BILDTSE PLAATSEN – nr 25 – Ouwedyk 699

Douwe Zwart – Bildtse Post, 22-6-2005


Doopsgezind

We zijn bijna aan het eind van de Jacob van Wijngaerdenkavel gekomen. Nog twee boerderijen dan passeren we de Koudeweg. We komen nu eerst bij het Zwart Kruis, alweer zo’n bijzondere boerderijnaam. Kom dan gaan we Oudebildtdijk 699 ontleden.

In 1527 was Hillebrant Meilartsz hier pachter en hij was hier in 1554 nog. Hillebrant pachtte 26 morgen en 338 roede Oudbildtland. Ten oosten van hem woonde in 1527 Walinck Sijmonsz (OBD 683). Een zoon van deze boer, Hercke Walichsz, was in 1566 pachter op de plaats die we thans bespreken. Het is niet ondenkbaar dat hij getrouwd was met een dochter van buurman Hillebrant Meilartsz, immers een wip over de sloot is zo gemaakt. Hercke Walichsz pachtte in 1566 en in 1574 nog, 19 morgen en 487 Oudbildtland. Het pachtrecht van de overige zes morgen was overgegaan naar Dominicus Hillebrants, een zoon van de buurman, die ten oosten van de Koudeweg een boerderij stichtte waarbij ook land ten westen van de Koudeweg hoorde. Op de kaart van 1570 treffen we zijn naam in iets andere spelling aan: Heero Walingsz.

In 1574 pachtte Hercke Walichsz met zijn buurman Aene Andriesz (OBD 683) ruim 38½ morgen buitendijks land in kavel 32 (recht tegenover de oostelijker gelegen boerderij OBD 683). In 1614 trad namens de Bildtpachters ene Olphert Heeresz op als onderhandelaar met de Staten van Friesland over de nieuwe inhuring. Zulke zogenaamde volmachten waren pachters van Bildtland en omdat Olphert Heeresz hier in 1629 nog woonde, kunnen we stellen dat de zoon in 1614 reeds zijn vaders plaats had overgenomen. Olphert was op 6 december 1613 voor het gerecht, dus in het rechthuis te St.-Anna, getrouwd met Lutgher Hendrixdr. Zij waren doopsgezind, vandaar dat ze voor het gerecht trouwden en niet in de kerk. Dit echtpaar kreeg vier kinderen: Heere, Neeltie, Waling en Jacob. Olphert was behalve volmacht ook bijzitter van het nedergerecht en assessor (wethouder) van de grietenij het Bildt. Voor 1638 had zoon Walingh Olphertsz de plaats overgenomen.

We hebben hier al vaker gezegd dat de Staten van Friesland in 1638 zestien plaatsen op het Oud Bildt aan de Oudebildtdijk verkochten. Dit was er een van. Waling Olphertsz kocht 19 morgen en 487 roede Oudbildtland voor 5.963 caroligulden. Hij was met buurman Philips Philips van der Meij ook pachter van kavel 32, maar toen in 1638 ook het Nieuw Bildt door de Staten van Friesland werd verkocht, werden zij niet de kopers. Assuerus van Vierssen, de rentmeester van de Staten, kocht deze kavel. Op deze kavel verrees geen boerderij, zodat Waling Olpherts het Nieuwbildtland gewoon kon blijven gebruiken.

Hij was getrouwd, ook voor het gerecht, met Trijntie Arien Sijmons. Zij kregen vier kinderen. Vader Waling overleed omstreeks 1644. Trijntie Arien Sijmons trouwde in 1646 met Pijter Philips van der Meij, waarschijnlijk een zoon van buurman Philips Philips. Deze Pijter verkocht de plaats in maart 1648 en omdat het eigen land was, zijn er proclamaties bewaard gebleven.

