BILDTSE PLAATSEN – nr 15 – FL5 = Ouwedyk 933

Douwe Zwart – Bildtse Post, 13-4-2005

 

All in the family

We vervolgen onze tocht langs het Franeker land en behandelen nu de boerderij die heeft gestaan op de plek waar later Oudebildtijk 933 stond, direct ten westen van fietspad ’t Sandpâd of zoals u wilt tegenover de onbebouwde ruimte tussen OBD 928 en 920. Bij deze boerderij, zelf 29 morgen en 199 roede groot, werd eertijds 38 morgen en 137 roede in kavel 42 gebruikt. Dit was de tweede kavel ten westen van de Boonweg (waarop OBD 906 staat, nu Albert Meijer, voorheen de familie Kramer). De eerste pachter die we op papier tegenkomen, is, in 1547, Adriaen Claesz weduwe, zodat we met zekerheid mogen stellen dat Adriaen Claesz eerder pachter was. In 1554 woonde de weduwe hier nog. In 1566 pachtte Remmelt Gerbrantsz deze boerderij en hem vinden we op de Oudbildtkaart van 1570 terug. In 1574 woonde hij hier nog, maar voor 1593 is hij vertrokken of overleden want in dat jaar stond Wilte Lijoewesz (of Wiltje Lieuwes) te boek als pachter van 29½ morgen Franeker land. In 1613 was Aerien Claesz pachter. Hij was een zoon van Claes Henrix en Jannichie Ariensdr Scheijff. Een broer van hem, Hendrick Claesz, was ook pachter van Oudbildtland en woonde ook aan de Oudebildtijk (OBD 733; nu P.T.M. van der Velde)). Aerien Claesz trouwde eerst met Neeltie Dircksdr. Een zuster van haar, Trijntie Dircksdr, woonde ook aan de Oudebildtdijk, op de later afgebrande boerderij waar nu OBD 1127 staat. We zouden zo nog uren door kunnen gaan en alle familierelaties kunnen blootleggen. Dat doen we dus niet, maar wat we met deze korte opsomming willen aanduiden, is, dat de boeren van destijds onderling zeer verwant waren.

 

Winkelhaak

Uit het eerste huwelijk werden twee kinderen geboren. Aerien Claesz hertrouwde met Jannechie Hendricks met wie hij nog vier kinderen kreeg, onder anderen Sjoerd en Jan. Toen de Staten van Friesland in 1638 het Nieuw Bildt in de verkoop gooiden, kocht Aerien Claesz kavel 42 voor 13.647 caroligulden. Ook werd hij mede-eigenaar van de oostelijker gelegen kavel 38. Derhalve een kapitaalkrachtige boer. Aerien Claesz overleed en de weduwe bleef de Franeker plaats tot 1665 pachten. Zij was ondertussen in april 1651 voor de kerk in St.-Jacob getrouwd met Jan Thonisz. In 1670 waren de broers Sjoerd en Jan Ariens hier pachter. Zij waren kinderen uit het tweede huwelijk van Aerien Claesz. Sjoerd Ariens was de eigenlijke gebruiker. Hij werd opgevolgd door Arien Hendricks, die in februari 1702 met zijn vrouw Dirckie Jarighs naar Vrouwenparochie verhuisde. We treffen hem aldaar aan als huisman en lidmaat van de kerk. Pachters van deze Franeker plaats werden toen de kinderen van Jarig Lamberts. Dat waren er zes in getal. Voor ons is zoon Sjoerd Jarighs van belang want hij was hier in 1706 pachter van 29 morgen en 193 roede. Hij pachtte ook nog Franeker los land (waar dus geen boerderij meer op stond). Sjoerd Jarighs was getrouwd met Claasje Roelofs en zij kregen drie kinderen: Maartje, Jarich en Grietje. Zij pachtten de plaats gedrieën van 1715 tot ongeveer 1740. Maartje Sjoerds was getrouwd met Cornelis Claesz Schierhuis, ook pachter van Franeker land en gebruiker van de boerderij op de hoek van het Oosteinde en de Kadal. Jarich Sjoerds was getrouwd met Trijntje Leenerts en hij was wellicht de gebruiker van de plaats die we hier nu beschrijven. En lest best Grietje Sjoerds was getrouwd met Claes Johannes Kuik. Hij was behalve boer ook bijzitter (wethouder) van het Bildt.

