BILDTSE PLAATSEN – nr 30 – Ouwedyk 477

Douwe Zwart – Bildtse Post, 27-7-2005

 

Oudste berichten

We hebben vorige week geconstateerd dat de gehele Jan Pieterskavel in de periode 1527 – 1546 werd gepacht door Georg Schenk van Toutenburgh, de Stadhouder van Friesland. Ook hebben we vorige week gezien dat de plaats die we nu bespreken vanaf 1547 een was met OBD 487 (Teun de Jong). Een resumeetje: pachter van ruim 46½ morgen was in 1547 Philips Jacobsz, in 1566 zijn weduwe en in 1574 nog. Deze grote plaats, waarbij ook nog onbedijkt grasland in kavel 29 behoorde, werd in 1570 bewoond door Iantgen Philippus. Tijdens de Allerheiligenvloed van 1570 is de boerderij “wech gedreven”. Volgens de recent herontdekte kaart uit het Gabbema-archief was Jan Fransz van der Meij hier in 1584 pachter van maar liefst 67 morgen. Dit houdt in dat hij pachter was van: a) OBD 487, de boerderij die we vorige week bespraken; b) de boerderij die we nu bespreken en c) de verdwenen boerderij tegenover OBD 458 – 454. Na 1584, en waarschijnlijk na de aanleg van de Nieuwebildtdijk in 1600, werden hier twee nieuwe boerderijen gebouwd. We schakelen gauw over naar Oudebildtdijk 477 waar tot 1931 een grote boerderij heeft gestaan.

We weten zeker dat Steven Cornelis hier in 1629 pachter was van 20 morgen. Het is best wel mogelijk dat zijn vader hier eerder pachter is geweest. Die vader heette Cornelis Willem Stevensz, een directe afstammeling van Steven Willems (een Wassenaar), de omstreeks 1480 te Sassenheim geboren broer van Barthout, Cornelis en Claes, die zich na de bedijking op het Bildt vestigden. Hij was getrouwd met Maertie Walings. We weten uit enkele hyptheekakten dat hij en zijn vrouw in 1606 nog onder St.-Jacobiparochie woonden, maar dat zij in februari 1613 onder St.-Anna bivakeerden. Heel waarschijnlijk hebben zij deze plaats gesticht. Uit weer een andere hypotheekakte van 1648 komen we te weten dat Maertie Walings als weduwe weer in het westelijke Bildtdorp opdook: “Dirck Clasen, wedunaer te Sent Jacobsbuiren, olt 67 jaer en sich niet meer kunnende redden, heeft troubelofte gedaen aen Ariaentie Cornelisdr, vrijster, dientmaecht van Maertie Walings, wedue van Cornelis Willems te St. Jacobs gebuirte.” Die vrijster zou na Dirck Clasens overlijden 500 caroligulden uit zijn nalatenschap krijgen. En… Maertie Walings moest op zoek naar een andere dienstmeid.

 

1620-1720

In 1629 vinden we dan hun zoon Steven Cornelis hier. Hij trouwde rond 1621 met Tettie Dirck Boijens, dochter van de in deze serie al eerder aangehaalde, steenrijke koopman Dirck Boijensz. Steven Cornelis pachtte dus 20 morgen Oudbildtland en nog een kwart van kavel 28 (7 morgen; ten noorden van OBD 627, Het Weeskind). Toen de Staten van Friesland in 1638 het Nieuw Bildt verkochten, werd onze Steven Cornelis niet eigenaar van deze 7 morgen. De heer Jongstall en de schepen Hendrik van Marssum waren de kopers van de 28ste kavel (in totaal 28 morgen en 135 roede) en dit land was in gebruik bij de boerderij die reeds voor 1620 op de 29ste kavel verscheen (nu OBD 502 – Klaas Dankert). Steven Cornelis pachtte voortaan 14 morgen in kavel 27 (tegenover OBD 477). Dat feit vinden we terug in het stemkohier van 1640: daarin staat Steven Cornelis te boek als pachter van ± 20 morgen op het Oud en 14 morgen op het Nieuw Bildt. De geboren St.-Jabuurtster overleed op 85-jarige leeftijd in of onder St.-Anna. Maar reeds in 1666 had Schelte Jacobs het pachtrecht van het Oudbildtland van hem gekocht. In 1674 omvatte de plaats 22½ morgen Oudbildtland.