“Regtsdag 13 Martij 1648 – Joris Jacobs Lakencoper binnen Leeuwarden cum uxore begeren boode en concent opde coop van omtrent twintig morgen Billand binnen de olde dijck onder Jacobi Parochie gelegen met de huisinge, schuijre, cleijnhuijs, bomen ende plantagie en alle verdere anexore daertoe en aen behorende, hebbende Philips Philipsen ten oosten en ten zuijden, Boyen Dirx ten westen, de olde bildijck ten noorden belast met soodanige lasten als andere binnen dijxe landen daeromtrent gelegen en beswaerd met vijf jaeren huiringe ten profijt van (…)”

We zien dus dat Pijter Philips van der Meij en Trijntie Arien Sijmons de plaats verhuurden. Koper was Joris Jacobs Lakencoper, een “mennonijt” wonende te Leeuwarden en hem kennen we nog als de eigenaar (niet pachter) van OBD 733.

 

1659 A.H.

Op de zuidmuur van de huidige boerderij prijkt een steen met een zwart kruis, jaartal 1659 en de initialen A H. Die staan niet voor Albert Heijn, Alfred Hitchcock of Adolf Hitler noch hebben ze iets te maken met een ‘erlebnis’. Waar staan ze dan wel voor? Volgens het stemkohier waren Joris Jacobs erven eigenaar en gebruiker. We weten dat een gebruiker niet noodzakelijkerwijs op de boerderij in kwestie hoeft te wonen. Joris Jacobs was tenslotte lakenkoopman te Leeuwarden. Maar zijn erven of erfgenaam kan hier wel hebben gewoond. Wie die erven waren, kan men op het Bildt niet uitzoeken; ze waren doopsgezind en dus komen de kinderen niet in de doopboeken voor. Maar wel in trouw- en authorisatieboeken. Dus, zit het zo? Joris Jacobs trouwde in 1617 met de Harlingse Auckien Henrix. Stel dit echtpaar krijgt een zoon die vernoemd wordt naar grootvader aan moeders zijde: Hendrik. Hij is dan rond 1625 geboren en hij zal dan ongeveer in 1650 zijn getrouwd. Dan krijgt hij een dochter die hij naar z’n moeder vernoemt; zij zal dan Aukje Hendriks moeten heten en in 1659 de eerste steen hebben kunnen leggen! Ja, ’t is nattevingerwerk en koffiedikkijken tegelijk, maar toch…

Huizen zijn vaker getooid met een zwart kruis. Het heeft dan een symbolische betekenis, een middel om het huis of de schuur te beschermen tegen weerlicht. Het gaf de bijgelovige bewoners de moed om rustig te kunnen slapen.

 

In de olde Hopsack

In 1670 waren de erven Joris Jacobs nog steeds eigenaar en gebruiker van het Oudbildtland en ook het Nieuwbildtland hoorde nog steeds bij deze plaats. Ze waren dus ook stemhouder van deze plaats.

Op 16 februari 1680 werd voor het rechthuis in St.-Anna geproclameerd dat het Zwart Kruis in herberg de Oude Hopsak te Leeuwarden zou worden verkocht: “M…n presenteert bij het uitgaen vande brandende keerse ..de …t… bij het lichten des segels … den …se en alsoo bij decreet vanden Hove van Frieslandt … twe negende parten van sekere heerluke eigen gronds zate Billand met een vrie stem aande Olde Dijk onder Jacobij parochie groot uit geheel seven en twintigh morgen waarvan 20 morgen op ’t oud en 7 morgen opt nieuw Bildt zijn leggende en bij Sunou Lieuwes cum uxore meijers bewoont en gebruict wordende, hebbende de 20 morgen Claas Damus ten oosten, Jacob Jansen ten westen en Arien Jansen ten zuiden (…), alles om en aan ende tegen over het hoornleger gelegen, zijnde ider morgen vant oude Billand beswaert met een floreen en het nieuwe Billand drie pondematen voor een floreen, bovendien dese 7 morgen beneffens d’andere nieuwe Bildtlanden pro quota beswaert met 40.000 caroligulden nopens door breecken van dijcken daar op noch te quade, s…cu jar… jaartallen des jaarlix te huur genietende vijf carogl: sijnde bij Do. Sierxma voor ijder morgen, int geheel bij Strijcgelt geboden vier hondert vijf en ’t achtigh caroligulden. Wien hier aff gadinge maekt magh comen des saturdaghs nade laeste proclamatie voor den gerechte

vander Bildt te vallen op den 1680 te vier uire na noen ten huise van Frederick Kock herbergier inde olde hopsack binnen Leeuwarden en cope op voorgaende conditien.”

