BILDTSE PLAATSEN – nr 19 – Ouwedyk 833

Douwe Zwart – Bildtse Post, 11-5-2005

 

Een kwestie

Na de Franeker plaats Het Bosch (die echt in the middle of nowhere stond) ontwaren we op onze reis wederom een boerderij die niet direct aan de Oudebildtdijk staat. En dat is altijd zo geweest; op de kaart van 1570 staat hij ook al een eindje het land in. Waarom toch? We weten het niet. We behandelen deze week een vreemde eend in de bijt: Oudebildtdijk 833.

Pachter van 28 morgen en 425 roede land in de Florijs van Wijngaerdenkavel was in 1527 Daem Cornelisz. In 1547 was hij dat nog en tevens was hij toen pachter van 35½ morgen Buitenbildt. In 1557 was zijn weduwe hier pachter en in 1566 zijn zoon, Cornelis Daemsz, die we vier jaar later dan ook op de beroemde kaart van Jan Jansz aantreffen. Tussen 1574 en 1583 kocht Cornelis Daemsz het pachtrecht van ruim 7 morgen van de weduwe Cornelis Harrents. In 1583 was hij hier nog pachter (van ± 36 morgen) en spoedig daarna Daem Cornelisz. Hij was natuurlijk een zoon van Cornelis en een kleinzoon van Daem. Zo werd deze plaats in de zestiende eeuw gepacht door drie opeenvolgende generaties van dezelfde familie. Of daar nog een generatie op volgde, weten we niet. De gegevens omtrent pachters ontbreken in de jaren 1578-1628.

Wat niet ontbreekt, zijn stukken over een pachtkwestie. Op 26 maart 1583 beklaagde Cornelis Daemsz zich bij de Staten van Friesland over te hoge huur. Hij betaalde 8 caroligulden en 10 stuivers, zo schreef hij in zijn request, terwijl zijn buren maar 8 gulden per morgen per jaar betaalden. De Staten honoreerden zijn verzoek, maar de rentmeester merkte op dat drie van Cornelis Daemsz’ naaste buren wel degelijk 8 gulden en een dubbeltje betaalden. De rentmeester stelde de Staten voor om de korting alleen voor het lopende jaar te geven, tot de zaak nader onderzocht zou zijn. In 1584 verscheen Cornelis Daemsz weer op het rentmeesterskantoor te Leeuwarden met zijn huur, 8 gulden per morgen, maar de rentmeester eiste de volle huur. Onze pachter beklaagde zich toen bij het Hof van Friesland. De rentmeester verklaarde dat “die suppliant [eiser] int remonstreren [verzoeken] stoutelijcken tegen die waerheijt heeft derven affirmeren [betuigen], dat genige so veele te pachte gaven als hij.” Cornelis Daemsz moest met de extra stuivertjes op het kleed komen. Maar hij wende zich toen tot Gedeputeerde Staten en zij besloten dat er 8 gulden pacht per morgen verschuldigd was.

Zoon Daem Cornelis volgde zijn vader hier op en hij was kennelijk gok- en reislustig want hij ging in 1593 een weddenschap aan met Johan Pietersz Bonteman, boer aan de Middelweg (nu Middelweg west 174) dat hij dat jaar Madrid zou bezoeken. Hij slaagde in zijn opzet en Bonteman moest met 100 caroligulden voor de dag komen.

