BILDTSE PLAATSEN – nr 37 – Ouwedyk 287

Douwe Zwart – Bildtse Post, 14-9-2005

 

Seijffartskavel

En wederom schuiven we een boerderij op. Deze week zijn we te gast op Oudebildtdijk 287, Zomerrust genaamd. Die naam klinkt mij als lyrische poëzie in de oren en maakt me bewust van het feit dat ik pas in de winter rust zal hebben wanneer 500 x 52 ten einde is.

We hebben de sloot tegenover OBD 310 gepasseerd en zijn zo ter hoogte gekomen van wat men in 1506 de Regentenkavel noemde. Pachters waren – en wij citeren: ‘de Obermarschalk, Heer Seiffardt, Metsch, de Canselier, Johan van Asche en de Saskische rentmeester Frans Minnema’. Zij onderverhuurden het land aan de boeren waarvan geen namen bekend zijn. In 1509 stond de kavel te boek als ‘d’olde maerschalk off heer Scijffartsz cavel’ en was in 1527 ruim 409 morgen groot. Hij werd in het westen (tot aan de Middelweg) begrensd door bovengenoemde sloot, in het zuiden door de Berltsumerdyk tussen Berlikum en Beetgm, in het oosten door de Langhuisterweg en in het noorden door de Oudebildtdijk.

Pachter van 13 morgen en 123 roede was in 1527 Bouwen Douwesz. Hij pachtte er geen buitendijks land bij. In 1536 was hij hier nog boer, maar voor 1547 had Dirck Pietersz hem opgevolgd. Hij pachtte met ‘Aelken Sijmon haer soon’ ook nog kavel 19. Die mat in totaal bijna 27 morgen en lag/ligt recht tegenover de boerderij die we hier nu behandelen.

Voor 1566 stierf de pachter want in dat jaar vinden we zijn weduwe als pachter terug in de Bildtrekening. Op de kaart van Jan Jansz van 1570 staat deze boerderij aangetekend. De naam die er bij vermeld is luidt Thomas Jansz. Hij moet dus de gebruiker/meier geweest zijn want in de Bildtrekening van 1574 vinden we Dirck Pietersz weduwe nog steeds als pachter van deze plaats. Volgens de Gabbemakaart van 1584 echter was Pieter Dircks hier pachter van 13 morgen Oudbildtland. Hij is natuurlijk een ‘zoon van’ en hij verkocht de plaats. Daarvan is een heel oude hypotheekakte bewaard gebleven. “11 Junij 1599. Pieter Dircksz te Anna gebuirte aende nije Bildijck heeft met consent van de heer rentemeester generael van Vriesland en ’t Bil, aen Daem Jansz en Dirckien Bartoutsdr e.l., mijn buijrluijden, die bruijckware van 19 morgen binnendijxe Billanden mit een cavel uijtergras sampt die besaijinge, beplantinge, hecken en stecken etc bij mij totnochtoe gebruijckt; daertoe verkocht die huijsinge, schuijre en getimmert op deselve landen staende, en het eene huijs ’s jaer verleden van Foppe Ockersz in cope hebbe verkregen en landen nu ter tijt selfs gebruijckende en bewonende. Dat Jan Jans die wateringe tot sijne beesten uijt Foppe Ockers put zoe ick Pieter hem dat vercocht hebbe tot zijne costen onderhouden en die halve brugge volgende die contracten daervan tusschen ons Pieter en Jan Jans gemaeckt. Voor de somma van 17.000 caroligulden in termijnen van 2.000 gulden. De overdracht heeft plaats gehad 18 December 1598 tegen Meijedach 1599.”

N.B. Nije Bildijck was in 1599 de benaming voor wat nu de OBD is en dat ‘uijtergras’ is dus het destijds nog onbedijkte Nieuw-Bildt. De genoemde kavel was de 19de. In 1606 was alles afbetaald.