Schelte Jacobs was getrouwd met Trijntie Hendricksdr en zij bewoonden de boerderij zelf. In mei 1683 verkochten zij “aen Jaerich Lambarts, ontfanger van het nieu Bildt en Maritie Sjoerds, egtelieden, de eigendom van een halve cavel nieu Billand met brug over de vaart onder Anna gebruirte, 27ste cavel groot 14 morgen en 11 roede met aanwas of buitenpollen; hebbende de Oude Bildtdijk ten suijden (…), de nieuwe vaart en zeedijk ten noorden; ijder morgen voor 355 caroligulden”. Van de overdracht van het pachtrecht van het Oudbildtland hebben wij geen akte kunnen vinden, maar aangezien de 14 morgen in kavel 27 in 1718 nog steeds bij deze boerderij behoorde, mogen we aannemen dat Jaerich Lambarts in 1683 ook eigenaar werd van de boerderij die we hier nu behandelen.

Voor 1698 was Trijntje Feickes eigenaar. Zij was in 1695 als weduwe van Dirk Arjens Wassenaar alias Mercator, getrouwd met Reinder Clasen Wassenaar, ontvanger van het Oud Bildt onder St.-Jacobiparochie. Het was haar tweede huwelijk, het was zijn derde. Door erfenissen en huwelijken bezat deze ontvanger in totaal 126 morgen onder St.-Jacobiparochie (o.a. OBD 1223 – Oosterhof, OBD 477, De Kas enzovoort). Uit deze huwelijken ontsproten onder meer de kinderen Lioetske, Claas en Sjoerd. Reinder Clasen Wassenaar overleed in 1700 en de zonen Claas en Sjoerd erfden deze plaats. In 1701 was de plaats in gebruik bij Cornelis Abes die boer was op de verdwenen boerderij ten oosten hiervan (volgende week meer hierover). Hij was getrouwd met Lioetske Reinders Wassenaar, een dochter van mede-eigenaar Claas Reinders. Cornelis Abes werd als gebruiker opgevolgd door Pijtter Tjepkes die getrouwd was met Geertie Abes, een schoonzuster van genoemde Claas Reinders.

Claas Reinders Wassenaar was in 1718 volledig eigenaar en kocht toen ongeveer vier morgen land dat behoorde tot het Stadhouderlijk jachthuis (’t Bosch aan de Stadhoudersweg), zodat de plaats bestond uit 24 morgen op het Oud Bildt en 14 morgen op het Nieuw Bildt.

 

Inventarisatie

Claas Reinders was op 7 juli 1700 in de kerk van St.-Jacobiparochie getrouwd met Jannichie Cornelisdr en zij kregen drie kinderen: Reinder, Aafje en Amerins (jong gestorven). Vader Claas stierf in 1722 te St.-Jacob. Hij woonde hier zelf niet; Pijtter Tjepkes was immers de gebruiker. De erfenis bleef bij de weduwe en de beide kinderen in massaal bezit tot 1755. Dochter Aafje was in 1739 getrouwd met Jan Beerts Kuiken en zij bewoonden een boerderij in kavel 26 die ook eigendom was geweest van Claas Reinders (nu Nieuwebildtdijk 327, gebroeders Ferwerda) en gebruikten daarbij kavel 27. Op de boerderij die we hier behandelen, woonde echter de weduwe Claas Reinders, tot aan haar dood in 1755. We hebben een inventarisatie gevonden, “ten sterfhuize van Jannigje Cornelis onder Anna parochie, sijnde wedue van Claas Reinders.