 

Niaarrecht

In 1698 stond de stem op naam van Rintje Hessels Tamboeser, wonende te Leeuwarden. Huurder was toen Arien Cornelis, die trouwens huisman (boer) onder St.-Annaparochie was. In november 1704 kocht Jacob Meiles deze plaats, maar de koop ging niet door. De plaats werd geniaard door Dirk Sickes. Het niaar is een oud recht van eigenaars van naastliggend land of van naastverwanten die een verkoop konden blokkeren. Als buurman A zijn huis verkocht aan B, dan kon je als naastligger of als bijvoorbeeld broer het recht op eerste koop doen gelden. En dat geschiedde hier. Nu was Dirck Sickes niet een naastligger, dus moet ie op een of andere manier familie zijn geweest van Rintje Hessels Tamboeser. Koopman Dirck Sickes, leraar der doopsgezinden te Harlingen, trouwde in 1691 met Pijttje Jacobs Braem en in 1708 was hij nog eigenaar en gebruiker van het Zwart Kruis. Voor 1718 verhuurde hij echter deze plaats aan Jan Pijtters. Tien jaar later en in 1738 nog, waren Dirck Sickes “wedue en kindskint” eigenaar. Huurder was in 1728 Cornelis Arjens SLM en in 1738 Pijtter Ruurds. In 1748 was Jacob Braam eigenaar van huis en schuur met bijna twintig morgen Oudbildtland. Pijtter Ruurds was nog altijd pachter. Hij was in 1739 in de kerk van St.-Jacob getrouwd met Antje Baukes. Hij kwam van St.-Jacob en zij van Oosterbierum. Opgemerkt moet worden dat de tweede plaats ten westen van deze ook door Pijtter Ruurds werd gepacht.

We hebben net gelezen dat de verkoop aan Jacob Meiles in 1704 niet doorging, maar zijn zoon, Meile Jacobs Ollema kreeg het dan kennelijk wel voor elkaar, althans als we het Statenregister van 1737 mogen geloven, want daarin staat hij als eigenaar vermeld. Maar daar geloven we geen biet van! We hebben net gezien dat Dirck Sickes’ weduwe en haar “kindskint” in 1728 eigenaar was. Ook op de Statenkaart van 1735 staat “Dirk Sikkes wed” als gebruiker vermeld. In 1738 was de weduwe nog eigenaar en volgens het stemregister van 1748 was Jacob Braam eigenaar. En dat klopt! Advocaat Dr. Jacob Braam was een zoon van Claas Jacobs Braam en Geertje Dirks die een dochter was van Dirck Sickes. Dus was dr. Braam een kleinzoon van Dirck Sickes. Hij is dat “kindskint”. Dus de dienstdoende ambtenaar van de Staten van Friesland die verantwoordelijk was voor het aanleggen van het register in 1737, heeft een fout gemaakt. Bij deze hebben we de blunder in het jubileumjaar 2005 hersteld.

Ene Pijter Ruyrds (en dat is onze pachter) werd in een belastingkohier van 1749 omschreven als “gemeen [in de betekenis van gemiddeld] boer met goed beslag”.

N.B. In het gemeentemuseum Het Hannemahuis te Harlingen staat een verguld zilveren dekselbokaal opgesteld. Het was bestemd “voor het huwelijk van Dirck Sickes en Pijttje Jacobs Braam, twee zeer welgestelde doopsgezinden”.