 

Proost

Daem Jansz kennen we nog als de (mogelijke) pachter van de westelijker gelegen boerderij. Hij was bijzitter (wethouder) van het Bildt en was getrouwd met Dirckien Barthoutsdr. Hij overleed op 8 mei 1626 te (of beter gezegd onder) St.-Annaparochie. We vinden hem echter wel in de Bildtrekening van 1629 als pachter van 26 morgen en 399 roede Oudbildtland. Berichten van overlijden reisden vroeger niet zo snel, maar de Bildtrekening van het Nieuw Bildt is accurater. Hierin wordt Daem Jansz weduwe als pachter vermeld en wel van kavel 19 (bijna 27 morgen) en van tweederde gedeelte van kavel 20 (tegenover OBD 319 – Frans Palsma) die ruim 18 morgen groot was. Volgens het oudste stemkohier was de weduwe in 1640 nog pachter en zij overleed in augustus 1644. Toen werd haar zoon Waling Daams pachter en daarmee stemhouder. Hij was in 1622 getrouwd met Maartie Cornelis Claasens en later met Froukje Johannes Papma, een dochter van de predikant te Vrouwenparochie. Uit het eerste huwelijk werd een zoon Waling geboren. Hij was hier reeds in 1670 pachter van 29 morgen en 239 roede Oudbildtland. Waling Daams was in 1657 in de kerk te St.-Anna getrouwd met Antje Harrent Lammertsdr en zij kregen een kind: Daam Walings. Vader Waling overleed in 1685. Zoon Daam nam het bedrijf over en trouwde in 1687 met Hendrikje Stevensz. Zij kregen twee zonen. Daam Walings liet zich Proost noemen en net als zijn overgrootvader Daem Jansz was hij bijzitter van het Bildt. Hij overleed in 1729. Op de Statenkaart van 1735 staat Daam Walings erven geschreven als eigenaar van het pachtrecht. Dat waren de zonen Waling Daams en Steven Daams, ieder voor de helft. De plaats behelsde toen 28¾ morgen Oudbildtland. De beide broers betaalden 249 caroligulden en 17 stuivers pacht per jaar. Steven Daams was de gebruiker. Hij was getrouwd met Neeltie Ariens en in 1739 trouwde hij opnieuw, nu met Rimkje Cornelis ’t Hoen. Steven verhuisde toen naar de boerderij aan de Hemmemaweg (Het Gele Huis, Hemmemaweg 30, nu Hessel Bijlsma). Broer Waling Daams kwam nu aan de Oudebildtdijk wonen. Hij was gehuwd aan IJtje Bentes en in 1748 was hij solo-pachter. Het echtpaar kreeg een zoon, Bente. Hem zullen we aanstonds als pachter van OBD 219 (nu atelier Ebbing Sipma) tegenkomen en later als eigenaar van Roodpad 7 (Zeldenrust). Waling Daams verkocht het pachtrecht op 3 februari 1753. We citeren: “1ste proclamatie over ’t gerecht gedaan den 12 Februarij 1753 – Hendrik Schaaff regeerende burgemeester binnen Harlingen cum uxore voor de eene helft, en Claas Minnes Blok coopman en fabriquer aldaar voor de andere helft en alzoo te zamen voor ’t geheel, begeeren bode en consent op de coop van een schone huisinge en schuire cum annexis zampt hovinge met bomen en plantagie met alles wat er om en aan aard, muir, band, spijker en nagelvast is en toebehoort, met de ontruiminge en overdragt van negen en twintig en een half morgen old gepagte State Billand waar op voorschreven huisinge staat, begeregtigd met een stem op ’t cohier met no 41 mitsgaders de grond en eigendom van seven en twintig morgen Nieuw Billand zijnde de 19de cavel in ’t stemcohier op no 18 voor een stem staande, alzoo te zamen soo oud als nieuw Billand ses en vijftig en een half morgen, staande ende geleegen onder ’t behoor van Anna Parochie hebbende ’t oud Billand tot naastleggers de secretaris J. Albarda en Jacob Tjerks ten oosten, Steven Gerrits ten zuiden, de hoog wel geboren heer grietman jr. Willem van Haren ten westen en de oude Dijk ten noorden. En ’t Nieuwbilland de heer (…)”

 

Zomerrust

Volgens de akte was de plaats in mei 1753 vrij van huring, waren de “zuiderse landen bezwaard met een gemeen voet-en-gangpad” en “alzoo gekogt van Waling Daams, huisman onder voorschreven parochie ijder morgen voor de somma van twee hondert vier en sestig caroligulden en alzoo over ’t geheel voor den somma van veertien duisent negen hondert sestien caroliguldens an twintig stuivers ijder te betalen in drie termijnen als 1e Maijdag der jaren 1753, 1754 en 1755 telkens de geregte darde part.”