Op de Statenkaart van 1735 staat deze winkelhaakboerderij met het huis stijf tegen de wal van de Oudebildtdijkstervaart aan getekend. De schuur wees naar het westen.

In 1748 waren Jarig en Grietje Sjoerds de pachters. De plaats was intussen gegroeid: 36 morgen. Doordat deze familie meer Franeker land pachtte, kon men van de ene plaats naar de andere met percelen schuiven. Bij de nieuwe inhuring van 1750 tot 1765 verwierven Jarig en Grietje weer het pachtrecht. Bedenk wel dat het huis en de schuur en wat daar verder aan toebehoorde, eigendom was van de stad Franeker en dus voorkwam de eigenaar hier het gedoe en gedonder met huistaxaties.

 

Kerkpad

De plaats was vanaf 1762 bezwaard met het onderhoud van een kerkpad dat hier als vanouds lag, maar waarvan het onderhoud dus voortaan op rekening kwam van de pachter van deze Franeker plaats. (Deze kerk-, loop- en gangpaden liepen kriskras door het Bildt, van verafgelegen buurtschappen naar de kern van de drie dorpen. Het Bildt was bezaaid met dergelijke paden.)

“Alzoo in den gepasseerden jare 1761 door de gezamentlijke eigenaren, landgebruikers sampt wijdere ingezetenen van St. Jacobi Parochie op het instantelijk verzoek van mij ondergeschrevene, bijzitter Claas Johannes Kuik het zogenaamde Hoogpad is besand geworden en dus in een compleete en altijd passerende staat is gebragt, zoo is het dat ik ondergeschrevene bijsitter over voormelde parochie door en uit kragte dezes aanneme ende belove, gemelde pad zoo verre het over de landerijen van de plaats mij tegenswoordig toebehorende, is lopende voor altijd opregt en deugdelijk tot genoegen van de ingezetenen uit de voorschreven plaats op mijn kosten te zullen doen onderhouden zonder ooit de gemeente eniger maten in dezen verder te zullen of ook mogen lastig wezen; hetzelve met goede houten [loopbruggetjes] en stijgers zoo des behoord wel te voorzien en zoodra het opgebragte zand komt te verminderen, het telkens wederom getrouwelijk aan te vullen en dus altijd een goed gang en kerkpad te doen verblijven. Zelfs verpligte mij om nooit voorzeide plaats te veralieneren ofte verkopen dan onder bezwaring met voorschreven onderhoudt. En zoo in gebreke mogte blijven voorschreven pad wel te onderhouden, zoo geve de volmachten der voorschreven gemeente het regt om op kosten van de plaats doen herstellen. Waaraf dezen passeere aan de gemeente of dezelver representerende volmagten met submissie zoo van het een en ander aen den Hove van Vriesland en alle geregten. In kennisse mijn hand en die van C. Steensma als schrijba en getuige. Actum in St. Jacobi gebuurte den 6en Julij 1762. Was getekent Claas Johannes Kuik en C. Steensma.”

Daar hebben we dus ons Sandpâd.

