BILDTSE PLAATSEN – nr 22 – Ouwedyk 749

Douwe Zwart – Bildtse Post, 1-6-2005

 

“Doetslager”

De plaats die we vorige week hebben besproken en degene die nu aan de beurt is, Oudebildtdijk 749, waren tot 1554 een. Pachter was in 1527 en in 1547 nog, Laurijs Coster en hij kreeg in de lente van 1534 een ongenode gast op bezoek. Aldert Cuperus schrijft in het boek Raizen deur de Bildtse Geskidenis dat de beruchte “doetslager” [moordenaar] Engel Zeelander op het Bildt kwam. Hij ging naar het huis van Laurijs Coster wiens vrouw in het kraambed lag “ende waeren mitsdien aldaer vele goede vrienden vergadert omme vredelijcken mijt malcanderen goede chier te maken”. Zonder aanleiding sloeg Engel de ruiten aan diggelen en onder het uitbraken van scheldwoorden en dreigementen daagde hij de gasten uit naar buiten te komen om met hem te vechten. Jonge jonge, wat een toestanden.

Laurijs Coster pachtte 59 morgen en 112 roede. Deze plaats ging voor 1554 precies in tweeën met elk een boerderij. Zoon Lenaert Laurijsz Coster kwam op de westelijke en op de boerderij die we nu bespreken, kwam dochter Jannichie Laurijsdr Coster wonen. Zij was de tweede vrouw van Steven Claesz, die na haar overlijden, voor 1575 voor een derde keer trouwde met Neeltie Arriensdr Scheiff. In 1583 is Steven Claesz hier nog pachter van 29 morgen en 356 roede Oudbildtland. Hij pachtte er ook nog Nieuwbildtland bij in de kavels 35 en 34 (tegenover het Zwart Kruis). In 1602 was Jacob Stevensz (een zoon van) hier pachter. Hij was getrouwd met Corsie Arriensdr Scheiff. Hij vestigde zich in 1626 te Harlingen. Veertien jaar eerder was zijn zoon Jan Jacobs hier al boer. Hij was volmacht van de Oudbildtpachters, zeg maar een onderhandelaar met de Staten van Friesland over de nieuwe inhuring. Ondanks dat hij uit het Wassenaargeslacht stamt, noemde hij zich Kuiken. De doopsgezinde boer trouwde met Dieuwer Arriens Sijmonsdr SLM. Zij kregen zes kinderen die in 1670 gezamenlijk houder waren van de stem die op deze plaats rustte. Zoon Arjen Jansen Kuijcken was de gebruiker. Hij was getrouwd met Claasie Willems en zij kregen vier kinderen. Die kinderen waren in 1718 eigenaar van het pachtrecht van deze plaats. Het land liep tot aan de Middelweg. Verder pachtten ze nog kavel 34 (bijna 42 morgen) en ze waren ook nog pachter van OBD 723. Waling Walings de jonge was in 1708 hier de gebruiker. Een zoon van Arjen en Claasie, Beert Arjens Cuiken trouwde in 1698 met Neeltje Cornelis Walingsdr en zij was uit naam van haar zeven kinderen in 1735 pachter. De plaats behelsde op het Oud Bildt toen 46 morgen. Alle 20 percelen staan in het Statenregister van 1737 te boek als “greide”. De pachtsom bedroeg ruim 404 caroligulden per jaar. Drie van de zeven, Maggeltje, Claasje en Waling Beerts Kuiken waren in 1748 pachter. Waling was de gebruiker.

 

Siderius

In 1755 kochten broer Waling en zus Claasje Beerts Kuiken deze plaats van de Staten van Friesland voor 8.344 caroligulden. Hun wederzijdse kinderen waren in 1768 eigenaar en dertig jaar later nog. De plaats met nu 47½ morgen Oudbildtland bleef massaal bezit en om alle eigenaars in kaart te brengen vergt te veel ruimte. Daarom beperken we ons hier tot het noemen van de gebruikers: Waling Beerts Kuiken (tot 1778) en Beert Walings Kuiken (1778-1798). Beert was getrouwd met Neeltje Clases Wassenaar en zij waren ook eigenaar van de boerderij ten westen van deze.

