BILDTSE PLAATSEN – nr 17 – Kadal 66

Douwe Zwart – Bildtse Post, 27-4-2005

 

Florijs van Wijngaerdenkavel

We hebben het land van de stad Franeker achter ons gelaten. We begeven ons weer op het Statenland, het land dat voor het grootste gedeelte tot 1752 eigendom was van de Staten van Friesland. We passeren de Kadal en belanden zo bij de eerste plaats die sinds de officiële invoering van de straatnamen op het Bildt in 1964, niet aan de Oudebildtdijk is gelegen, maar aan de Kadal: nummer 66. Maar daar staat nu toch slechts een huis? Klopt. De boerderij is foetsie.

Met het passeren van de Kadal (vroeger ook wel met Kadalsterweg aangeduid), zijn we in de Florijs van Wijngaerdenkavel beland. Deze kavel werd in 1506 onderverhuurd door de naamgever. Florijs nam in 1505 met zijn beide broers Dirck en Jacob en schoonzoon Thomas Beuckelaer de taak op zich om het Bildt te bedijken. Hij was behalve heer van IJsselmonde, griffier van het Hof van Holland en pensionaris van Dordrecht, ook getrouwd met Maria van Swieten. Zijn dochter Margaretha was getrouwd met Thomas Beuckelaer.

De gehele Florijs van Wijngaerdenkavel was 219¼ morgen groot en liep van de Oudebildtdijk tot de oude zeewering tussen Mooie Paal en Wier. We beperken ons hier tot het noorderkwartier. Dat werd in het noorden begrensd door de destijds nieuwe zeewering, in het oosten door een kaarsrechte sloot tegenover OBD 792, in het zuiden door de Middelweg en in het westen door de Kadal.

We duiken vervolgens in de oudste Bildtrekeningen en vinden in 1527 dat ene Jan Jansz hier pachter was. In 1547 treffen we hem hier nog aan, maar toen stond hij te boek als Jan Jansz van IJsselmonde. Hij pachtte 23 morgen en 12 roede Oudbildtland. Op het destijds nog onbedijkte land pachtte hij in kavel 39 (recht tegenover OBD 833) 39 morgen. Van het Oudbildtland pachtte in 1554 ene Joris Jansz zeven morgen. Hij was waarschijnlijk een zoon van Jan Jansz van IJsselmonde (komt ook voor als Isselmonde) die het restant van dik 16 morgen nog pachtte. In 1566 is de plaats weer in een hand en wel in die van de weduwe van Gerrijt Jansz, nu echtter met dik 26 morgen Oudbildtland. We hebben redenen (diverse hypotheekaktes rond 1620 – zie verderop) om aan te nemen dat deze Gerrijt Jansz ook een Isselmonde was. Op de kaart van 1570 staat de naam Gerrijt Claesz bij deze boerderij vermeld. Hij zal destijds de gebruiker zijn geweest, want de pachter in 1574 was nog steeds Gerrijt Jansz weduwe. Zij pachtte toen 26 morgen op het Oud en de eerder vermelde 39 morgen op het Nieuw Bildt. Op de Gabbemakaart van 1584 prijken de namen Reuelt Gerbrands en Cornelis Gerrijtsz bij nota bene twee klein getekende boerderijtjes in de hoek van Kadal en OBD. Is de laatste een zoon van Gerrijt Jansz?

 

Kinken in de kavel

Dan krijgen we de radiostilte tot 1629. Gegevens over de pachters van deze plaats ontbreken. Maar uit de al eerder genoemde hypotheekaktes kunnen we het volgende reconstrueren: ene Cornelis Gerrijts Isselmonde (zeer waarschijnlijk een zoon van bovengnoemde Gerrijt Jansz) was voor 1620 overleden. Hij was getrouwd geweest met Ael Ariensdr. Uit dit huwelijk kwamen vier kinderen voort: Gerrijt, Arien (getrouwd met Machtel Sijetses en jong gestorven), Neeltie (getrouwd met Claas Teunis op der Schellinck) en Ariaentie (getrouwd met Theunis Gerbrants).