Volgens ons is door de familie Schaaf en Blok het woonhuis gebruikt als buiten, zeg maar als tweede woning. Het feit dat de plaats bemeierd werd, maakt dat zeer aannemelijk. Met mooi weer vonden de Harlingers hier innerlijke rust. De naam Zomerrust zal daardoor zijn ontstaan. Opmerkelijk is dat de zoon van de vorige eigenaar, Bente Walings, toen op een boerderij nabij Oudebildtzijl woonde, genaamd Zeldenrust. Heeft Bente de draak gestoken met de naam van de boerderij waar zijn ouders hadden gewoond?

De dochter van burgemeester Schaaff en de zoon van koopman Blok waren in 1750 getrouwd. Hendrik Schaaff was ‘cum uxore’ eigenaar, d.w.z. met zijn vrouw. Zij heette Aafke Bierma. De helft van Claas Minnes Blok vererfde op zijn zoon Menne Clases Blok. Deze zoon was ook koopman te Harlingen en zoals gezegd getrouwd met Janneke Schaaf. In 1788 was het echtpaar nog eigenaar en gebruiker, wat inhoudt dat Menne en Janneke de plaats lieten bemeieren. Door wie is onbekend.

In 1804 was de weduwe Blok eigenaar en zeven jaar later schijnt de boerderij bewoond te zijn door de weduwe van de onbekende meier. In april 1818 verkocht Isaac Telting te Franeker, kennelijk als zaakgelastigde van de erven Blok de plaats, in totaal 57 morgen en 190 roeden aan Sijds Aukes Koopal en Baukje Pieters Donia, echtgenoten te Menaldum voor ƒ 49.903,50. Meier was toen (en tot mei 1819) Marten Pieters Bokma die in december 1818 trouwde met Tjerkje Hendrikus Stonenbrink. Hij was 47 jaar en zij 52. Ze waren beiden nog niet eerder gehuwd geweest (‘better let as net’). Ze werden in 1819 opgevolgd door eigenaar Sijds Aukes Koopal. Hij was omstreeks 1784 te Beetgum geboren en trouwde in 1806 in de kerk aldaar met Baukje Pieters Donia, afkomstig van Menaldum. Reeds in 1823 verkochten Koopal en zijn vrouw de plaats. Notaris Jan Everhardus van Loon leidde de verkoop in het koffiehuis van kapitein C.J. de Bildt te St.-Annaparochie (nu fa. Plat). De plaats werd omschreven als “een veruitmuntende grote welgelegene zathe en landen met een in 1819 nieuw gebouwde huizinge en schuur, waarin 2 ruime kamers op kelders gebouwd, et cetera, met stalling voor 16 paarden en 16 koeien, met stookhuis en wagenhuis, alles zeer geschikt tot een buitenverblijf, vanouds genaamd Zomerrust, groot 52-65-03 bunder of 57 morgen en 190 roeden op ’t Oud en Nieuw Bildt met daarop staande arbeiderswoning no. 88 bij Sijds Aukes Koopal cum uxore in eigen gebruik. Strijkgeld 30 gouden ducaten.” Kopers voor ƒ 501,- per morgen of ƒ 28.715,65 in totaal werden Jarig Piers Tanja en Maartje Johannes Gorter, echtelieden te Vrouwenparochie voor 1/3, Jarig Johannes Gorter te St.-Annaparochie voor 1/3 en Teunis Klazes Stolte en Marijke Johannes Gorter, echtelieden te St.-Anna voor 1/3. Bewoner werd in mei 1824 Jarig Attes Wiglama. Hij was familie want hij was een zoon van Atte Klazes Wiglama en Sjoukje Johannes Gorter en Sjoukje was een zuster van de drie nieuwe eigenaren. Maartje, Jarig en Marijke waren kinderen van Johannes Leenderts Gorter en Eeke Jarigs, echtgenoten wonende te Wier. Johannes en Eeke waren rijk.

