BILDTSE PLAATSEN – nr 26 – Ouwedyk 683

Douwe Zwart – Bildtse Post, 29-6-2005

 

Lange Aenne

We gaan beginnen met, nee we zijn al begonnen met aflevering 26 van een serie van 52. Het is alsof we de evenaar passeren en ik weet niet wat u doet, maar ik wil equatoriaal en vreugdevol een glas heffen en proosten op het bereiken van deze mijlpaal. En wat is het dan toepasselijk dat we nabij café De Oosthoek van Jappie en Djoke Groeneveld zijn, want we bespreken deze week Oudebildtdijk 683.

In 1527 pachtten Sijmon Lenartsz en Walinck Sijmonsz 35 morgen en 397 roede. We mogen ervanuit gaan dat Walinck een zoon was van Sijmon Lenartsz en dan zouden we ook kunnen stellen dat vader Sijmon hier direct na de bedijking van 1505 reeds pachter was. In 1536 was volgens de Bildtrekeningen “oude Walich” hier pachter. Dat ‘oude’ slaat niet op het feit dat de pachter kaal en tandenloos was. Het houdt slechts in dat hij jonger van jaren was dan iemand die in diezelfde tijd met dezelfde naam onder St.-Jacob woonde. In 1547 stond de pachter omschreven als “Andries Andriesz met sij huisfrou”. We mogen veronderstellen dat deze Andries getrouwd was met een dochter van Walinck Sijmonsz. Zijn echtgenote was dan de eigenlijke pachter. Andries Andriesz is in 1547 ook nog gebruiker van 38½ morgen buitendijks land, in de 32ste kavel. Deze lag recht tegenover de boerderij die we hier bespreken.

In 1554 is alles nog eender, maar in 1566 is deze plaats aanmerkelijk kleiner geworden. Er ging ruim 17 morgen naar de weduwe Dominicus Hillebrandts, gebruikster van de verdwenen boerderij tussen Koudeweg 40 (Huidekoper) en Koudeweg 36 (Rienks). De toen als Aene Andriesz te boek staande boer pachtte nog slechts 18 morgen en 114 roede Oudbildtland. Op de beroemde kaart van 1570 komen we de boerderij tegen en ook de pachter, als ‘lange Anne’ deze keer. Aene was kennelijk een lange vent. In 1574 was alles nog zo en ook op de recent herondekte Gabbemakaart van 1584 prijkt de naam Aene Andriesz bij deze boerderij. Dan komen we weer bij het gapende gat van zestig jaar zonder Bildtrekeningen. Maar andere bronnen komen ons te hulp en we kunnen het volgende reconstrueren.

 

“Blau Huijs”

In 1602 was Pijter Aenes hier pachter. Deze zeer vermoedelijke zoon van lange Aene, trouwde eerst met Lijsbet Hobbes en hij stapte later met Marichie Hendrick Joorisdr in de hobbelende huwelijksboot. Uit het eerste huwelijk werd een dochter geboren, Trijntie Pijters. Zij trouwde met Philips Philipsz en dat is een Van der Meij. Deze echtgenoten hadden in mei 1620 schuld en stelden toen als onderpand “onse gecofte stede Billandts met d’huisinge, schuijre cum annexis daerop staende, van wijlen Pijter Annes onse vaeder uijtgecomen”. In 1629 was, zoals uit de Bildtrekeningen blijkt, ene Philips Philipsz van der Meije hier pachter van ruim 26 morgen land. En dus is de cirkel rond. Philips Philipsz was toen met Olphert Heeres, buurman op het Zwart Kruis, pachter van kavel 32.

Zoals we weten verkochten de Staten van Friesland in 1638 het Nieuw Bildt en zestien Oudbildtplaatsen gelegen aan de Oudebildtdijk. Deze werd niet gekocht. Van kavel 32 (38 morgen en 396 roede) werd Assuerus van Vierssen, de rentmeester van de Staten eigenaar. Pachters van dat Nieuwbildtland waren toen Philip Philips en Waling Olpherts, de eigenaar van het Zwart kruis (nu OBD 699, Klaas Oosterbaan).