In de Bildtrekeningen van 1629 vinden we bijna geen aanknopingspunten. Morgentallen op het Oud Bildt komen niet overeen met die van 1574. De namen van pachters kunnen we niet linken met die van 1574. Er is geen touw aan vast te knopen. Het lijkt alsof de gehele Floriskavel op de schop is gegaan. Het enige bruikbare is een naam die voorkomt op de Gabbemakaart en die van de pachter van kavel 39. Dat is Cornelis Gerrijts. Misschien – maar meer ook niet – was hij toen pachter van deze boerderij. Hij zou dan een zoon van Gerrijt Cornelis, dus een kleinzoon van Cornelis Gerrijts Isselmonde moeten zijn.

In 1638 waren er drie pachters van deze 39ste kavel Nieuwbildtland. Slechts een van de drie schijnt in aanmerking te komen om pachter te zijn geweest van de plaats die we hier nu beschrijven: Berent Eskes. Maar of hij het is geweest?

Dat Cornelis Gerrijts Isselmonde pachter is geweest van deze boerderij lijkt echter te worden onderstreept door het feit dat de echtgenoot van dochter Ariaentie Cornelis, Teunis Gerbrants, in 1629 pachter is van de plaats die ten oosten van deze staat en die rond deze tijd pas is ontstaan. Dus uit de oude plaats van de familie Van IJsselmonde, onstonden rond 1620 twee: OBD 835 en deze die we nu bespreken. (We laten dan en passant dat kleine boerderijtje op de Gabbemakaart van 1584 links liggen.)

Niet eerder dan in 1650 hebben we echt zekerheid; Sijmen Walings (wellicht getrouwd met een dochter van Cornelis Gerrijts) was hier pachter en in 1670 waren dat de erven van Dirck Dirx. Volgens een morgentallijst van 1674 blijkt de weduwe Dirck Dirx slechts zeven morgen Oudbildtland te pachten. Dat lijkt ons wel heel erg weinig… maar we kunnen dat misschien verklaren en daarvoor zakken we even de Kadal af.

 

Nog een boerderij aan de Kadal

In 1570 was Barthout Barthouts (een nazaat van Steven Huigen in directe lijn) pachter van bijna 13 morgen Franeker land. Zijn boerderij stond ten westen van en aan de Kadal, halverwege het Oosteinde en de Oudebildtdijk. Hij was in 1566 ook pachter van 18 morgen in de Florijs van Wijngaerdenkavel, dus ten oosten van de Kadal. Volgens ons is het nu zo gegaan: in 1601 nam zoon Gerrijt Barthouts deze Franeker plaats over. Hij trouwde met Maritgen Simons en zij kregen vier kinderen, van wie twee belangrijk zijn voor dit betoog: Grietje en Maartje Gerrijtsdr. De Franeker boerderij aan de Kadal verloor zijn functie (brand, afbraak). Aan de overzijde van de Kadal werd een nieuwe boerderij gebouwd, op Statenland, dat immers ook bij deze plaats hoorde. Het nu losse Franeker land bleef eerst nog bij deze plaats. Alles bleef bij het oude, slechts het huis en de schuur waren verplaatst. In 1627 was de weduwe van Gerrijt Barthouts er pachter. In 1640 komt zij voor in het stemregister met 38 morgen op het Oud en 4 morgen op het Nieuw Bildt. In 1655 was een dochter van Gerrijt Barthouts en Maritgen Simons hier stemhouder en dus pachter. Dat was Grietje die getrouwd was met Riemer Cornelis Daems. Maar in 1670 was deze stem in handen van… de gebroeders Cornelis en Waling Walingsz! En zij waren zonen van een tweede dochter van Gerrijt Barthouts, genaamd Maartje, die getrouwd was met Waling Cornelis. In 1690 is een van de broers, Waling Walingsz, solopachter van deze plaats en hij zal dan de plaats die we hier deze week beschrijven, dus die kleine met slechts zeven morgen van de weduwe Dirck Dirx hebben overgenomen. WW verhuisde toen naar de boerderij aan de Oudebildtdijk (of hij liet hier nieuwbouw plegen). En hij combineerde de beide plaatsen. Dit gegeven sluit mooi aan bij een bewaard gebleven kaart van het Franeker land en omgeving uit 1692. Daarop staat een boerderij getekend, gelegen ten oosten van en aan de Kadal, halverwege de Oudebildtijk en het Oosteinde. Er staat bij geschreven: “Waling Walings old of vervallen hornleger” en uit dezelfde kaart blijkt verder dat Waling Walingsz toen in de hoek Kadal-Oudebildtdijk woonde. Het Franeker land werd na de scheiding van de boedel van Gerben Reinders niet langer meer gebruikt bij de boerderij aan de Oudebildtdijk.

