BILDTSE PLAATSEN – nr 16 – teugenover Ouwedyk 890

Douwe Zwart – Bildtse Post, 20-4-2005


De familie Langius

We zijn aanbeland bij de oostelijkste Franeker boerderij aan de Oudebildtdijk die net als alle andere reeds lang geleden is afgebroken. Het is tevens de laatste Franeker boerenhoeve die wij hier behandelen. Hij heeft gestaan tegenover Oudebildtdijk 890.

Bij deze boerderij werd kavel 41 gebruikt. Die kavel lag ten westen van en aan de Boonweg en was 38 morgen en 12 roede groot. In 1547 was Thonis Lieuwesz pachter. In 1574 vinden we hem hier nog. Uit de oudste Franeker bronnen blijkt dat in 1593 de pachter van deze plaats Gerben Thonisz was, zeer vermoedelijk een zoon van genoemde Thonis. Gerben Thonisz trouwde met Trijn Foppesdr en haar vinden we hier in 1619 als pachter en in 1630 nog. In 1631 gooide het stadsbestuur van Franeker de plaats opnieuw in de verhuur. Arien Gerbens werd de nieuwe pachter. Hij zal naar alle gadachten een zoon zijn geweest van Gerben Thonisz en Trijn Foppesdr. Hij noemde zich Arien Gerbens Langius en trouwde met Lijsbet Cornelisdr. Zij kregen vijf kinderen. In 1640 was Arien Gerbens weduwe hier de pachter van 25 morgen Franeker land en 13 morgen in kavel 41 op het Nieuw Bildt. In 1666 verkochten de erven Arien Gerbens Langius het pachtrecht van deze plaats. Er is een hypotheekakte van bewaard gebleven. “Gerben Ariens Langius ontvanger St. Jacobs gebuijrte, Cornelis, Jan en Steven Arienszonen en Pieter Pieters voor Lijsbert Ariens Langius zijn huisvrou, hebben vercoft aen Antie Pieters wedue wijlen Waling Buwes de eigendom van onse huisinge en schuire cum annexis mette ontruiminge van 25 morgen olde gepagte Franeker Billandt onder St. Jacobs gebruijrte hebbende de Herewech ten oosten, Gerrit Beerts erven ten suijden, Sioerd Ariens ten westen en de Groene Dijk ten noorden; belast met 10 gulden pacht, propijn, floreen en omslagen etc; de coperse moet tot geschenk betalen 2 jaar huur, ijder morgen voor 442 caroligulden.”

Ter verduidelijking: Herewech was destijds de benaming voor een weg (hier dus de Kadal), Groene Dijk was na 1600 de benaming voor wat wij nu de Oudebildtdijk noemen.

 

Afstammelingen van Steven Huigen

Antie Pijtters was slechts een jaar getrouwd geweest met Waling Buwesz. In 1666 trouwde ze opnieuw, nu met Waling Barthoutsz. Dit huwelijk bleef kinderloos. In 1670 was Steven Barthoutsz hier pachter. Waling en Steven waren geen broers. Hun grootvaders in mannelijke lijn waren dat wel. Zij stamden af van Steven Huigen wiens vier kleinkinderen zich na de bedijking van 1505 hier op het Bildt vestigden, zo wil de mare. Steven Barthoutsz huwde in 1666 Cuniera Jans Tzietsa die eerder gehuwd was geweest met Willem Jan Daemsz en uit dit eerste huwelijk van haar waren drie zonen geboren: Freerk, Jan en Hendrick en die kennen we nog als pachters van respectievelijk OBD 1147, OBD 1127 en OBD 1115. Met de nieuwe inhuring van deze Franeker plaats in 1692 werd Hendrick Willemsz pachter. Hij werd hier in 1723 opgevolgd door Rienk Cornelis ’t Hoen die in 1707 was getrouwd met Willemtie Stevens, een dochter van bovengenoemde Steven Barthoutsz en Cuniera (Knierke) Jans Tzietsa. Aangezien Hendrick Willemsz dus ook pachter was van OBD 1115, is het best mogelijk dat Rienk Cornelis ’t Hoen al sinds zijn huwelijk in 1707 hier gebruiker was.