 

Boerenbedrijf in verval

Vanaf 1766 tot 1788 en misschien tot 1798 was Jacob Cornelis Kuiken pachter van deze plaats. Hij was een zoon van Cornelis Jacobs Kuiken en Grietje Johannes Kuik en daarmee naaste familie van de bijzitter Claas Johannes Kuik. Jacob Cornelis Kuiken was getrouwd met Maartje Wops de Groot, een dochter van Wop Cornelis en Tettje Klazes, ook pachters van Franeker land. De plaats was inmiddels groter geworden: bijna 44 morgen. In het pachtcontract van 1766 staat onder andere dat de huurders de landen “behoorlijk sullen handteren en cultiveeren. Vorders sijn de huurders verpligt ordentelijk te onderhouden met schil het kerkpad over de landen loopende mitgaders de houten daarin leggende.”

Of Cornelis en Maartje de plaats in 1798 ook weer hebben gehuurd, is onbekend, maar in 1801 woonde hier Durk Sijbes de Jong. Hij kwam met zijn vrouw Grietje Klaases op 6 november 1801 van Paesens. Na het overlijden van Grietje trouwde De Jong met Maatje Hessels Wenselaar. Tijdens de paardenziekte van 1820 (zie aflevering 13 van 500 x 52) stierven in de stallen van Durk Sijbes de Jong vijf paarden. Hij overleed hier zelf in oktober 1841.

Na het boerenboelgoed bij de weduwe Durk Sijbes de Jong in 1848 (“4 koeien, 5 paarden, 3 schapen, boerereeuw, bolderwagen, chais, meubelen”), werd de plaats dat jaar door de stad Franeker in 26 percelen te huur aangeboden. Bewoner van de boerderij werd Johannes Pieters de Groot (getrouwd met Pietje Dirks van der Laan). Hoeveel land hij huurde, is ons onbekend. Maar aangezien hij landbouwer en veehouder was en er op zijn boelgoed in 1853 zeven paarden, vijf koeien, vijf schapen, kapwagen en meubelen te koop waren, mogen we stellen dat hij er land bij pachtte. Na De Groot kwam Pieter Minnes Wassenaar hier wonen. Hij was voerman en gardenier van beroep en getrouwd met Pietje Christiaans Wassenaar. In 1860 overleed Pieter Wassenaar hier. Volgende hoofdbewoner was veldarbeider Anne Klazes van Dijk. Het huis was destijds opgesplitst in meerdere huisnummers en dat duidt erop dat het een boerenbedrijf in verval was.

Op de oudste kadastrale kaart van 1832 staat de schuur van de winkelhaakboerderij noordzuid getekend. Het huis stond dus evenwijdig aan de Oudebildtdijkstervaart en wees naar het oosten. Als we dit vergelijken met de situatie op de Statenkaart van 1735, dan is er dus nog al wat veranderd.

In 1878 was er sprake van een “gedeeltelijke sloping”. Als we de kaarten van 1832 en 1887 naast elkaar leggen dan blijkt dat in 1887 het woongedeelte (met kamers, keuken enzovoort) nog in takt was, maar dat de grote schuur was afgebroken. Daarvoor in de plaats was er een schuurtje aan het huis gebouwd en wel in de lengterichting van het huis. Zo heeft deze bebouwing hier tot in 1931 gestaan.

 

Familie Meijer

Dan treffen we (al voor 1865) Waling Olferts Meijer hier als bewoner aan. Hij was geboren in 1814, veldarbeider van beroep en getrouwd met Klaasje Teunis Samel. Ze hadden vier kinderen, waaronder Gerrit Walings Meijer die hier even hoofdbewoner is geweest. Een broer van hem, de jongere Teunis Walings Meijer, woonde hier tot 1905. Hij was voerman en gardenier en trouwde met Baukje Reins Kuiken. Zij kregen tien kinderen. Op 6 mei 1905 verhuisden vader, moeder en veel kinderen naar Midlum. Achter bleven Waling Meijer (geboren 1882), Rein Meijer (geboren 1883) en Tjaltje Meijer (1886). Toen veekoopman Waling Meijer voor 1910 verhuisde, werd broer Rein Meijer hoofdbewoner. Hij trouwde op 10 mei 1917 met Lijntje Beerts Kuiken en zij woonden hier met vijf kinderen: Tetje, Teunis, Beert, Baukje en Maartje. Ook de grootmoeder van Rein Meijer heeft hier tot haar overlijden in 1921 nog bij ingewoond.