 

Fopma’s

Op 11 februari 1754 verkocht de weduwe dr. Jacobus Braam, Aukjen Reiners Fontein aan de gebroeders Arjen en Cornelis Beerts Kuiken “(…) een schone zathe land gelegen inde Jacobi Parochie (’t Swart Kruis genaamd) naar naam en faam seven en twintig morgen eijgen land waar van seven morgen is gelegen op ’t Nieuw en twintig morgen op ’t oude Bildt, bestaande in bouw en greide, met de huisinge, schuire, hovinge (…)”

Uit deze bron blijkt verder dat ene Sijtse Aeges het pachtrecht had tot mei 1754. Daarna was Cornelis Beerts Kuiken, een van de kopers, de gebruiker van 19 morgen en 485 roede Oudbildtland. Hij was in mei 1742 getrouwd met Sieukje Rutgers. In 1778 was Cornelis Beerts Kuiken alleen eigenaar en tot in 1788 was hij hier de gebruiker. Tien jaar later was Rutger Tjeerds Fopma eigenaar en gebruiker. Hij was een halfbroer van IJjtje Tjeerds die getrouwd was met Rutger Cornelis Kuiken, een van de erfgenamen van Cornelis Beerts Kuiken.

Rutger Tjeerds Fopma was in mei 1785 in de kerk van St.-Annaparchie getrouwd met Dirkje Atzes Wiegersma en zij kregen drie kinderen. Hij was ook mede-eigenaar van de plaats waar nu Oosterhof woont (OBD 1224) en voor 1811 verhuisde het gezin Fopma daarheen, van de Oosthoek naar de Westhoek. Op het Zwart Kruis woonden toen twee meiers: Pieter Ennes Harma en Sieds Arjens Harma. Hoelang zij hier hebben gewoond is ons niet bekend en eventuele latere bewoners tot 1829 ook niet.

 

Verervingen

In oktober 1824 stierf eigenaar Fopma in de Westhoek. Twee jaar later werd bij boedelscheiding de 19 morgen en 485 roede toebedeeld aan de erfgenamen van Rutger Tjeerds Fopma en Dirkje Atzes en dat waren toen: Antje Rutgers Fopma, vrouw van Klaas Tjeerds Andringa te St.-Jacob, Dirkje Rutgers Fopma, huisvrouw van Pieter Joris Sipma te Marssum en Tietje Rutgers Fopma te St.-Jacob.

Voor 1828 kocht de oostelijke buurman Wilke Johannes Rooda deze plaats van de genoemde erven. Hij was reeds eigenaar van de plaats ten oosten en verenigde dit land met het land dat hij bij zijn woondstede (OBD 683) gebruikte. Hij woonde daar met zijn vrouw Sjuwke Rutgers Kuiken.

En zo hebben we te maken met een boerderij zonder land en krijgen we een rits werklieden als bewoners. Van voor 1829 tot 1835 woonde hier werkman IJde IJdes Andringa. Zijn vrouw overleed hier in juli 1828. Na 1835 was werkman Sierd Siemens Dijkstra de hoofdbewoner. Het woonhuis was ondertussen gesplitst in meerdere kamers. Het was een komen en gaan van werklieden en er woonde ook een schipper: Klaas Cornelis Bil had zijn schip hier in de opvaart liggen en dat mocht want zijn zuster Mettje was ondertussen getrouwd met eigenaar Rooda.

Bij het leven verkocht Wilke Johannes Rooda in 1862 huis en schuur met het oorspronkelijke Zwart-Kruisland (18,819 hectare) aan de kinderen van Klaas Tjeerds Andringa die in 1824 mede-erfgenaam was van het Zwart Kruis. Vervolgens was er sprake van scheiding van goederen. De boerderij en ongeveer 4 hectare bouw- en weiland kwamen toe aan de zonen Tjeerd en Dirk Klazes Andringa. Ongeveer 10 hectare werd eigendom van schoondochter Pietje Rutgers Fopma, uitbaatster van een café in Marssum en ongeveer 3 hectare ging naar kleinkinderen Klaas, Antje en Roelof Rutgers Andringa te St.-Jacobiparochie. In 1863 verwierf Dirk Klazes Andringa het alleenrecht van eigendom en kwam hij hier wonen. Hij was van 1856 tot 1862 strandmeester van het waterschap Het Oud Bildt en trouwde in 1853 met Dirkje Hendriks Kramer. Zij kregen vijf kinderen, waarvan alleen Hendrik het loophek ontgroeide. De oud-strandmeester liet in 1864 iets aan de boerderij verbouwen. Na zijn overlijden erfde de minderjarige Hendrik Dirks Andringa huis, schuur en erf en 12,065 hectare. Hoofdbewoner was toen Roelof Rutgers Andringa, een oom van de jonge eigenaar. Neef Hendrik woonde hier bij in.

