BILDTSE PLAATSEN – nr 41 – Ouwedyk 201

Douwe Zwart – Bildtse Post, 12-10-2005

 

Omstreeks 1547 gesticht

We hebben vorige week gelezen dat OBD 219 (nu het huis van Ebbing Sipma) tot 1547 een was met de oostelijker gelegen boerderij. Dus kunnen we stellen dat de boerderij die we nu behandelen, Oudebildtdijk 201 toen is ontstaan. Hij staat nog net binnen de oude dorpsgrens van St.-Annaparochie, het meeste land lag, zoals we zullen zien, onder Vrouwenparochie.

N.B. We gebruiken hier ‘Vrouwenparochie’ i.p.v. Oudebildtzijl omdat dat historisch zo is verankerd. Het Bildt was vanaf de dageraad verdeeld onder de drie parochiedorpen. Oudebildtzijl was een gehucht – destijds Nije Sijl geheten, ontstaan doordat de sluis er lag.

Op 13 morgen van het land dat oorsponkelijk gepacht werd door Jan Heijndrickxz (tot 1527), zijn weduwe Nijsgen (tot 1536) en haar erfgenamen (tot 1547) werd toen een afzonderlijke boerderij gesticht. Pachter was destijds Joost Cornelis Kuijcken. Hij pachtte er geen buitendijks land bij, dus kunnen we stellen dat dit destijds een kleine plaats was. In 1554 treffen we Pouwels Pietersz als pachter in de Bildtrekeningen aan. Hij werd voor 1566 opgevolgd door Adriaen Lenartsz. Deze Adriaen was ook mede-pachter van kavel 16 (ten oosten van de in gedachten doorgetrokken Langhuisterweg).

Op de kaart van Jan Jansz staat deze boerderij getekend en de naam van de gebruiker luidt Baucke Briotix. Hem kennen we nog van vorige afleveringen van 500 x 52; hij was ook pachter van de landerijen direct ten oosten van de Langhuisterweg. Bij deze plaats werd toen kavel 15 gebruikt. Pachter daarvan was in 1566 de zopas vermelde Adriaen Lenartsz en in 1574 Baucke Brioticxz. De kavel was 23 morgen en 430 roede groot.

Op de Gabbemakaart van 1584 staat bij deze boerderij de naam Jan Hendrics Vermeij vermeld. Dat is een telg uit de familie Van der Meij. Over hem is niet veel bekend. Waarschijnlijk is hij een broer van Cornelis die in 1574 pachter was van OBD 319 (nu Frans Palsma). Hoe de overgang is gegaan – door verkoop of door vererving – weten we niet maar Waling Ariens was de volgende pachter. Hij was getrouwd met Maet Harrentsdr en zij verkochten in februari 1609 “met consent van de rentemeester J. van Feijtzma, aen Daem Claesz en Marijtie Clasedr egtelieden aen Anna gebuijrte de bruijckwaer van onse gebruijckende stede Billandts groot 62 morgen zoo wel nieuwe bedijcte als binnenlanden; daertoe verkoft onse huijsinge, schuijre, coornbergh en luttickhuijs ofte brouhuijs cum annexis met ook nog een cleijnhuijs bij onse arbeiders bewoond”; alles voor 27.900 caroligulden. Zo bleef het pachtrecht van de plaats in de familie want Waling en Maet waren oom en tante van Daem Claesz die een zoon was van Claes Stevens d’jonge en Antie Harrents Vogel, boer en boerin onder St.-Jacobiparochie. Zijn vrouw Marijtie was een dochter van Claes Hendricks en Jannichie Arien Scheiffdr en zij woonden ten westen van de Stadhoudersweg (nu OBD 433, Stornebrink).

N.B. Onder de bovengenoemde 62 morgen was 38 morgen gelegen op het Oud Bildt. Hiervan was 13 morgen gelegen onder St.-Annaparochie en de rest lag onder Vrouwenparochie (de oude dorpsgrens tussen St.-Anna- en Vrouwenparochie liep direct ten oosten van de boerderij). Dat Oudbildtland onder Vrouwenparochie behoorde oorspronkelijk bij de verdwenen boerderij die tussen OBD 201 (Jan C. Hoogland) en OBD 111 (Hessel Smits) heeft gestaan. Volgende week meer hierover.