In maart 1653 werd (het pachtrecht van) deze plaats verkocht en doordat het geen eigen plaats was, maar gepacht Statenland betrof, mag je veronderstellen dat er niet werd geproclameerd. Maar er was bij de boerderij een halve kavel Nieuwbildtland in gebruik en dat was wel eigen land, dus werd er wel geproclameerd. We citeren: “Philips Philips van der Meij onder Jacobi parochie mede voor zijn kinderen bij wijlen Trijntie Pietersdr in echte getogen, heeft vercoft aen Claes Daems en Tiebbechie Tiebbedr echtelieden aen Anna parochie, d’eijgendom van huis en schuir cum annexis en d’ontruiminge van ± 27 morgen old billand onder Jacobi parochie, hebbende den Dijck ten noorden, de wech ten oosten, Dirck Willems ten suijden en Joris Jacobs erven ten westen; ijder morgen voor 403 caroligulden.” De akte is medeondertekend door de oudste kinderen: Philips, Hendrick, Joris en Antie Philips van der Meij.

De nieuwe pachter heette Claes Daem Claesz en was getrouwd met Neeltie Willem Claesdr Wassenaar. Hij hertrouwde in maart 1650 voor het gerecht te St.-Annaparochie (dus doopsgezind) met Tiebbetje Tiebbesdr. Uit dit huwelijk werden vier zonen geboren: Daem, Tiebbe, Steven en Claes. Vader Claes Daem Claesz was in 1674 nog pachter van bijna 27 morgen Oudbildtland en daarmee stemhouder van deze plaats, maar voor 1698 waren de vier zonen houder van de stem.

En hier houden wij even halt. Op de kaart van Schotanus uit 1684 staan de “stemmende huijsen en stemmende stellen, aansienlijke hof steden, parochi kercken en wind molens” aangetekend. In de westelijke hoek OBD-Koudeweg staat ook een “stemmend huijs” getekend en dat is natuurlijk de plaats die we thans bespreken. Op de kaart wordt deze boerderij aangeduid met ‘Blau Huijs’. Nergens in een akte zijn wij deze benaming verder tegengekomen. Kennelijk was het huis blauw geverfd.

De vier zonen van Claes Daem Claesz, en daarna hun vele erfgenamen, bleven massaal eigenaar van het pachtrecht tot 1716. Toen kochten Beert Arjens Kuiken en zijn vrouw Neeltje Cornelis deze plaats.

“Beert Cornelis cum uxore woonachtigh onder Jacobi Par begeere bode en consent op de coop van een heerlijcke sathe lands, bestaande in de eigendom van een huisinge, schuire cum annexis, met hovinge, boomen en plantagie, hecken en stecken, vrughten en ruighshorne met al daar in, om en aan, aard, muir, spijker en nagelvast is en toebehoort, met d’ontruiminghe en overdraghte van zeven en twintigh morgen old gepaghte state billand waer op besaijd is negen morgen met wintergarst, twe morgen met weit, en een half morgen met roghe, zullende de huisinge, schuire cum annexis mitsgaders de wintervrughten in de coop der landen versmelten, staande en gelegen aan de oude dijk onder Jacobi parochie, hebbende de wegh ten oosten, Jacob Meiles en anderen ten suijden, de coopman Dirck Sickes erven ten westen en de oude dijk ten noorden (…)”

Bij de plaats behoorde ook nog bijna vier morgen op het Nieuw Bildt. De rentmeester gaf namens de “Ed. Mog. Heeren Staten” zijn fiat en de koop was gesloten.

 

Kuikens

Medekoper Beert Arjens Kuiken kennen we. We zijn hem al tegengekomen als pachter van twee andere plaatsen tussen de Kadal en Koudeweg (OBD 833, Sijtsma en OBD 749, Hoekstra). Doordat hij dus pachter van drie plaatsen was, weten we niet waar hij woonde. Voor 1728 is hij overleden want toen waren moeder Neeltje Cornelis en kinderen Arjen, Cornelis, Jan, Waling, Amarens, Magteltje en Claasje Beerts Kuiken eigenaar van het pachtrecht, elk voor eenachtste. Als we de Statenkaart van 1735 nauwkeurig bestuderen, ontdekken we geen sprietje weiland in deze plaats die toen 26½ morgen Oudbildtland behelsde. De jaarpacht was 228 caroligulden en 9 stuivers.