 

“Die perden kel wordende”

Van boer Dirck Jansz is een dagboek bewaard gebleven. We hebben er al eerder uit geciteerd. Hij was landbouwer op Veldzorg (Middelweg-oost 116, A.W. Anema), maar woonde tot 1606 bij zijn moeder en stiefvader aan de Oudebildtdijk onder St.-Annaparochie. Hij schreef: “Inden jare 1606 ben ick met mijn 4 sesters ende ons heere ende oem Claes met noch twe ander meijden sonnedaechs met eenen waeghen die ons t sawens nae coemen was, in Sent Iacops merckt na hus gereden. Riijende op die dick soe bij Daem Korneles die perden kel wordende, sijn van boven die dieck ghesprongen soa dat die waeghen om sloch soe datse al beserde out genoemen ons heer. Oem Claes lach lanck voer doedt ende ick viel mijn aerm ut het schoewer, wijt het ledt ende tessen de ellen boege ende het schoeuwer was hij mest stecken ofte seer gekniest.” Dirck Jansz moest naar Leeuwarden om zijn arm weer in de kom te laten drukken. Dit gezelschap is dus na het bezoek aan de kermis van St.-Jacob via de Kadal de Oudebildtdijk opgedraaid. Is het niet prachtig dat we na bijna 400 jaar precies kunnen zeggen waar dit helse ongeluk met paard en wagen heeft plaats gevonden?

In 1629 was Dirck Dircks Monnichuijs hier pachter van bijna 36 morgen. Hij was van Wier afkomstig en getrouwd met Grietje Martensdr. In 1632 nam Pieter Pieters d’jonge dit pachtrecht over. Hij was getrouwd met Jannechie Dirxdr, niet een dochter van Dirck Dircks Monnichuijs maar van de steenrijke koopman Dirck Boijens en Tettie Tonis. Pieter d’jonge was een zoon van Pieter d’olde en Trijsie Harrentsdr en die kennen we. We zijn ze in januari dit jaar tegengekomen als pachters van een boerderij in de Westhoek (OBD 1185).

Pieter Pieters d’jonge woonde hier in 1640 nog en pachtte toen behalve ± 36 morgen op het Oud Bildt ook nog ongeveer 19 morgen op het Nieuw Bildt, de helft van kavel 38 die recht tegenover de boerderij lag. In 1655 verbleef zijn weduwe hier nog, maar voor 1670 was Cornelis Walingsz er als pachter komen wonen. Deze Cornelis huwde twee keer, eerst met Aefke Jans Monninckhuijs, uit welk huwelijk een zoon Waling werd geboren en de tweede maal met Amerens Sjoerd Daamsdr, een dochter van de ontvanger van het Nieuw Bildt. Met haar kreeg Cornelis nog drie dochters: Maartje, Jannigje en Neeltje. Deze drie kinderen stonden in 1698 als stemhouders van deze plaats te boek.

 

Zo vader zo zoon

De plaats behelsde in 1700 bijna 45 morgen Oudbildtland en de drie dochters waren de pachters. Van Maartje weten we bitter weinig. Jannigje Cornelisdr, geboren rond 1672, trouwde in 1700 met Claas Reinder Clasen Wassenaar, het jaar dat hier volgens de muurankers nieuwbouw werd gepleegd. Neeltje Cornelisdr trouwde in 1698 met Beert Ariens Kuiken. Deze Neeltje Cornelis kocht het gedeelte van Maartje en dus waren de pachters in 1718 Beert Arjens Kuiken namens zijn vrouw 2/3, en Claas Reinders namens zijn vrouw 1/3.

Het gedeelte dat Neeltje in 1706 kocht, wordt in een proclamatieakte als volgt omschreven: “een heerlijcke sathe old gepachte State Billand bestaande in de eigendom van de huisinge, schuire cum annexis, sampt hovinge, bomen en plantagie met ruigte en ruigscherne widers hecken, stecken en heckpalen etc met de eigendom van negen morgen nieuw Billand en de ontruiminge of pachtrecht van seven en dartigh morgen en drie vierde parten old State Billand, gelegen op ’t noord van Jacobi Parochie hebbende de olde Billanden de grietman Scheppers erven ten oosten, de wech ten zuiden, de heer Hemmema ten westen en de oude dijk ten noorden.” Het land lliep dus tot aan de Middelweg toe.