 

Familie Geersma

In 1621 was Daem Claesz hier nog boer want toen verkochten “Daem Claesz en Marichie Claesdr egtelieden bij de oude bilt seedijck onder Anna gebruijrte 2 paerden met een waegen aen Doije Claesz Wagenar in Anna gebuirte” maar in 1629 was Isbrandt Meijnerts hier pachter van 38 morgen en 130 roede Oudbildtland en 23 morgen en 430 roede Nieuwbildtland (kavel 15). Isbrandt was waarschijnlijk een zoon van Meijnert Isbrantsz, timmerman te St.-Anna en heeft het pachtrecht redelijk gauw verkocht aan Waling Harrents en Aechie Stevensdr die deze grote plaats in 1638 kochten toen de Staten van Friesland het Nieuw Bildt en zestien plaatsen op het Oud Bildt aan de Oudebildtdijk verkochten. Hij betaalde 10.700 caroliguldens voor 13 morgen onder St.-Anna- en 23 morgen en 130 roede onder Vrouwenparochie. In 1637 was Waling Harrents ook nog gebruiker van kavel 15, maar die werd in 1638 gekocht door dr. Isbrant Francq en Pieter Pieters Bechius (de westelijke helft) en door Pijtter Pijtters Bechius (de oostelijke helft, waarop spoedig een boerderij verrees).

In het stemkohier van 1640 komen we Waling Harrents nog tegen als eigenaar, maar voor 1655 was de plaats verkocht aan Bruin Gijsbert Geersma en zijn vrouw Hillegont de Gardijn ook wel aangeduid als Du Jardin. Zij was een dochter van Philippe du Jardin en Iefke Everdsdr Boner. Geersma was burgemeester van Harlingen. Pachter was in 1655 ene Jan Redders. In 1670 stond de stem van deze plaats op naam van de erven Assuerus van Vierssen, de rentmeester-generaal van Friesland en advocaat aan het Hof van Friesland. Hij was eerst gehuwd aan Uijlckien Boner (wellicht familie van mevrouw Geersma-Boner) en in 1637 trouwde Van Vierssen met Jeskien Geersma, een meer dan waarschijnlijk dochter van bovengenoemde burgemeester. In 1686 was François van Burum eigenaar. Hij was raadsheer aan het Hof van Friesland en in 1677 getrouwd met jonkvrouwe Titia van Viersen. Allemaal familie. Uit dit huwelijk werd Allard van Burum geboren. Vader François overleed in februari 1710.

In 1708 was Harmen Bouwes de pachter van deze plaats. Hij trouwde in 1697 met Trijntie Dirx die van Berlikum kwam en in 1717 huwde hij Heiltie Sijmons met wie hij in 1724 een tweeling kreeg.

Allard van Burum trouwde in 1705 te Leeuwarden met Catharina Johannes van Eijsinga en in 1719 in de Jacobijner kerk te Leeuwarden met Eleonora van Plettenbergh. Allard van Burum was grietman van Doniawerstal en later van Ferwerderadeel en in 1718 reeds eigenaar van de plaats die we thans beschrijven. Hij verkocht hem: “Over ’t gerechte den eerste proclamatie 6 september 1726 – Johannes Willems Vosma, coopman binnen Harlingen begeert bode en consent op de coop van seekere stemdragende sathe eigen Billand, groot na naam en faam acht en dartig morgen dog soo groot en klein, goed en quaad als deselve sijn, gelegen ten aansien van het hornleger op het oud Bild onder Anna Parochie sodanigh als het nu bij Herman Buwes meijers-wijse wort gebruijkt, met de huisinge, schuire, hovinge, boomen en plantazie daar op staande, alles het welke in de coop der landen sal versmelten, beswaart met het lopende jaar huiringe den 5 maart en 12 maij 1727 respectievelijk expireerende (…) alsoo gecoft van Allard van Burum, grietman over Ferwerderadeel en gecommitteerde staat van Friesland in het Mindergetal, voor een somma van sestien duisent seven hondert twintigh caroligulden gereed klinkend vrij cost en schadeloos geld (…)”

Johannes Willems Vosma was getrouwd met Jancke Doedes en hun dochter Aafke trouwde in 1723 met Jan Nollides, burgemeester van Harlingen.

