem Dirx egteluiden begeere bode en consent op de coop vande grond en eigendom van een vijf seste delen vande sate lands groot int geheel een en dartig morgen 46 roeden mette eigendom van huisinge, schuur, boomgaard en andere toebehoorens staande ende gelegen onder L. vrouwen parochie hebbende den olde dijk ten noorden, de heer Grietman Haren cum socijs ten westen, de secretaris Albert van Wijngaarden ten oosten en Arien Cornelis Gelder ten suiden belast met de floreen en omslagen gelijk de naestgelegene landen, vrij van huiringe en jaertallen, ieder morgen gecoft vande erfgenamen van Aefie Claesen erven, wedue van Aert Claes voor 725 caroligulden vrij gelt te betalen op vier gelijcke terminen daeraf maij 1652 ten eersten (…)”

N.B. Vreemd is dat Van Wijngaarden als naastligger ten oosten wordt genoemd want dat moet eigenlijk de weg (Attesweg) zijn. Secretaris Van Wijngaarden was echter wel eigenaar van boerderij Attesweg 30, dus in die zin klopt het wel.

 

Wassenaars

Steven Aertsz en Aechie Willem Dirx kregen twee kinderen: Aefie en Aart (geboren ± 1655). Dochter Aefie Stevens trouwde al op jonge leeftijd met Pieter Siouckes. Zoon Aart Stevens bleef vrijgezel. Rond 1664 stierf eigenaar Steven Aertsz. De twee kinderen erfden de plaats. In 1670 was zwager Pieter Siouckes de gebruiker, maar toen Aart Stevensz meerderjarig was, betrok hij als mede-eigenaar de boerderij. Hij was vanaf 1700 solo-eigenaar, liet hier in 1702 nieuwbouw plegen en woonde en werkte hier in 1738 nog. Hij liet zich Heslama noemen ofschoon de familienaam Wassenaar toen al in gebruik was en hij wel degelijk een Wassenaar was. Maar ach, Heslama is wel een mooie en bovendien ongebruikelijke naam.

In 1737 bestond de plaats uit ongever 30½ morgen op het Oud Bildt. Daarvan was 5¾ morgen weiland. Het land lag ten zuiden van Heslama’s eigen en buurmans boerderij (OBD 111 – Hessel Smits), alles ten westen van de Attesweg. Volgens de Statenkaart van 1735 stond hier een winkelhaakboerderij. De schuur liep parallel met de Oudebildtdijk en het huis deed dat met de Attesweg. De rechtehoek wees naar het noordoosten.

Aart Stevensz was inmiddels overleden en twee achterneven, kinderen van volle neef Arjen Clasen Wassenaar en Aaltje Boijens Abesdr, erfden de plaats voor 1748. Zij heetten Boijen Arjens Wassenaar en Aart Arjens Wassenaar. Voor 1758 verwierf Aart het deel van zijn broer en was hij volledig eigenaar van de plaats.

Een zoon van de tweede achterneef was in 1748 al de gebruiker. Hij heette Claas Aarts Wassenaar. Hij was getrouwd met Maartje Bentes Proost en zij kregen vier kinderen: Brechie, Aart, Grietie en Arjen. In 1778 was de weduwe de gebruiker, de vier kinderen waren eigenaar. De jongste zoon, Arjen Clazen Wassenaar trouwde op 21-jarige leeftijd in 1792 in de kerk van Vrouwenparochie met Aaltje Pieters Wassenaar. Hij was voor 1788 door boedelscheiding eigenaar van de plaats (nog altijd 31 morgen en 46 roede) geworden en werkte en woonde hier. Het echtpaar kreeg drie kinderen: Maartje, Klaas, en Pieter die in 1801 ter wereld kwam. Een jaar later overleed vader Arjen. Weer zes jaar later overleed moeder Aaltje. Waar de weeskinderen toen zijn ondergebracht is ons onbekend, maar waarschijnlijk zijn zij bij familie wonende onder St.-Jacobiparochie ondergebracht. Wat we wel weten is dat ene Arjen Jans Dijkstra als meier de boerderij in 1811 bewoonde, met zijn vrouw Trijntje Lieuwes. In 1812 woonden zij echter weer elders. Wie hier op de plaats van de drie weeskinderen van 1812 tot 1829 heeft gewoond, is niet helemaal duidelijk. We hebben echter onder de akten van Wijtze Kuijpers, notaris te Vrouwenparochie, een huurcontract van 11 oktober 1826 gevonden tussen verhuurder Klaas Arjens Wassenaar te St.-Jacobiparochie en huurder Arjen Dirks de Jong te Vrouwenparochie: “eene zathe en landen met huizinge, schuur, hovinge, bomen en plantagie en verder op en aanbehoren onder Vrouwen-Parochie, groot naar naam en faam 44,092 bunders bouw- en greidland voor ƒ 1.440,– ’s jaars.”