In 1698 was hier Waling Walingsz dus pachter. Hij was een zoon van Waling Cornelisz en Maartje Gerrit Barthouts. Hij trouwde op 12 december 1675 in de kerk van St.-Jacobiparochie met Antje Stevens, een dochter van Steven Pietersz (een Wassenaar) en Amerens Sjoerdsdr. Waling Walingsz overleed in februari 1714. Zijn drie kinderen waren in 1718 houders van de stem die op deze plaats rustte. Dat waren 1. Amerens Walings, getrouwd met Jan Martens de Vries; 2. Waling Walings Wassenaar alias Breetje, getrouwd met Dieuwer Arjensdr en 3. Maartje Walings die in 1715 getrouwd was met Gerben Reinders. Dit laatstgenoemde echtpaar was in 1728 pachter.

 

Gedenksteen

De plaats bestond in 1737 uit bijna 35 morgen Oudbildtland, waarvan een perceel van drie morgen weiland was. De jaarlijkse pacht aan de Staten van Friesland bedroeg ruim 293 caroligulden. Het land lag vanaf de Oudebildtdijk tot (op twee percelen na) aan het Oosteinde in St.-Jacob.

Gerben Reinders en Maartje Walings Wassenaar werden hier tussen 1738 en 1748 opgevolgd door hun zoon Reinder Gerbens, die in een belastingregister van 1749 werd aangeduid als een “seer wel gestelde boer”. Hij trouwde met Claasje Beerts Kuiken en zij kregen drie kinderen. Vader Reinder overleed spoedig en in 1752 toen de Staten van Friesland het Oud Bildt verkochten, werd moeder Claasje Beerts als voogdes over haar kinderen Beert, Maartje en Cornelis de eigenaar van 36 morgen en 525 roede Oudbildtland voor de somma van 6.397 caroligulden, 2 stuivers en 4 penningen. Deze drie kinderen bleven tot in 1818 gezamenlijk eigenaar.

Als voogdes liet de moeder hier een nieuwe boerderij bouwen. De muurankers 1, 7, 6, en 2 wijzen hierop, maar de gedenksteen vertelt ons meer: “1762 den 10 April is de eerste steen van dit huis geleid door Beert Reinders en dit huis gebouwd door Beert, Maartie en Cornelis Reinders.”

Claasje Beerts Kuiken was in 1755 in de kerk van St.-Jacob getrouwd met Tijmon Thaekes. Ze had een “alvorens geteelt kind” in de armen. Deze tweede echtgenoot werd nu de gebruiker van deze plaats en dat was hij in 1778 nog. In 1788 waren de kinderen uit Claasjes eerste huwelijk dus eigenaar en de drie kinderen uit haar tweede huwelijk waren gebruikers. Dat waren Waling, Neeltje en Arjen. In 1798 gebruikten zij de plaats nog. Volgens de “liste des habitants de la commune de St. Jacobi-parochie” was “paysan” Arjen Tijmens Kuiken de bewoner van huis met nummer 73. In 1818 woonde hij hier nog. Hij pachtte toen 34 morgen en 29½ roede Oudbildtland. Zijn broer Waling Tijmens Kuiken zat op de boerderij ten oosten van deze. Daar volgende week meer over.

 

Verkopingen

Arjen Tijmens Kuiken was getrouwd met Trijntje Rintjes en zij kregen vier kinderen: Rentje, Klaas, Marijke en Beert. Deze kinderen kochten de plaats in januari 1830 van de erven Reinder Gerbens die het vanaf 1752 massaal bezeten hebben. De plaats werd omschreven als “een zathe en landen met huizinge no. 73 en schuur, groot 41 bunder, 79 roeden, 58 ellen, op 4 bunder 36 roeden na allemaal bouwland, zijnde huizinge en 10 bunder land aan den Kadalsterweg op ’t Oud Bildt en de rest op ’t Nieuw Bildt gelegen, bij den mede-eigenaar Rintje Arjens Kuiken bewoond en waarop per morgen geboden is ƒ 419.”