De gebruiker van deze plaats was in 1708 Claas Reinders Wassenaar. In 1718 was dat zwager Beert Arjens Kuiken die voor 1728 overleed. Uit zijn huwelijk met Jannigje waren zeven kinderen geboren, waarvan Arjen en Jan belangrijk zijn voor dit verhaal.

De plaats bestond in 1718 uit 41½ morgen Oudbildtland. Er werd toen ook nog 9 morgen Nieuwbildtland in kavel 38 bijgebruikt (in 1728 niet meer). Volgens de Statenkaart van 1735 lag er 38¼ morgen Oudbildtland in de directe nabijheid van de boerderij (waaronder 4½ morgen greide), dus zal er nog dik drie morgen elders hebben gelegen.

In 1738 was Arjen Beerts Kuiken de gebruiker en met zijn broer Jan Beerts Kuiken houder van tweederde stem. Hij was in 1732 getrouwd met Amarens, een dochter van Claas Reinders Wassenaar die mede-eigenaar van deze boerderij was. En om het nog gekker te maken: broer Jan Beerts Kuiken trouwde in 1737 met Aafje Claas Reinders Wassenaar, ook een dochter van de mede-eigenaar; Aafje was een zuster van haar schoonzuster!

 

Nieuwbouw

In 1753 verkochten de Staten van Friesland deze plaats. Voor 6.127 caroligulden en één stuiver werden Arjen Beerts Kuiken, Jan Beert Kuiken en de weduwe van Claas Reinders elk voor eenderde gedeelte eigenaar van 34¾ morgen Oudbildtland. In 1758 was de situatie nog gelijk: Arjen en Jan Beerts Kuiken bezaten 2/3, en de erven Claas Reinders weduwe bezaten 1/3. Gebruiker was nog steeds Arjen Beerts Kuiken die voor 1768 het gedeelte van de erven van Claas Reinders weduwe kocht. In 1768 was Beert Jans Kuiken dus voor 2/3 eigenaar. Hij was een zoon van mede-eigenaar Jan Beerts Kuiken. Arjen Beerts Kuiken en Amarens hadden een dochter gekregen die ook weer Amarens heette. Deze dochter trouwde met Beert Jans Bos, pachter van de Franeker plaats Het Bosch die ook deze plaats erbij gebruikte. Beert Jans Bos overleed reeds voor juli 1787 en zijn kinderen erfden deze plaats. Omdat het minderjarige kinderen betrof, werden er curatoren aangesteld, die hier namens de kinderen een nieuwe boerderij stichtten. De muursteen herinnert daaraan: “1790 den 29 maart is de eerste steen aan dit huis geleid door Aaltje Beerts Bos en geboud door Aarjen, Jan, Waling en Aaltje Beerts Bos, kinden van wijlen Beert Jans Bos en Amerins Aarjens Kuiken onder opzigt van Pieter Sjoerds en Waling Tijmens als curatoren.”

De kinderen Bos bezaten ook nog ruim 19 morgen in kavel 38. Arjen Beerts Bos was de gebruiker. Hij was getrouwd met Antje Klazes de Groot en hij stierf hier op 17 april 1830, ’s avonds tien uur. Arjen was maar 58 jaar geworden. Antje bleef hier met haar kinderen wonen.

In 1832 was de weduwe Bos nog eigenaar van een lang voorhuis, schuur en erf met in totaal 55 hectare zowel Oud- as Nieuwbildtland. Zoon Beert Arjens Bos nam de plaats in 1835 over en werd na het overlijden van zijn moeder in 1847 ook eigenaar. In 1852 had hij 21 runderen op stal staan die een waarde van ƒ 941,= vertegenwoordigden. Beert Bos trouwde met Maaike Riemers Kuiken en zij kregen een kind, Antje. Deze dochter trouwde in mei 1870 met Jan Arjens Wassenaar (een zoon van Arjen Boijens Wassenaar en Janke Gerrits de Boer) en zij kwamen toen op deze plaats wonen. In 1879 vonden hier bouwactiviteiten plaats en in 1881 werd de tuin aangepast. Wat er werd bijgebouwd is onduidelijk.