Voor 1748 was zoon Cornelis Beerts Kuiken alleen eigenaar en gebruiker. En hij was het die het land kocht in 1752, toen de Staten van Friesland het Oud Bildt in de verkoop gooiden. Hij betaalde ruim 4.716 caroligulden voor 26½ morgen. De jaarpacht was toen trouwens 235 caroligulden en 16 stuivers. Huurverhoging is van alle tijden. Cornelis Beerts Kuiken staat in het quotisatiekohier (een belastingregister) van 1749 omschreven als een redelijk welgestelde boer, maar desondanks leende hij van Dirk Jans Zeeper, geldschieter te Leeuwarden. Er is een schuldbekentenis van bewaard gebleven: “Kornelis Beerts Kuiken onder St. Jacoci Parochie is schuldig aan ’t Landschap 4.716-7-2 van coop van 26 morgen en 300 roede Oud Billand onder St. Jacob bij mij in pacht wordende gebruikt, zijnde mijn aandeel in de 4.700 morgen en 407 roede land, volgens Statenresolutie 19 November 1751 bij generale koopbrief van 7 Juni 1752 verkocht.”

Cornelis Beerts Kuiken was nu echt eigenaar van de plaats en dat was hij in 1788 nog. Hij was in 1742 getrouwd met Sjieuwke Rutgers Fopma en zij kregen twee kinderen: Neeltje en Rutger. De zoon trouwde met IJtje Tjeerds en was voor 1798 eigenaar en gebruiker van deze plaats (26 morgen en 528 roede). Een dochter uit dit huwelijk, Sjuwke Rutgers Kuiken, trouwde in februari 1808 in de kerk van St.-Annaparochie met Wilke Johannes Rooda en hij was hier in 1811 als ‘paysan’ hoofdbewoner, terwijl zijn schoonvader als ‘travailleur’ er bij inwoonde. In 1827 hertrouwde hij met Mettje Cornelis Bil.

 

Herbouw en stichting

Er was in honderd jaar wel veel veranderd. Hoezo? Rooda was akkerbouwer en veehouder. In 1852 werd hij voor belasting op het rundvee (wegens de bestrijding van de gevaarlijke longziekte) aangeslagen voor ƒ 11,04. Hij had toen negentien runderen. Twee jaar later had hij er twintig en die vertegenwoordigden een waarde van ƒ 1.545,00.

In de nacht van 26 op 27 november 1852 werd er bij landbouwer Rooda “door uitwendige braak uit den kelder van het bij hem bewoonde huis ontvreemd: 1 koperen handkeetel, 2 tinnen schotels, 3 oude looden gewigten, 3 koperen gewigten, boter, gekookt vleesch en witte brood, een paar mans riemschoenen en een bont opgedrukt jak.”

Zijn vrouw Mettje Bil overleed in augustus 1860, Wilke Rooda op 5 oktober 1867. Zoon Johannes nam het bedrijf tijdelijk waar. Hij verhuisde in 1868 naar St.-Annaparochie en was aldaar de stichter van de stoomoliemolen De Kinkhoorn, een zeepziederij aan de Warmoesstraat en liet het huis bouwen waar nu Bieringa woont. Nog weer later vertrok hij met zijn gezin naar de VS en hij is in Chicago overleden.

Terug naar de vertrouwde Oudebildtdijk. Dus prompt werd er boelgoed gehouden en de boerderij met 38 bunder, waarvan 23 op het Oud Bildt werd verkocht aan Arjen Boijens Wassenaar die we hier al vaker heb zien passeren. Hij was getrouwd met Janke Gerrits de Boer en zij kregen acht kinderen waaronder een Nanne. Arjen Boijens Wassenaar en zijn zoon Nanne Arjens Wassenaar ontplooiden hier bouwactiviteiten. In 1872 was er sprake van een verbouwing en in 1879 van herbouw, stichting en herbouw. We vermoeden dat het huis en schuur toen nieuw zijn gebouwd (de muursteen wordt bewaard in het Fries Museum te Leeuwarden maar is onvindbaar). De kadastrale kaarten onderstrepen deze veronderstelling. In 1832 stond hier nog een kop-hals-romp-boerderij, haaks op de Oudbildtdijk, met het huis naar het noorden gericht, maar volgens de kaart van 1887 stond hier een boerderij (ook haaks op de OBD) met daarvoor een, iets ten westen van het centrum geplaatst, dwarshuis, groot, fier, met een majestueuze trap die naar de voordeur leidde. N.B. Volgens de kadastrale kaart van 1832 stond de noordermuur van het oude woonhuis nagenoeg in de wal van de Oudebildtdijkstervaart. Heden ten dage vindt men daar nog steeds de oude fundering van het huis dat dus in 1879 werd afgebroken.