 

De erven Gorter

Volgens de Statenkaart van 1735 en het Statenregister van 1737 was Jan Nollides (ook wel aangeduid met Jan Nolles) eigenaar en zelf gebruiker, wat natuurlijk inhoudt dat hier een zetboer, een meier woonde. We weten niet wie. In 1748 stond de stem op naam van de weduwe en kinderen van Jan Nollides en tien jaar later was Johannes Nollides eigenaar en gebruiker. Hij was een zoon van de genoemde burgemeester. Johannes trouwde in 1759 met Thamara Margareta Andreae. Zij kwam van Ferwerd. Dit echtpaar verkocht de plaats in juli 1787 aan Watze Sijbius van Andringa, burgerhopman van Dokkum en zijn vrouw Geertruida Margaretha Westpalm. De gebruiker was ene H. van Andringa, kennelijk een broer of een zoon, zodat we mogen stellen dat de plaats nog altijd bestierd werd door een meier en die werden in de stemregisters, de proclamaties en de koopbrieven niet opgetekend.

Watze Sijbius van Andringa en zijn vrouw verkochten de plaats al in 1789. Koper werd Eeke Jarigs Schenkius te Wier. Zij was de weduwe van Johannes Leenderts Gorter. Een van haar kinderen, Jarig Johannes Gorter woonde hier als boer in 1811. Hij was getrouwd met Baukje Sijbrens de Haan.

In 1818 stond de plaats nog op naam van de erven de weduwe Johannes Leenderts Gorter, maar met de instelling van het Kadaster in 1832 was zoon Jarig eigenaar van de plaats. Hij was hier boer tot in 1846. Na zijn overlijden in 1858 erfde dochter Eeke Jarigs Gorter. Zij was in 1845 in Menaldum getrouwd met Arjen Hendriks Palsma, geboren te Wirdum in 1819. Het echtpaar kwam hier in 1846 wonen en kregen twee kinderen: Jarig en Baukje. Moeder Eeke overleed al op 17 december 1850 op de boerderij die we hier behandelen.

 

Familie Palsma

De kinderen werden tijdelijk ondergebracht te Franeker. Vader Arjen bleef hier wonen met boerenknechten, dienstmeiden en werkbodes. Arjen Hendriks Palsma had een gemengd bedrijf. In 1853 had hij negentien runderen op stal staan die een waarde vertegenwoordigden van ƒ 1.356,–.

De minderjarige Baukje en Jarig Arjens Palsma waren erfgenamen van hun moeder en sinds 1850 eigenaar en hun vader was vruchtgebruiker van huis, schuur, erf, tuin, water en boomgaard en natuurlijk van heel veel land. Zij lieten hier gedrieën in 1860 nieuwbouw plegen. Hier stond een winkelhaakboerderij. De schuur liep parallel aan de Oudebildtdijkstervaart. Het huis wees naar het zuiden, de rechtehoek naar het noordoosten. Wat er verrees, staat er heden ten dage nog: een schuur, haaks op de Oudebildtdijk met een dwarsgebouwd, onderkelderd voorhuis onder een schilddak. Een ingemetselde steen in de oostelijke muur van het woonhuis herinnert aan deze nieuwbouw: “Deze huisinge gebouwd in het jaar 1860 door A.H. Palsma en zijne kinderen Jarig A. Palsma en Baukje A. Palsma.” De grote boerderij was omringd door een brede opvaart.

Broer Jarig en zus Baukje waren ook eigenaar van de boerderij aan de Oudebidtdijk ten westen van de Langhuisterweg (nu OBD 287, Sijbe Stapert). Zoon Jarig trouwde met Maaike Rinderts Talsma van Hogebeintum en verhuisde naar die boerderij (zie 500 x 52, aflevering 37). Dochter Baukje trouwde met Simon Berkhout en verhuisde naar Twisk, Noord-Holland en zij erfde de plaats die we hier bespreken. De kinderen Nicolaas Adriaan en Christine Epine Berkhout erfden de plaats later van hun moeder.