In 1738 kwam Steven Daams hier als pachter te wonen. Hij was een zoon van Daam Walings en Hendrickje Stevens. Zij was een zuster van Willemtie Stevens. De opeenvolgende pachters waren dus familie. Steven Daams was tevens assesseur (wethouder) van de grietenij het Bildt. Hij woonde hier tot 1766. Een jaar later stierf hij. De plaats was ondertussen groter geworden: van 24¾ morgen tot 41½. Nieuwe pachter werd Alle Rinnerts. Uit de huurcontracten van 1766 destilleren wij het volgende. “Freerk van der Hout, Dodoneus Bakker en Joost Gongrijp, cooplieden te Harlingen, als gecommitterden uit de crediteuren van de olde boedel der stad Franeker verhuren aan Alle Rinnerts en Trijntje Jans echtelieden onder St. Jacobi Parochie, seekere zathe en landen met huisinge, schuire en hovinge daarop staende, gelegen onder St. Jacobi Parochie, groot 41¼ morgen, voor 10 jaar ’s jaarlijks voor 15 caroligulden per morgen, vrij geld, boven alle lasten, alleen kortende het reëel (…)”

NB Reëel was een belasting voor gebouwen. Dat betaalde de stad Franeker dus.

 

Van boerenhuis tot arbeiderskamers

Voor 1780 was Alle Rinnerts al overleden en was zijn weduwe, Trijntje Jans, pachter, in 1780 nog. Nu was deze Trijntje eerder getrouwd geweest met Dirk Okkes en een zoon uit dit eerste huwelijk, Okke Dirks volgde haar hier reeds in 1792 op. Hij was getrouwd met Trijntje Beerends en vader van een zoon en twee dochters (een tweeling). Van Okke Dirks is bekend dat hij gedeelten van de 42½ morgen weer onderverhuurde, wat niet mocht!

Bij de publieke verhuring vanaf 1801 (dit vond in de herfst van 1799 al plaats) van de nog slechts vier resterende Franeker plaatsen, kon “Okke Dirks, ofschoon tot het laatst toe meebiedende, geen huurder worden; de zathe werd gehuurd door Janke Lieuwes, weduwe wijlen Tjeerd Rutgers te St. Anna-Parochie, voor 33 caroligulden en 5 stuivers per morgen en dus over ’t geheel voor 1.413 caroligulden, 2 stuivers en 8 penningen.” Op 12 mei 1801 verlieten Okke Dirks, Trijntje Beerends en hun kinderen de boerderij. Zij verhuisden naar Haanburg aan de Oudebildtdijk onder St.-Annaparochie, de tweede boerderij ten oosten van de Stadhoudersweg (OBD 331). We zullen hen dus straks in augustus weer tegenkomen.

Janke Lieuwes werd (waarschijnlijk met de nieuwe inhuring van 1816) opgevolgd door Wilke Johannes Rooda. Hij kwam van St.-Annaparochie en was getrouwd met Sjieuwke Rutgers Kuiken. Voor 1825 was het gezin Rooda al verhuisd naar de boerderij ten westen van de Koudeweg (OBD 683), maar Wilke Rooda hield dit Franeker land wel aan zich. Hij liet de plaats bemeieren door IJede Piebes Trenk en vanaf 1835 door IJde IJdes Andringa (verhuisde van het Zwart Kruis – OBD 669 – naar hier). Vanaf 1836 was de woning gesplitst in meerder huisnummers en andermaal zien wij dat een boerenhuis werd opgedeeld in meerdere arbeiderskamers.

 

Op afbraak te koop

In de LC verscheen in februari 1839 de volgende advertentie: “Op 7 Februari 1839 zal Notaris O.B. Oeberius ten huize van den kastelein S.F. Antonides te St. Jacobi-Parochie verhuren voor 8 en 9 jaren in 23 percelen de zathe en landen met huis en schuur no. 81, groot 39.27.00 bunder, alles bouwland, gelegen op ’t Oud-Bildt onder St. Jacobi-Parochie, behoorende aan de Stad Franeker, bij Wilke Johs. Rooda in gebruik; te aanvaarden Mei 1839. Tevens zal dan op afbraak worden verkocht de schuur op dezelfde zathe, aan O.B. Dijk en –vaart staande.”