Testamentaire dispositie van wijlen Jannigje Cornelis den 20e Maart 1755: een zathe lands (…); een zathe lands op ’t oude Bildt groot (met het los land bij ’t prinsen jagthuis geleegen) agt en dertig morgen bij wijlen Jannigje Cornelis tot haar levenseinde gebruikt; een zathe (…)

Inventarisatie en respective beschrijvinge gedaan bij ons Steven Daams, nederregter met de secretaris dr. J. Hixenius, gesterkt met IJ. Bonnema, gesworen clerq, ten sterfhuise van Jannigje Cornelis ten versoeke van Reinder Clasen voor hem selvs en in qualiteit als geauthoriseerde curator over de kinderen van Jan Beerts Kuiken te samen erfgenamen van wijlen moeder respective grootmoeder Jannigje Cornelis.

Op de plaats bij wijlen Jannigje Cornelis bewoont geweest onder ’t behoor van Anna Parochie: een bruine  … merry, een dito ruin, een zwarte … merry, een zwarte … dito, een idem, een bruin … idem, een idem, een zwarte merry, een bruine … dito, een zwarte bonte koe, een rood schimmel idem, een witte idem, een rood bonte idem, een dito witkopte, een zwart bont …t rier, een rood sch… hokling os, een rood bonte idem, een dito witkopt, een winterverken, vier schapen, ses lammes. Drie groote beslagen wagens, twee eerdkarren, vijf eggen, een rolie, twee ploegen, een molbordt, een snijbank, een rasp, een notkroodwagen, een miskroodwagen en planken, een sch…pel en streikel, seven a agt paar touwen, een ploegpars, een rollepars, twee eggeparssen, eenige vorken, greepen, schoppen, han…, leijen, voor en agterbijnen en andere kleinigheden.

Huisgeraden en inboelen etc in de agterkeuken, karnhoek etc: dertien stoelen, een vierkante tafel, een theetafel, een scherm, een tinnen melk half mingele, twee banken, twee paar groene gardijnen en rabatten, een dito schorsteenkleedt, een bed en peul, twee dekens, twee lakens en een peulzak op ’t bed, een vloerveeger en raffer, een tinnen kan en dito kom, een koperen pot, twee ijseren dito, een koperen keetel, drie molkenvatten, een kuipvat, een keern met … hoepen, een keernschamel, een vleesvat, twee waschtobben, een keestobbe, een koperen gootling, een ijseren ketting, hangijser, aschschep, puister, koekmes en tang, seven houten wateremmers, spek en vlees in de huishouding gebruikt wordende.

 

Een tongschrabber

In de middelkamer: een groen geverfd spijn, een uurwerk, een spinwiel, een spiegel met een zwarte lijst, een ijseren kandelaar, een sitbank, vijf en twintig delftse pannen in soorten, drie dito kaskoppen, een schrijfleij, een ijseren ketting, drie paardentomen, een ijseren ellen, een ijseren kandelaartje, een koperen schuimspaan en asschep, twee paar groene gardijnen en rabatten, een dito schoorsteenkleed, twee witte glasdoeken, drie bierglasen en drie romers, een bed en peul, twee oorkussens en twee stoelkussens, drie deekens, twee lakens, twee bonte kussensloopen, vier veetsen(?) en een kantje, twee voetbankkjes.

In de kelder: een koperen halftonne keetel en ijseren tang, een vleeskuip, vijff manden, twee veldkannen, agt set koppen, een stremselkanne.

In ’t portaal: mangelbord, stok en boterkop.

In de voorkamer: twee eiken kasten en een dito kevy, een Hollandse tafel, een groote eiken tafel, een linnen zak, een kooperen keetel, een dito gootling, een dito strijkijser, een besneeden stooff, een groote bijbel met koperen haken, agtien delftse pannen in zoorten, vier tinnen schotels, een koperen wafelschotel, een half dozijn porcelein, eenige potjes en pantjes, een koperen bedpan, twintig tinnen leepels, twee paar blauwe gordijnen en rabatten, eenige houten tafelborden, twee blauwe stoelkussens, een glasdoek, twee koperen emmers, een boterlaadt, een spinwiel, seven bierglasen, vier porceleinen melkkoppjes, vier deselve kaskoppen, een bed en peul, twee oorkussens en nog twee blauwe stoelkussens.