 

Om des Konings zweep

Jan Arjens Wassenaar was een paardenliefhebber en werd in de lokale en provinciale pers vaak vermeld als prijswinnaar van paardenrennen. Zo won bijvoorbeeld zijn ruin Wilhelm in 1877 de eerste prijs van ƒ 150,00 te Winschoten en de harddraver Prinses Marie met pikeur K.S. Sipma, won in 1883 de eerste prijs te Franeker. Jan Arjens Wassenaar inkasseerde honderd gulden. Maar de meest prestigieuze prijs die er destijds met paarden te winnen was, was de wedstrijd om ’s Konings zweep te Leeuwarden. Een klein bericht vonden we in de Bildtsche Courant van 4 september 1877: “Voor de gisteren te Leeuwarden gehouden harddraverij met paard en chais om ’s Koningszweep en breed gouden oorijzer waren 19 paarden aangegeven, 4 er van absenteerden en een werd afgekeurd, zoodat 14 aan den wedloop deelnamen. Als naar gewoonte was een groot getal toeschouwers uit deze en andere provincien aanwezig. Naar men zegt werden door één trein van Arnhem ruim 1600 passagiers aangebracht. Het paard Wilhelm van den heer Jan A. Wassenaar te St. Jacobi-parochie, pikeur W. de Boer, won de zweep en de zwarte ruin Carré van den heer K.K. Wassenaar ook te St. Jacobi-parochie, pikeur S. Hettinga, behaalde het gouden oorijzer.” Een dubbelslag voor St.-Jacob.

Dat de paarden bij J.A. Wassenaar een goed onderkomen hadden, blijkt uit het volgende bericht dat we ook uit de kolommen van de Bildtsche Courant haalden: “Het maken van een zomerstalling bij de boerderij van Jan Arjens Wassenaar onder St. Jacobi-parochie is gegund aan W. Prins te Oude Bildtzijl voor ƒ 1.937,00.”

In oktober 1890 keerden Jan Arjens Wassenaar en Antje Beerts Bos het Bildt de rug toe. Zij vertrokken kinderloos naar Jelsum. Daar was hij landbouwer en veefokker, maar hij bleef eigenaar van deze boerderij. Na zijn overlijden in 1910 te Jelsum verkreeg volgens een door de weduwe in 1916 afgegeven legaat, Arjen Nannes Wassenaar het eigendomsrecht. Hij was een zoon van Nanne Arjens die een broer was van de overleden Jan Arjens. Arjen Nannes Wassenaar was getrouwd met Richtje Ruurds Boelstra en was veefokker te Jelsum. In 1969 waren Maaike Janke Wassenaar en Renske Maaike Wassenaar eigenaars van de plaats.

Terug naar de huurders: in 1891 werd landbouwer Hijltje Jans Heringa hier huurder. De geboren Holwerder verhuisde met zijn vrouw Trijntje Alberts de Groot en dochter IJfke van de plaats in de Westhoek (OBD 1225, Andringa) naar hier. In 1896 woonde dit gezin hier nog, maar of in 1896, of een jaar daarna kwam Hessel Aukes Bierma hier te wonen. Hij was een zoon van Auke Jans Bierma, landbouwer op het Nieuw Bildt (OBD 976). Hij was getrouwd met Trijntje Douwes Bierma. Zij was een dochter van Douwe Jans Bierma, landbouwer aan de Oudebildtdijk (OBD 1059).