 

Familie Gorter

De eigenaars een voor een: Marijke Johannes Gorter was getrouwd met Teunis Klazes Stolte, timmerman te St.-Annaparochie, wethouder en loco-grietman van het Bildt. Jarig Johannes Gorter (geboren in 1766) trouwde in 1823 met Baukje Sijberens de Haan. Hun dochter Eeke zal straks in dit verhaal trouwen met Jarig Arjens Palsma. Maartje Johannes Gorter (geboren in 1773) was in 1798 te St.-Anna getrouwd met Jarig Piers Tanja. Broer en zussen werden allen geboren te Wier.

Met de instelling van het Kadaster in 1832 behelsde de plaats precies 54 hectare Oud- en Nieuwbildtland. De boerderij stond noord-zuid. De lange lange schuur was direct verbonden met een groot dwarshuis. De bewoners keken uit op de Oudebildtdijk. Maartje, Jarig en Marijke Johannes Gorter bleven tot 1859 gezamenlijk eigenaar.

In 1874 werd het huis afgebroken. De eigenaar liet nu een nieuw huis, weer van het dwarshuistype bouwen, maar nu was tussen romp en kop een hals gesitueerd. Ook dit was een ruime woning met vier grote ramen op het noorden en daaronder evenveel kelderramen. In het midden een trap van zes treden. Dit huis had grandeur net zoals het afgebrande dwarshuis van Oudebildtdijk 683 (Bauke van der Weg) dat had. Ze waren als twee druppels water. Het huis zou evenwel niet lang staan.

Landbouwer Jarig Attes Wiglama was dus vanaf mei 1824 de nieuwe bewoner. Hij was een broer van Johannes, Klaas, Leendert en Jacob. Johannes kwamen we reeds tegen als bewoner van OBD 331 (Dirk Swart), de andere broers zullen we verderop in 500 x 52 tegenkomen als we de historie van de boerderijen OBD 111 (Hessel Smits) en Attesweg 30 (Wijtze Smits) zullen presenteren.

Jarig Attes Wiglama trouwde in 1832 met Akke Klazes Rozendal (geboren te Vrouwenparochie). In 1833 werd hun enig kind Atte geboren. Moeder Akke overleed hier drie jaar later, vader Jarig stierf hier op 12 april 1844, “des voormiddags zes ure”. Jarig Attes Wiglama werd toen opgevolgd door Klaas Sijberens de Groot, een zoon van Sijberen Klazes de Groot die boer was op het Franeker land (zie  500 x 52, aflevering 13) en naar wie ’t Syberens Pâd is genoemd. Klaas was getrouwd met de St.-Annabuurtster Tjitske Jans Bokma. Zij kregen zes kinderen. Er woonden veel boerenknechten en dienstmeiden bij hun in. Klaas Sijberens de Groot had veel vee. Hij had in 1852 29 runderen op stal staan (met een waarde van ƒ 1.540,-) en in de winter van 1854 loeiden er 22 runderen in zijn schuur (toen met een waarde van ƒ 1.925,-). In 1857 brak er een besmettelijk ziekte uit onder het vee van De Groot. In 1872 ging hij van de plaats.

De drie eigenaars overleden ondertussen: Maartje Johannes Gorter in januari 1857 op 84-jarige leeftijd; Marijke Johannes Gorter in november 1858 op 83-jarige leeftijd en Jarig Johannes Gorter een maand later in december 1858. De vermogende grijsaard was 93 jaar oud geworden. Ja, de Gorters waren een sterk geslacht.

In 1859 werd Jarig Arjens Palsma door erfenis de nieuwe eigenaar. Hij was een minderjarige zoon van Arjen Hendriks Palsma en Eeke Jarigs Gorter en door zijn moeder erfgenaam, want moeder Eeke was een dochter van de gestorven grijsaard. Kleinzoon erfde dus van grootvader zonder tussenkomst van Eeke want zij was reeds overleden. Vader Arjen Hendriks Palsma was tussen haakjes ook landbouwer aan de Oudebildtdijk (OBD 201, Jan C. Hoogland).