In de kassen in laatstgedagte kamer: sestien bedlakens, negentien vrouwen hemden, drie dito, vijftien bedlakens, vijff dopjes tafellakens, negen dito servetten, dertien kussensloopen, seven peulzakken, agt duitse mutsen, seven witte onder…, vier witte halsdoeken, agt tipmutsen, vijff … halsdoeken, een half ellen sits(?), twee bonte ondersten, drie blauwe schorteldoeken, een zwart idem, een dito raamkleedt, doek tot neegen duitse mutsen en vier endjes kant, een zwarte …ink, een rood lakense vrouwen rok, een rood st…eten baijen idem, een wit … schort, een zwarte schot, een kleurd …de baijen schort, een …erken idem, twee blauwe zardanen rokken, een blauwe lakense idem, een witte borstrok, een bonte dito, een damasten dito, een paar zwarte krage mouwen, een paar serg… dito, twee blauwe boeseler schorteldoeken, een ongemaakte dito, twee oorkussens, een zwart onderst, een paar zwarte hemden, een paar coleurde half moutjes, een ruglijf, ongeveer twaalf ld: vlas en grouwe garen,  hondert twee en dertig ellen nieuw doek, vier ellen doppjes, seven ellen naailaken.

In ’t groen spijn in de middelkamer: twee bedlakens, twee peuldoeken.

Ongemunt zilverwerk: elif silveren leepels, een dito brandewijns kop 1710, een dito ooriser, een onder… waar aan eenig zilveren beslag, drie zilveren beekers, een tongschrabber, een paar zilveren hembdsknopen, ses silveren hemdroks knoopjes, twee gouden trouwringen, een dito h…pring, een dito s…netring, een dito gouden ring gebruikt.

Gereed geld: 9 zilveren ducatons, 1 halve dito, 12 rijxdaalders duur… munt, 3 halve dito, 3 a drie guldens, 19 daalders, 55 goudguldens, 89 caroliguldens.” Enzovoort enzovoort enzovoort.

N.B. Niet geciteerde tekst wordt aangegeven met (…) en … staat voor tekst die niet te ontcijferen is.

 

De familie Lont

Na het overlijden van Jannigje Cornelis, kwam Beert Jans Kuiken hier wonen. Hij was een zoon van Jan Beerts Kuiken en Aafje Claes Reinders. In 1768 waren genoemde Beert en zijn zuster Amerens Jans Kuiken eigenaar van deze plaats (24 morgen) en van de kavels 26 en 27 (respectievelijk 28 en 29½ morgen). Amerens Jans Kuiken trouwde in 1770 met Arjen Dirks Lont en zij kwamen hier toen wonen. Uit dit huwelijk werden zes kinderen geboren. Vader Arjen overleed in 1790 en moeder Amerens trouwde zes jaar later met Taeke Johannes de Vries, die hier op 22 november 1811 overleed. Amerens Jans Kuiken overleed op 30 september 1821, ook op deze boerderij. Zoon Dirk Arjens Lont nam het bedrijf reeds waar. Hij was in 1814 getrouwd met Jetske Hendriks Spekman. Zij verhuisden in november 1852 naar Hallum, toen zoon Beert Dirks Lont het bedrijf overnam. Hij was een jaar eerder getrouwd met Maaike Dirks Koopmans (geboren te Hallum) en had net als zijn vader een gemengd bedrijf; hij had 13 runderen op stal staan. In 1892 verhuisden Beert en Maaike in mei 1892 naar Leeuwarden. Toen werd Gerrit Aukes Bennema de hoofdbewoner. In maart dat jaar was er boerenboelgoed geweest. Beert Dirks Lont verhuurde de plaats (nog slechts 18 hectare op het Oud-Bildt) aan landbouwer Anne Gerrits Nauta. De geboren St.-Jabuurtster was getrouwd met Antje Pieters de Groot. In 1896 vertrokken ze naar elders. Toen werd het land in percelen verhuurd. De erven Beert Dirks Lont verkochten het land aan diverse personen en huis, schuur, erf en water werd spoedig gekocht door Gerardus Huizinga, koopman/winkelman te St.-Annaparochie. Hij verkocht dit in 1905 aan de bewoner Gerrit Aukes Bennema. Hij stond te boek als landbouwer, dus zal hij land gepacht hebben.