Een dochter van hun, Antje Beerts Kuiken, trouwde met Arjen Jans. Zij was voor de helft eigenaar van beide plaatsen en ze woonde in 1811 met haar man op de westelijke. De plaats die we hier beschrijven werd verhuurd aan Dirk Reimers Kuiken. In 1818 was Arjen Jans (die zich nu ook Kuiken noemde) gebruiker van beide plaatsen. In 1832 waren de erven Antje Beerts Kuiken eigenaar. Een dochter van Antje Beerts en Arjen Jans, Neeltje Arjens Kuiken trouwde in september 1823 met Johannes Dirks Siderius (reeds weduwnaar en boer onder St.-Annaparochie) en hij was hier in 1838 gebruiker, maar dit echtpaar woonde op de boerderij hier ten westen van, waar Neeltje op 26 december 1824 overleed. Siderius hertrouwde in 1826 met Antje Sjoerds Wassenaar. In 1839 overleden beide ouders vlug na elkaar; Siderius op 27 februari 1839, zijn vrouw op 16 januari. In het boek Siderius – de Familie en het Handschrift van Johannes Woudstra vonden wij de volgende “Algemeene kennisgeving: Heden werd mij mijne geliefde echtgenoote Antje Sjoerds Wassenaar, in den ouderdom van 40 jaren en ruim 4 maanden, door den dood ontrukt. Ik verlies in de ontslapene eene getrouwe metgezellin des levens, terwijl mijne 4 kinderen, van welke de jongste slechts 15 weken telt, in haar eene gevoelvolle moeder missen. Rust hare assche in vrede, en sluimere zij het ontwaken, in den morgenstond der algemeene opstanding, in blijde verwachtingen, tegen. St. Jacobi Parochie, den 16 januarij 1839. Johannes D. Siderius.”

Toen werd er boelgoed gehouden. “15 en 16 April 1839: boereboelgoed op de beide zathen no. 58 en 59 Oude Bildtdijk onder St. Jacobi-Parochie, laatst bewoond en gebruikt door wijlen Johs. Dirks Siderius cum uxore, beiden voor kort overleden.” Er waren 25 paarden, 20 koeien enzovoort en bij het hoofdstuk meubelen kwam een forte-piano onder de hamer. Ook werd het land bij gedeelten verkocht.

Op de boerderij woonden toen werklieden: Jan Willems Spoelhof (1829-1837), Beerend Gerbens de Jong (1838-1840) en Bouwe Folkerts van der Meulen (1840 en verder). Deze Van der Meulen was in 1802 te Wier geboren en gardenier en voerman van beroep. Hij was getrouwd met Neeltje Gerrits Krottje. Op 11 januari 1845 verkocht notaris Oebele Braunius Oeberius finaal in de herberg van Johannes Jonk te St.-Jacobiparochie: “1e een huizinge en schuur no. 58 met erf en bouwgrond op ’t Oud Bildt onder St. Jacobi-Parochie, groot 1-06-40 bunder, bij Bouwe F. van der Meulen e.a. bewoond; 2e (… ); 3e drie stukken bouwland A/420-422) groot 7-40-0 bunder aldaar, Douwesland genaamd, bij Bouwe F. van der Meulen c.s. in huur. Te aanvaarden de huizinge 12 mei 1845.”

Op huis en schuur werd ƒ 1.327,00 geboden en op de drie stukken land ƒ 4.034,00. We zien dus dat de landerijen, reeds na het overlijden van Johannes Dirks Siderius, eerder waren verkocht. Bij de instelling van het Kadaster in 1832 was deze plaats nog 20,054 hectare groot. Het laatst opgemaakte floreenkohier van 1850 vertelt ons dat deze plaats in zestien gedeelten is uiteengevallen. Koper van huis en erf werd in 1839 Gerrit Willems Wassenaar, maar die was grootgrondbezitter (alleen al 106 hectare onder St.-Jacob) en dus tastten we in het duister wat betreft het tal hectares dat bij deze boerderij werd gebruikt. In 1851 werd Teunis Gerrits Wassenaar eigenaar en hij verkocht in 1856 huis en erf aan Sijbe Cornelis Hoekstra. Het huis was destijds gesplitst; er woonden twee gezinnen. Sijbe Cornelis Hoekstra was landbouwer op OBD 723 en hij zal deze huizen gekocht hebben om arbeiders in te huisvesten. Sijbe Hoekstra overleed in 1870. De minderjarige zoon Jouke erfde 9,604 hectare op het Oud Bildt. In het huis woonden toen de arbeiders Pieter Dirks Kuiken en Foppe R. Fopma. In 1879 was er sprake van sloping – waarschijnlijk is de schuur toen afgebroken – en in 1885 liet eigenaar Jouke Sijbes Hoekstra een nieuw huis met schuur bouwen op het perceel ten noorden van de plek waar de oude boerderij had gestaan. Volgens de kadastrale kaarten van 1832 was die oude boerderij was van het winkelhaaktype en van een zeer omvangrijke omvang. Het was destijds een van de grootste van het Bildt. De schuur stond noordwest met het erf ten zuiden ervan. Het huis wees naar het oosten, de rechte hoek naar het noordwesten. Eigenaar Jouke Sijbes Hoekstra verhuisde in 1885 naar deze nieuw gebouwde boerderij. Hij was getrouwd met Grietje van der Mei (geboren te Berlikum). In mei 1886 verhuisde het gezin Jouke Hoekstra naar Het Weeskind (OBD 627). Daarna kwam Dirk Bierma hier wonen. Hij was in Engwierum geboren en trouwde met Antje Koopmans. Zij vertrokken in 1894 kinderloos naar Leeuwarden.