In 1931 brandde het huis en de schuur, bewoond door het gezin van gardenier Rein Meijer af. In hetzelfde jaar verrees er een kleine stelpboerderij naar een meer dan prachtig ontwerp van de gemeentearchitect van Franeker.

Na het overlijden van Rein Meijer in 1955, bleef weduwe Lijntje Kuiken er wonen tot zij in 1968 overleed. Drie van de vijf kinderen hadden voor 1955 reeds elders domicilie. Vanaf 1968 waren de broers Teunis en Beert Meijer de hoofdbewoners.

De stelpwoning Franeker Hoeve is van vrijdag 10 op zaterdag 11 augustus 1990 afgebrand. De Bildtse Post meldde ondermeer: “De niet verzekerde plaats was eigendom van de gemeente Franekeradeel en werd bewoond door de gebroeders Theun en Beert Meijer, van wie de 66-jarige Beert in het geweld van de vlammen omkwam. De Bildtse brandweer kreeg te maken met een felle uitslaande brand, die niet meer te keren was.”

Teunis Meijer verhuisde naar St.-Annaparochie. De trieste restanten van het boerderijtje werden spoedig neergehaald en opgeruimd.

Nawoord

Waar een goed gesprek tussen Anne de Vries en Dirk Bouma al niet toe kan leiden. Wij schreven in 500 x 52 aflevering 14 dat door Amerens Reinders Wassenaar (vrouw van Hobbe Gerbens van der Laan) en Aaltje Reinders Wassenaar (getrouwd met Andries Gerbens van der Laan), als eigenaars werd aanbesteed “het afbreken der oude voorhuizinge en schuur genaamd Het Bosch onder St. Jacobi Parochie en het weer opbouwen van een nieuwe stelphuizinge op het Westeinde aldaar.” En we vervolgden toen met de mededeling dat het vreemd was dat er aan het Westeinde in 1853 geen nieuwbouw was gepleegd. Nee, niet aan de noordzijde alwaar wij onze sneupneus de kost gaven, maar wel aan de zuidzijde. Daar verrees op een stuk weiland, ook eigen aan de gezusters Wassenaar, naast de woning van Willem G. Koning (nu P. de Groot) een nieuwe stelpboerderij die dus als de voortzetting van Het Bosch kan worden gezien. Hobbe Gerbens van der Laan woonde er met zijn gezin. Dit gezin verhuisde in 1875 naar de Haarlemmermeer. Zoon Andries Hobbes van der Laan had onderwijl de boerderij geërfd en verkocht in 1875 huis en schuur aan Carel Dirks Bouma (roepnaam: Charles). De geboren Vrouwbuurtster was in 1869 getrouwd met Antje van der laan, een dochter van genoemde Andries Hobbes en zij woonden hier met hun kinderen Andries, Dirk en Aaltje. Vader Carel stierf in juni 1891. Moeder Antje bleef er tot haar dood in 1935 wonen met zoon Andries. Hij overleed ongehuwd in september 1943, waarna Dirk Dankert de hoofdbewoner was. Landbouwer Dankert woonde hier met vrouw Pietje Tuinhof en zij vertrokken met hun vier kinderen in 1955 naar de Noordoostpolder. Toen betrok Arjen Bouma de boerderij. Hij was een zoon van Dirk Carels Bouma, landbouwer ten zuiden van St.-Annaparochie (nu Hemmemaweg 10). Vader Arjen werd in 1987 door zoon Dirk A. Bouma opgevolgd, die er thans nog woont.

Zo is dus nu de complete historie van Het Bosch beschreven, mede met dank aan een telefoontje van Anne de Vries.