 

Ogen blauw, kin rond

In 1829 woonde Klaas Arjens Wassenaar, dus het tweede kind van Arjen en Aaltje, hier. Hij was door boedelscheiding tussen 1818 en 1828 volledig eigenaar geworden en was in 1826 getrouwd met boerendochter Saapke Rienks Rienks. Klaas Arjens Wassenaar gebruikte in de jaren 1842 – 1846 de boerderij ten oosten van de Attesweg (Attesweg 30, nu W. Smits) bij zijn eigen.

Met de instelling van het kadaster in 1832 hebben we de beschikking over gedetailleerde kaarten. De boerderij was destijds van het winkelhaaktype. De schuur liep evenwijdig aan de attesweg en het huis wees naar het oosten. De rechtehoek wees naar het zuidwesten. Dat verschilt nog al met de situatie in 1735. De boerderij stond en staat nog steeds niet direct aan de Oudebildtdijkstervaart. Dat was in 1735 ook al zo en we hebben zopas gelezen dat dat in 1570 ook al zo was. Waarom? Dat weten we niet, maar het blijft curieus.

Klaas Arjens Wassenaar had een gemengd bedijf. In 1852 had hij achttien runderen op stal staan.

Willen we ook weten hoe Klaas eruit zag? In een militair lotingsregister zijn we zijn signalement tegengekomen: “lang: 1.68 m, aangezicht: ovaal, voorhoofd: smal, oogen: blauw, neus en mond: ordinair, kin: rond en haar en wenkbraauwen: bruin”. N.B. Ordinair betekent hier gewoon.

De blauwogige Klaas Arjens Wassenaar kreeg met zijn vrouw vijf kinderen. Zoon Arjen Klazes Wassenaar nam het bedrijf over toen zijn vader in oktober 1858 overleed. Deze zoon woonde hier met zijn vrouw Froukje Klazes Osinga (kwam van Marrum) en zij kregen vier kinderen: Klaas, Douwe, Rienk en Saapke. Een voor een: zoon Klaas verhuisde naar de oostelijker gelegen boerderij (Attesweg 30 – volgend week meer daarover); zoon Douwe studeerde voor onderwijzer; zoon Rienk werd landbouwer op de Oude Bildtpollen (NBD 142 – geen boerderij meer, thans woning) en dochter Saapke trouwde met Johannes Sipkes Bouma.

 

Familie Van der Werff

Eigenaar en bewoner Arjen Klazes Wassenaar overleed hier in 1893. De weduwe Froukje Klazes Osinga bleef hier tot 1897 wonen. Dat jaar trouwde onderwijzer Douwe Arjens Wasenaar met Trijntje Hilarides (geboren te Pingjum) en nam het bedrijf over! De plaats, 32,919 hectare op zowel het Oud als het Nieuw Bildt, bleef ongescheiden in massaal bezit van de vier kinderen totdat door boedelscheiding in 1921 Klaas Arjens Wassenaar de eigendom verkreeg.

Douwe Arjens Wassenaar en Trijntje Hilarides verhuisden met hun twee zonen in mei 1916 naar Breukelen. Toen kwam Jan van der Meij hier wonen. Hij was getrouwd met Froukje Bouma, een dochter van de net genoemde Johannes Sipkes Bouma en Saapke Arjens Wassenaar. Saapke was een van de vier eigenaars. Het echtpaar kreeg drie kinderen die na verloop van jaren uitvlogen. Jan van der Meij en Froukje Bouma vertrokken in mei 1946 naar Leeuwarden, toen Pieter IJtzens van der Werff zich hier vestigde. Deze te Stiens geboren landbouwer was namelijk op 15 mei 1946 getrouwd met Clara Dora Smeding en zij was mede-eigenaar. Even uitleggen: Klaas Arjens Wassenaar was in 1921 eigenaar van de plaats. Hij overleed zes jaar later. Hij had één dochter, Sjoerdje en zij was getrouwd met Andries Thomas Smeding, veehouder te Deinum. Uit dit huwelijk werd onder meer de genoemde Clara Dora geboren en de cirkel is rond.

We hebben gelezen dat Aert Claesen (Wassenaar) hier tussen 1620 en 1629 is komen wonen en dat zijn erven deze plaats in 1638 van de Staten van Friesland hebben gekocht. Daarom kunnen we stellen dat deze boerderij in de tijdspanne 1620-1939 drie-hon-derd jaren aaneen eigendom was van een en dezelfde familie. Een unicum, wat betreft 500 x 52.

Uit de kadastrale leggers 1832-1975 blijkt dat er slechts sprake is geweest van bijbouw (kalverhok, garage), maar dat de schuur intact is gebleven. Het oude boerenhuis werd evenwel in 1955 gesloopt en er verrees een nieuw woonhuis met een verdieping in gele steen.

Pieter van der Werff en Clara Smeding kregen twee kinderen, waarvan zoon IJtzen Pieter van der Werff in 1973 trouwde met Gelske Klaske de Jong. Zij woonden eerst op het Nieuw Bildt onder St.-Annaparochie (NBD 227). Vader Pieter en zoon IJtzen ruilden in maart 1986 van woning; senior ging naar de Nieuwebildtdijk en junior kwam op Attesweg 29 wonen. Het echtpaar Van der Werff woont er anno 2005 nog.