Doekele Boorsma, timmerman te Franeker kocht de boerderij voor ƒ 522,=. De woning bleef staan en werd verhuurd aan Ouwe Piebes Appelhof. Op 10 april 1839 hield Wilke Johannes Rooda boerenboelgoed (o.a. “8 koeien, 8 paarden, boerereeuw enz.”).

In 1858 vond hier nog een sloping plaats. Wat er nu precies is afgebroken, blijft onbekend. Op het voormalige erf van de in 1839 afgebroken boerderij verrezen in 1874 drie huizen, van 33, 50 en 32 m². Ook die zullen wel weer verdeeld zijn geweest in nog kleinere kamers, elk bewoond door een arbeidersgezin.

 

Het Franeker land brandt

Het oude boerenhuis en een van de drie pas nieuw gebouwde huizen brandden in de nacht van 2 op 3 februari 1881 af. Vreemd, want de Bildtsche Courant deed hier geen melding van. En nog vreemder: in 1881 brandden er meer arbeidershuisjes op het Franeker land af: een huisje ten noorden van St.-Jacob, een huisje aan de Kadal ook en nog een huisje aan het zandpad werden dat jaar allemaal een prooi der vlammen.

In de gemeenteraadsvergadering van 31 maart 1881 werd besloten om aan 21 personen, “die werkzaam waren geweest bij de blussching van de brand bij Anne Heins Post en Pieter Rozendal, beide aan de Oude Bildtdijk onder St. Jacobi-parochie, toe te kennende de volgende belooningen, als: aan 12 personen ieder 95 centen en aan 9 personen ieder 30 cent. Te zamen ƒ 14,10.”

Kennelijk waren de twee resterende huisjes er niet schadevrij vanaf gekomen, omdat ze in 1886, dus slechts twaalf jaar na de bouw, werden afgebroken.

De percelen waar ooit het boerenhuis, de schuur, het erf en de tuin te vinden waren, werden in 1888 in een perceel bouwland verenigd.

En dat is alles wat er te vertellen valt over de laatste Franeker plaats.

 

Iets extra’s

Maar voor we voorgoed afscheid nemen van het Franeker land, hebben we nog iets extra’s. We stellen voor om de complete huistaxatie uit 1689 van de Franeker boerderij die we 23 maart jl. behandeld hebben, onder de loep te nemen (dit is dus de boerderij die ten oosten van OBD 1005 heeft gestaan).

 

Buijtenmuiren. De geevel nae oosten en vordere muijringhe te samen aen gemetselde steen: 38.844. De kelder en ’t voorhuijs mujren tesamen: 75.150. De suijder muijrijngh: 7.080, 8.938 en 17.199. De wester muijringh: 41.216. De noorder muijringh: 16.000 en 24.600. Tesamen: 229.027. De bennen muijringh tesamen: 170.682. Floerklinckert tesamen: 70.308. 399.709 gemetselde soo binnen als buijten muijren, soo goed als quaed door elkander vier goudguldens het duijsent, tesamen: 1.600 goudguldens.

70.308 floerklinckert het duijsent 2¾ goudguldens: 193-14 [dat is 193 goudguldens en 14 stuivers]

400 vijfduijms estricken: 6-0; 1.470 vierduijms in kalk: 18-0; 5.802 vijfduijms in kalk: 40-0; 2.083 vierduijms in sand: 20-0; 176 blauwe steenen: 20-0; 922 vierduijms in kalk: 12-0; 28 kanteels van Benthemer steen: 14-0; de waterlist en watersteen: 10-0; 82 anckers: 35-0; 21½ feckdack: 301-0; 9 feckdack: 81-0; 2 feckdack: 14-0.

Op de kamer: 2 eicken huijskasijns 2 colomen, glaasen, ijserwerck, ferven etc tesamen: 42-0; 2 eicken bedsteeden, poortaal, schorsteenmantel tesamen: 40-0; 7 eicken balcken: 40-0; 1 eicken deurkasijn, trap tesamen: 7-0.