In 1872 betrok Jarig Arjens Palsma de boerderij die we hier nu bespreken. Hij was datzelfde jaar te Ferwerderadeel getrouwd met Maaike Rinderts Talsma (geboren te Hogebeintum). Zij kregen drie kinderen: Arjen, Eeke en Rendert. In 1904 liet Jarig Arjens Palsma de monumentale boerderij in Vrouwenparochie (Waling Dijkstrastraat 48 – Kids & Animals) bouwen en hij verhuisde met vrouw daarheen. Hij hield echter de boerderij aan de Oudebildtdijk aan zich en hier kwam zoon Rendert wonen. Rendert Jarigs Palsma trouwde in december 1903 met Clara Aukes Algera en kregen twee kinderen: Jarig en Grietje. In 1915 liet Rendert hier een nieuw wagenhuis met graanzolder bouwen. Het markante bouwsel met trans (gebouwd door timmerman Marten J. Stap) staat er nog, ten westen van de schuur.

 

Architect Heldoorn

In 1934 werd Rendert Jarigs Palsma eigenaar. Zoon Jarig woonde hier. Zij lieten hier een grote verbouwing van het huis plaatsvinden, zeg maar nieuwbouw. Een advertentie in de LC van 29 april 1936 vertelt ons meer. “Aanbesteding. Namens den weledelen heer J. Palsma te Oude Bildtdijk zal ondergeteekende, behoudens goedkeuring van B. en W., aanbesteden op vrijdag 8 mei 1936: het vernieuwen van het voorhuis aan zijne boerderij aldaar. Bestek en teekeningen vanaf heden verkrijgbaar ten kantore van den architect à ƒ 5 per stel, franco per post ƒ 5,25 (rest. uitsluitend op den dag van aanbesteding ƒ 2). Leeuwarden, April 1936. De architect, G.A. Heldoorn, Molenstraat 38, Telef. 6797. Giro 135812.”

Een artikeltje uit de LC van 9 mei 1936 brengt ons op de hoogte van de gunning: “Onder architectuur van den heer G.A. Heldoorn te Leeuwarden, van de vertimmering der boerenhuizinge van den heer J.R. Palsma te St. Annaparochie. Inschrijvers: v.d. Meer te Kooten ƒ 14.500; T. Terpstra te Leeuwarden ƒ 13.500; Boersma te Birdaard ƒ 13.477; P. Lolkema te Berlikum ƒ 13.132; J. Kuiken te Oudebildtzijl ƒ 12.990; M.J. Stap te Oudebildtzijl ƒ 12.980; de Vries te Langezwaag ƒ 12.979; P. Schram te Berlikum ƒ 12.900; G.L. Zijlstra te Rinsumageest ƒ 12.813; Stelwagen en v. Gorkum te Dronrijp ƒ 12.800; Rozema te Leeuwarden ƒ 12.400. Begrooting ƒ 12.140. Gunning aangehouden.” Voorlopig, want hoe het ook zij, er werd afgebroken. Reeds op 16 mei 1936 werd per advertentie in de LC aangeboden “Afbraak te koop op de boerderij van den heer Palsma te Oude Bildtdijk onder St. Anna Par.: Balken, battings, plank- en schothout, ramen, deuren enz.” Wat er verrees is naar ons inzicht niet te versmaden.

In maart 1930 verhuisde landbouwer Rendert Jarigs Palsma, zijn vrouw Clara Algera en dochter Grietje naar Leeuwarden en nam de in 1905 geboren zoon Jarig Palsma het bedrijf over. Hij was ondertussen getrouwd met Neeltje Tilma (geboren te Blija). Het echtpaar kreeg twee kinderen: Rendert en Frans. In 1964 verhuisde het echtpaar Palsma naar de Stadhoudersweg, St.-Annaparochie toen zoon Rendert het bedrijf overnam. De andere broer Frans kwam op de monumentale boerderij in Vrouwenparochie en later op OBD 319 (zie vorige week). Rendert Palsma huwde Trijntje Tjepkema in 1956. In 1982 verkocht Palsma de plaats aan Douwe de Boer (geboren te St.-Jacobiparochie). Douwe de Boer verhuisde dat jaar met vrouw Geeske de Geeter en hun drie kinderen van het Zuideinde te St.-Jacob naar hier. Dochter Henriëtte Jellie de Boer en Sijbe Stapert zijn sinds 2000 de bewoners. De plaats behelst anno 2005 ± 35 hectare op het Oud en ± 25 hectare op het Nieuw Bildt.