 

De 20ste eeuw

Daarna kwam werkman Pieter Willems Louwenaar hier wonen die er in 1900 nog woonde. Wanneer hij precies verhuisde is ons niet bekend, maar Sijbe Joukes Hoekstra, een zoon van eigenaar Jouke Sijbes Hoekstra volgde hem hier op (waarschijnlijk na 7 juli 1904 toen Sijbe trouwde met Gelske Jarigs Kramer).

Vader Jouke was toen landbouwer op OBD 835. Hij ruilde met zoon Sijbe van boerderij en stichtte hier in 1908 een wagenhuis. Hij bezat 16,304 hectare land waaronder ruim een hectare op het Nieuw Bildt. In mei 1913 vertrok Jouke Sijbes Hoekstra en Grietje van der Meij naar Leeuwarden. In 1914 werd zijn boedel gescheiden. Zoon Sijbe Joukes Hoekstra erfde de plaats en verkocht hem in 1929 aan Pieter Goffes Bierma, landbouwer te St.-Jacob en vanaf 1958 zonder beroep wonende te Dongjum. In 1961 was zijn weduwe eigenaar. Zij heette Grietje Smeding.

Vanaf mei 1913 werd de boerderij bewoond door landbouwer Johannes Douwes Samel (geboren in 1871 te St.-Jacob). Hij was getrouwd met Trijntje Sierds Westra. Zij woonden hier met drie kinderen en later ook nog met een schoonzoon en kleinkinderen. Het gezin Samel vertrok in mei 1925. Toen kwamen hier kinderen van Hessel Douwes Bierma en Trijntje Gerbens de Jong wonen. Vader Hessel Bierma was boer geweest op een in 1931 afgebrande Nieuwbildtplaats onder St.-Annaparochie (aan de Nieuwebiltdijk, tussen NBD 327 en de Schuringaweg). De kinderen waren Sjoukje, Kinke, Ijtje, Gerben en Douwe. Een voor een vertrokken de kinderen naar elders. Douwe Hessels Bierma bleef achter, trouwde in 1928 met Gerlofke Dijkstra en dit gezin verhuisde in april 1930. De volgende landbouwer die we hier tegenkomen, is Pieter Goffes Bierma, een zoon van Goffe Wijbes Bierma en Frootje Koning, die zoals we al lazen, de plaats in 1929 had gekocht. Hij was getrouwd met Grietje Smeding en zij kregen twee kinderen, waarvan Tietje trouwde met Hendrik Hoekstra, die hier in 1946 kwam wonen.

 

Brand, toneel en cichorei

Ook deze boerderij werd een prooi der vlammen. De Bildtse Post berichtte het volgende. “Op zaterdagmorgen 6 mei 1967, even over negen uur, ontstond vermoedelijk door kortsluiting brand in de boerderij van de heer H. Hoekstra. Het vuur greep – aangewakkerd door de vrij harde wind – zo snel om zich heen, dat de zuidwestzijde in luttele minuten één laaiende vuurzee was. De brandweer van St. Annaparochie stond voor een onmogelijke taak en zij kon niet voorkomen, dat alles volkomen uitbrandde. Van de boerderij sloeg het vuur over op het woongedeelte en ook dit ging verloren.

De brand werd ontdekt door de zevenjarige zoon Jan, de jongste van de drie zonen van het echtpaar Hoekstra. Hij zou even iets uit de schuur halen en zag de vlammen boven zijn hoofd in een partij vlas. Hij sloeg direkt alarm en zijn vader heeft nog getracht enige landbouwwagens naar buiten te rijden, maar daarvoor was zelfs geen tijd meer. Een koe en een kalf konden in veiligheid worden gebracht, evenals de waardepapieren, kleren en enig huisraad.

De vlammen verteerden een viertal landbouwwagens, enige duizend aardappelkisten en een partij vlas.

De boerderij stond ongeveer 600 meter vanaf de weg, maar het overwaaiende vuur vormde toch een ernstige bedreiging voor de tegen de dijk staande boerderij van de heer A. Hoogterp. Het rieten dak vatte vlam, maar door direkt ingrijpen van de brandweer, die voor dergelijke gevallen over een apart aggregaat beschikt, kreeg men het vuur hier direkt onder controle. Veiligheidshalve werd de rietbedekking van de hele boerderij van de heer Hoogterp nat gespoten. De schade aan de boerderij van de heer Hoekstra werd door verzekering gedekt.”

Op de plek des onheils verrees spoedig een semi-bungalow met moderne aardappelloodsen. In 1983 verlieten Hendrik Hoekstra en Tietje Bierma de boerderij en nam zoon Pieter Goffe Hoekstra het bedrijf over waarbij thans 26 hectare Oud- en 35 hectare Nieuwbildtland behoort.

Hier heeft menige uitvoering van toneelvereniging De Oosthoek plaatsgevonden. In het kader van ’t Bildt 500 vindt u er nu de proefveldjes met gewassen die ooit op het Bildt werden geteeld. Oude tijden herleven aan de Oudebildtdijk met kanariezaad, karwij en cichorei.