In ’t voorhuijs: 2 eicken kruijskasijns, 1 deurkasijn etc: 45-0; 2 deuren en kasijns tesamen: 9-0; 7 eicken balcken: 56-0.

Klein sijkamer: 2 eicken twelighten etc tesamen: 12-0; 5 eicken balckties: 12-0; 2 bedsteeden: 6-0.

In de bennenkamer: 3 eicken bedsteeden, keweij, krack, poortaal: 40-0; 1 schorsteenmantel, 2 pijlaars etc tesamen: 8-0; 1 eicken vierlight schuddingh: 15-0; 6 eicken balcken: 45-0; 1 deur en kasijn, klein kasijntie, spijntie: 6-0; balkies, kasijntie inde bierkelder: 4-14; schuddingh aent dack: 4-0.

In de gangh: 4 deuren en kasijns, twe twelighten tesamen: 22-0; 22 deelen de souder: 5-14; 7 balkies: 5-0.

In de grote kelder: 3 kasijns: 4-0.

In de afterkeucken: poortaal en bedsteed tesamen: 3-0; 1 drielight: 6-0; 4 balcken: 16-0; 3 deuren en kasijns: 9-0.

 

2 noote boomen

In ’t brouhuijs: 2 drielighten tesamen: 10-0; 1 deur en kasijn, de trap: 4-14; 5 balcken tesamen: 15-0; 1 besteed: 2-0.

Op de souder: de souder op de kelderskamer: 9-0; 2 colommen tesamen: 6-0; de grootte souder in ’t geheel: 25-0; 3 kruijskasijns tesamen: 20-0; de kleine souder schuddingh tesamen: 9-0; 2 eicken spanten, gordingen, muijrplaat: 20-0; 40 einckelde boomsparren tesamen: 5-0; 3 bijnten spanten, muijrplaat, gordingh: 45-0; 144 dubbele boomsparren tesamen: 36-0; ’t houtwerk van de winteltrap tesamen: 7-0; 2 stijlen, 1 deur en kasijn, 1 twelight: 8-0; de souder over ’t brouhuijs en afterkeucken: 5-0.

In de schuijr: 3 eicken binten, draghouten tesamen: 100-0; 4 binten etc: 40-0; 7 eicken spanten: 50-0; 7 kliender spanten: 25-0; balck over de dorsfloer etc: 10-0; schuddingh voor de peerdenstall, koestall, krebbe, binten tesamen: 40-0; 1 deur en kasijn: 5-0; 2 groote kasijns en deuren: 20-0; 2 eenlighten: 3-0; 1 deur en kasijn, tiefhoek, schuddingh: 13-0; 456 dubbelde en enckelde boomsparren: 90-0; 280 enckelde boomsparren tesamen: 35-0; anckerstocken, muirplaten, stutten, flappers tesamen: 20-0; 2 ulleborden tesamen: 5-0; ’t groodt stek: 30-0; 2 wrengen tesamen: 11-0; de tille: 40-0; ’t stalt etc: 5-0; een dito stek: 20-0. Tesamen aen goutguldens de huisingh etc: 3.615.

De plantagie bij en omt huijs na de eerste planting: 23 appelbooomen: 23-0; 26 peerenboomen: 52-0; 44 pruijmboomen: 17-12; 19 karseboomen: 7-12; 21 abeelijboomen: 14-0; 19 eipperenboomen: 13-6;

32 esckenboomen: 19-4; 590 willighboomen: 28-10; 1 lendeboom: 1-4; 140 beijboomen: 14-0; 6 roose boomen: 0-12; 2 noote boomen: 0-16; 15 roede haagh: 4-5; 11 rode flaar: 3-17. Tesamen aen caroliguldens: 199-18.

 

Dit is ons taxatie, dogh met tusschengaen van wedersijds mannen, geaccordeert met de rughscherne en alle meijers gerechtigheijt tesamen: 5.500 caroliguldens.

Den 13e Meij 1689, Jan Wijbis, Johannes Hoijtsma.