Zoon Nanne Arjens Wassenaar erfde deze plaats bij boedelscheiding in 1879. Deze Nanne kwam met vrouw Antje Atzes Hoekstra (geboren te Jelsum) en zoon Atze hier reeds in mei 1869 wonen. Hij trouwde later met Rinske Fokkes Noordenbos (kwam van Wanswerd). Nanne Arjens Wassenaar had wat met paarden, renpaarden wel te verstaan. Hij won in juli 1875 met de zwarte ruin Wilhelm (pikeur S. Hettinga) de premie te Leeuwarden (een met zilver gemonteerde fruitschaal) en twee maanden later met hetzelfde paard (berijder W. de Boer) te Rotterdam op een draverij met paar en chais de eerste premie: een zilveren presenteerblad ter waarde van ƒ 200,=. Ondanks dat boer Wassenaar stinkend rijk was hield hij de deur gesloten toen er in april 1876 gecollecteerd werd voor een watersnood. Per advertentie, ondertekend door J.A. Osinga en R. de Grijs, werd in de Bildtsche Courant wereldkundig gemaakt dat “men bij N.A. Wassenaar ‘niet thuis’ kreeg, ofschoon die vrij zeker wel thuis was.” Niet alleen buiten maar ook op het Bildt won Wassenaar met zijn paarden prijzen. Op de harddraverij tijdens de kermis te St.-Annaparochie in 1877 won hij, of liever gezegd zijn bruine merrie met pikeur S. Hettinga, de prijs van ƒ 60,=.

Nanne Arjens Wassenaar en zijn gezin keerden in december 1889 het – in zijn ogen – door stakingen van arbeidersbeweging Broedertrouw ontredderde Bildt, de rug toe en vertrok naar Leeuwarden. Drie zonen van hem zouden later als veefokkers furore maken en de kapitale boerderijen tussen Jelsum en Leeuwarden (waaronder de Vijverplaats) lieten zij daar bouwen.

 

Familie Van der Weg

Pieter Arjens Osinga werd in 1889 huurder. Hij was getrouwd met Antje Dijkstra (van Wier). Zij en hun dochter Jitske vertrokken naar Menaldum. De volgende huurder was Jan Hessels Bierma (geboren te Holwerd). Hij woonde hier met zijn vrouw Trijntje Douwes de Boer precies een jaar. Op 12 mei 1903 verhuisden zij naar het dorp St.-Jacobiparochie alwaar vrouw Trijntje zeer spoedig overleed. Een zoon van hen, Douwe Jans Bierma, nam het bedrijf over. Hij deelde lief en leed met Klaasje Beerts Nauta. Behalve twee dochters woonden hier, wachtwisselend, heel veel dienstmeiden.

Bij boedelscheiding in 1905 werd een dochter van Nanne Wassenaar eigenaar. Zij was getrouwd met Tiddo Hofstee, geboren te Finsterwolde en arts te Assen, Haren en Groningen. Huurder Douwe Jans Bierma vertrok in april 1934 met zijn vrouw naar de Sweelinckstraat te Leeuwarden. Nieuwe gebruiker werd Dirk Kornelis Schuiling die getrouwd was met Jantje Hiddinga (geboren te Wijnaldum). Nadat de drie kinderen waren uitgevlogen, verhuisde het echtpaar. Dirk en Jantje werden opgevolgd door Jan Baukes van der Weg. Hij trouwde in mei 1947 met Dirkje de Groot en verhuisde een maand later van Middelweg-west 239 (boerderij Noordzigt) naar hier. Zij kregen twee kinderen: Dirkje en Bauke. In oktober 1985 verhuisde vader Jan van der Weg naar St.-Annaparochie en nam zoon Bauke het bedrijf over. Het gezin Bauke van der Weg woont er thans nog.

Op vrijdagmiddag 19 april 1968 legde een hevige brand deze monumentale boerderij in de as. Ook de boerderij ten noorden van deze, eigendom van O. Marra, dus aan de overzijde van de Oudebildtdijk, ging door de overdwarrelende vonkenregen in vlammen op. Aan de overkant werd geen nieuwbouw gepleegd, aan deze zijde wel.

 

 

d.zwart@hetbildt.nl