Rintje Arjens Kuiken woonde hier tot en met 1832. Beert Arjens Kuiken kocht in juli 1833 het kwart-eigendom van zijn broer Rintje en werd hier landbouwer. Dan kwam er op 6 januari 1838 de volgende advertentie in de LC: “Notaris O.B. Oeberius zal in de herberg van Pieter Schaaf te St. Jacobi-parochie verkoopen de zathe en landen, met huis en schuur no. 73, hornleger, hovinge enz., groot 48.36.40 bunder bouw- en greidland, gelegen de huizinge en 14.85.70 bunder land alles aan en bij elkaar op ’t Oud Bildt ten oosten aan den Kadalsterweg en ten zuiden van den Oude Bildtdijk o/d St. Jacobi-parochie, de rest op ’t Nieuw Bildt, bij den mede-eigenaar Beert Arjens Kuiken in gebruik tot mei 1841, voor ƒ 1664 per jaar. Huis en schuur zijn bij de Brandwaarborg Mij Kanton Hallum verzekerd voor ƒ 4400.” Beert Arjens Kuiken kocht ongeveer tien morgen. Hij was ondertussen getrouwd met Wapkje Klazes Aartsma en zij kregen zes kinderen waaronder Tijmen Beert Kuiken, geboren in 1843. Beert Arjens Kuiken had een gemengd bedrijf. Hij had in 1852 in totaal dertien runderen met een getaxeerde waarde van ƒ 577,= en in 1854 het zelfde aantal maar de waarde was toen ƒ 790,=. Vader Beert Arjens Kuiken overleed hier in april 1854. Moeder Wapkje bleef er wonen tot 1862 toen zoonlief Tijmen op negentienjarige leeftijd trouwde met Antje Abelus Koning (18 jaar), beiden voor die tijd minderjarig. Wapkje verhuisde en de jongetrouwden vierden hun wittebroodsweek hier op deze boerderij.

 

Onbewoonbaar verklaard

In 1896 verkochten de kinderen van Beert Arjens Kuiken de plaats aan Gerrit Arjens Wassenaar, landbouwer te Hantum (maar wel met Bildts bloed). Hij was drie jaar eerder ook al eigenaar geworden van de plaats ten oosten van deze. De nieuwe eigenaar had geen kinderen. Zijn broer Jan Gerrits Wassenaar erfde in 1921.

Landbouwer Tijmen Beerts Kuiken overleed hier in 1910 en in hetzelfde jaar verhuisde Antje Abelus Koning naar elders. De schuur werd afgebroken, de woning gesplitst en vanaf toen woonden hier vissers en werklieden: Theunis J. Ronda, Jan Visser, Geert Posthuma, Pieter Roorda, Harmen Visser, Gerben Brouwer. Tenslotte vervielen de onbewoonbaar verklaarde woningen in 1957 tot een machineloods en berging, in gebruik bij de buren Wijbren en Jacob de Boer (OBD 835). Douwe Wassenaar, kleinzoon van Jan Gerrits Wassenaar en destijds landbouwer onder St.-Jacobiparochie (OBD 922), verkocht dit in 1972 aan Robert H. Vermeulen.

De historie van deze plaats wrikt en wringt zich in allerlei bochten. Maar het kronkelende pad ligt er: vanaf Barthout Barthoutsz, de pachter van de Franeker plaats aan de Kadal in 1570, via de plaats van Waling Walingsz aan de oostkant van de Kadal rond 1690, tot aan de weduwe van Tijmen Beerts Kuiken, de bewoonster van de plaats hoek Kadal-Oudebildtdijk in 1910, is de plaats door vererving in de familie gebleven. Van nieuwbouw in 1762, via de onbewoonbaar verklaarde woning, tot een hok in 1957; tijd heeft overal grip op. R.H. Vermeulen sloopte het voormalige boerenhuis in 1973 en bouwde zelf op de oude fundering het schone huis dat er thans staat.