 

Onthoofd

In 1832 was het Zwart Kruis nog een winkelhaakboerderij met de rechte hoek richting noordwesten, de schuur wijzend naar het zuiden en het huis evenwijdig aan de Oudebildtdijkstervaart. Maar op de kadastrale kaarten van 1887 staat een stelp getekend. De onthoofding heeft in 1879 plaatsgevonden. Er was toen sprake van herbouw, herbouw en stichting.

Oom Roelof vertrok in mei 1880 met zijn gezin naar Firdgum. De jonge Hendrik Dirks Andringa was ondertussen ouder geworden en bleef hier wonen. Eerst alleen, maar de landbouwer trouwde in 1881 met Wijtske Sierds de Wilde. Zij kregen drie kinderen (een overleed jong). Dit gezin vertrok, net al zoveel andere bewoners van het Bildt, in 1891 naar Noord-Amerika.

In De Bildtse Post van 16 december 1949 vertelde een oude Bilkert van zijn jeugdherrineringen. We citeren een stukje: “De maityds fan 1886 most boer Andringa ’n jonge hewwe en doe kwam-y bij ôns hait te fragen at-y mij ok krije kon, foor ƒ 1,50 in ‘e week. Dat ging an: ik most soms negen uren daags ’t land op en del te ploegdriven en dat wylst ‘k nag maar goed negen jaar waar. ’t Worde der  niet beter op doe’t ik ’n ploeg, die’t bij de smid in reperasy waar, op myn been kreeg. Dut begon bra op te swellen en ik kon myn aigen skoenen niet meer drage, soadat ‘k ’n paar hoge leersys fan myn ouwere suster an hewwe most, en doe maar weer ploegdrive. Gyn wonder dat ik nou en dan op ‘e tannen bite most om ’t niet út te gulen fan pyn. De ploeger, J. Louwenaar, begroatte ’t en sette mij om ’t hutsy op ‘e ploeg of op ’t peerd om weer wat út te rusten.” Tot zover de voor ons onbekende ploegdrijver.

 

Familie Balt

12 hectare bouwland werd in 1891 verkocht aan J. Aartsma, L. Radsma, J.A. Osinga en A.A. Nauta. De plaats versnipperde dus. De “stelphuizinge” werd gekocht door Hendrik Fredriks Hoitsma, schilder te Berlikum. Hij liet hier diverse kamers in aanbrengen. En opnieuw werd het Zwart Kruis overweldigd door verschillende bewoners. We noemen er een paar: Gerrit Willems Louwenaar getrouwd met Jantje Loepkes Radsma, Fokke Sikkes Dijkstra getrouwd met Jeltje Jans Looge, Klaas Pieters Smidt getrouwd met Geertje Folkerts Hogerhuis, Hendrik Klazes Broersma getrouwd met Jantje Cornelis Bil.

Hendrik Fredriks Hoitsma verkocht de stelp in 1916 aan Hendrik Klazes Broersma en hij woonde hier als gardenier. Hij verkocht huis, schuur, hokken en erf in 1925 aan Coenraad Balt, die in maart dat jaar de nieuwe bewoner werd. Hij was getrouwd met Aaltje Faber en zij kregen vier kinderen: Cornelis, Jippe, Jan en Thijs. In maart 1958 verliet het echtpaar Balt de boerderij. Zoon Jan Balt werd de nieuwe hoofdbewoner. Landbouwer Jan was getrouwd met Geiske Wijtske Visser. In april 1987 verhuisde man en vrouw naar Bolsward. Sjoerd Jensma en Joke van Kooten waren de volgende bewoners. Zij verhuisden in 1994 van Oudebildtdijk 699 naar Oudebildtdijk 1171. Datzelfde jaar verhuisden Klaas Oosterbaan en Geertje Anema van Oudebildtdijk 319 naar Oudebildtdijk 699. Het lijkt wel dammen.