 

Boerenboelgoed

Zij verbleven hier maar kort. In 1898 verhuisden ze met de kinderen Jantje en Kinke. Daarna werd buurvrouw Trijntje Johannes Olivier de hoofdbewoonster. Haar man Willem Bentes Wassenaar was in november 1897 overleden op de boerderij ten westen van deze. Met haar zonen Bente (31 jaar) en Klaas (23 jaar) nam ze hier haar intrek. Zoon Klaas vertrok weldra naar elders. Trijntje Olivier woonde hier dus met haar zoon Bente. Verder woonden hier dienstmeiden bij in en, van 2 oktober 1908 tot 10 januari 1909, een verpleegster. Trijntje Olivier overleed op 9 januari 1909. Toen werd Bente Willems Wassenaar automatisch de hoofdbewoner. Hij was getrouwd met Wijtske Baukes Lettinga (kwam van Menaldum). Dit echtpaar verhuisde in mei 1916 kinderloos naar Leeuwarden.

De volgende landbouwer die we kunnen begroeten heette Klaas Bienses Bierma. Hij was geboren in Ternaard, maar zijn vrouw, Antje Piers Hoogland, kwam van St.-Jacobiparochie. Zij kregen een zoon, Bienze. Deze zoon volgde zijn ouders in mei 1923 op. Hij trouwde drie jaar later met Sjoerdje Okkinga (van Tzummarum). Dit gezin verhuisde in mei 1934 naar het Stienser Oudland.

Toen kwam landbouwer Louw Jans Hoogland met vrouw Menke Dirks van der Leij hier wonen en zij vertrokken in februari 1942 naar Huizum. Hein Veeman was de volgende bewoner, of misschien moeten we zeggen: toezichthouder. Hij woonde hier met zijn vrouw Grietje Hoogland precies drie maanden. Met hun vijf kinderen verhuisden ze naar Marssum, maar niet voordat het boerenboelgoed van Louw Jans Hoogland had plaatsgevonden. Op 25 maart in het voor Nederland derde oorlogsjaar werd te koop aangeboden: “het in uitmuntenden staat van onderhoud verkeerende boerenreeuw, als hooiwagens met raamten en bietenschutten, platte wagen op luchtbanden, aardkarren, kunstmeststrooier (Deering), gecombineerde wiedmachine met geultrekker, maaimachine, keermachine, sleephark, landrol, cultivators, wentel- en andere ploegen, eggen, aardappellichter, aardappelsorteermachines w.o. een met zeven, en een met toevoer- en leesband met Fairbankmotor, sorteertafel, aardappelwaschbakken, repels met bank en repelkleeden, kruiwagens, paardetuig, bietensnijder, bintladder, ladders, gierpomp, bascule met gewichten, hekken, graan- en aardappelhandzeven, ± 1500 aardappelbroeibakken, ± 1500 graan- en aardappelzakken, aardappelzoekbakken, korven, aardappel- en bietengrepen, hooiroede, vorken, voor- en achterbinten met haken, kruiplanken, palen, zetstokken, hekkels en hetgeen verder te voorschijn zal worden gebracht.” Zie daar de inventaris van een boerenbedrijf anno 1942.

Dan verscheen Thijs Roelof Schuiling hier ten tonele met vrouw en mede-eigenaar Renske Maaike Wassenaar en een kind. Twee geboortes later, in mei 1950, vertrok dit gezin naar Jelsum. Toen heeft Jan Hiemstra hier gewoond. Hij stond als landarbeider te boek, dus hij zal wel meijer geweest zijn. Hij vertrok met vrouw en kinderen in februari 1963 naar St.-Anna. De volgende bewoner was ook een bedrijfsleider. Hij heette Cornelis Maria Straathof en was geboren te Hazerswoude, Zuid-Holland. Al in maart 1970 verhuisde hij met vrouw en kinderen naar Dronten.

De volgende bewoner (en eigenaar) was Dirk Arjen Jan Schuiling, een zoon van bovengenoemde Thijs Roelof Schuiling (later Wassenaar Schuiling). Hij overleed in 1985. In april 1986 verhuisde Johannes Allart Sijtsma van Herbaijum naar hier. Hij is getrouwd met Karin de Vries en thans de huidige eigenaar.