Bennema was getrouwd met Aaltje Pieters Holwerda. Hij kwam van Hallum, zij van Stiens. Vader Gerrit overleed in 1906. Moeder Aaltje verhuisde in december 1908 naar Marrum. Zoon Menkes Gerrits Bennema werd nu hoofdbewoner. Hij was in 1906 getrouwd met Wijtske Gerbens Plat met wie hij vier kinderen kreeg. Wijtske overleed in 1913. In 1915 trouwde Menkes Bennema met Grietje Gerbens Plat, een zuster van zijn eerste vrouw. Zij had twee kinderen uit een eerder huwelijk. In 1920 verhuisden vader en moeder met hun wederzijdse kinderen naar Herbaijum. Huis en schuur verkochten ze aan Jacob Everhardus Hoekstra, gardenier onder St.-Anna- en Reinder Jacobs Hoekstra, gardenier onder St.-Jacobiparochie. Deze vader en zoon kwamen hier nu wonen. Zoon Reinder was getrouwd met Jantje Jelles de Jong.

 

Hagelslag

Op de oudste kadastrale kaart van 1832 ontwaren wij een grote winkelhaakboerderij met de schuur naar het zuiden en het lange boerenhuis naar het oosten gericht. Ten westen van de schuur lag een wel zeer brede opvaart. Daar kon je ’s winters – indien onder nul – met alle gemak op kunstrijden.

De geschetste situatie komt volledig overeen met die op de oude Statenkaart van 1735 en vergeleken met een gedetailleerde kaart van 1887, blijkt dat er sinds 1832 niks aan de bebouwing is veranderd en volgens ander bronnen vanaf 1887 ook niet, tot het jaar 1931. Toen is de schuur gesloopt. Het oude boerenhuis brandde in 1936 af. De Stienser Courant van vrijdag 14 februari 1936 maakte er melding van: “Gisteravond is aan de Oudebildtdijk het vooreind van de boerenhuizinge, waarvan de schuur voor 5 jaar is afgebroken, bewoond door den eigenaar gardenier R.J. Hoekstra, een prooi der vlammen geworden. Als gewoon had het echtpaar Hoekstra zich om 9 uur ter ruste begeven. Ruim 10 uur werden ze verschrikt wakker door hagelslag naar ze meenden. Hoekstra ging er even af, maar werd versterkt in de gedachte dat het zoo geweldig hagelde en ging dus weer op bed. Nu bespeurden ze spoedig een ongewone lucht, weer er af en daarna ontdekten ze terstond de oorzaak van het geknetter en de ongewone lucht: hun huis stond in brand. In nachtgewaad vluchtte de vrouw naar de overburen. Hoekstra haalde zijn eene koe uit het hok, dat de voormalige schuur heeft vervangen; dit was alles wat er uit gehaald is. Huis en boedel zijn beide geheel verbrand. Wel werd met de slang der waterleiding spoedig water gegeven, maar deze was niet voldoende. (Een 20 M. lange slang ware beter geweest). Door de autobrandspuit van St. Annapar. werd het hok, dat door een brandmuur aan het huis verbonden was, behouden. Alles was verzekerd bij het Kanton Hallum. De oorzaak der brand is onbekend; Hoekstra vermoedt dat ze op zolder is begonnen. De burgemeester was geruimen tijd aanwezig.”

In de Bildtsche Courant van 18 februari 1936 plaatsten de gedupeerden een dankbetuiging: “Aan alleen die ons in de nacht van 13 op 14 Februari hebben bijgestaan betuigen wij onzen hartelijken dank, in ’t bijzonder aan T.D. Penninga en vrouw.”

Er werd een nieuw huis gebouwd (dat er nu nog staat). In 1958 verkocht Reinder Jacobs Hoekstra dit huis met hok en bouwland (49 are) aan Antje Ronda die vier jaar eerder weduwe van Sijbe Meiles Stapert was geworden. Zij verhuisde in november 1964 naar OBD 450 en toen werd zoon Meile Stapert (getrouwd met Jannigje Beimers) hoofdbewoner.