Nu woonde bij het gezin Palsma ene Johannes Martens de Boer. Hij was een jongere halfbroer van de oude Arjen Hendriks Palsma. Na het overlijden van de 77-jarige Palsma in maart 1896, nam deze halfbroer het bedrijf waar tot mei 1897. Toen kwam landbouwer Harmen Jans Bierma hier als pachter wonen. Hij werd in Engwierum geboren en was getrouwd met Maaike Douwes Bosch (geboren te Ternaard). Zij kregen vier kinderen: Nieske, Jan, Sijtske en Douwe. Harmen Jans Bierma overleed hier in mei 1904. Dochter Nieske verhuisde naar Akkrum, dochter Sijtske naar Zandvoort. Zoon Douwe verhuisde naar een boerderij te St.-Jacobiparochie (nu OBD 1016, Piet Marra). Zoon Jan en de inwonende dienstmeid bleven achter. Jan Harmens Bierma trouwde in 1905 met Sjieuwke Olivier (geboren te Marrum) en zij kregen hier twee kinderen. In april 1917 verhuisde het gezin Bierma naar St.-Jacobiparochie.

 

Familie Hoogland

Nu kwam Biense P. Hoogland hier wonen. Hij werd in 1866 te Vrouwenparochie geboren en trouwde met Jetske Jensma (kwam van Blija). Zij kregen vier kinderen van wie Jan Bienzes Hoogland het bedrijf van zijn vader in 1928 overnam. Zoon Jan werd in 1898 geboren en was in 1924 getrouwd met Tjitske Kramer (geboren te Stiens) en zij woonden eerst in het huis ten westen van de boerderij (OBD 219 – zie 500 x 52 van vorige week). Hij kwam dus in mei 1928 op de boerderij wonen en kocht in 1948 de plaats van Nicolaas Adriaan Berkhout, zoon van Simon Berkhout en Baukje Palsma, die in Bergen op Zoom woonde.

In de Bildtse Courant van 16 november 1948 (alsmede in De Bildtse Post, Leeuwarder Courant en Heerenveense Koerier) verscheen de volgende advertentie: “Sathe en landen op Het Oud Bildt onder Sint Anna Parochie. Notaris R.Tj. Timmer te Sint Anna Parochie zal op donderdag 18 november 1948 , des namiddags om twee uur, in het café van G. van der Heide te Sint Anna Parochie provisioneel, en, indien de maximumprijs als dan wordt bereikt, terstond daarna finaal in één perceel publiek verkopen: de zeer vruchtbare en in uitstekende staat van cultuur verkerende sathe en landen met bijgebouwen en arbeiderswoningen, gelegen aan één kavel ten zuiden van en aan de Oudebildtdijk en ten oosten van en nabij de Langhuisterweg onder Sint Anna parochie, bestaande uit solied gebouwde boerenhuizinge met schuur, voorzien van electrisch licht en waterleiding enz., tezamen groot 53 hectare, 63 are en 70 centiare. Verpacht tot november 1951/mei 1952 aan de heer Jan B. Hoogland. Betaling: 15 januari 1949. Bezichtiging op dinsdags en donderdags. Breder omschreven bij verkoopboekjes met kaart, verkrijgbaar ten kantore van de notaris.”

In het zuiden van de plaats, op het Oud Bildt, lagen enkele percelen met niet alledaagse benamingen. Zo vonden wij De Poep, De Krintebôl en De Bakweiden. De percelen zijn door de herverkaveling van de Bildtse kaart geveegd en de namen zijn slechts een echo van vervlogen tijden.

Pachter Jan Bienzes Hoogland werd voor ƒ 160.000,– eigenaar, maar niet voor lang. Reeds in 1949 verkocht de eigenaar de plaats aan de Stichting Pensioen- en Ondersteuningsfonds der Nederlandsche Indische Handelsbank N.V. te Amsterdam. Later was de plaats eigen aan Wijnand Marie Pon, de importeur van Volkswagen die wij vorige week ook al voorbij hebben zien rijden als eigenaar van OBD 219 (atelier Ebbing Sipma). Heden ten dage is de Pon-Brinkhuis Stichting eigenaar.

Jan Bienzes Hoogland overleed in december 1957 waarna zijn weduwe Tjitske Kramer hier nog tot 1961 bleef wonen. Vanaf toen was zoon Bienze Hoogland hoofdbewoner. Hij is in 1952 getrouwd met Elisabeth Terpstra. Het echtpaar kreeg drie kinderen. Zoon Jan Cornelis Hoogland trouwde met Helena Geeske Kruse en zij zijn sinds oktober 1988 de hoofdbewoners van boerderij OBD 201, waar anno 2005 54 hectare Oudbildtland bij behoort.

 

Reacties

Voor we de oude kadastrale gemeente St.-Annaparochie verlaten, moeten we nog even op twee zaken terugkomen. In aflevering 39 van 500 x 52 liet ik Jan Beerts Lont, bewoner van OBD 251 (ten oosten van Langhuisterweg), trouwen met Kinke Pieters Krottje. Dat is onjuist. Kinke trouwde met Jan Reinders Lont, een zoon van een broer van Jan Beerts. We bedanken Jan Lont voor de verbetering.

En dan wees Rients Leijstra ons op oude funderingen in het weiland ten oosten van Zomerrust, OBD 287 (zie 500 x 52, aflevering 37), die in 1964 tijdens het ploegen werden blootgelegd. Wat heeft hier gestaan? Hebben wij hier te maken met een afgebroken boerderij? Uit de kadastrale boeken blijkt dat hier geen bebouwing was, wat dus inhoudt dat er sinds 1832 niets heeft gestaan. Ook op de Huegeninkaart van ongeveer twintig jaar eerder, ontwaren wij geen bouwsels en de Statenkaart van 1735 vertelt ons hetzelfde. Maar op de Bildtkaart in de Schotanusatlas van ± 1700 staan ten zuiden van de OBD zes bouwwerken getekend tussen Stadhoudersweg en Langhuisterweg. Vier daarvan zijn “stemmende huijsen” (stemdragende boerderijen). Dat zijn nu de plaatsen van Schuiling, Swart, Palsma en Stapert. Tussen Stapert en de Langhuisterweg staan op de Schotanuskaart nog twee “huijsen” zonder stem. Eentje in de hoek OBD-Langhuisterweg (nu huis mw. Terpstra) en… eentje ten oosten van en dicht bij OBD 287. Daar heeft dus inderdaad rond 1700 een huis gestaan!

We hebben 14 september jl. OBD 287 behandeld en stelden toen dat Zomerrust van 1527 tot 1584 bestond uit ruim 13 morgen Oudbildtland. In 1599 werd er 19 morgen bij gebruikt en volgens de Bildtrekening van 1629 lag er ruim 26½ morgen Oudbildtland bij de boerderij. We hebben gedacht dat de plaats zich door de jaren heen in zuidelijke richting heeft uitgebreid, maar we moeten onze gedachtegang herzien en stellen dat de verdwenen plaats ten oosten van OBD 287 beetje bij beetje is opgeslokt door Zomerrust. We hebben dan te maken met een plaats die daar reeds in 1527 was en die voor 1629 weer is verdwenen. Vandaar dat hij ook niet wordt genoemd in het oudste stemkohier van 1640. Het “niet stemmende huijs” op de Bildtkaart in de Schotanusatlas zal dan het restant van deze boerderij zijn geweest, wellicht vervallen tot arbeidershuizen of tot een gardenierswoning. En dat restant is dan voor 1735 reeds afgebroken want we vinden er niets van terug op de Statenkaart.

Een vluchtig onderzoek heeft het volgende resultaat gehad: in 1527 was hier ene Reijner Claesz pachter van 14½ morgen Oudbildtland. In 1536 was zijn weduwe pachter en in 1547 “Reijner Claesz wedue en Zijmon haer soon”, zo vertelt de Bildtrekening. De plaats was toen ruim 16 morgen groot. Tussen 1554 en 1566 is het pachtrecht overgegaan in handen van Lenart Jacobsz. Hem zijn we ook al tegengekomen als pachter van de boerderij ten oosten van de Langhuisterweg (OBD 251). Op de beroemde kaart van Jan Jansz Coster uit 1570 komt deze verdwenen boerderij niet voor, maar op de recente herondekte Gabbemakaart van 1584 is hij nog luid en duidelijk aanwezig. Pachter van 12 morgen Oudbildtland was destijds Jacob Claesz. De aansluiting met de Bildtrekening van 1629 hebben we in dit korte tijdsbestek niet kunnen vinden en dat onderbouwt de veronderstelling dat deze verdwenen boerderij voor 1629 reeds was opgeslokt. Hap, slik, weg. Nader onderzoek moet uitwijzen of deze gegevens kloppen en wat hier van ± 1620 tot 1720 heeft gestaan en wie hier hebben gewoond.

En terwijl wij Rients Leijstra bedanken voor de meer dan waardevolle informatie, laten wij langzaam de deur van St.-Annaparochie achter ons in het slot vallen.